dinsdag 17 april 2007
Recensie: Tjon van Theodor Holman
door Joke Langbroek, op verzoek van Boekennieuws'Als je het niet durft, ben je een lafaard,' zei ik, 'en lafaards zijn verraders!' Mijn vriendje Bert had die dag in de klas zijn twaalfde verjaardag gevierd. Na schooltijd rookten we een sigaret in een portiek in de Van de Veldestraat. De sigaretten die ik van mijn vader had gestolen waren mijn cadeau aan Bert. Hij deelde de sigaretten uit aan mij, Thomas en Gerard. 'Je moet inhaleren!' zei ik. 'Ik kan de rook niet in mijn mond houden, het is de eerste keer,' zei Bert. 'Je moet je wangen ook niet bol houden, je moet gewoon zuigen, inademen, de rook naar binnen laten gaan en dan door je neus uitademen.' 'Ik kan het niet!' zei Bert. 'Ik heb astma... Ik kan het niet.' 'Je moet!' zei ik. Veel mensen zullen bij het horen van de naam ‘Theodor Holman’ onwillekeurig aan Theo van Gogh denken. Holman heeft dan ook de afgelopen jaren weinig anders gedaan dan met een onmenselijke verbetenheid schrijven over de vijf jaar geleden vermoorde cineast. Daarom is het des te verheugender dat er weer eens iets anders uit de handen van Theodor Holman is gekomen: Tjon.
Het boek gaat over een jongen die opgroeit in een gezin waarvan de vader en moeder beiden in een Jappenkamp hebben gezeten. En dat laat zo z’n sporen achter bij de kinderen. Vader belandt in een inrichting waar hij zelfmoord pleegt, de oudere broer van Tjon heeft ook een kwaadaardige klap van de molen gehad, alleen de moederfiguur beschrijft Holman als een soort heilige. Wat het verhaal nogal ongeloofwaardig maakt omdat het zeer onwaarschijnlijk is, dat de moeder, die vol liefde beschreven wordt, niet merkt dat Tjon zo verschrikkelijk gekweld wordt door zijn broer.
Joost, de vier jaar oudere broer van Tjon, heeft er zo’n beetje zijn levenswerk van gemaakt om zijn jongere broer geestelijk te kwellen. We vragen ons inmiddels af of dat niet een erkend genre kan worden, net als chicklit: boeken over sadomasochistische puberjongens. Want in al die boeken schijnen puberjongens alleen maar ontzettend wreed tegen elkaar te kunnen zijn. Denk maar aan Lord of the Flies van William Golding, De Avonden van Gerard Reve, Black Swan Green van David Mitchell, Vernon God Little van DBC Pierre.
De sadomachochistische kwellingen in Tjon vliegen je wel naar de keel, dat moeten we Holman nageven. Hoe gestoord moet je zijn om aan je zwakbegaafde broertje te vertellen dat zijn moeder doodgaat, dat zijn vader dood is omdat zijn moeder het met een Japanse kampbeul doet of dat zijn moeder hem wil laten vermoorden.
Tijdens het lezen overvalt je een gevoel van enorme triestheid en diep medelijden met die arme Tjon, die zo graag met interessante (leugen)verhalen aandacht wil krijgen. Hij wil voor iedereen een medaille maken, ook al is het maar van bordkarton. Het trieste dieptepunt ligt bij de middag dat Tjon uitgenodigd wordt op het feestje van Truus, waar hij dronken gevoerd wordt en het feestje versjteert.
Ondanks alle beperkingen, greep het boek mij wel aan en leest het als een trein. Dat komt mede door de klassieke opzet en structuur van Tjon. Er zit vaart in en die blijft er tot het tragische einde in. Het boek doet sterk denken aan Vriend van verdienste van Thomas Rosenboom, vooral door de psychologische oorlogsvoering, de geestelijke wreedheden, de fatale afloop en de hoofdpersoon, die –tevergeefs- enorm zijn best doet ergens bij te horen.
Het zegt genoeg dat de weinige recensies die over Tjon geschreven zijn, allemaal van de hand van min of meer bevriende partijen zijn. Zo stond er in Het Parool –waar Holman columnist is- een recensie en schreef Max Pam, die eerlijk toegeeft bevriend te zijn met de auteur, een recensie in HP/De Tijd. Overigens suggereert Max Pam dat hij in het boek een briefje van vijfhonderd euro vond, blijkbaar genoeg om er met duidelijke moeite een positieve recensie uit te persen.
|