donderdag 12 juli 2007
Recensie: De vrouw als mens van Jolande Withuis
Met De vrouw als mens wil Jolande Withuis voorgoed een einde maken aan de 'borrelpraat' over de vrouw. Inderdaad bevat dit boek niet het soort verhalen waarmee je aan de bar iedereen plat krijgt.
Withuis kiest voor een sociologische en dus 'wetenschappelijke' aanpak. Dat is begrijpelijk; ze moet tenslotte wedijveren met een krankzinnige stroom boeken over dit onderwerp: de vrouw als mens, als moeder, als drukbezette persoonlijkheid, als slachtoffer van het glazen plafond, als complex wezen en God weet wat de vrouw allemaal nog meer is. Dan kan zo'n doorwrochte studie wat tegenwicht bieden.
Nadeel is wel dat het taaie taalgebruik af en toe herinneringen oproept aan lange ochtenden in de collegezaal: 'interpretatiekader', 'biologistische redenatie', 'psychodynamisch gedachtegoed'. Maar Withuis is het type docent dat wel degelijk een hoop interessants te vertellen heeft. Goed opletten, dus.
Haar belangrijkste punt - en de rode draad door het boek- is de angst van veel vrouwen om voor 'onvrouwelijk' te worden versleten: 'Geen groter dreigement dan manwijf,' schrijft ze ergens, en voor het feministische ideaal is die hang naar vrouwelijke clichés - zorgzaamheid, onderdanigheid, enzovoort - natuurlijk de hond in de pot: 'Naarmate de seksen gelijker worden, zullen vrouwen zich minder manifesteren als martelares,' besluit ze hoopvol.
Het sterkste hoofdstuk, wat mij betreft, is dat waarin Withuis een rondgang maakt langs beroemde martelaressen, tot wie ze ook Ethel Rosenberg rekent. De communistische Ethel, in de Verenigde Staten van spionage beschuldigd, had in 1953 door een bekentenis aan de doodstraf kunnen ontsnappen, maar ze gaf geen krimp. Net als heilig verklaarde voorgangsters als Lidwina van Schiedam en Simone Weil koos ze voor een 'vrouwelijke' en dus sociaal aanvaardbare oplossing, en die luidde: zelfvernedering, zelfopoffering, kortom: het Grote Vrouwelijke Lijden.
Ethel stond te boek als slechte moeder en koelbloedig manwijf. Elektrocutie was voor haar de enige manier om het hoofd hoog te houden.
Zo staan in deze bundel genoeg prikkelende analyses, niet in de laatste plaats dankzij de goed gekozen hoofdrolspeelsters: Jane Austen, Simone de Beauvoir, Katherine Hepburn en zelfs Diana Spencer, die het met haar betraande mascaraogen wist te schoppen tot people's princess. Toch is De vrouw als mens vooral een aanrader voor de doorzetter. Als sociologe lijkt Withuis er een sport van te maken elk argument dicht te metselen met keiharde wetenschappelijke bewijzen. Iets meer lucht, misschien zelfs borreltafellucht, had er wel bij gemogen. (door Karin Overmars voor Het Parool)
|