"Die zomer" - Wanda Reisel
Zaadvragende ogen
Ze waren met de metro naar het hotelletje in de rue Saint-Séverin gegaan dat Daaf, Dana’s oudere broer, had opgegeven. Het was niet duur, er was geen ontbijtzaal maar het lag wel midden in Quartier Latin, dicht bij alle zaakjes waar ’s avonds en ’s nachts onder de weerschijn van blauwige tl-verlichting Griekse en Algerijnse obers met loomgeile oogopslag in de deuropening hangen, overal reikhalzende mannen en goedgeklede rokende vrouwen op terrassen. Ze slenterden langs snikhete kotjes waar ze warme crêpes kochten, terwijl ze hun ogen uitkeken naar het uitgaansvolk. De straat van hun hotelletje kwam uit op de grote Boulevard Saint-Michel.
Nu ze er waren, met om hen heen lachende stelletjes met de armen om elkaars middel en flarden Simon & Garfunkel die uit een of ander etablissement woeien, vond Dana het moeilijk voor te stellen dat nog maar twee jaar geleden ‘tigduizend’ studenten of zo deze wijk hadden bezet - barricaden hadden opgeworpen, fik gestookt en straatstenen gegooid, er hadden keiharde straatgevechten plaatsgevonden - en dat zij hier nu rondhingen, beschenen door het blauwe en roze neon van exotische eettentjes, twee scholieren van zeventien die een beetje kosmopolitisch liepen te flirten met gewillige, tongklakkende Arabieren. Tessa, opgemaakt, felrode lippen, wees Dana telkens op een lekker ding op een terras. Ze vielen niet bijzonder op, er liepen daar meer meiden zoals zij, ze keken hun ogen uit. Ook slenterden er van die sportieve backpackers uit de Verenigde Staten of Australië, met forse bergschoenen, ballonkuiten, dijen en billen waarin en -omheen op onnavolgbare wijze een korte broek zat gedraaid en waar de jongens verlekkerd naar keken.
Die zomeravond in Parijs was zwoel, het was begin juli, 1970, en het zinderde in alle onderbuiken. ‘Michel! Je t'aime!! Moi non plus!’ riep Tessa ineens idioot uit midden op de Boul’ Mich en trok haar spijkerjasje wijd open, toonde vooroverleunend haar borsten door ze in een flits uit het laag uitgesneden topje te wippen, sloeg het jasje daarna meteen weer dicht en trok haar gewone gezicht. Mensen keken lachend of verstoord naar haar op. Ze vond het fijn om te doen, lekker provoceren en gillen in het Frans. Lefwijf, dacht Dana, jaloers op zoveel stoere onverschilligheid.
Dana en Tessa lagen in het gras te lezen met hun spijkerjasjes als kussen onder hun hoofd, zonnebrillen op. Een lome middag die traag voorbijtrok. Tessa las Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert en Dana Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Tessa las af en toe een grappige zin voor en zei dat zij wel wat op die Panda, het meisje uit dat boek, leek. Twee knappe Arabische jongens kwamen aangeslenterd en vroegen als binnenkomer wat de meisjes aan het lezen waren.
- La vie c’est verukkuluk, antwoordde Tessa. De jongens praatten haar na. - Kukkukukkuluk... - Inderdaad, zei Tessa. De jongens zegen neer op het gras en trokken grassprietjes. Ze keken naar de lezende Tessa en toen naar Dana, en vroegen wat zij las.
- Jamais dormir, par Guillaume Frederique Ermanowski...
De jongens schoven naderbij en vroegen of ze ook poëzie lazen, Rimbaud, Les fleurs du mal... Of ze wel eens kif hadden gerookt, hasjiesj... ze sisten de woorden scherp, tuitten hun lippen sensueel.
