BOEKENNIEUWS.COM
HET LAATSTE NIEUWS OVER NEDERLANDSE BOEKEN EN SCHRIJVERS


 
De literaire zomerhit
- De Pers


"Prachtig boek met korte verhalen die variëren van diepzinnig tot hilarisch"


Nu verkrijgbaar!
Lees een fragment

Abonneer je op de RSS-feed    via: Email / RSS

dinsdag 28 augustus 2007
Recensie: Kleine doorschijnende man van Erik Jan Harmens

Door Daniëlle Serdijn voor de Volkskrant

Erik Jan Harmens, kampioen slamdichten, smeedt in zijn eerste roman onweerstaanbaar proza uit schrijf- en straattaal. Geen zin die niet lekker bekt.



Studenten aan de mode-academies zie je wel eens creaties maken die op het eerste oog volstrekt buitenissig lijken. Maar kijk je het geheel wat langer aan, dan zie je de confectie er al doorheen schemeren. De dichter Erik Jan Harmens (1970) lijkt wat op zo’n student.

Zijn romandebuut Kleine doorschijnende man is er een waarvan je in aanvang denkt: ondraagbaar, onleesbaar, te veel van de straat. Pas in tweede instantie zie je mogelijkheden voor een groter publiek. En, een onweerstaanbaar eigen stempel. Harmens is dichter. Als je zijn biografie mag geloven, al sinds 1985.

Toch kwam het pas in 2003 tot een bundel, getiteld, In menigten. Tot die tijd had Harmens zijn kunsten vertoond op de podia van festivals als Lowlands en de Wintertuin. Al poetry slammend perfectioneerde hij zijn voordracht, en na het winnen van diverse battles mocht hij zich slamkampioen van Nederland noemen. In 2005 verscheen z’n tweede bundel, Underperformer.
Liefhebbers van het eerste uur waren het erover eens dat Harmens niet alleen een fantastische voordracht had, maar vooral dat zijn gedichten op papier overeind bleven. Iets wat niet bepaald van al die andere slamdichters gezegd kon worden, want wat zij te berde brachten bleef, volgens de dichter Ilja Pfeijffer, in druk ‘weinig meer dan rapachtig gezever of licht verteerbaar cabaret’.

In Kleine doorschijnende man vertelt Harmens het verhaal van een woeste kerel die dolgraag op het kantoor van een goed lopend (beurs)bedrijf wil werken. Op de eerste pagina’s lezen we hoe hij hartstochtelijk naar een arbeidsovereenkomst verlangt. Een contract.
Zijn verlangen is zo hevig dat het omslaat in woede wanneer dat contract almaar op zich laat wachten.

De man begint te denken dat zijn baas hem aan het lijntje houdt. Die heeft daar beslist redenen voor. Vroeger zaten de man (naamloos) en zijn baas (ook naamloos) op dezelfde school. Baas werd gepest door de man en diens kameraden. Het uitblijven van een contract zou wel eens de wraak kunnen zijn voor de vele vernederingen waaronder die baas geleden heeft. Toch komen we het fijne niet te weten. Dat lijkt er ook niet toe te doen. Eerder geeft de schrijver enkele suggesties, mogelijkheden, waarmee wij zelf een relatie tussen oorzaak en gevolg kunnen aanbrengen voor het verloop van deze geschiedenis. Als we willen. Want boeiender dan het traditionele rechttoe rechtaan vertellen vindt Harmens het tentoonstellen van scherpe, perfect gesneden taal, inclusief eigenzinnige interpunctie.

Het verhaal van die kleine doorschijnende man is niet meer dan een aanleiding om een bijzondere collectie goed gekozen woorden te laten zien. Het spettert in zijn taal, het tintelt, raast en knalt, en helemaal zodra je hardop leest:
‘Nou ja, je kent de chachacha, je kent de passen, de etiketten, het gedoe, alleen zou ik graag willen dat je ’m ook zou dansen, en o ja, dat je een toegepaste gek bent, daar mag je dat bijvoeglijk naamwoord gerust wegblazen’.

Voorbeelden genoeg:
‘Toen sloeg de vermoeidheid me als een bedrogen echtgenoot vol in het gezicht, ik landde met m’n achterhoofd op de grond hetgeen me een vertrouwd gevoel gaf, als een ervaren marinier die nog maar eens een parachutesprong maakt, in vijandelijk gebied.’
Of simpeler:
‘Vriendschap is een steeds maar weer gepimpte clubsandwich.’
Het mag duidelijk zijn: Harmens is de poetryslam trouw gebleven.

Het heeft zich vastgezet in zijn stijl waarin eigentijdse spreek-, schrijfen straattaal een wonderlijke verbintenis met elkaar zijn aangegaan. Geen zin die niet lekker bekt.

Daarnaast tal van fijne observaties over bijvoorbeeld het kantoorleven, over het handelen op de beurs of over handel en welvaart in het algemeen. Allemaal positief. Maar op ongeveer driekwart van het boek wreekt zich dat de schrijver zich monomaan op de taal heeft gestort.

Het verhaal, hier toch al een ondergeschoven kindje, moet met veel moeite gededuceerd worden uit allerlei losse alinea’s. Dat oogt kunstig. Maar het ziet er bij vlagen ook uit alsof Harmens het verhaal, en daarmee het schrijven van een roman, nog niet helemaal beheerst.

Potentie genoeg. Maar de collectie Harmens mag net iets toegankelijker worden.


Meest gelezen deze maand:
(ADVERTENTIE)
Het Avontuur van de Leven! Klik hier voor meer informatie!

Laatste berichten:



Archief:

februari 2007 - maart 2007 - april 2007 - mei 2007 - juni 2007 - juli 2007 - augustus 2007 - september 2007 - oktober 2007 - november 2007 - december 2007 - januari 2008 - februari 2008 - maart 2008 - april 2008 - mei 2008 - juni 2008 - juli 2008 - augustus 2008 -


Schrijvers:

Boekensites:


Lifeloggers:


B© Copyright 2007, 2008. Alle rechten voorbehouden.
Boekennieuws.com wordt onderhouden door en is een initiatief van Ramon Stoppelenburg
www.watkanikvoorubetekenen.nl