zaterdag 23 februari 2008
Recensie: De Afrikaanse weg - Ton van der Lee
door Wim Bossema voor De Volkskrant
De hoogtepunten van het boek De Afrikaanse weg van reis-schrijver Ton van der Lee zijn de oude wijsheden die hij optekende uit de mond van mevrouw Chikulamayembe in Malawi. Zoals: 'Wie niet van modders houdt, moet niet om regen bidden.'
Van der Lee ontmoette haar bij toeval. Op goed geluk reed hij een dorpje binnen, weg van de gebruikelijke routes, en daar zat zij in een schommelstoel voor haar huisje. Het werd een vrolijke ontmoeting, waarbij de oude dame, na te hebben geïnformeerd of het waar is dat koeien in Nederland wel veertig liter melk geven, de reiziger trakteerde op een uurtje spreekwoorden.
'De grootste afstand ter wereld is die tussen het hoofd en het hart.' Het gezegde dat het dichtst bij het hoofdthema van De Afrikaanse weg komt is: 'Een rivier die zover stroomt dat hij zijn bron vergeet, bereikt de zee niet.'
Afrika is de weg kwijt en kan die terugvinden door bij de eigen cultuur en geschiedenis te rade te gaan, is de gedachte waarvoor Van der Lee bevestiging zoekt bij een keur aan 'gewone Afrikanen'. Afrika kan toch niet echt het Hopeloze Continent zijn? Van der Lee wil de mensen die hij tegenkomt vragen naar oplossingen. En zo kan de lezer meegenieten van ontmoetingen en gesprekken en van enthousiaste Afrikanen die in het klein van alles proberen om het leven beter te maken. Maar narigheid hebben ze ook vaak te vertellen. De problemen komen beter uit de verf dan de oplossingen. Gedurende de reis groeit het gevoel dat hij tegen beter weten in positief wil blijven.
Eigenlijk is het dilemma van Afrika en de Afrikaliefhebbers als Van der Lee nog steeds nog steeds te vatten in de twee bekendste Afrikaanse spreekwoorden, die ook mevrouw Chikulamayembe opzei. De ene is hoopvol: 'Geef een hongerige man een vis, en hij zal de hele dag eten. Geef hem een net en hij zal nooit meer honger hebben.'
De ander is somber en actueel: 'Waar olifanten vechten, wordt gras vertrapt.' (uit De Volkskrant)
|