Ze waren erg geïnteresseerd in de meisjes, ze vroegen waar ze vandaan kwamen, waar precies, wat ze studeerden, wat precies, hoe ze heetten en of ze broertjes en zusjes hadden. Zijzelf vertelden dat ze studenten techniek aan de universiteit waren en oorspronkelijk uit Algerije kwamen. De ene had diepe groeven in zijn gezicht en een litteken op zijn kin, dat Tessa fascineerde. Dana schatte hem eind twintig maar hij zei dat hij drieëntwintig was, de ander eenentwintig. De oudste kroop op in de richting van Tessa, maar ze drongen zich niet echt op, weigerden zelfs een slok uit de dopfles Pinard. Na wat heen en weer gesmoesd te hebben in het Algerijns, vroegen ze heel beleefd of Dana en Tessa een keer met hen wilden eten, vanavond misschien, zij wisten een heel goed Tunesisch tentje in de Huchettebuurt. Dana en Tessa keken elkaar aan en knikten vaag naar elkaar. Oké dan, tot vanavond, om een uur of acht voor dat kleine theatertje in de rue de la Huchette, ze weten wel, waar al twintig jaar dezelfde voorstelling van Ionesco speelt.
Dana vond ze nogal belezen, die Arabische jongens. Tessa ging weer als een lome kat in de zon liggen lezen, op een bordje stond dat het verboden was la pélouse te betreden.
Tessa mompelde dat ze er nog vanaf konden als ze uiteindelijk geen zin zouden hebben, die jongens wisten toch niet waar ze logeerden, al was Huchette verdomd dicht bij hun hotel. Dana vond het wel spannend maar wilde afspreken wat ze zouden zeggen als ze na het eten niet van ze af kwamen. Tessa veegde die vraag weg als een vervelende vlieg, wie dacht daar nou over na? Dat zagen ze dan wel. Waar maakte ze zich druk om? Het was toch maar een vakantieflirt?
- We gaan ze eens flink lekker maken, die Arabische cowboys, zei Tessa met gesloten ogen. Hoewel ze de jongste wel iets liefs vond hebben, hadden ze alle twee slechte gebitten en Dana moest er niet aan denken dat ze met eentje zou gaan zoenen.
- Jij vindt dat aantrekkelijk, hè, zo’n pokdalige huid, zei Dana.
- Het heeft iets... ruigs, ja, die babyface is niks voor mij, zo’n watje. Vind jij dat wat?
Dana zoemde wat, maar gaf geen antwoord.
De jongens wachtten hen die avond in hun spijkerpakken op, voor het theatertje waar een verweerd bordje aangaf dat daar La cantatrice chauve van Ionesco speelde, Tessa en Dana wisten niet wat dat betekende, ‘de warme zangeres of zo’, zei Dana. De jongens rookten platte sigaretten die ze uitmaakten toen de meisjes er aankwamen. Ze schudden handen en zoenden vlug de wangen van de meisjes, de jongens een beetje verlegen. Tessa had zich, zoals te verwachten viel, flink opgemaakt. Dana hield niet van make-up.
Het was het tijdstip waarop toeristen op zoek gingen naar een pittoresk restaurantje, ze bestudeerden menukaarten naast de deur en poeierden de stoepiers met hun temende stemmen af. Dana en Tessa wisten zich beschermd en liepen achter de twee jongens aan die Arabisch met elkaar bleven praten. Toch kreeg Dana na een tijdje een unheimisch gevoel, alsof ze in een val aan het lopen waren en ieder moment een of ander duistere kashbasteeg in konden worden getrokken, een deur door geduwd en dan... praktijken die het daglicht niet konden velen... Het straatje was fris geboend en overvol met mensen, nog lege tafeltjes en schreeuwerige menuborden. De jongens draaiden zich om, die met de groeven en het litteken zei dat het hier vlakbij was en wees de straat verderop in. Het heette Nuit de Tunésie en had geen terras, tot teleurstelling van de meisjes.
