vrijdag 10 augustus 2007
Recensie: De eeuwigheidskunstenaar van Abdelkader Benali
door Arie Storm voor Het Parool
Harry Mulisch is vorige week zondag tachtig jaar geworden. Zijn uitgeverij zet hem op allerlei manieren in het zonnetje. Eén van de acties is dat zes auteurs een hommage aan Mulisch brengen. Ze doen dit in de vorm van een novelle, 'geďnspireerd op het oeuvre van Mulisch'.
Een hele eer als je ziet wie er allemaal meedoen. Ze gaan er van Elsbeth Etty tot aan Jessica Durlacher tegenaan.
Je kunt het ook een vorm van treiteren noemen.
Het spits - zelf zou hij vermoedelijk schrijven de spits - wordt afgebeten door Abdelkader Benali met de novelle De eeuwigheidskunstenaar.
Benali is een auteur die er niet direct om bekendstaat dat hij echt Nederlands schrijft.
Het is ook nu vanaf de eerste alinea weer helemaal mis. In die openingsalinea is sprake van Amsterdam dat 'nog in zijn nevelen' lag 'te soezen'. Twee zinnen later staat er: 'Ze draaide zich nog eens om en sliep verder'. Dat is een spectaculaire geslachtsverandering.
Hortend en stotend duiken we het verhaal in.
Het is het verstandigst om inderdaad slechts daarop te letten - op het verhaal, want de stijl wordt nergens beter.
Let je uitsluitend op de inhoud, dan krijg je wat je verwacht te krijgen: waagt een schrijver met een matig talent zich aan een verhaal zoals Mulisch zélf dat misschien zou kunnen schrijven, dan wordt het driemaal niks.
Benali verwijst krampachtig naar verschillende romans en verhalen van Mulisch. Dat geeft het boek het karakter van een nogal melige quiz.
Ook de werkelijkheid rondom Mulisch wordt er door Benali bij betrokken. Zie bijvoorbeeld de volgende opmerking: 'Zijn uitgever, uit het juiste hout gesneden om elke auteur naar de mond te praten, leek ontroerd.'
Daar kan de baas van De Bezige Bij het weer mee doen.
Maar we hebben hier vanzelfsprekend met fictie te maken.
O ja, het verhaal.
De hoofdpersoon van De eeuwigheidskunstenaar is een schrijver die merkt dat hij er plotseling veel jonger uitziet dan hij is. Hij gaat naar Italië, hij gaat terug naar Nederland. Hij schrijft een boek. Soms stapt hij in een taxi. Die taxichauffeur verdient eigenlijk een eigen verhaal. Dat komt er op de laatste bladzijden nog even van.
De flauwiteiten stapelen zich intussen op: 'Wat is de lengte van uw kerfstok?'
Kinderachtig project, kinderachtig boekje.
Op naar de volgende novelle.
|