zaterdag 12 mei 2007
Recensie: Venijn van Jan & Sanne Terlouw
Met zijn dochter Sanne schreef Jan Terlouw een nieuwe thriller. Venijn is een vervolg op het vorig jaar verschenen De charmeur. Trouwe lezers komen weer heel wat bekende figuren tegen in, een verhaal van moord en verraad. Net als in het vorige boek draait alles weer om Job Reders, die zeven jaar onschuldig gevangen zat omdat hij werd aangezien voor de moordenaar van zijn oom Bart. In De charmeur ontrafelde hij na zijn vrijlating samen met dochter Leonie de moord op 'charmeur' Gerard Brandenburg. Zoals het in een goede detective hoort bleken de feiten heel anders te liggen dan op het eerste gezicht leek, wat voor de nodige spanning en verrassingen zorgde. In het nieuwe boek is dat niet anders, maar blijft de oude Reders een stuk dichter bij huis. Stukje bij beetje lost hij ditmaal het raadsel achter zijn eigen onterechte veroordeling op.
Dat gaat uiteraard niet van een leien dakje. Zoals menigeen die het vorige boek las al dacht, was hij inderdaad het slachtoffer van een misdadig complot, dat het schrijversduo hier langzaam maar zeker uit de doeken doet. Het begint er allemaal mee dat hij een figurant in het drama dat hem gevangenisstraf opleverde bij toeval tegen het lijf loopt. Het spoor dat hij vervolgens volgt, leidt hem rechtstreeks de onderwereld in.
Bijstand krijgt hij behalve van de immer trouwe Leonie ook van de zeer behulpzame, door schuldgevoel voortgedreven politiecommissaris Rijksen. Die hulp gaat zelfs zover, dat Rijksen met een kogel in zijn lijf naar het ziekenhuis wordt afgevoerd. Daarmee is in ieder geval een deel van zijn schuld gedelgd, want de schutter had het op Reders voorzien.
Naast Rijksen krijgt het speurdersduo ook nog wat assistentie van randfiguren die Job Reders in de gevangenis heeft leren kennen, wat weer goed van pas komt, want die kennen weer allerlei al dan niet legale methoden die de zaak vooruit kunnen helpen. Het is een wat onwaarschijnlijke coalitie die hier aan de slag is, maar via prostitutie, internationale drugshandel en ander normafwijkend gedrag komen Leonie en haar vader uiteindelijk terecht bij niet alleen de criminelen die hem zeven jaar detentie opleverden, maar ontdekken ze ook wie dan wel achter de moord op oom Bart zat. Dat die een dubbelleven leidde met niet altijd even zuivere kanten was al duidelijk. De achterliggende werkelijkheid die tot zijn ondergang leidde is bij Terlouw en Terlouw uitermate sinister, op het randje van het geloofwaardige en een enkele maal daaroverheen. Vooral het toeval waardoor de speurders telkens als de zaak even vast lijkt te zitten toch weer verder kunnen vraagt heel wat van de kritische lezer.
In interviews heeft Jan Terlouw aangegeven dat hij niet dol is op moderne thrillers. Die zijn hem te dik en gewelddadig. Geweld komt in Venijn dan ook met mate voor. Onhandig ingevoegde maatschappijkritiek en de neiging tot uitleggen waar dat niet nodig is houden het toch al niet bijster flitsende verhaal verder op.
Het schrijversduo is simpelweg te diep voor de lezer door de knieën gezakt en houdt het veel te gezellig. Vergeleken bij het werk van iemand als Jacob Vis maakt dit boek dan ook een ronduit ouderwetse indruk, ondanks moderne ingrediënten als ecstasy en mobiele telefoons. Maar dat zal door Terlouw en Terlouw eerder als een compliment worden opgevat.
De liefhebbers van pakweg Agatha Christie zullen blij zijn met Venijn, wie wat stevigers in handen wil hebben kan beter nog even verder kijken. (door Enno de Witt voor de Stentor)
|