dinsdag 27 februari 2007
Wat hébben die moderne criminelen toch?
Een béétje gangster voelt vandaag blijkbaar de onweerstaanbare dwang om zijn duistere levenswandel in een boek te gieten. Van kruimeldief tot moordenaar: ik schrijf, dus ik besta.
Die verhalen prikkelen uiteraard een voyeuristische nieuwsgierigheid bij de brave burger, maar het levert zelden beklijvende literatuur op.
Het debuut van Eva Maria Staal (een pseudoniem) lijkt op het eerste gezicht naadloos in die trend van hele en halve bekentenisboeken te passen, maar Probeer het mortuarium van uitgeverij Nieuw Amsterdam is toch andere koek. De schrijfster zat jarenlang in de internationale illegale wapenhandel en dat is een bij uitstek lugubere en cynische branche die alle publiciteit schuwt. Daar komt dus media-aandacht van! In dit geval terecht, want de roman hakt er echt wel stevig in.
Tweehonderd bladzijden lang volg je als lezer het bloederige spoor van warlords, caïds, corrupte politici en generaals in zowat alle conflictgebieden van de planeet. Allemaal willen ze wapentuig dat liefst zoveel mogelijk ellende aanricht, voor een prijsje als het even kan.
Het verhaal roetsjt in duizelingwekkende vaart van Tsjetsjenië over Zimbabwe, Pakistan, China, Turkije en Algerije naar Thailand, en landt uiteindelijk in het brave Nederland. Want Staal - de ik-figuur - is uit de vuile business gestapt en van de weeromstuit getrouwd en een huisvrouw geworden die in haar doorzonwoning koekjes voor de kinderen bakt. Het boek snijdt in korte hoofdstukken heen en weer tussen Staals banale huismoederbestaan en haar troebele verleden. Toen zat er een Glock 22c in haar handtas, nu een reclamefolder voor een kruimeldief.
Eigenlijk is niet Staal het echte hoofdpersonage maar wel de Chinees Jimmy Liu: haar vroegere baas, en een major player in zijn vunzige sector. Liu trekt gewetenloos aan alle touwtjes en beheerst haar leven en gedachten - ook lang nadat ze uit het milieu is gestapt. In sober, trefzeker proza schetst Staal hoe grote wapendeals worden gesloten met nietsontziende rouwdouwen.
Alles is te koop: kalasjnikovs, Stingerraketten, mortiergranaten of ultracentrifuges voor de aanmaak van uranium voor kernwapens. No problem. Mooi - wat heet! - is de beschrijving van het geraffineerde handjeklap tussen een paar grote dealers om de markt te verdelen en vooral hun prijzen op peil te houden. Gruwelijk is het verslag van een nevenhandeltje in Pakistaanse kinderen.
Uiteraard schemeren permanent morele dilemma's van goed en kwaad door het verhaal, en daar zit een minpuntje. Wie zijn kostje verdient met illegale wapenhandel, is een crimineel. Punt uit. Daar lul je je niet uit met halfbakken gezemel als 'Zonder wapens wordt iedereen slachtoffer' of 'Iedereen die slecht wordt, is eerst goed geweest'. Ook wat dubieus is de suggestie dat regeringfunctionarissen voluit met de dealers over wapenembargo's onderhandelen. Maar goed, het is detailkritiek en misschien zijn we naïef.
Is dit nu een min of meer waargebeurd verhaal? Zat de schrijfster écht in de wapenhandel? Het doet er niet toe, want dit is gewoon een ijzersterk en bijzonder boek. (jl)
|