vrijdag 10 augustus 2007
Mulisch' Meesterschrijversoeuvre gevangen
door Erik Meijsing voor Boekennieuws.com
De weledelgeboren heer H.K.V. Mulisch is 80 jaar geworden. Niemand kan het ontgaan zijn. De laatste van de legendarische 'Grote Drie': Willem Frederik Hermans, en Gerard (Karel) (van het) Reve de andere twee. Tot aan Mulisch'magnum opus De Ontdekking van de Hemel vond ik hem maar een beetje een rare Harry. Terwijl Willem en Gerard hun naam opsmukten, liet Harry zijn ronkende 'Kurt Victor' weg.
De Ontdekking moet iedere literatuurliefhebber lezen, savoureren. Het liefst in de oorspronkelijke uitvoering van de eerste druk: met harde kaft en leeslint. Wat er waar is van de wetenschap in De ondekking staat leesbaar in Mulisch en de wetenschap - onderzoekende stukken bijeengebracht onder redactie van Bettine Siertsema.
Een meesterwerk komt voort uit alle boeken die een schrijver ervoor geschreven heeft. Het debuut Archibald Strohalm vind ik niet meer dan middelmatig. Maar in de naoorlogse jaren dat het verschenen is, heerste er schaarste, moeten we maar rekenen.
Zijn eerste gepubliceerde verhaal, De Kamer, in Elseviers Weekblad, werd later in een boekje uitgegeven, en overtuigt ook niet.
Klassiekers als Het stenen bruidsbed en het nu voor luttele 5 euro verkrijgbare De Aanslag mag niemand missen: Mulisch bewijst daarin dat hij inderdaad, zoals hij zegt, 'de tweede wereldoorlog' is - als zoon van een collaborateur en een joodse moeder.
Zijn fascinatie voor de Oude Klassieke Griekse literatuur komt goed tot uiting in de roman De Hoogste Tijd, een roman die jongleert met de thema's van een oude acteur in zijn laatste dagen, en modern geënsceneerde klassieke tragedies.
De Zaak 40/61, en Siegfried - de romans die verschenen ná De Ontdekking, ademen een grotere rust dan voor zijn grote worp, alsof het belangrijkste wat Mulisch moest schrijven, gedaan is. Alsof hij minder haast heeft gekregen.
Zonder basisschooldiploma zette hij zich aan het curiosum van De Compositie van de Wereld - megalomaner is niet denkbaar. Zijn eigen psycholoog speelt hij in Voer voor Psychologen - om alle literatuurprofessoren, die zijn werk willen duiden, voor te zijn.
De meeste enthousiaste geleerde van Mulisch is met afstand Marita Mathijsen, hoogleraar Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Het beste uit de interviews en door haar persoonlijk gevoerde gesprekken zijn te vinden in De mythische formule en Het voorbestemde toeval. Een bibliografie verscheen onder de praktische naam De werken van Harry Mulisch. Zo'n enthousiaste, geleerde fan als Mathijsen is eigenlijk de beste manier om kennis te maken met Mulisch. De leukste manier om Mulisch in je boekenkast te hebben is de verzamelbox die bij zijn vorige jubileum verscheen.
En dat Mulisch nog altijd onderzoeksjournalisten bezig houd, in de hoop op een schandaaltje wat ze goud geld en een reputatie oplevert, bewijst het boekje Mulisch, fel anti nazi, maar sinds wanneer? - waarin Dick Verkijk probeert te bewijzen dat Mulisch als onschuldig jochie in Haarlem lid was van de Jeugdstorm.
De meningen blijven verdeelt, maar het is vermakelijk te lezen hoe iemand van alles bij elkaar raapt om een stelling te poneren. Martin Ros liet zich onlangs in zijn boekenrubriek in de Tros' Nieuwsshow overigens laagdunkend uit over deze poging tot besmetting van Harry's blazoen...
Harry Mulisch ondersteunt nog altijd het regime van de communist Fidel Castro, voorzover ik weet, dus hij heeft niemand nodig om controversieel te zijn... Laten we het hem vergeven. Mulisch is jarig, we feliciteren en wensen hem nog vele jaren! En als het kan: nóg een roman?
|