- Wie heeft een terras nodig? vroeg de gegroefde retorisch, nam Tessa stevig bij de hand en leidde haar naar binnen. Zijn ogen glinsterden. Het bleek een gewone, groezelige pizzeria met houten tafeltjes, maar er hing een pittige etensgeur en zachtjes klonk er Arabische muziek. De jongens trokken beleefd de stoelen achteruit voor de meisjes en schoven ze aan als perfecte gentlemen. Ze riepen de ober en bestelden thee voor zichzelf en wijn voor Tessa en Dana en alvast een aantal kleine gerechtjes. ‘Je moet de Arabische keuken op je lippen proeven, het is als het voorspel met een mooie vrouw,’ vertelden ze met veel omhaal, alsof hun moeder en de profeet Mohammed zelf het voedsel voor dit bruiloftsmaal hadden bereid. ‘Hier, in dit tentje wordt authentiek gekookt.’ De jongere heette Arad, had mooie lichtbruine handen met smalle nagels, hij was verlegen en lachte ook minder dan de oudste, die Karim bleek te heten. Tessa trok haar topje niet naar beneden maar sloeg haar jasje opvallend zedig dicht. Op een koperen blad werden allerlei kleine gerechtjes gebracht, prachtig opgemaakt op stukjes geroosterd brood en in wijnbladeren gewikkeld, gegrilde groenten en kleine pittige pasteitjes; de wijn smaakte fluweelzacht, merkte Dana, die dacht dat alle rode wijn wrang smaakte en van je tong een lap zeemleer maakte, maar deze wijn bloeide open in je mond en prikkelde je neus met een zware druivengeur.
De jongens waren blij, zeiden ze, omdat ze met twee zulke knappe meisjes mochten dineren, en ze vroegen wat het doel van hun reis was. Tessa en Dana ontweken de vraag, Tessa zei snel dat ze bij een tante en een oom in de Dordogne gingen logeren en ze vroegen hoe het leven in Algerije was en hoe ze het in Parijs vonden en Dana wilde weten of ze meegedaan hadden aan de opstand van mei ’68 (nee, ze waren toen niet hier, ze waren in hun dorp in Algerije, bij hun ouders, ze hoorden er pas veel later van, toen het nieuwe semester weer begon). Er kwamen grote schalen op tafel met stukken gebraden lamsvlees en gestoofde kip met noten en dadels in onduidelijke sauzen die bedwelmend roken. Karim vertelde bevlogen en poëtisch over de gerechten en de geuren en kleuren van kruiden waarvan Tessa en Dana nooit gehoord hadden, en over de verschillen tussen Fransen en Algerijnen, en hij wist de meisjes tot slot op ingehouden toon te vertellen dat Arabieren veel lekkerder konden neuken dan Fransen omdat zij besneden waren. Hij kon het ze echt aanraden. Zijn gezicht raakte steeds meer ontspannen, hij lachte fel met zijn ogen, de jongere beaamde dat alles knikkend en lachend. Ja, ja, Arabieren, ze zijn sensueler, ze kunnen het langer, ze komen nooit te vroeg klaar en daardoor weten ze alles, echt alles, alle geheimen van het vrouwelijke geslacht, de manieren, die plekjes die vrouwen niet eens zelf kennen. Ze hadden van oudsher overgeleverde methodes en daarbij maakte Karim een tokkelend sensueel gebaar met zijn slanke vingers. Hij bood zichzelf en zijn vriend Arad aan om met ze te vrijen, hij beschouwde het als een eer om een jong meisje het summum van erotiek te laten ervaren.‘Het is een kunst, net zoals de Spanjaarden vinden dat stierenvechten geen sport maar een kunst is,’ zei hij. ‘Westerse mannen denken misschien dat het seksuele spel een sport is maar Arabische mannen weten dat het kunst is en kennen die als geen ander, lees onze eeuwenoude liefdespoëzie en je wordt er vanzelf opgewonden van, niet op een banale maar op een koninklijke manier,’ zei hij. Er ontstond een lacherige sfeer, het jasje van Tessa ging uit, ze zei dat ze het altijd warm kreeg van verhalen over koningen en prinsesjes, en het topje - of liever haar tweeling van gazellen die zich niet anders dan opdringen kon - trok zichtbaar de aandacht van de twee jongens. Tessa vroeg door over het besneden zijn terwijl ze op weinig mis te verstane wijze op een kippendij kloof. Nu werd Arad enthousiast en richtte zich tot Dana, terwijl zijn ogen toch niet van Tessa’s opgebolde borsten af konden blijven. Maar toen hij zag dat Dana dat zag, sloeg hij kuis zijn oogleden met de lange zwarte wimpers neer en begon verlegen met zijn vingers aan een hoopje couscous op zijn bord te plukken.
