donderdag 22 november 2007
Recensie: Siciliaanse vespers van Geerten Meijssing
door Arie Storm voor Het Parool
De nieuwe roman van Geerten Meijsing, Siciliaanse vespers, wordt voorafgegaan door twee waarschuwingen. Voorin het boek staat: 'Alle overeenkomsten met plaatsen, personen en situaties die in de werkelijkheid bestaan of bestaan hebben, berusten op toeval en kwade wil van de lezer.' Op bladzijde twaalf - we zitten dan eigenlijk al in de roman zelf - wordt deze waarschuwing gevolgd door de volgende opmerking: 'Ik heb uitsluitend voor de schrijverij geleefd: de werkelijkheid steekt bleek af bij de schriftuur.' De verteller legt uit dat voor hem iets pas echt tot leven komt wanneer hij het heeft verwoord; eerst dán wordt een en ander vastgelegd 'met een begin, midden en eind'.
Nogal wat lezers gaan, veronderstel ik, na deze waarschuwingen direct aan de slag om te kijken wie nú weer in deze roman voorkomen. Die lezers worden op hun wenken bediend. De ik-vertellende hoofdpersoon heet weliswaar Erik Provenier - het al vaker gebruikte alter ego van Geerten Meijsing - maar die heeft wel degelijk een eveneens schrijvende zus. En die heeft op haar beurt 'een verraderlijke vriendin', die hoofdredacteur is van het opinieweekblad Hollandse nieuwe. En daar werkt de in dit boek als 'nieuwe vriend' van Erik geïntroduceerde Jochem Suckert.
Alles combinerend en, niettegenstaande de waarschuwingen, details uit de werkelijkheid vergelijkend met die in het boek (en ook even afgezien van enkele cosmetische veranderingen), kom je op die manier redenerend op het volgende uit: Erik Provenier is Geerten Meijsing zelf, die zus is Doeschka Meijsing, de hoofdredacteur is Xandra Schutte, het weekblad, waarvan zij hoofdredacteur wás, is Vrij Nederland en de nieuwe vriend van Erik is de recensent Jeroen Vullings. Ja, het is een kleine wereld, de literaire wereld in Nederland!
Kan dit nu allemaal zomaar?
Laat ik eerst vaststellen dat voor de meeste lezers deze informatie wellicht helemaal niet zo interessant is. Die kennen alle achtergronden toch niet van Vrij Nederland en de personen die daar werk(t)en. Die weten evenmin of Geerten Meijsing werkelijk bevriend is geweest met Jeroen Vullings, een vriendschap die, als we dit boek mogen geloven, een onverwachte wending heeft gekregen, een wending die de intrige van Siciliaanse vespers voor een belangrijk deel vormgeeft (maar laat ik niet te veel over de plot van deze roman weggeven).
Uiteindelijk heeft Meijsing met zijn waarschuwingen gelijk: dit is een roman en het hoort eigenlijk niet dat je die ontraadselt door de gebeurtenissen die erin worden verteld, naadloos te reduceren tot de werkelijkheid. De elementen uit de werkelijkheid die Meijsing ge- of misbruikt, versterken de authentieke indruk van de roman: Siciliaanse vespers is een leesavontuur waarin je opgaat en waarin je gelooft. Dáár gaat het om.
Er wordt heel wat afgereisd in dit boek. Van het heden naar het verleden en weer terug. En, concreter, van Nederland naar Italië en ook weer terug.
Tijdens die reizen spelen twee relaties een belangrijke rol: de al genoemde vriendschapsrelatie tussen Erik en Jochem én de liefdes- c.q. seksrelatie tussen Erik en Elizabeth.
Jochem en Elizabeth groeien uit tot onvergetelijke personages. Elizabeth is een soort jeugdliefde van Erik en nu, nu zij veertig is en hij een man van over de vijftig, zien ze elkaar terug. Dat beschaafde leeftijdsverschil weerhoudt Erik er overigens niet van Elizabeth te introduceren op een wijze die herinneringen oproept aan de openingsalinea's van de roman Lolita van Vladimir Nabokov, namelijk als volgt: 'Iedereen uit het uitgaansleven kende haar als Wolf, ze noemde zichzelf Lee, ze heette Elizabeth, was in haar jeugd Betty genoemd en had dat op tijd veranderd in de androgyne roepnaam.'
Hoeveel Meijsing ook uit de werkelijkheid heeft geput, hij heeft zich, zo blijkt - en er zijn meer voorbeelden van aan te wijzen - evenzeer laten inspireren door allerlei literaire teksten.
Hoe dan ook: Meijsing heeft een overtuigend en geheel eigen warmbloedig universum gecreëerd. Dit is het echte schrijven en verdichten. Maar ik moest af en toe wel stiekem lachen om het venijn. Zo veel kwade wil heb ik soms toch wel. (bron: Het Parool)
|