BOEKENNIEUWS.COM
HET LAATSTE NIEUWS OVER NEDERLANDSE BOEKEN EN SCHRIJVERS


 

Abonneer je op de RSS-feed    via: Email / RSS

donderdag 24 juli 2008
Frans Pointl ergert zich snel aan mensen

door Nico de Boer voor BN/De Stem


Frans Pointl in de wandelgangen van Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, is een kattenman. Met vrouwen heeft hij aanzienlijk meer moeite. Foto: Cynthia Boll/GPD.

"Hoe het is om 75 te zijn? Tja", zegt de jubilaris, die twintig jaar geleden in één klap zijn naam vestigde met de prachtbundel De kip die over de soep vloog.
"Moeilijke vraag. De ene dag redelijk, de andere dag k.u.t."

Frans Pointl (Amsterdam, 1 augustus 1933), enig kind van een schilder en een Joodse pianiste, slaakt een korte zucht. Opgelucht dat de tocht van zijn sobere vrijgezellenwoninkje in hartje Amsterdam naar het statige grachtenpand van zijn uitgeverij is volbracht. "Ik moet alles in een rustig tempo doen, anders red ik het niet. Het komt door al die kwaaltjes en smerige medicijnen."

Hij moet er elf per dag slikken. "Geen Viagra, hoor. Dat overleef ik niet. Het is voor mijn hart en voor mijn hoofd. Arteritis temporalis. Een ontsteking aan een ader in mijn hoofd. Die hebben er ze eruit gehaald, en nu ben ik aan de Prednison. Vandaar dat ik zo'n dikke kop heb. Ik heb zelfs een pilletje tegen medicijnvergiftiging."

Maar moe of niet, hij steekt meteen van wal. "Ik was bij mijn vriendin in (de Rotterdamse wijk) Overschie. Liepen we over straat. Zij is 75, maar heeft vreselijk veel energie. Zegt ze: loop nou door! Zeg ik: ik kan niet verder. Daar moet je doorheen lopen, zegt ze. Ja, hoor eens, het gaat echt niet, zeg ik. Toen mijn lapjeskat moeilijk liep en we hier in Amsterdam koffie zaten te drinken, vroeg ze wat ik erger zou vinden, dat Vlek dood zou gaan of zij. Waarop ik uit de grond van mijn hart zei: Vlek natuurlijk! Had ik meteen slaande ruzie. Zij wilde uiteraard horen dat ik haar boven die kat stelde."

Pointl heeft met vrouwen een soort haat-liefdeverhouding, altijd gehad. Zijn moeder voorop, met wie hij na de oorlog op een kamer aan de Stalinlaan (nu Vrijheidslaan) in de hoofdstad woonde. Zij was door de oorlog zwaar getraumatiseerd. Ze vormde niet alleen de rode draad in zijn leven, maar ook in veel van zijn verhalen. "Vrouwen zijn moeilijk hoor", verzucht hij. "De meesten dan. Als je ruzie met ze hebt halen ze oude koeien uit de sloot", foetert hij. "Beginnen ze over toen je in 1992 dit of dat zei. Gaan ze allerlei zijwegen bewandelen. Denk ik: waar ging die ruzie nou eigenlijk over? Daar word ik wel moe van, hoor. Als ik vroeger niet een paar vrouwen aan de dijk had gezet, was ik allang overleden."

Frans Pointl heeft iets van een gemoedelijke kater. Maar pas op, net als zijn favoriete dier kan hij, zodra deze zich bedreigd voelt, genadeloos uithalen. "In het complex waar ik woon viel ik eens zo uit dat de betrokkene zei: Zo, dat had ik niet van jou gedacht. Je komt toch over als een timide mannetje. Ja, denk ik dan, kijk maar uit, je moet wel weten hoe ver je kunt gaan."

Zijn feestbundel Poelie de Verschrikkelijke staat in het teken van katten. Niet vreemd voor een kattenman, die veel over zijn geliefde dieren heeft geschreven. "Ik identificeer me altijd met een dier dat niet voor zichzelf kan opkomen. Die wil ik redden, daar wil ik voor zorgen. En het zijn altijd katten. Meestal vond ik ze op straat. Ik meldde ze daarna aan, maar er is nooit iemand een kat bij me komen halen."

Die passie voor katten heeft hij van kindsbeen af. Ze hebben zijn leven verrijkt, zegt hij. "Zwerfkatten hebben een sterke overlevingsdrang. Een kat is een einzelgänger, ondoorgrondelijk, niet slaafs. Een kat heeft ook niet graag een medekat in haar territorium. Het zijn eigenschappen die ik bij mezelf terugvind. En ik vind ze erg lief, vooral als ze op de stoelleuning komen zitten of naast de typemachine. Nu geloof ik niet aan een hemel, maar ik heb in een gedicht geschreven: lieve heer, als er een mensenhemel is, laat me er niet inkomen. Maar als er een kattenhemel bestaat, dan graag!"

Nee, een gezelschapsmens is hij nooit geweest. "Ik weet zelf dat ik niet een van de gemakkelijkste ben, maar mensen irriteren me zo gauw. Ik weet niet wat het is. Ik kan iemand niet te lang om me heen velen. Ik ben geen visitemens. Er komt ook nooit iemand langs, en als er iemand komt, voelt dat als een inbreuk op dat kleine wereldje dat ik zelf heb gecreëerd." Zijn beste kattenverhaal, dat vindt Pointl zelf ook, is Poelie de Verschrikkelijke, over een kat waarin, zo wordt gesuggereerd, Adolf Hitler is gereïncarneerd. "Vic van de Reijt (zijn uitgever, red.) zei: het einde vind ik het mooiste, met die zin Ik ben de enige Jood die heeft gehuild om Hitlers dood."

Behalve kattenverhalen bevat Poelie de Verschrikkelijke een royaal aantal gedichten. Pointl denkt dat hij in totaal zo'n honderd gedichten heeft geschreven, al zou hij zijn jeugdwerk uit de bundel Afscheid van laatste lente liefst uitgummen. "Er staat één goed gedicht in, de rest is verschrikkelijk. Ik vind ze zo huilerig. Ik schaam me er een beetje voor. Raar is dat hè?"


Laatste berichten:


(ADVERTENTIE)
Stiltekamer

Archief:

februari 2007 - maart 2007 - april 2007 - mei 2007 - juni 2007 - juli 2007 - augustus 2007 - september 2007 - oktober 2007 - november 2007 - december 2007 - januari 2008 - februari 2008 - maart 2008 - april 2008 - mei 2008 - juni 2008 - juli 2008 - augustus 2008 - september 2008 - oktober 2008 - november 2008 -


Schrijvers:

Boekensites:


Lifeloggers:


B© Copyright 2007, 2008. Alle rechten voorbehouden.
Boekennieuws.com wordt onderhouden door en is een initiatief van Ramon Stoppelenburg
www.watkanikvoorubetekenen.nl
Hosting door Linkgidshosting.nl