maandag 21 januari 2008
Joost Zwagerman wint Gouden Ganzenveer
Schrijver, dichter en essayist Joost Zwagerman heeft de Gouden Ganzenveer gewonnen. Dat maakte de jury, met als voorzitter Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, gisteren bekend.

De jury lauwert Zwagerman als spraakmakende en veelzijdige schrijver „met een sterk gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid, als essayist, columnist, debater, presentator en als bruggenbouwer tussen kunst, literatuur en samenleving”. Ook zijn bloemlezingen van de Nederlandse en Vlaamse literatuur oogsten veel lof.
De jaarlijkse prijs, uitgereikt door de Academie De Gouden Ganzenveer, wordt toegekend aan een persoon of instituut met grote betekenis voor het geschreven of gedrukte woord in Nederland.
Op 17 april vindt de uitreiking aan Zwagerman plaats. De prijs bestaat uit een ganzenveer van goud en een jaar lang erelidmaatschap. De prijs ging onder andere naar het Cultureel Supplement van deze krant, en naar Michaël Zeeman, Jan Blokker, Kees van Kooten en Maria Goos. Tom Lanoye was de eerste buitenlander die geëerd werd met de Gouden Ganzeveer.
Joost Zwagerman is „Ja, ik ben er best wel blij” met de prijs. En niet alleen hijzelf is vereerd, „ook mijn voorgangers mogen zich zeer vereerd voelen dat ik in het rijtje kom te staan.” De gouden veer – op een sokkeltje – die hij uitgereikt krijgt, komt waarschijnlijk bij zijn oudste zoon in de kast, „die houdt nogal van bling bling”.
De voordracht die hij bij de uitreiking in april zal geven, is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Maar hij wil wel alvast een tipje van de sluier oplichten.
„Mijn toespraak, en het onderwerp dat de Academie gaat bediscussiëren, gaat over de ambivalente gevoelens van de intellectuele elite ten opzichte van mensen uit het buitenland die succesvol zijn”, legt hij uit. „Zo lang mensen als Ayaan Hirsi Ali ziek, zwak en misselijk zijn, is er niets aan de hand. Maar zo gauw ze ons de les gaan leren, worden we pissig. In Nederland gaat het toch al snel volgens het gezegde dat wat boven het maaiveld uitsteekt, weggemaaid moet worden.” (uit het NRC Handelsblad)
|