woensdag 28 maart 2007
Recensie Wat is de wat?: 'Gruwelijk, prachtig en hoopvol'
Louise Cornelis over het boek van Dave Eggers, Wat is de Wat, de autobiografie van Valentino Achak Deng.
Op ongeveer eenderde van Wat is de Wat staat de gruwelijkste scène beschreven: Dinka’s uit Zuid-Soedan worden door de politie naar een trein gebracht om geëvacueerd geworden. De mannen worden gescheiden van de vrouwen en kinderen en de trein bestaat uit veewagons. Die worden zo volgeladen dat de mensen bijna stikken. Na twee uur horen de vrouwen en kinderen geschreeuw en schieten, brand en geloei. Door de kieren van hun wagon zien ze hoe de wagon met mannen in de brand wordt gestoken. Duizenden mannen verbranden.
Deze scène is zo gruwelijk vanwege de associatie met die ándere genocide waarbij mensen in goederenwagons werden geladen en door kieren lucht moesten halen en soms nog een glimpje van de buitenwereld konden opvangen, terwijl ze vervoerd werden naar de gaskamers van de Endlösung. En daarvan hebben we toch met zijn allen gezegd en diverse malen herhaald: dat nooit weer.
Maar het gebeurt, in Soedan, het gebeurde in het Zuiden en het gebeurt in Darfur. Van deze en andere scènes in Wat is de Wat gaan je nekharen daarom overeind staan. Maar Wat is de Wat is meer dan het zoveelste ellende-boek over Afrika in het algemeen en Soedan in het bijzonder. Ja, het is gruwelijk, maar het is ook prachtig, om twee redenen.
In de eerste plaats is het vertelperspectief heel bijzonder. De hierboven beschreven scène wordt verteld door een vriendje aan de ik-persoon in het boek, de ‘lost boy’ Valentino Achak Deng. Die vertellende ik-persoon zit er dubbel in: hij beschrijft zijn leven als kind in Zuid-Soedan, de vlucht naar eerst Ethiopië en later Kenia, zijn verblijf in een vluchtelingenkamp en uiteindelijk zijn vertrek naar Amerika. Maar ondertussen ligt hij in het ‘nu’ van zijn rol als verteller eerst geboeid en gewond door overvallers op de grond van zijn Amerikaanse huis. Hij vertelt zijn verhaal in gedachten aan het jongetje dat zijn overvallers als bewaker bij hem hebben achtergelaten. Later wacht hij in een ziekenhuis eindeloos op behandeling aan zijn verwondingen. Hij wordt daar vermoedelijk afgescheept: niet verzekerd, vluchteling, zwart. Tijdens het wachten vertelt hij het verhaal van de lange jaren in het vluchtelingenkamp. Er vindt dus een soort verdubbeling van eerst ellende en dan wachten plaats. Een meesterlijke vertelvondst.
En dan is er nóg een dubbele bodem in het perspectief, want het boek is wel een autobiografie, maar toch door iemand anders geschreven dan Valentino Achak Deng. De schrijver, Dave Eggers, heeft Dengs woorden opgetekend.
Dus zo’n scène als hierboven, die lezen we in de woorden van Eggers zoals die ze heeft gehoord van Deng zoals die ze hoorde van zijn vriend in het vluchtelingenkamp en vertelde aan zijn bewaker terwijl hij geboeid en gekneveld op de grond van zijn huis lag. Kunt u het nog volgen? Het klinkt ingewikkeld, maar dat is het niet. Het is alleen maar briljant geschreven.
En dat is nog niet alles. Want het tweede prachtige aan dit boek is dat het laat zien hoe groot de veerkracht is van Deng en met hem van vele andere lost boys, vluchtelingen, Soedanezen, Afrikanen. Het is ongelofelijk en – voor een ander dan Eggers – onbeschrijfelijk wat Deng allemaal meemaakt. Alsof een jonge jeugd in Zuid-Soedan ten tijde van de burgeroorlog nog niet genoeg is, blijft rampspoed hem achtervolgen, en wel zodanig dat hij zich af gaat vragen of hij misschien onheil afroept over de mensen om hem heen.
Stel je voor: hij zou net naar Amerika vertrekken op… 11 september 2001. Dat betekent dus nog meer wachten. Maar eenmaal in Amerika wordt zijn vriendin door een jaloerse ex omgebracht. Deng zelf is ook een paar keer bijna dood, door uiteenlopende zaken als uitputting tijdens de mars naar Ethiopië en een auto-ongeluk met het theatergezelschap waarin hij speelt in het vluchtelingenkamp – en natuurlijk is hij ook bang dat de Amerikaanse overvallers hem zullen doden.
Maar Deng leeft, en dat niet alleen: hij heeft plannen, hij heeft idealen, en soms is zijn leven zelfs heel gewoon. Er kan gelachen worden zelfs, met dat theatergezelschap bijvoorbeeld, of als hij vrienden maakt (daar is hij goed in), of wat aanrommelt met meisjes in het vluchtelingenkamp. De opbrengst van het boek is onder andere bestemd om hem te laten studeren.
Wat is de Wat is gruwelijk maar ook prachtig en hoopvol. Het is bovendien meeslepend: ik las de 460 pagina’s ademloos uit. Het is een must voor elke Soedan- en Afrika-liefhebber - en eigenlijk ook voor iedereen die ‘dat nooit weer’ denkt. (met dank aan Afrikanieuws.nl)
Boekennieuws publiceerde in februari dit jaar al een fragment van het boek.
|