- Oké maestro, zei Tessa, alsof ze er genoeg van had en ging afrekenen. Ze schoof haar stoel met haar kont naar achteren, veegde haar vingers af, stond op en fluisterde Karim wat in zijn oor. Ze keek om naar Dana, gaf een knipoog en liep naar achteren, in de richting van de toiletten. Karim zat een beetje verbluft op zijn stoel en raakte het eten niet meer aan. Hij keek recht voor zich uit een niet-bestaand duister gat in en veegde zijn handen af aan een servet, zei toen kort iets in het Arabisch tegen Arad, die een plofachtig woord terugzei maar meteen erop lachte en onrustig op zijn stoel begon te schuifelen. Karim knikte quasi beleefd naar Dana, als een trotse krijger uit Ben Hur, en verliet de tafel terwijl hij zijn overhemd in zijn broek propte. Dana trok haar wenkbrauw op naar Arad, die zijn schouders ophaalde en als een kuise oosterse vrouw zijn geloken ogen met de lange donkere wimpers liet zien. Die vertederden haar. Hij keek op, wees op zijn ogen, daarna in de richting van de toiletten. Ja, ze ging naar Karims besneden geslacht kijken, zover had zij het ook door. Arad maakte een ootje van zijn vingers en maakte het neukgebaar dat elk kind kent, het stelde hem ineens hors concours. Het viel stil tussen hen, iets besmuikts daalde neer, en pas nu viel Dana het geroezemoes in de zaak op, die inmiddels bleek volgelopen met andere gasten en waar obers zwierig de ene na de andere koperen schaal aandroegen.
Dana vroeg Arad plichtmatig naar zijn studie en hij begon uit te weiden over natuurkunde en elektrotechniek, werktuigbouwkunde, begrippen waar Dana’s middelbareschoolfrans niet toereikend voor was, maar deze conversatie was tenslotte maar achtergrondmuziek bij de beelden die zich aan Dana opdrongen en die de expliciete scènes bevatten waarin Tessa en Karim op de aftandse wc de liefde met elkaar bedreven. En zoals vaker wanneer Dana over seks op toiletten nadacht, want op school deden die verhalen meer dan eens de ronde, vroeg ze zich af hoe je je in die beperkte ruimte moest bewegen en welke rol de wc zelf daar nu eigenlijk in speelde. Arad trok haar aandacht en wilde weten of zij in Amsterdam ook hasjiesj had gerookt, Dana zei dat bij hen hasjiesj geen probleem was, daar had je op de radio zelfs beursberichten voor zodat je je niet liet afzetten, en dat zij het spul wel eens rookte op een feestje maar dat ze er niet zoveel aan vond. Een eenzame trip vond ze het, ze verloor het contact met degenen om haar heen als ze gerookt had en ook vormde er zich een knellende metalen band om haar hoofd, daar moest ze van zweten en dan was de lol er wel zo’n beetje vanaf, dan moest ze weg van zo’n feestje, de buitenlucht in. Het alomtegenwoordige effect van het roken, de geroemde kosmische ervaring had gewoon geen vat op haar, het gaf haar, als ze eerlijk was, meer ongemak dan dat ze de kosmos een hand kon reiken en zich opgenomen voelde in het uitspansel, zoals de anderen. Arad onderbrak haar mijmeringen en zei dat hij graag een keer naar Amsterdam wilde komen om hasjiesj in het Vondelpark te roken en gratis met heel veel meisjes te vrijen, want hasjiesj maakte je zorgeloos. Hier in Parijs kon hij er wel aan komen maar het mocht natuurlijk niet in het openbaar, altijd in de beslotenheid van het studentenhuis en dan nog, de Franse politie was meedogenloos, je ging zo voor altijd terug naar je hondenhok in Algerije...
