zaterdag 27 oktober 2007
"Het Fonds helpt schrijvers echt"
Door Sylvia Dornseiffer, directeur van het Fonds voor de Letteren
Er is een Prijs der Nederlandse Letteren en er zijn oudere schrijvers, beeldend kunstenaars, acteurs, regisseurs en dansers die amper de eindjes aan elkaar kunnen knopen.
Het is mooi dat Bart Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, broedt op een plan om deze kunstenaars te steunen. Het werd tijd, zou ik zeggen, nu het Fonds voor de Letteren meemaakt dat Vlaamse schrijvers zich tot ons wenden met de vraag om in aanmerking te komen voor een eregeld - een jaarlijks bedrag van 7.500 euro dat uitsluitend oudere schrijvers èn vertalers met een belangrijk oeuvre toekomst. Daarvoor is een budget beschikbaar van 180.000 euro, er zijn dus veel wachtenden voor u!
Vorig jaar kon zulk eregeld nog worden toegekend aan Maarten Biesheuvel die, omdat hij kort daarna de PC Hooftprijs (60.000 euro) won, nu kan genieten van een onbezorgde oude dag.
Twee weken geleden won de Antilliaanse schrijver Boelie van Leeuwen van het Fonds een oeuvregeld - een bedrag gelijk aan de hoogste onderscheiding in ons taalgebied die Jeroen Brouwers nu ten deel valt. Voor toekenning van een oeuvregeld in plaats van een eregeld wordt gekozen wanneer de leeftijd van de schrijver zeer ver gevorderd is.
Nu een generatie schrijvers en vertalers oud wordt, is dit budget van het Fonds voor de Letteren nodig aan herijking toe. Want dit betekent in de regel minder of geen publicaties, minder royalties, geen of weinig media-aandacht en dus geen inkomen. Behalve AOW is er geen of slechts een klein pensioen. Als het meezit kan met een eregeld in nette armoede verder geschreven worden, zoals Theun de Vries bewees.
Waar moet dat geld vandaan komen in een tijd waarin de literatuur als kunstdiscipline geen hoofdstuk waard is in de Cultuurnota van minister Plasterk? Daarin wordt bijna geen letter gewijd aan kunstenaars en als dat wel het geval is, alleen in termen van maatschappelijk nut. Alsof dat nut niet allang door ons lezers dagelijks wordt gevoeld en beleefd.
Nu Jeroen Brouwers het gewicht van de Prijs der Nederlandse Letteren op de agenda heeft gezet, wordt het Fonds overspoeld met vragen over de hoogte van beurzen die Brouwers sinds de jaren zeventig heeft ontvangen, over de stille armoede die er zou heersen onder schrijvers en de vraag hoe schrijvers rondkomen.
Uit een recente enquete onder aanvragers bleek dat 48 procent van de auteurs op jaarbasis niet meer dan 5.000 euro verdient met hun literair werk. Kijk, dan maakt een werkbeurs (in 2006 gemiddeld 22.000 euro) van het Fonds voor de Letteren het verschil.
En overigens vind ik dat de Prijs der Nederlandse Letteren acuut opgetrokken dient te worden naar 120.000 euro.
|