donderdag 31 januari 2008
Recensie: Over de liefde - Doeschka Meijsing
door Karin Overmars voor Het Parool
In Over de liefde, de nieuwe roman van Doeschka Meijsing, wordt de vrouwelijke hoofdpersoon door haar geliefde, ook een vrouw, in de steek gelaten voor een man.
Het zou een beetje kinderachtig zijn om te doen alsof die intrige uit de lucht komt vallen, dus laten we maar meteen vaststellen dat Pip, de vertelster, het alter ego is van Doeschka Meijsing, terwijl haar overspelige ex-geliefde Jula model staat voor Xandra Schutte, oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland. In de roman doet zij iets belangrijks bij de radio.
Meijsing draait er in dit boek niet omheen. Het is zoals het is. En dus heeft Jula de blonde krulletjes en de stralend blauwe ogen van Xandra Schutte, en is haar minnaar een moegestreden figuur 'op het randje van verlepping', achter wie de onlangs gestorven oud-Weekbladpersuitgever H.J. Schoo schuilgaat.
Het is voor de lezer onbelangrijk om te weten wie deze mensen zijn, maar het zegt wel iets over de intentie waarmee deze roman is geschreven. Meijsing laat alle maskers vallen. De tijd van flauwekul is geweest, lijkt de boodschap. Pip heeft niets meer te verliezen. Het allerbelangrijkste - haar geloof in de liefde - is haar al afgenomen.
Een raadselachtige dvd, daarmee begint het allemaal. Pip vindt de dvd in haar brievenbus - een documentaire over de jappenkampen - en kennelijk bevat die een boodschap voor haar. Op het tv-scherm herkent zij tot haar verbijstering haar eerste grote liefde, Buri Vermeer, of 'mevrouw Vermeer', haar voormalige gymlerares. De beelden leiden haar terug naar haar jeugd, en naar die eerste hardnekkige verliefdheid - een liefde op afstand, diep geheim en onbeantwoord. En nu, ruim veertig jaar later, slaat de verliefdheid opnieuw genadeloos toe. De oude pijn en schaamte krijgt ze er gratis bij.
Bovenop die ándere schaamte, die voortkomt uit het gevoel een verliezer te zijn: 'De schaamte om het beeld van de arme, eenzame, homoseksuele vrouw met wie men te doen had: zó zijn en dán nog verlaten worden.' Bovendien heeft haar geliefde twee jaar 'een perfide dubbelleven' geleid. En natuurlijk was zij de enige die van niets wist.
Dankzij een even toevallige als bizarre samenloop van omstandigheden - Pip raakt betrokken bij een ernstig ongeluk met een cementwagen, ze ondergaat een hersenoperatie waaraan zij 'een gat in haar geheugen' overhoudt - komt het na veel omtrekkende bewegingen tot een ontmoeting met Buri Vermeer. Eén gat in haar geheugen is daarmee gedicht. Het tweede gat, simpelweg aangeduid met 'de Liefde van Jula', blijft open.
Over de liefde is nog het beste te omschrijven als een vlechtwerk van fictie, persoonlijke bespiegelingen en autobiografische elementen. Er wordt in dit boek veel overhoop gehaald en onderzocht. De homoseksuele liefde wordt een gehonoreerde afwijking genoemd: 'Omdat, en daar kwam Schopenhauer om de hoek kijken, de aantrekkingskracht tussen twee tegengestelde geslachten niets anders was dan de wil tot macht van het nageslacht. De komende generatie roept u, zij wil geboren worden - zo en zo alleen zat de schepping in elkaar.'
De herinneringen buitelen over elkaar heen. Pip denkt niet alleen terug aan de idyllische tijd op het meisjeslyceum, maar ook aan oude liefdes, overleden vrienden, haar ouders, vakanties, het Italiaanse familiehuis dat zij met haar drie broers bezocht.
Meer nog dan aan de geraffineerde vorm dankt Over de liefde zijn kwaliteit aan de stem van Pip die ernaar verlangt als 'een halfonverschillige' door het leven te gaan, maar dat is haar niet gegeven. De pijn om haar verloren liefde maakt haar weerloos: 'Iemand die om je lacht, waarderend, liefhebbend, dat was het mooiste wat ik in mijn bezit had gehad, daar gaf ik mijn paard en mijn koninkrijk voor, dat was liefde. Dat had ik verloren.'
Dat is waar. Maar dit boek, dat ligt er toch maar. Het is ongetwijfeld een schrale troost, maar met Pip heeft Meijsing een onvergetelijk personage gecreëerd. Met haar knorrige scherpzinnigheid raakt zij de lezer vol in het hart.
|