woensdag 3 oktober 2007
Het komt wel goed met die kinderboeken
Vandaag begint de Kinderboekenweek. Maar welk kind leest nog een boek? Kinderen chatten, mailen en gamen; aan een boek komen ze niet meer toe, zo hoor je overal. Maar recente onderzoeken laten een minder somber beeld zien. "Kinderen houden altijd behoefte aan goede verhalen."
Nour zucht. Hij is al bijna twee uur bezig met zijn boekverslag voor school. Buiten schijnt de zon. "Ik speel liever buiten met mijn vriendjes", zegt Nour Asamis, die bijna 11 jaar is. "Ik hou van tennis en van voetbal. En als het regent, gaan we 'voetballen' op de Nintendo. Lezen doe ik alleen in bed. Stiekem onder de dekens, als mama denkt dat ik al slaap.".

Het lezen van kinderboeken staat onder druk van internet en computerspelletjes, erkent Dick Schram, hoogleraar literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Toch vindt hij het belangrijk dat jongens als Nour boeken blijven lezen: "Een boek is een uniek middel om een kijkje in het hoofd van een ander te nemen. Het leert je om je in te leven in de emoties van anderen. Een boek roept een verbeelde wereld op, waar je je tijdelijk in kunt verliezen. Het prikkelt je fantasie. Kinderen die veel lezen, hebben vaak een betere emotionele ontwikkeling." Het medialandschap mag dan sterk zijn veranderd, Schram is niet somber over de toekomst van het (kinder)boek. "Er wordt nog ontzettend veel gelezen. Meer dan 60 procent van alle kinderen leest graag een boek. Mensen, en dus ook kinderen, houden altijd behoefte aan goede verhalen. Er is geen beter medium om je voor te bereiden op de wereld om je heen."
Vooral het lezen van non-fictie boeken is de laatste jaren afgenomen, stelt dr. Cedric Stalpers, docent aan de Universiteit van Tilburg: "Wie een werkstuk moet maken over Willem van Oranje, pakte vroeger een boek uit de bibliotheek. Nu tikken scholieren hun onderwerp in op Wikipedia of Google. Het lezen van verhalenboeken is al jaren stabiel. Er is niet zozeer sprake van ontlezing als wel van ontboeking. Digitaal wordt er nog altijd veel gelezen." Uit zijn promotieonderzoek uit 2005 over het leesgedrag van tieners tussen 13 en 18 jaar komt naar voren dat 44 procent lezen heel leuk vindt, 28 procent vindt het redelijk leuk, het hangt van het boek af, en 28 procent is niet meer te winnen voor het lezen van boeken. In zijn onderzoek ontdekte hij dat er wel degelijk zoiets bestaat als een 'lees-gen': "Er is een duidelijk verband tussen persoonlijkheid en leesgedrag. Je wordt eigenlijk als lezer geboren. Je hebt denkers en doeners. Een echte denker, die nieuwsgierig en fantasierijk is, zal sneller een boek pakken dan een doener die meer praktisch is ingesteld. Ook ouders spelen een belangrijke rol. Maar hun goede bedoelingen hebben weinig kans van slagen als er geen goede voedingsbodem is. Je kunt niet van iedereen een liefhebber maken."
Vijftien blijkt een cruciale leeftijd is als het om lezen gaat. "Rond het vijftiende levensjaar gaat een kind zich echt ontplooien, krijgt andere interesses, gaat op zoek naar een eigen identiteit. Kinderen gaan doen waar ze goed in zijn. Wie niet goed is in lezen, zegt het boek op deze leeftijd vaarwel. Want voor de strips - de enige boeken die ze überhaupt nog lazen - zijn ze dan te oud." Professor Schram valt hem bij: "Vijftien is een leeftijd waarop kinderen het druk hebben met schoolwerk, bijbaantjes en andere media als computers, televisie en radio. Het leesboek verliest het dan vaak van deze nieuwe concurrenten. Zeker als je vriendenkring iemand die leest als gek bestempelt." Een Kinderboekenweek kan nuttig zijn om het lezen te bevorderen, meent Schram. Probleem is dat veel tieners zich hier niet meer door aangesproken voelen. "Tieners voelen zich niet thuis tussen de 'lagere schoolkinderen' maar ook niet bij de volwassenen. Eigenlijk zou er speciaal voor hen een Tienerboekenweek moeten zijn. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat idee dwaalt al jaren rond. Maar zo'n boekenweek heeft ook altijd een commercieel tintje en de boekhandels willen er niet aan. Ze vinden tieners een te moeilijke doelgroep om de gok te wagen."