Karim kwam licht slingerend aanlopen en schoof in zijn stoel, hij zei met een bête glimlach iets tegen Arad, die meteen begon te glimmen.
- Dana, tu es belle, votre amie Tessa, elle est belle et très très bonne, vous êtes deux belles dames... vous, Dana, tu as un air si classique, si intelligente... Hij streek zijn olieachtige haar vergenoegd naar achteren en keek verlangend in de verte, waar Tessa pront aan kwam lopen. Ze zei geen woord tegen Dana, haalde alleen haar tong langs haar tanden en lippen en viel onmiddellijk aan op de schotel met lamskoteletjes, kreunde opzichtig toen ze haar tanden erin zette en lachte met vet glimmende mond naar Karim. Tessa tikte een paar keer onder tafel met haar knie tegen die van Dana om haar te laten merken dat ze zich niet in de steek gelaten hoefde te voelen, dat ze hier samen zaten en dat dat van daarnet op die wc een onbetekenend intermezzo was.
Nadat ze het eten voor de meisjes betaald hadden, wilden de jongens nog naar een dansgelegenheid maar de meisje wimpelden dat af, Arad gaf Dana eerst een handkus en daarna een tedere zoen op elke wang. Karim trok Tessa van hen weg en zo stonden ze dicht bij elkaar te praten, Karim een kop groter dan Tessa, hij drukte haar zachtjes tegen zich aan, haar oorlelletje masserend tussen zijn vingers. Tessa fluisterde hem wat in zijn oor.
- Heb je echt met hem geneukt op die wc? vroeg Dana toen ze tussen een stroom van uitgelaten mensen naar het café Les Deux Magots liepen.
- Welnee, joh, zei Tessa met een ernstig gezicht, alleen ‘maman fume une pipe’ gedaan. Ze moesten lachen en Dana probeerde zichzelf in het groezelige interieur van het wc’tje voor te stellen, maar dat lukte niet.
In Les Deux Magots was het vreselijk druk. Er hing een rookgordijn. Groepjes mensen zaten dicht op elkaar aan de tafeltjes te praten en iedereen rookte en dronk wijn of whisky. Het publiek was gemengd, een paar oudere mannen in pak en knappe gesoigneerde vrouwen met knopparels in de oren praatten druk en overheersten superieur. Hier en daar zat wel een jongere, maar het was overduidelijk dat Dana en Tessa de allerjongsten waren en de blikken die in hun richting gleden waren verwonderd maar geamuseerd. Ze bestelden café-crème en een nachtblauw pakje Gitanes maïs.
- Ik wilde, zoals je begrijpt, die besneden volbloed van hem wel eens zien en kijken of-ie er ongezadeld mee kon rijden, dus ik heb hem de wc in getrokken en zijn geval tevoorschijn gehaald en toen ik er maar twee ruks aan had gegeven ging-ie al steigeren. ‘Zoooo...’ zei ik tegen ’m, maar hij keek me alleen maar glimlachend aan met die geile krullenkop van ’m. En opeens kon ik ’m niet meer weerstaan... en toen begon hij me ook nog heel treiterig maar heel goed en ritmisch te vingeren, zo in de roos, zal ik maar zeggen, dat ik er gek van werd en ja, toen heb ik 'm dus maar van pijpelotje gegeven...
- Je liegt het...
Dana schoot in de lach. Tessa was iemand die niets en niemand au sérieux nam, zelfs haar eigen seksleven niet.
- O, je gelooft het niet?
Dana had van verbijstering over zoveel immoraliteit nog geen slok van haar café-crème genomen.
- Nee.
- Nou, ik ga anders wel morgenavond met ’m neuken, in het hotel, op onze kamer, ik hoop dat je dat goedvindt. Ik heb ’m gezien en nou wil ik zo’n besneden lul wel eens voelen, jij niet dan?
