dinsdag 18 september 2007
Recensie: Vladiwostok! van P.F. Thomése
Door Frank Poorthuis in De Pers
We zijn De Pers niet begonnen om mensen af te kraken. Anderzijds zien we het wel als onze taak eens een ander geluid te laten horen wanneer dat nodig is. Dat is nu. Als u toevallig van plan was het boek Vladiwostok! van P.F. Thomése te kopen: bedenk u nog een keer.
De schrijver heeft een uitgekiende ronde langs de landelijke talkshows gemaakt waarin hij zelf ook hoog opgaf van zijn laatste product. De uitgever adverteert met de meest uitzinnige aanprijzingen van recensenten uit het literaire wereldje. Maar ik kan niet anders concluderen dan dat ze elkaar, zoals zo vaak, weer geweldig aan het napraten zijn.
P.F. Thoméses boek Vladiwostok! is met recht een kutboek te noemen. En ik durf dat te zeggen omdat ik het wel heb uitgelezen en ook een beetje verstand heb van literatuur en de Haagse politieke mores.
Thomése beweert in Vladiwostok! satire te bedrijven. Maar hij vergist zich. Het is een zeldzaam eendimensionaal schrijfsel, dat nergens een glimlach oproept over een venijnige dubbele bodem. Een eerste vereiste in dit genre, lijkt me.
De plot? Thomése probeert ons mee te nemen in de wereld van politiek en showbusiness. Hij vertelt van twee vrienden, de een aankomend Kamerlid, de ander spindoctor. De politicus komt in problemen door een ongelooflijk voorval in het buitenland. Een domineesgezin wordt afgemaakt door inboorlingen. Het Kamerlid-in-spe is lid van een commissie die zich er bij de behandeling van de zaak met een jantje-van-leiden heeft afgemaakt. Hij wordt daarover in een talkshow ondervraagd en maakt een zo slechte indruk dat zijn hele politieke achterban hem als een baksteen laat vallen.
De spindokter dreigt kapot te lopen in zijn huwelijk door buitenechtelijk gedoe. Hij heeft een bastaarddochter van twintig die hem opwindt, en een zoontje van vier dat hem week maakt. Zijn vrouw heeft van beide geen weet, maar adopteert uiteindelijk het laatste kind. Wow!
De schrijver wist voor deze idiotie geen fatsoenlijk eind te bedenken, waardoor het boek in een keer je handen uit glibbert. Thomése slaagt er nergens in de schijn te wekken dat hij de werelden van zijn twee hoofdpersonen kent.
Maar erger nog is dat elke zin, elke gedachte in Thoméses armzalig geschapen wereldje en de hersens van zijn hoofdpersonen draait om het gat in de andere sekse. Het is onzin om te beweren dat we ook hier satire zien. Platter is het zelden vertoond. Vergeleken met Vladiwostok! is zelfs Ik Jan Cremer een meesterwerk.
Ik kan niet anders concluderen dan dat een gewaardeerd schrijver zich een keer heerlijk heeft afgedroomd achter zijn schrijfmachine, en alle vieze en vunzige taal die hij slechts onder de lakens van het echtelijk bed of zelfs daar niet durfde bezigen, op papier heeft gezet. Niks literatuur, ammehoela satire. Buitengewoon armzalig studentenproza.
|