donderdag 26 juli 2007
Recensie: Heldendroom van Inez van Dullemen
(door Karin Overmars voor Het Parool)
Inez van Dullemen (1925) kan mooi schrijven. Glashelder, geen woord teveel, en met een scherp oog voor bijzondere details. In Heldendroom, haar nieuwste roman, vertelt ze over een pijnlijke en beschamende episode binnen haar eigen familie: het naziverleden van haar broer.
Deze Onno, zoals hij in de roman heet, is een wat ziekelijke, in zichzelf gekeerde jongen die in opstand komt tegen het patiëntenbestaan waartoe zijn astma hem veroordeelt. De antroposofische geneeswijzen waarin zijn moeder gelooft, maken de toestand er niet beter op; lijdzaam ondergaat Onno de vele mosterdbaden, eucalyptusverpakkingen en heilgymnastiekoefeningen. Zijn weerzin groeit, hij sluit zich af. Als een Kees de jongen, maar dan een boze en wrokkige Kees de jongen, verlangt hij naar actie, avontuur, heroïek. En het is oorlog, dus het avontuur ligt op straat.
In een hartverscheurende scène deelt Onno zijn ouders mee dat hij zich gaat aanmelden bij de Jeugdstorm. Zijn vader werpt nog tegen: ''Weet jij wel in wat voor omgeving jij terecht komt? Die NSB'ers zijn voor het merendeel mislukkelingen die nu hun kans grijpen. Ben jij er ook zo een?''
Het blijken profetische woorden, want Montijnachtig oorlogsspektakel ligt voor de zwakke Onno niet in het verschiet. Zijn NSB-carrière loopt uit op een grote desillusie. Niet alleen omdat uiteindelijk zal blijken dat hij 'op het verkeerde paard heeft gegokt', maar vooral omdat zijn vlammende ambitie hem weinig meer brengt dan een aaneenschakeling van lullige klusjes en opdrachtjes. De jongen die zijn ouders laffe burgerlijkheid verweet, en gebrek aan politieke daadkracht, zakt weg in een poel van middelmatigheid.
Na zijn dood ontdekt de schrijfster, Vera in de roman, onder zijn bureau een koffertje met nazipropaganda dat hij kennelijk zijn hele leven heeft gekoesterd. De oude woede over zijn verleden laait plotseling weer op: ''Ik ga deze rommel verbranden, in jouw plaats ga ik het verbranden als een lijk op de brandstapel.'' Dat doet ze niet. Want in tweede instantie, en daarvan is deze mooie, pijnlijke roman het bewijs, voelt ze mededogen voor de boze jongen die met zijn misstap niet alleen zijn familie, maar vooral zichzelf in de afgrond heeft gestort.
|