zaterdag 30 juni 2007
Recensie: Het geheim van Paros van André Oerlemans
door Annelies Vlaanderen voor BN/De Stem
Je moet het maar durven, je eigen roman zó aanprijzen op de achterflap: "Het geheim van Paros" wordt de Nederlandse tegenhanger van de "Da Vinci Code" genoemd, maar dat zou het boek toch tekort doen. Behalve een spannende thriller is het een spirituele roman over de zoektocht naar liefde en waarheid. Aan lef ontbreekt het André Oerlemans (Dongen, 1964) ook niet. Toe maar, opboksen tegen de Da Vinci Code, de natte droom van iedere thrillerschrijver, de nachtmerrie van iedere orthodoxe katholiek. Dan moet je wel met iets komen.

Oerlemans wist waar hij aan begon; hij schreef eerder onder andere de 'humoristische horrorbundel' 13 Verhalen voor het slapen gaan en de thriller Drakendoder middels via eigen uitgeverij De Vrije Dordtse Pers.
Hoewel de oud-Dongenaar vorig jaar aangaf eerder in zijn hoofd bezig te zijn geweest met zijn Geheim dan de verschijning van de Code, liggen de parallellen toch voor het oprapen.
Net als Brown's bestseller is Oerlemans' geesteskind een zoektocht naar de 'waarheid' omtrent het christendom, een zoektocht die vergezeld gaat van psychologische inzichten (de hoofdpersoon leert zichzelf kennen) en uitmondt in de ontdekking van een wereldverpletterend geheim.
De aanpak komt eveneens overeen: de queeste is verpakt in een thriller met als hoofdpersonage een man en als tweede figuur een mooie, jongere vrouw die niet alleen de liefde in het spel brengt, maar ook en vooral een essentiële rol blijkt te vervullen in het plot. Via historische passages wordt de lezer geregeld teruggeworpen in de tijd. Zoomen we in op de locaties, dan valt er wederom een parallel te trekken. Speelt in Brown's geval speelt het grootste deel van het verhaal zich af in het Louvre, Oerlemans heeft gekozen voor een andere toeristische trekpleister, het Griekse eiland Paros. Daar laat hij David Visser wanhopig zoeken naar zijn geliefde Naomi, die van de aardbodem verdwenen lijkt. Hij krijgt hulp van een aardige agent en een mysterieuze monnik, terwijl een domme commissaris en een wraakzuchtige assistent van de paus hem tegenwerken. Hoewel de personages naar bordkarton smaken, levert dat hier en daar spannende momenten op.
De schrijfstijlen ten slotte zijn eveneens vergelijkbaar. Bediende de Amerikaan zich van proza zonder enige literaire pretentie, Oerlemans lijkt evenmin te mikken op de Nobelprijs voor literatuur:'Gillend, huilend en met ongeloof puilend uit hun oogkassen proberen de passagiers naar een reddingsboot te rennen.' De cliché's tuimelen over elkaar heen: gekrijs is hysterisch, blikken zijn lonkend en een gat is gapend. Toch wil de schrijver maar al te graag de diepte in, getuige zinnen als 'Hoe kan licht schijnen zonder duisternis' en 'Sindsdien heeft hij ontdekt dat gevoel soms sterker kan zijn dan verstand'.
Echt hinderlijk wordt het om van dit boek te genieten bj het besef dat sommige details pertinent niet kloppen. David Visser en zijn vriendin zijn zwervers, ze leven in Nederland van de wind. Maar ze hebben wél geld voor een uitgebreide Griekse eilandentrip! De Postcodeloterij kunnen ze in elk geval niet gewonnen hebben.
Zo zitten er wel meer inconsequenties in het boek. Oerlemans had die er makkelijk uit kunnen halen als hij er meer tijd voor had genomen en meer afstand had genomen, voordat hij zijn Geheim had prijsgegeven.
Nu blijft zijn thriller steken in een mislukte poging de Da Vinci Code naar de kroon te steken. Hij is daarin overigens lang niet de enige. Tal van andere auteurs roken het succes van dit genre, de ene na de andere kloon verscheen de afgelopen jaren op de markt. Het is te hopen voor Oerlemans dat deze markt nog niet verzadigd is en dat er nog een boek in de koffer kan.
|