donderdag 27 september 2007
Recensie: De perfecte koppijn van Herman Brusselmans
Door Arie Storm voor Het Parool
Op 9 oktober a.s. wordt Herman Brusselmans vijftig jaar. Bij Prometheus zijn ze vermoedelijk verstandiger dan bij De Bezige Bij. Er is geen sprake van geweest dat een groepje B-auteurs zich aan het werk zette om een eerbetoon te schrijven in de vorm van een novelle.
Dat is ook niet nodig: Brusselmans kan het nog allemaal zelf af; vlak voor zijn verjaardag is zijn nieuwe roman verschenen. Deze telt een kloeke 270 pagina's en is getiteld: De perfecte koppijn.
Ook De perfecte koppijn is weer een roman over het schrijven van romans. Dat is namelijk vrijwel altijd het hoofdthema van Brusselmans.
Net als in zijn vorige boek (Muggepuut) is dat nu heel letterlijk zo: het hoofdpersonage, Danny Muggepuut, is schrijver van beroep. Je zou De perfecte koppijn als een vervolg kunnen beschouwen, maar de roman is volstrekt zelfstandig te lezen.
'Danny moet worstelen om, in een poel van ellende die groter en groter lijkt te worden, het hoofd boven water te houden,' wordt gezegd op het achterplat. Die aanbevelingsteksten zijn bij Brusselmans zijn hele carrière al een feest; ze vormen een parodie op de blurbs van talloze andere, meer 'serieuze' romans.
Daarmee zijn we meteen bij de grote kracht van Brusselmans beland: hij laat zien hoeveel onzin we als lezers te verstouwen krijgen van zijn collega-auteurs. Bij Brusselmans heb je nooit last van valse emoties, politieke correctheid of uitgesponnen mooischrijverij. Daar steekt hij op een uitgelaten manier de draak mee.
Intussen kán Brusselmans trouwens wel prachtig schrijven. Let bij De perfecte koppijn maar eens op de manier waarop elk hoofdstuk wordt afgerond. Dat gaat bijvoorbeeld als volgt: 'Er zijn ergere dingen, dacht Danny. Veel ergere dingen. De ergere dingen maken de dienst uit. Hij bleef in de schaduw, want hij wilde die dag niet meer herkend worden. Kon ik maar verdwijnen, dacht hij, naar een plaats waar ik helemaal alleen ben, en voor de zekerheid ook onzichtbaar.' Einde hoofdstuk.
Dat verlangen van Danny komt niet uit de lucht vallen. De perfecte koppijn gaat, zoals gezegd, over het schrijven van romans, maar ook over het belang van de (on)zichtbaarheid van de auteur in onze moderne tijden. Zichtbaar moet je als schrijver zijn, en dan vooral graag op een prettige en warme manier, omdat dat goed is voor de verkoop van je boeken. Onzichtbaarheid is belangrijk omdat je anders niet in alle rust je werk kunt doen.
Brusselmans werkt deze tegenstelling geestig, maar uiteindelijk ook bijzonder serieus uit. Danny wordt bijvoorbeeld voortdurend op straat aangesproken en herkend. En in plaats van dat hij echt vordert met het werk aan zijn nieuwe roman is hij bezig met de organisatie van de feestelijke presentatie van de vorige. Bovendien staat hij er daarbij op een gegeven moment helemaal alleen voor. Van zijn uitgever krijgt hij te horen: 'Het gaat niet zo goed met de uitgeverij, Danny. Er moet bespaard worden. Een pr-verantwoordelijke is duur. Vanaf nu moeten de schrijvers hun pr zelf maar doen.'
Hier raakt Brusselmans trouwens wel heel dicht aan de hedendaagse realiteit.
Alles valt in deze roman samen door de biografische belangstelling die erin aan de dag wordt gelegd. Van elk personage krijgen we een kortere of langere biografie te lezen.
Het punt dat Brusselmans al grappend en grollend maakt, is duidelijk: het gaat er tegenwoordig niet meer om wat voor roman een schrijver heeft geschreven of wat voor cd een musicus heeft gemaakt, nee, er wordt alleen nog gekeken naar het privéleven van de kunstenaar. Biografische info willen we hebben, achtergronden, kortom: we willen de kunstenaar zien als mens.
Ironisch genoeg heeft de roman waaraan Danny Muggepuut in De perfecte koppijn werkt en waarin hij hopeloos vastloopt, de volgende titel: De koekeloerders.
Die Brusselmans is zo gek nog niet.
Ik wens hem een rustige verjaardag toe zonder al te veel malle feestjes en bijeenkomsten, zodat hij fijn kan doorschrijven.
|