vrijdag 20 april 2007
Gooise fraudekoning heeft nu een biografie
De grootste witwasser ter wereld, noemde het zakenblad Forbes hem eind jaren tachtig: Robert Jan Doorn. Het levensverhaal van de Gooise kasteelheer, belastingontduiker, libertariër, en megafraudeur is nu opgetekend in de (niet-geautoriseerde) biografie De man die onzichtbaar wilde blijven van de financiële journalisten Arnoud Groot en Jan Libbenga.
Het goed gedocumenteerde boek werd donderdag officieel in ontvangst genomen door landelijk fraudeofficier Fred Speijers. Plaats van handeling: ’s Graveland, op een steenworp afstand van De Swaenenburgh, het voormalige landgoed van Doorn.
Daar werd Doorn in april 1989 door een groep zwaarbewapende commando’s van zijn bed gelicht in opdracht van de Zwitserse justitie. Die vermoedde dat de zakenman vanuit hun land nietsvermoedende beleggers miljoenen had afgetroggeld.
Tot een veroordeling kwam het echter niet, en dat is typerend voor Doorn, die er steevast in slaagde uit handen van justitie te blijven. In 1992 werd hij in Californië weliswaar in staat van beschuldiging gesteld, maar die zaak kwam nooit voor de rechter.
In Nederland dook Doorn in de jaren tachtig en begin jaren negentig op in een aantal grote financiële fraudezaken. Hij speelde een hoofdrol in de affaire rond het vastgoedfonds VHS, dat deels met drugsgeld zou zijn gefinancierd. Ook bij de neergang van de Zweedse vastgoedinvesteerders in Nederland, eind jaren tachtig, had Doorn op de achtergrond een beslissende invloed.
Groot en Libbenga beschrijven in het boek een keur aan grote en kleine fraudes waarbij Doorn is betrokken. Kunstfraude, de jacht op een verborgen nazischat in de buurt van Praag, aandelenoplichting in de VS en Engeland en de neergang van zeppelinbouwer Rigid Airspace Design.
Doorn wilde zelf niet meewerken aan het boek. In 2002 verliet hij berooid zijn landgoed in het Gooi en verhuisde hij naar de Antillen. Eind 2006 werd bekend dat het Openbaar Ministerie hem voor het eerst in zijn 30-jarige carrière gaat vervolgen, wegens fraude met huurcontracten.
Door alle details, anekdotes en in het boek opgevoerde criminelen, sjoemelaars, wetshandhavers en bedrijven uit binnen- en buitenland, is het boek van Groot en Libbenga een goed naslagwerk over de Nederlandse onderwereld in de jaren tachtig en negentig. Een echt leesboek is het echter niet: daarvoor is de dichtheid van namen, bedrijven en trucs per pagina veel te hoog. (door Merijn Rengers, gepubliceerd in de Volkskrant)
|