vrijdag 9 november 2007
Tv-serie rond In Europa zondag in première
Door Maud Effting voor De Volkskrant
‘Mijn kinderen van 18 en 20 zijn helemaal niet zo geïnteresseerd in geschiedenis. Maar toen ze de eerste aflevering zagen, zaten ze met open mond te kijken’, zegt eindredacteur Roel van Broekhoven.
Hij maakte samen met een aantal VPRO’ers In Europa, een documentairereeks die aan de hand van de gelijknamige bestseller van Geert Mak de geschiedenis van Europa in de vorige eeuw beschrijft. De serie bestaat uit 35 delen, en is waarschijnlijk de langste documentairereeks die in Nederland is gemaakt.
Het geld – 3 tot 4 miljoen – kwam er vooral vanwege de bekendheid van Geert Mak. ‘Als we hadden gezegd dat we 35 documentaires over Europa gingen maken, waren we waarschijnlijk weggehoond.’ Nu had hij een publiekstrekker: In Europa van Mak won in 2004 de NS Publieksprijs, en was het best verkochte Nederlandse boek dat jaar.
De makers zochten naar persoonlijke verhalen om de geschiedenis te vertellen. Ze vonden bijvoorbeeld een achternicht van Hitler, en de kleinzoon van Franz Ferdinand, wiens dood de Eerste Wereldoorlog ontketende. ‘We focussen niet op jaartallen’, zegt Van Broekhoven, ‘maar op wat mensen meemaakten. Hoe voelde het? Welke keuzes maakten ze?
‘Zo hebben we het bedrijf gevonden dat de verbrandingsovens leverde voor concentratiekamp Buchenwald in de Tweede Wereldoorlog. Eerst waren die ovens voor dode tyfuspatiënten, maar dat werd geleidelijk anders. Niettemin bleven die installateurs er aan sleutelen – dat is toch eigen aan technici. Op een gegeven moment hadden ze de ovens zelfs zo goed afgesteld dat er geen brandstof meer nodig was; ze brandden 24 uur per dag op het vet van de lijken. We spraken de zoon van de bedrijfsleider; heel indrukwekkend. De vraag bekruipt je: wat zou jij gedaan hebben? Het is niet zo zwart-wit als het lijkt.’
Ze volgden het boek van Mak, maar zochten wel eigen verhalen. ‘Mak praatte veel met schrijvers, maar dat laat zich niet goed vertalen op tv. Zo’n 80 procent van de mensen die we spreken, is anders. Wij konden ook veel meer research doen. We stonden gewoon een dag bij het graf van Hitlers ouders, en toen ontmoetten we ineens zijn achternicht. Mak was er maar een half uurtje geweest. Hij zei: ik ben jaloers op wat jullie allemaal boven tafel krijgen.’
Volgens Van Broekhoven gaat het na tijden van ellende beter met de VPRO. ‘Natuurlijk zijn we traag en zelfgenoegzaam geweest, maar we hebben ook de wind tegen gehad. De publieke omroep dreigde te infantiliseren. Netcoördinator Ton F. van Dijk was erg van de kijkcijfers. Geen man van de publieke taak zoals ik die voor ogen heb. De VPRO heeft nóóit gescoord, behalve met Van Kooten en De Bie, en ineens waren we de risée van de klas. Gelukkig slaat de sfeer hier om. De hoofdredactie staat niet meer als een mokkend kind in de hoek. En de rest van omroepland beseft nu ook dat de publieke omroep een taak heeft die verder gaat dan alleen een groot publiek bereiken. Je moet programma’s durven maken die er toe doen.’
|