dinsdag 22 mei 2007
Eindelijk de zee: eindelijk een bestseller voor Thomas Verbogt?
Een writer’s writer: Thomas Verbogt heeft negentien boeken geschreven die vooral bij collega-auteurs succes oogsten. Toch verdienen zijn filmische boeken een groter publiek. De Nijmeegse Amsterdammer waagt met Eindelijk de zee een nieuwe poging.
Het oeuvre van Thomas Verbogt kent geen bestsellers, kaskrakers of prijswinnaars. Na negentien boeken heeft hij een bescheiden en intens trouw lezerspubliek opgebouwd. In literaire kringen wordt zijn werk uitbundig geprezen. Zo schreef Arnon Grunberg: ‘Ik begrijp niet waarom niet meer mensen de verhalen van Thomas Verbogt lezen.’ En Thomas Roosenboom: ‘Zijn prachtige romans verdienen een heel groot publiek.’
Succes bij de fijnproevers, een dagelijkse column in De Gelderlander, desondanks altijd die lage oplagen. Merkwaardig, want zijn dunne romans lijken voorbestemd voor leesonvriendelijke pubers die eindexamen moeten doen. Al zitten die misschien niet te wachten op de vermoeide babyboomers die zijn laatste werk bevolken.
Verbogt (54) groeide op in Nijmegen, woonde jarenlang als docent Nederlands in Arnhem en waagde in 1997 met Rotterdam als tussenstation de stap naar Amsterdam. Zijn werk is tamelijk autobiografisch, in de zin dat de plaatsen waar hij woonde en de dingen die hij deed herkenbaar in beeld komen.
In de nieuwe roman Eindelijk de zee (uitgeverij Nieuw Amsterdam) van Thomas Verbogt is de hoofdpersoon Boudewijn Nagthuys (53) weer zo’n babyboomer. Hij leidt een tijdschrift. Het gaat misschien óók over Verbogt zelf als deze Nagthuys verzucht: ‘We leiden kranten en tijdschriften, we adviseren politici, zitten in denktanks, bestieren commissies, en overal met nét niet genoeg. Je ziet het ook aan de boeken die we schrijven, aan onze literatuur. Wanneer lees je nou iets waarmee je verder kunt?’
Je meeste boeken zijn bescheiden van omvang. Grote thema’s die in een te klein jasje lijken te zitten.‘Ik schrijf het liefst boeken als films. Een film duurt anderhalf uur en bevat gemiddeld negentig scènes. Daarin moet alles een functie hebben. Dat zie je als kijker niet bewust, maar je ondergaat het. Er zit een dwingende logica in. Je ziet het als je gaat analyseren, maar het geeft niet als je dat niet doet. En ik zou gelezen willen worden op dezelfde manier waarop mensen een film zien.
Schrijven is voor mij voor een belangrijk deel monteren. Zien dat je flash backs op het goede moment inlast en ze dan nog het liefst in de tegenwoordige tijd op kunt schrijven. Mijn verhalen zijn als een film. En als het je lukt om het ook ongeveer in die tijd uit te lezen, in één ruk door, het verhaal ondergaan: prachtig.
Ik vind het ook wel lekker als mijn lezers het gevoel krijgen dat het verhaal niet af is. Ook hier weer de vergelijking met een film: als een goede film niet helemaal af is, die onrust waarmee je dan het theater uitbeent… Ik heb het idee dat als ik er in een verhaal helemaal op doorga, het inderdaad allemaal waar wordt, maar dat ik dan te weinig overlaat voor de lezer. Ik roep liever vragen op, dan dat ik ze beantwoord.’ Je doet van alles en nog wat. Je schrijft romans en toneelstukken, je treedt op, je begeleidt jonge auteurs, je maakt een tijdschrift. Verrommel je je leven niet een beetje? Waarom steek je je energie niet in een alle andere boeken overbodig makende roman?
‘Natuurlijk hoop ik een belangrijk boek te hebben geschreven. Aan het boek dat alle andere boeken overbodig maakt – natuurlijk bestaat zo’n boek niet – ben ik in ieder geval nog niet toe. Ik heb misschien de rust nog niet om zo’n roman te schrijven. Ik heb onrust nodig om te leven. Voor mijn gevoel hangen al die activiteiten met elkaar samen, daaruit komen de verhalen aandwarrelen. Eerst is er het verhaal. Dan ben ik in mijn achterhoofd een paar jaar bezig om de personages te leren kennen. Als ik door een park loop vraag ik: en wat zou dit of dat personage van dit park vinden? Als ik ergens eet: wat zouden mijn personages van dit eten vinden? Zo groeit het verhaal – en als het af is, komt de vormkwestie. Dan ga ik schrijven. Monteren.’
Waarom heb je nog geen grote prijs gewonnen? ‘Ik zou niet weten wat ik moet doen om een grote prijs te winnen. Ik weet dat televisieoptredens heel erg belangrijk zijn. Maar verder? Weet jij hoe je op de televisie komt? Ik onderhoud wel het contact met de lezers. Ik trek er op uit. Zo ging ik een keer naar een middelbare school om iets te vertellen over mijn werk. De leraar had me vooraf een kopie toegestuurd van wat hij zijn leerlingen had gegeven. Daarin stond dat de thematiek van mijn werk De Alledaagse Waanzin En De Erotiek was. Ik was met de bus een halte te vroeg uitgestapt, zag het gebouw wel maar niet de ingang, en baande me een weg door een weiland in de goede richting.
Toen ik vlakbij het gebouw was, zag ik achter het raam een paar meisjes naar me kijken. Ze zeiden iets en toen verscheen het hoofd van de leraar. Ook die zei iets. De meisjes begonnen te lachen en doken weg. Ik heb het nooit nagevraagd, maar ik denk dat de leraar zei: ‘Daar komt hij door het weiland aangestrompeld, de man van de alledaagse waanzin en de erotiek.’
In Eindelijk de zee sterft de beste vriend van de hoofdpersoon, Boudewijn Nagthuys. De begrafenis valt samen met de 53e verjaardag van Nagthuys en met diens vertrek als hoofdredacteur van het literair-journalistieke weekblad De Wereld. Tot die dag waren ‘op snelheid komen’ in de wereld en de liefde het allerbelangrijkste. Na die dag is de snelheid eruit en gaat het om thuiskomen. Op je 53e misschien wel de laatste liefde van je leven vinden. Eindelijk de zee is een boek over eenzaamheid en de liefde, dat het verdient twee keer gelezen te worden: proef details als het gebruik van het woord ‘leuk’, de manier waarop de strips van Kuifje in het verhaal zijn verweven, de betekenis van achternamen en de verwijzingen naar songs en composities.
‘Ik schrijf boeken als films, en zo moeten ze ook worden gelezen’‘Daar komt de man van de alledaagse waanzin en de erotiek’. (bron: De Pers)
|