donderdag 30 augustus 2007
Recensie: Wat gebeurde er met Cathy M? van Jessica Durlacher
Door Arie Storm voor Het Parool
'Er is één ding erger dan tachtig worden, en dat is géén tachtig worden,'' heeft Harry Mulisch een tijdje geleden gezegd. Inmiddels weet hij dat er iets is wat nóg erger is: tachtig worden en bij een uitgeverij zitten die je dan eert met een reeks door stoethaspels geschreven boekjes.
De lijdensweg van Mulisch is bijna voorbij, Jessica Durlacher leverde de vijfde novelle in de reeks van zes. Onder de titel Wat gebeurde er met Cathy M? zette zij zich energiek aan het verminken van het meer dan een halve eeuw geleden door Mulisch geschreven korte verhaal Wat gebeurde er met sergeant Massuro?
Sergeant Massuro veranderde in steen, bij Jessica Durlacher verandert Cathy M. in een vlinder. Dat klinkt al meteen een stuk kitscheriger.
Om de vlinderwording te mogen meemaken, wordt hoofdpersoon Jaap door Durlacher naar Afrika gestuurd, om precies te zijn naar Ivoorkust. Daar komt hij aanvankelijk terecht in een fijn hotel. In de verte ziet hij echter arme negers. Jaap: 'Ik werd er niet vrolijker van.' Vervolgens slaat hij aan het bespiegelen en dan blijkt Jaap het hart heus wel op de juiste plaats te hebben: 'Wie wilde er nu genieten van de rijkdom van een arm land in oorlog? Luxe op een koopje, decadente, gemene, geheime luxe was dat.' Zo is het maar net.
Voordat Jaap al te treurig wordt, drinkt hij wat: 'Het ananassap smaakte fantastisch. Ik knapte er enorm van op.' Gelukkig maar!
Jaap wekt trouwens nergens de indruk echt een man te zijn. Ik bedoel daarmee niet dat hij meer macho-achtig gedrag zou moeten vertonen, maar Durlacher lijkt eenvoudigweg niet in staat te zijn in de huid van iemand anders te kruipen. Ze blijft altijd zichzelf.
In dit geval is ze dus een gek vrouwtje in Afrika. Jaap denkt bijvoorbeeld: 'Waar bleven kennis, literatuur, film, theater, als het lichaam zelf nauwelijks vooruit te branden was, half beneveld door bloedarmoede, of wankelend van de koorts, door aids? Als alle energie steeds maar moest uitgaan naar de acceptatie en rechtvaardiging van weer een nieuwe dode?' Dit klinkt toch wel heel erg als iemand die meende naar het Concertgebouw te gaan, maar ergens de verkeerde afslag heeft genomen.
In een nawoord vertelt Durlacher dat ze 'op uitnodiging van Artsen zonder Grenzen een bijzondere reis naar Ivoorkust' heeft gemaakt. Heeft Artsen zonder Grenzen die trip echt betaald? Dat geld had beter aan iets belangrijks besteed kunnen worden; nu is niet alleen de goede naam van Harry Mulisch bezoedeld, maar ook die van Artsen zonder Grenzen.
Die instelling wordt trouwens door Durlacher in haar boekje Dokters op Reis genoemd.
Stuitend.
|