maandag 21 mei 2007
Schrijfster bundelt brieven aan haar exen
Wie is de ware? Met deze vraag in het achterhoofd richt de Leuvense journaliste Ann-Marie Cordia zich tot haar (ex-)liefdes. De reeks brieven werd gebundeld in het boek Nog een laatste keer vrijen? dat vorige week verscheen.
In haar boek maakt Cordia de vergelijking tussen een relatie beginnen en een cd kopen. “Ik heb het gevoel dat ik met een kast vol cd’s zit, en niet eentje is de ware” schrijft ze. Misschien zit die ware ook te wachten met een kast vol cd’s? Ann-Marie Cordia: «Mijn muziekkast is nogal gevarieerd. Ik luister graag naar Heather Nova, maar ook naar Trentemöller of commerciële hiphop-achtige dingen. De kans dat ik iemand vind die dat ook allemaal goed vindt, lijkt me klein. Ik denk trouwens niet dat het de bedoeling is om iemand te vinden die net hetzelfde is. Dat kan vervelen en zelfs irriteren.»
Ging je aanvankelijk wel op zoek naar zo’n persoon? «Als jong meisje zeker. Om het met een zwaar woord te zeggen: je wordt gebrainwasht om naar die perfecte prins te zoeken. Sprookjes praten je van kindsbeen af een ideaalbeeld aan. Dat zet zich voort met tienerboeken of -series waarin liefde centraal staat.»
Het boek is een verzameling brieven. Waren die van in het begin voor publicatie bedoeld? «Alles begon met een tekst in briefvorm. Het duurde een half jaar eer ik die opstuurde. De brief was in de eerste plaats voor mezelf geschreven, maar ik vond hem mooi op zich, dus kon ik hem net zo goed versturen. Toen er enkele brieven waren, liet ik ze door anderen lezen. Uit hun reacties leidde ik af dat het verhaal herkenbaar was. De bundeling leek me een waarde te hebben, dus ben ik ermee naar een uitgever getrokken. Het is geen grote literatuur, maar eerder iets uit de dagelijkse realiteit.»
Vinden de betrokkenen deze publicatie vervelend? Cordia: «Iemand vond dat ik me te veel had gefocust op het negatieve in onze relatie. Hij had misschien gelijk, maar de brieven zijn momentopnamen en geven weer hoe ik me voelde toen ik het schreef. De mensen die ik vooraf heb gecontacteerd, hadden geen problemen met de uitgave zolang hun namen werden veranderd. Zelf wilde ik geen pseudoniem gebruiken omdat het zou lijken op een promotiestunt. Bovendien interview ik vaak mensen over hun liefdesleven. Dan zou het toch flauw zijn om het mijne onder een pseudoniem te vertellen, nee?»
Denk je dat mensen behoefte hebben aan deze persoonlijke verhalen? «De laatste tien jaar is er ontzettend veel gepubliceerd over de technische kant van seks. Ik vind dat soms ver van de realiteit staan. We hebben alle handleidingen gehad, maar over het gesukkel lees je weinig, alsof het niet bestaat. We weten welke standjes we moeten proberen of welke speeltjes we moeten kopen, maar er is meer aan seks dan dat. In mijn boek komt ook de lelijke kant van seks aan bod.»
Een geruststelling voor mensen bij wie het niet van de eerste keer lukt? «Zeker voor jonge mensen. Ik had dat toen ook graag gelezen. Er bestonden boeken die beschreven hoe het moest, maar bij mij lukte dat voor geen meter. Ik had best wel de flaters uit het liefdesleven van anderen willen lezen.»
Vond je dat je er vroeg bij was? «Zestien jaar is vroeg om de eerste keer met iemand naar bed te gaan, maar anderzijds verkeerden we al een half jaar. Dat was de standaard: na een half jaar mocht het. Bovendien waren we ervan overtuigd dat we altijd samen zouden blijven, dus zagen we niet in waarom we nog langer moesten wachten. Ik ben nu dertig, een half jaar is intussen wel lang geworden (lacht).»
«Ergens kon ik niet wachten met het liefdesleven. Ik dacht dat ik door veel uit te proberen op seksueel en relationeel vlak minder naïef zou worden. Gek genoeg was dat achteraf bekeken juist heel naïef. Ik heb dus ook foute keuzes gemaakt, wat mannen betreft.»
Besprak je je seksleven met vriendinnen? «Als tieners vertelden we elkaar eerder of we het al dan niet deden. Vrijen kon, maar alleen binnen een vaste relatie en ook niet te vroeg. Ik herinner me dat een meisje al na een maand verkeren met een jongen naar bed was geweest. Dat vonden wij verschrikkelijk. Het was fout en die jongen had nog moeten wachten.»
Het was de jongen zijn schuld. «Uiteraard. Ze had zich niet mogen laten doen en het deed er niet toe of zij evenveel zin had als hij (lacht). Als ik er nu aan terug denk, vind ik die reactie best erg. Ik zou daar nu niemand meer voor veroordelen.»
De laatste brief in het boek dateert van een klein jaar geleden. Is de ware inmiddels opgedoken? «Ik heb geen vaste liefde, volstaat dat (lacht)? De ene dag hoop ik de ware nog tegen te komen, de andere dagen vind ik dat niet meer nodig. Ik ben er alvast van overtuigd dat ik in een relatie niet gelukkiger word. (door Robin Broos voor het Belgische studentenweekblad Veto)
|