Vingers van marsepein - Rascha Peper
Amsterdam, 1704. Na de dood van haar ouders wordt de tienjarige Bregtje opgenomen in het huishouden van haar oom Frederik Ruysch, een van de bekendste anatomen van zijn tijd. Ruysch heeft een unieke techniek ontwikkeld om menselijk weefsel te prepareren, een geheim dat anderen hem proberen te ontfutselen. Bregtje komt in aanraking met de concurrentie van haar oom en raakt verzeild in een geraffineerd spel van misleiding en wraak, dat haar leven ingrijpend verandert.
Drie eeuwen later, aan het begin van de 21ste eeuw, woont aan dezelfde Amsterdamse Bloemgracht, recht tegenover het huis van Bregtje, de tienjarige Benjamin. Van Frederik Ruysch heeft hij nog nooit gehoord, maar daar komt verandering in als hij met zijn vader naar Sint-Petersburg reist en oog in oog komt te staan met Ruysch' preparaten. De diepe indruk die deze op hem maken èn een heldhaftige daad geven zijn leven een nieuwe wending.
Hoeveel tijd er ook tussen de levens van de twee kinderen ligt, ze raken elkaar in hun gedachten over leven en dood, verlies en volwassen worden.
Vingers van marsepein is een originele, fijnzinnige roman waarin meesterverteller Rascha Peper zichzelf overtreft.
Rascha Peper (pseudoniem van Jenneke Strijland, 1949) verhuisde in de jaren 80 naar Wenen. Na publicatie van haar eerste verhalen in Hollands Maandblad en Tirade, zette ze zich aan het herschrijven van de roman Oesters omdat ze 'in alle valkuilen van een beginnend schrijver was getuind'. Rascha Peper schreef daarna vele romans, waaronder Rico’s vleugels, Russisch blauw (Multatuliprijs 1999) en Wie scheep gaat. Meest recent verscheen van haar hand de bundeling korte stadsverhalen, getiteld Stadse affaires.
|