Bij de eerste slok die Dana nam was er een dik vel meegeglibberd dat zich nu zwevend in haar mondholte bevond. Ze voelde zich misselijk worden.
- Je kan wel meedoen als je wil, zei Tessa nonchalant terwijl ze haar haar gracieus naar achteren gooide. An offer you just can’t refuse, baby...
De koffie had ze nog steeds niet doorgeslikt omdat ze bang was dan ook het smerige vel naar binnen te krijgen, dus hing ze een beetje stom verschrikt boven die grote kop, in dubio of ze alles terug moest spugen of hoe ze van die weeïge sliert af kwam die op haar tong lag als een aangespoeld kwalletje in het plasje lauwe koffie achter in haar keel...
- Even serieus, waarom niet met z’n drieën? zei Tessa, die de suiker van de bodem van haar koffiekop schraapte en omstandig het lepeltje aflikte. Een man in een beige linnen pak sloeg haar gade, haar immorele uitstraling smaakte kennelijk naar meer.
- Volgens mij is het een meesterlijke en onvergetelijke ervaring om je door zo’n volbloed hengst te laten ontmaagden, Da... Ik krijg er echt zin in.
Juist toen Dana was begonnen het vel in haar mond naar voren te transporteren schrok ze zo van Tessa’s woorden dat het, zonder dat ze het wilde, toch langs haar huig haar keel in ontsnapte, gevolgd door een smakeloos golfje koffie dat koud door haar slokdarm naar beneden plensde. Ze was nu echt misselijk. Een vel op warme melk of een klont in de lammetjespap deden haar onmiddellijk kokhalzen. Ze zag zichzelf al hier, in Les Deux Magots, over de schoenen van die beroemde schrijvers en journalisten heen braken. En dan de schaamte over de penetrante kotslucht die van de schitterende granitovloer van dit etablissement in de neusgaten van die beroemdheden opsteeg, ze zou het niet overleven en halsoverkop het literaire heiligdom moeten verlaten, door een slap velletje vernederd, haar haren in bekotste slierten in en om haar mond gedraaid, en nooit, nóóit zou ze hier nog een voet kunnen zetten, omdat immers iedereen had gezien dat zij het was. Vanaf dat moment stond haar carrière als journaliste op het spel omdat iedereen er schande van zou spreken dat zij, haar naam werd genoemd, Dana Davidson, de glimmende Italiaanse schoenen van de hoogheilige Jean-Paul Sartre had bevlekt en ze voor eeuwig had geruïneerd...
Dana fixeerde zich op dansende lantaarnlichtjes in de verte. Ze liepen op de Boulevard Saint-Germain, silhouetten passeerden en dansten mee. Uit een bar klonk ‘In the summertime when the weather is hot’ van Mungo Jerry. Tessa praatte wel tegen haar, maar Dana hoorde het niet.