Ook Stalpers zou graag zien dat tieners apart worden aangesproken. Hij pleit voor een aparte hoek in boekhandel en bibliotheek met adolescente romans. Het is een van de aanbevelingen die hij doet in zijn onderzoek Het verhaal achter de lezer dat deze week is verschenen.
Andere tips zijn het gebruik van audiovisuele boeken zodat ouders met leesproblemen 'digitaal kunnen voorlezen'. Of hulp bij het uitzoeken van een geschikt boek, zoals volwassenen hulp krijgen bij het kiezen van een geschikte wijn. Deze 'boekproeverijen' op school voorkomen dat kinderen gefrustreerd raken en uit teleurstelling stoppen met lezen.
Ook hamert hij op veranderingen in het literatuuronderwijs. "Nog al te vaak wordt gekozen voor een autoritair systeem dat uitgaat van belangrijke boeken die je gelezen móet hebben. Ik kan me nog herinneren dat ik als tiener Nooit meer Slapen van W.F. Hermans moest lezen, ik begreep er niets van. Het is als levertraan: het is goed voor je, maar absoluut niet lekker. Ik zeg: laat een kind vaker kiezen wat het wil lezen. En dan kun je het daarnaast coachen om steeds een stapje hoger te zetten. Ik zie liever een kind dat met plezier Harry Potter leest, dan Mulisch met tegenzin. Een kind dat eenmaal is afgehaakt, krijg je niet meer terug. Eens verloren, blijft verloren." Juul (7) Lievelingsboek: 'GVR' van Roald Dahl "Zwemmen, skeeleren, steppen, knutselen, trampoline springen?" Juul somt op wat ze leuk vindt om te doen. Lezen komt niet in haar rijtje favorieten voor. "Ik vind het heel leuk om 's avonds voorgelezen te worden. Vooral sprookjesboeken van de Efteling vind ik mooi. Ik hou niet van spannende boeken. Daar ga ik eng van dromen en dan moet ik 's nachts bij mama in bed kruipen." Amin (6) Lievelingsboek: 'Griezelschool' van Francesca Simon Nog één verhaaltje. En als dat afgelopen is: nog ééntje? Amin kan geen genoeg krijgen van verhalen die hem worden voorgelezen. Zelf lezen kan hij al wel een beetje, maar dat is toch minder leuk dan voorgelezen worden. "Ik hou heel erg van spannende verhalen, en van hele grappige. Ik denk dat ik later best wel veel boeken ga lezen. Bijvoorbeeld boeken over dieren, liefst gevaarlijke dieren." Guus (8), Lievelingsboek:"Ik vind lezen best wel leuk, het ligt helemaal aan het boek. Ik lees het liefst informatieve boeken over dieren, verre landen of over de sterren. Elke keer als we naar de bibliotheek gaan, komen we weer met stapels nieuwe boeken thuis. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe alles in elkaar zit. En als ik iets wil weten, dan zoek ik het gewoon op in een boek." Nour (bijna 11), Lievelingsboek:'De griezelbus' van Paul van Loon - "Ik hou meer van voetballen dan van lezen. Toen mama mij nog voorlas vond ik lezen veel leuker. 'De kleine kapitein' en 'Sjakie en de chocoladefabriek' vond ik echt leuke boeken. Zelf lezen doe ik alleen 's avonds in bed. Dan lees ik graag spannende boeken, bijvoorbeeld van Paul van Loon. Stripboeken vind ik ook leuk, vooral Garfield is grappig." (door Monique Prins voor BN/De Stem)
|