vrijdag 27 juli 2007
Feestje voor tachtigjarige Harry Mulisch
Hij viert het pas op 15 september, maar zondag wordt Harry Mulisch toch echt 80. Op het terras van het Amstel Hotel zal de schrijver het glas heffen.

Niet dat Mulisch zoveel op heeft met verjaardagen. Hij heeft menigmaal gezegd dat hij altijd 17 is gebleven, maar dat is goeddeels scherts. Met goedvinden van de schrijver presenteert zijn uitgeverij De Bezige Bij zondag een speciale feesteditie van De Aanslag. Verder verschijnen Lachspiegel (een boekje met Mulisch in karikaturen) en eind augustus Onsterfelijk Leven, interviews met de jarige.
Een aanvulling op Mulisch' omvangrijke oeuvre valt binnenkort niet te verwachten, meldt De Bezige Bij. Ik rust op mijn lauweren, liet de schrijver onlangs in een interview weten. Vanaf zijn verjaardag komt de uitgever wel wekelijks met een novelle van een Nederlandse schrijver, die zich door het werk van Mulisch heeft laten inspireren. De schrijvers zijn Abdelkader Benali, Doeschka Meijsing, Marcel Möring, Elsbeth Etty, A.F.Th. van der Heijden en Jessica Durlacher.
Eerder dit jaar werd Mulisch al onderscheiden met een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Dat noemde hij toen een hele eer. Tenminste zo lang hij de Nobelprijs nog niet heeft, voegde hij er aan toe. Die onderscheiding, vaak gezien als een internationale schrijverstombola, is nog niet op Mulisch gevallen. Net als Hugo Claus wordt hij al jaren in september genoemd. Het is onwaarlijnlijk dat Zweedse Academie zich door jubilea laat leiden.
Lezers kozen dit jaar De ontdekking van de hemel door lezers tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. Het in 1992 gepubliceerde werk schreef hij in zijn werkkamer in een huurhuis in Amsterdam. Met enig dedain spreekt Mulisch over hen die de hele wereld afreizen om ergens over te kunnen schrijven. Drie weken vakantie per jaar, gunt hij zich. Altijd in Italië.
De publicatie van dat boek leidde tot een symposium over de wetenschappelijke pretenties van Mulisch. Niet zo verwonderlijk want Mulisch heeft altijd al in een levendige belangstelling voor de natuurwetenschappen gehad en zag zich als tiener eerder als onderzoeker dan als schrijver.
De auteur bereikte letterlijk de sterrenstatus toen vorig jaar een planetoïde naar hem werd vernoemd. Allemaal geen toeval, want daarin gelooft Mulisch niet. Al in zijn debuutroman, Archibald Strohalm, had hij geschreven over een meteoriet die in 1908 Siberië trof.
Het feest in september, dat in de Stadsschouwburg wordt gehouden, wordt groots gevierd. Wie niet is uitgenodigd, krijgt toch een kansje op toegang. Een televisieprogramma verloot tien toegangskaarten. De kijkers moeten dan wel een paar Mulisch-quizvragen goed beantwoorden. (bron: De Telegraaf)
|