donderdag 13 december 2007
Recensie: Pizzamaffia - Khalid Boudou
Door Mieske van Eck voor Het Parool
Pizza's: het verrassende en exotische is daar natuurlijk allang van af. De pizza heeft zich bijna ontwikkeld tot volksvoedsel nummer één. Wie zich rond etenstijd op straat waagt, wordt van alle kanten belaagd door snelle pizzakoeriers, die 'de weg warm houden', om met Khalid Boudou te spreken.
Boudou had in 2002 meteen een verrassend succes met zijn debuutroman, Het Schnitzelparadijs, over een afwasser in een groot restaurant. Hij won met het boek een Gouden Ezelsoor en de verfilming trok volle bioscoopzalen. Ook de opvolger, de politieke satire De president, werd verfilmd.
Nu ligt de derde roman van Boudou (1974) in de winkel, Pizzamaffia, een even grappig als ernstig verhaal over het wel en wee van een jongen die tegen wil en dank pizzaverkoper wordt. De verfilming staat al vast en als het goed is, is de film vanaf november volgend jaar te zien in de bioscoop.
Zijn twee eerdere boeken waren bedoeld voor volwassenen en hoewel ook deze roman voor veel volwassenen lekker leesvoer zal zijn, richt Boudou zich vooral op jongeren van rond de zestien jaar.
Brahim is middelbare scholier en doet het redelijk goed op school, totdat zijn vader hem na een familieruzie het lot van hun pizzarestaurant in handen legt.
Vanaf dat moment raakt Brahim steeds meer de greep op zijn leven kwijt. De pizza's maken hem bijna gek. Zijn oom en neef openen vlak in de buurt een eigen pizzazaak en er ontstaat dan een moordende concurrentie, waarin geen vuile streek wordt geschuwd. Brahim moet steeds harder werken, waardoor de relatie met zijn vriendin Alice onder druk komt te staan.
Pizzamaffia is raak en snel geschreven en bovendien een lofzang op de betere pizza. Het boek schetst een grappig beeld van de manier waarop pubers voelen en denken, maar gaat vooral ook over familiebanden, trouw, verraad, liefde en eer.
|