vrijdag 16 november 2007
Susan Smit: 'Geld, macht en status zijn surrogaten'
door Annemart van Rhee voor het Algemeen Dagblad
Mediahype, columnist, heks, auteur en oh ja ex-model. Susan Smit (33) presenteert maandag haar tweede roman Wat er niet meer is. ‘Een decolleté degradeert niet. Schrijven en sensualiteit kunnen naast elkaar bestaan.’
Heleen van Royen, Saskia Noort, Susan Smit. De mooie schrijfster als popster. Is het een trend? ,,Ik weet niet wat het is. Van Royen is natuurlijk een heel bijzonder portret en het laatste dat ík moet doen is ‘ja’ zeggen tegen de Playboy. Dan ondergraaf ik alles waar ik voor sta. Maar je ziet me deze maand wel in een sexy fotoreportage voor het mannenblad JFK. Er is nogal veel huid te zien en de sfeer is rafelig met een rauw randje. Dat past bij het boek. Tijdens de shoot komt mijn modellenverleden naar boven, wil ik laten zien wat ik kan en dan pak ik die jarretelgordel en dat bh’tje automatisch aan.’’
Is dat dan niet op het randje, wanneer je je vooral wilt profileren als serieuze schrijfster? ,,Ik heb geen publiciteitsplan en het is geen imagokwestie. Ik wil aantonen dat sensualiteit en het schrijven van beschouwelijk proza naast elkaar kunnen bestaan. Dat is mijn statement. Een decolleté degradeert niet. Hoge hakken en je vak goed uitoefenen hebben niets met elkaar te maken. Ik weet wel dat ik zo’n sexy fotoreportage voorlopig uit de weg ga, want zo’n beeld is zo krachtig, daar kun je geen boeken tegenop schrijven.’’
Jouw uiterlijk in de literaire wereld: een lust of een last? ,,Het is soms heel ironisch. Ik vermoed dat ik vanwege mijn uiterlijk regelmatig een aanbod krijg om programma’s op televisie te presenteren. Dat is leuk, maar het zijn vaak onderwerpen waarvan ik denk: veel te oppervlakkig entertainment. De zwaardere dingen krijg ik niet, omdat ik een jonge vrouw ben. Of zoals een dikke Duitse uitgever laatst op de Frankfurter Buchmesse zei: ‘wat voor inzichtjes denk jij dan wel niet te hebben op jouw leeftijd?’ Een totaal misverstand dat je ouder moet zijn om je met literatuur bezig te houden.’’
Je non-fictie is lichtvoetiger. Wat er niet meer is draait om dood, (onbereikbare) liefde, eenzaamheid. Vanwaar die zware thema’s? ,,Ik durf het nu over wezenlijke dingen te hebben, de grote kwesties van het leven. Ik wilde de vraag beantwoorden: wat is liefhebben? Want liefde is echt dé verrijkende én ontwrichtende kracht van het bestaan. Iets wat alles op zijn kop zet en waarvoor je alles in de waagschaal stelt. Ook wanneer het platonisch is. Begeren is namelijk net zo belangrijk als beminnen. Ik bedoel: Casanova had één vrouw nooit bezeten en juist zij bleef door zijn hoofd spoken. Smachten kan mooi zijn, het is een hele sterke kracht.’’
Heb jij in de liefde dan heel erg gesmacht? ,,Ik heb een relatie met een piloot. Wanneer hij weg is, is hij ook heel ver weg. Voor langere tijd, aan de andere kant van de wereld. Dan rest je weinig meer dan sms’en en een verzameling eenzame nachten. Natuurlijk weet ik dat hij terugkomt, maar dat maakt de dynamiek van het verlangen er niet anders op. Op belangrijke momenten voor mij is hij er niet. Ik vind dat wel mooi, dat weemoedige.’’
Je ik-persoon is een man. Hoe anders moet je gaan denken om de verschillen tussen man en vrouw te overbruggen?
,,Ik denk dat die verschillen worden overschat. Dat er juist meer overeenkomsten zijn. Ik bewonder mannen om hun eigenzinnigheid. Ze passen zich niet aan en het oordeel van anderen kan hen minder schelen. Vrouwen willen worden aardig gevonden en hebben last van behaagzucht. Mannen kunnen ook respect afdwingen door te laten zien dat het goed met ze gaat. Terwijl vrouwen juist de neiging hebben zich kleiner te maken om geliefd te worden. Jezelf wegrelativeren zodat je niet bedreigend bent en je kwetsbaarheden tonen, dat is de lijm die vrouwenvriendschappen bijeenhoudt. Uiteindelijk willen we echter allemaal beminnen en bemind worden. Iedereen is enkel op zoek naar pure liefde. Geld, macht, status, roem; het zijn slechts schamele surrogaten.’’
Je hebt het over behaagzucht. Wat zijn jouw mindere kanten? ,,Dat ik narcistisch ben. En monomaan. Wanneer ik schrijf heb ik weinig behoefte aan anderen. Vrienden die me bellen, bel ik gewoon niet terug. Ik laat mijn moeder twee weken niets van mij horen, terwijl ik weet dat ze daar verdrietig om is. Als ik eenmaal in mijn verhaal zit, is de werkelijkheid minder urgent. Ik zoek pas weer contact met mensen op het moment dat het mij uitkomt.’’
Groots en meeslepend zijn sleutelwoorden in jouw roman. Leven Nederlanders volgens die begrippen? ,,Te weinig. Wij hebben de neiging de boel dicht te timmeren en ons vast te klampen aan schijnveiligheden. Hypotheek, pensioen, vaste baan. Daardoor sta je angstvallig in het leven, terwijl het soms verstandig is om niet verstandig te zijn. Ik neem voortdurend beslissingen die voor mijn gevoel kloppen, maar waarvan een ander zegt: ‘hoe kun je dat doen?’ Ik heb geen pensioen, wijs programma’s af waarmee ik geld kan verdienen en ik woon in een schoenendoos waaraan ik me helemaal scheel betaal. Voor hetzelfde geld kan ik een groot huis verder uit het centrum van Amsterdam krijgen. Maar ik heb gekozen voor de Jordaan en de schrijfbaarheid van het appartement: het is er stil en licht.’’
Vind je het belangrijk wat oudere schrijvers van je werk vinden? ,,Ik wou dat ik kon zeggen: ‘nee’. Toch is het absoluut ‘ja’. De mening van Esther Verhoef, Saskia Noort en Kluun stel ik op prijs, maar wanneer Arthur Japin, Jan Siebelink of Connie Palmen zeggen wat ze er mooi aan vinden, raakt me dat ontzettend, omdat zij al zoveel prachtige dingen hebben gemaakt. Ik heb ontzag voor ze en dan betekent commentaar heel veel.’’
Wat er niet meer is is vanaf volgende week verkrijgbaar.
|