woensdag 7 november 2007
Recensie: De eenzame snelweg van Hulst & Deleo
Over On the road wordt verteld dat Jack Kerouac zijn roman in 1951 in drie weken schreef, zonder noemenswaardige onderbrekingen, op een rol telexpapier. En toen hij het verslag over z’n reis dwars door de Verenigde Staten en de krochten van van zijn geest had voltooid, wilde geen uitgever het hebben. Te experimenteel, te ruw, te subversief. Pas in 1957 verscheen het als roman. Ingekort.
Vijftig jaar later kan de impact van On the road het best vergeleken worden met de eerste singles van Elvis Presley en een film als The wild one met Marlon Brando. Het boek ontsteeg in de jaren zestig de cultstatus en groeide uit tot een moderne klassieker waarin de ongepolijste stem van de na-oorlogse jeugd de Amerikaanse droom aan flarden schreeuwt.
Auke Hulst en Raoul Deleo trokken dit voorjaar in het spoor van Kerouac (1922 – 1969) door de Verenigde Staten een keerden terug met een nieuw verslag: De eenzame snelweg. Hulst (1975) nam de woorden voor zijn rekening, Deleo (1968) leverde illustraties gemaakt op een papierrol in een speciaal vervaardigd kistje. Ze begonnen hun reis op 10 maart in New York en eindigden 27 maart in San Francisco.

De eenzame snelweg is een fraai vormgegeven boek. Door de illustraties van Deleo op de bovenste helft van de pagina te plaatsen en door te laten lopen, roept de uitgave ongewild de Tom Poes-verhalen van Marten Toonder in herinnering. Doordat de tekst van de begenadigde stilist Hulst geen gelijke tred houdt met de tekeningen is het verstandig het boek minimaal twee keer te lezen: een keer voor Deleo en een voor Hulst.
Die laatste toont zich onmiskenbaar schatplichtig aan Kerouac, in ritme, toon en themathiek. Net als de hoofdpersoon in On the road worstelt Hulst met een achtergebleven liefde. Interessant is in dit verband dat hij vorig jaar debuteerde met een geslaagde roman waarin die thema’s ook al aan de orde kwamen. De eenzame snelweg is echter eerder een kruising tussen dagboeknotities en een reisverslag, dan een tweede roman.
De (potlood)tekeningen van Deleo doen denken aan illustraties die eind jaren zestig, begin jaren zeventig veelal in cultblaadjes en poptijdschriften werden afgedrukt – de geest van Robert Crumb en Will Eisner is nooit ver weg. Van kaders trekt Deleo zich weinig aan, hij mag graag engelstalige woorden gebruiken en voortdurend aan popcultuur refereren. Met een goed scenario moet hij een prachtige graphic novel kunnen maken.
Toch valt er wel iets op De eenzame weg af te dingen. Het duet van de onmiskenbare talenten is nadrukkelijk een ode, op den duur wordt een oorspronkelijk geluid gemist. De autoradio is vervangen door een iPod en het schrijfblok door een notebook, maar zelfs als na twee weken wordt besloten de route van Keroauc te verlaten, gebeurt dat geheel in de geest van diens spontaneous flow. Echt op eigen benen staan is er nog niet bij.
Jack zou het zo gewild hebben, zullen we maar denken.
(bron: Woestenledig.com)
|