vrijdag 9 maart 2007
Jongens, er is iets ergs gebeurd
door ARIE STORM
Theodor Holman, columnist van Het Parool, schreef met Tjon een erg rare roman. Dat bedoel ik niet per se negatief.
Misschien verschijnen zelfs wel te veel niet-rare romans en is de verschijning van een rare roman wel zo prettig. Maar de roman Tjon is wel héél eigenaardig.
Tjon is meteen ook de naam van de verteller van het boek. Hij is een Indische jongen die in een huis in Amsterdam-Zuid woont, met zijn een paar jaar oudere broer en zijn moeder. Zijn vader is ergens opgenomen en pleegt op een gegeven moment zelfmoord.
Het lijkt alsof ik nu iets heel belangrijks onthul, maar dat is niet zo, want vrijwel iedereen in deze roman gaat dood. Ik zal hier niet vertellen wie de belangrijkste dode is, maar dat er zo veel in wordt gestorven, draagt bij aan de eigenaardigheid van dit boek.
Tjon komt bijvoorbeeld op school. Mijnheer Vesseur, blijkbaar het hoofd, komt de klas binnen. Hij moet iets belangrijks zeggen. En daar gaat hij los: 'Ik weet eigenlijk niet goed hoe ik het jullie moet vertellen, maar ik zal het maar gewoon doen. Jullie kennen meester Braks? Nou, die is dood. Maar ook is Els Scheltinga vandaag gestorven, het zusje van Truusje, die hier bij jullie in de klas zit. Els is omgekomen bij een verkeersongeluk.'
Het is natuurlijk verschrikkelijk, maar ik heb bij het lezen van deze roman constant in een lachstuip verkeerd.
Holman gaat in dit boek maar door. Want gaat op een bladzijde niemand dood, dan gebeurt wel iets anders heel ergs. 'Jongens, er is iets ergs gebeurd,' zegt Tjons meester dan ook aan het begin van een dag. Dat was óók een goede titel voor deze roman geweest.
Een kindervisite. Tjon gaat bij Daafje op bezoek. 'We kunnen jappenkamp spelen,' stelt Tjon voor. Dat vindt Daafje geen goed idee, want, zegt hij: 'Mijn oma en opa en mijn andere opa en oma zijn omgekomen in een kamp. In een Duits kamp.'
Liefdesperikelen. De moeder van Tjon krijgt een nieuwe vriend. Die heeft een kunstbeen. Nog meer liefdesperikelen. Tjons oudere broer belandt in de gevangenis: hij kan niet van kleine jongetjes afblijven.
Oorlogsleed in het kwadraat. De vader van Tjon is waarschijnlijk fout geweest in het jappenkamp.
Medische ellende. Tjon is niet goed bij zijn hoofd. Hij is niet achterlijk, maar hij loopt in zijn ontwikkeling wel achter. En dat wordt, vermoedelijk door alle geestelijke trauma's die hij oploopt, in het boek geleidelijk steeds erger.
De voortdurende opeenstapeling van leed werkt, bedoeld of onbedoeld, bijzonder komisch.
Er zijn nóg twee zaken die dit boek vreemd maken. Holman, of beter gezegd: Tjon, noemt af en toe een straatnaam in Amsterdam-Zuid. Daar valt uit af te leiden waar de gebeurtenissen zich afspelen. En verder uit niets. Alles zou net zo goed onder de grond kunnen gebeuren, of in een aquarium. Maar dan wel een aquarium waar ontzettend veel met elkaar wordt gepraat, want Holman doet bijna alles in dialoogvorm af. Het lezen van dit boek wordt daardoor een behoorlijk benauwende, claustrofobische ervaring.
Daarnaast is de keuze voor die verteller vreemd. Tjon vertelt namelijk alles alsof hij er nog middenin zit. En dat terwijl hij gekker en gekker wordt. Wanneer is hij er weer bovenop gekomen? Dat wil je dan vroeg of laat wel eens weten.
Tot slot moeten nog de cliffhangers worden genoemd. Vrijwel elk hoofdstukje eindigt met zo'n cliffhanger. En ook dat werkt erg op de lachspieren. Einde eerste hoofdstuk: 'Ik belde aan.' Begin tweede hoofdstuk: 'Mijn broer, bijna vier jaar ouder dan ik, deed open.' Vooral dat 'bijna vier jaar ouder dan ik' doet het 'm hier, geloof ik. Bestudeer zelf de andere voorbeelden in deze roman.
Al met al is Tjon is het raarste boek dat ik dit jaar heb gelezen. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik dat goed of slecht vind. (gepubliceerd in Het Parool)
|