zondag 23 maart 2008
Recensie: Julia - Otto de Kat
Door FranÇoise Ledeboer voor Het Parool
Niemand heeft de zelfmoord van Chris Dudok in de verste verte zien aankomen, maar zijn stap is onafwendbaar.
Otto de Kat beschrijft het leven van Dudok in Julia, zijn nieuwe roman, als de klassieke tragedie waarvan de noodlottige afloop bij voorbaat vaststaat.
De fabrikantenzoon, die gelukkig was op de boerderij van zijn grootvader, wil niets liever doen dan ontsnappen aan een uitgestippeld bestaan als opvolger van zijn vader. Het gevoel geketend te zijn begint in hevige mate te schrijnen als hij na zijn studie stage loopt in een machinefabriek in de Duitse stad Lübeck. In de fabriek ontmoet hij Julia Bender, dochter van toneelspelers. Haar broer Andreas is ook acteur; zelf is ze ingenieur.
Otto de Kat - pseudoniem van oud-uitgever en criticus Jan Geurt Gaarlandt - plaatst hun liefde in de duistere periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Andreas wordt opgepakt als hij bij het applaus na een voorstelling een groepje SA'ers bespot, en de directeur van de fabriek ziet zich gedwongen Julia de dag erna direct te ontslaan.
De wurggreep van Hitlers terreur op de verhouding tussen Dudok en Julia is desastreus. De Kat beschrijft de spanwijdte van hun onvoorwaardelijke verliefdheid prachtig; zó en niet anders horen geliefden van elkaar te houden. Maar na de verschrikkingen van de Kristallnacht - waarin ze eindelijk voor het eerst met elkaar naar bed gaan - stuurt Julia Chris veiligheidshalve terug naar Nederland. Ze verbiedt hem haar op te zoeken en zal zelf van zich laten horen. Maar de Tweede Wereldoorlog maakt dat definitief onmogelijk.
Beladen met schuldgevoel dat hij zich aan het verbod heeft gehouden, leidt Dudok vanaf zijn terugkeer een eenzaam leven. Hij trouwt met een vrouw die akkoord gaat met zijn wens geen kinderen te krijgen, en de herinnering aan zijn grote liefde drijft hem onontkoombaar richting de dood. (uit Het Parool)
|