woensdag 28 maart 2007
Recensie: Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf
Vergeten schrijvers, sommigen met meer dan 15 publicaties op hun naam. Een enkeling net in de vijftig, de meesten rond de zeventig. Waar ging het mis, waarom zijn hun tijdgenoten, collega's en bekenden van weleer, zoals Bernlef, A.F.Th., Geerten Meijsing er wel gekomen en zij niet?
In de korte hoofdstukken die Joris van Casteren aan de 22 auteurs wijdt, blijken vooral de teruglopende verkoopcijfers en de steeds negatievere kritieken er de oorzaak van te zijn. Binnengehaald als grote talenten viel het uiteindelijk toch tegen. Eduard Visser werd door Hermans ontdekt, maar kon de belofte niet waarmaken een groot schrijver te worden; Alexander Zwagerman kwam niet uit de schaduw van zijn broer die wel doorbrak; Ben Borgarts debuut uit '72 werd zesmaal herdrukt, nu kent niemand hem meer op de redactie van de Bezige Bij.
Een aantal is verbitterd, de literatuur heeft hun leven verwoest, maar ze blijven hopen op een nieuw publicatie, een comeback. Zij die er op tijd zijn uitgestapt, voelen weinig rancune tegen de schrijfwereld. Het was een mooie tijd die nu achter hen ligt.
In het voorwoord zegt Joris van Casteren over een aantal jaren weer een dergelijk boekje te willen schrijven. Dan zijn er natuurlijk anderen in de vergetelheid geraakt. Monika Sauwer, Eriek Verpale of zelfs Oek de Jong? De toekomst is ook wat dat betreft niet te voorspellen. (Arjen van Meijgaard op De Recensie)
|