Ze kwamen aan bij het hotel waar Tessa en Karim morgenavond in hun hotelkamer zouden liggen wippen. Ze namen de lift. Ze zou haar kleren bij elkaar zoeken en de rugzak bij de deur zetten, zodat ze eventueel naar een andere kamer kon uitwijken. Ze had er weinig zin in maar ze zou zich heus wel amuseren ergens tussen negen uur en pakweg elf, het was morgen zaterdag, de bioscoop, een theatervoorstelling, een terras, de Seine, een café, een boekwinkel, een toevallig gesprek aangeknoopt met een student, een schilder of een schrijver... Ze zou zich alvast kunnen oefenen in het interviewen, want ze wilde na school journalist worden en artikelen gaan schrijven en over de hele wereld reizen om mensen te interviewen, ze hun diepste en zelfs voor henzelf verborgen gedachten ontlokken, ze verleiden tot uitspraken, daarvoor moest je trainen als een bokser of een schaker, je kon er niet vroeg genoeg mee beginnen. Ze zou vanzelfsprekend in New York of Parijs of Barcelona wonen. Met bekende fotografen werken. Mensen aanspreken op hun diepste drijfveren. Ze intelligent voor zich innemen. Ze vermoedde dat ze tijdens het interviewen haar schroom zou overwinnen, omdat het niet om haar maar om die ander draaide. In het vuur van het gesprek hun gedachten volgen of die afdwingen... ‘Mindfucking’ noemde Ted dat ironisch, iets tussen een luchtfietser en een droogneuker in. ‘Je bent een mindfucker, Dana.’ Ted Thomassen was haar biologieleraar, hij was negentwintig, had half lang donkerblond haar en een John Lennon-brilletje. Ook op hem was ze verliefd en hij op haar, al was ze daar niet zeker van. Wel tongzoenden ze als het kon snel na de les wanneer de andere leerlingen verdwenen waren, Dana treuzelde met het inpakken van haar tas, dan streelde hij haar tepels in het biologiehok waar de opgezette vogels stonden die hen onveranderlijk gadesloegen met hun glazen kraalogen. Op die geheime kussen konden ze maar even voort, tot zich de volgende gelegenheid voordeed. Bijvoorbeeld een schoolfeest waar Ted toezicht moest houden, dan glipten ze samen naar de donkere kelder achter het kantinehok waar de kratjes Chocomel en Sprite stonden en tongden ze snel en greep hij Dana bij haar billen en drukte haar stevig tegen zich aan en kreunde in haar oor en zei dat hij haar nog wel eens zou krijgen en dan moesten ze elkaar weer loslaten en zich herstellen en blikkerden zijn ogen geil achter zijn Lennon-brilletje en overwoog Dana dat ze zich door deze man van tegen de dertig moest laten ontmaagden, maar niet hier en nu. En zo in spanning vooruitkijkend naar de volgende vlugge teaser... Het was alles wat de hasjiesj niet bij haar bewerkstelligde, maar de verliefdheid en de geur van het verbodene wel. De roes en het verlangen het taboe in het geheim te doorbreken beheersten haar, hij en zij wisten er als enigen van in het onmetelijke universum...
Nu Tessa met Karim had afgesproken moest Dana zich maar zien te amuseren. Tot de vooravond was er nog niet veel aan de hand, ze hadden de hele dag rond Montmartre, de Sacre Coeur en Pigalle geslenterd, een karikatuur laten tekenen, met schilders aangepapt en in het park Luxembourg gepicknickt, te veel dopwijn gedronken en chips gegeten en lang naar de kinderen met hun languissante au pairs bij de vijver gekeken die er eindeloos hun kleine bootjes in lieten drijven. Ze hadden aan het begin van de avond een taaie pizza Margherita gedeeld en geen woord meer gezegd, het leek of ze zich verveelden maar in werkelijkheid drukte er een vreemde zwaarte op hen. Dana had er flink de pest in en ze had haar vriendin op ironische wijze veel plezier gewenst.
Ze was onmiddellijk op weg gegaan naar een bioscoop in de buurt waar ze klassiekers als A bout de souffle van Godard draaiden, die zij al een keer met Eric en Robbie in het Leidsepleintheater had gezien. Jean Seberg, journaliste en krantenverkoper met het blonde rattenkopje dat zangerig ‘New York Herald Tribune!’ over de straten van Parijs schalt, sprak tot Dana’s verbeelding. Ze heeft een losse verhouding met de playboy-crimineel Michel, Jean-Paul Belmondo met de sensuele lippen, maar ondertussen laat ze het leven op zich afkomen, doet wat zij wil, neemt het zoals het komt, ondergaat alles en vindt niks van de dingen waar iedereen zich zo druk om maakt, het leven, de kunst, de liefde, de dood...
Het was nog maar half tien toen ze uit de bioscoop kwam en ze het levendige straatje met zijn cafeetjes en nog verlichte boekhandeltjes in liep. Niet voor elf uur zou Tessa klaar zijn daar op hun hotelkamer, had ze gezegd. Ineens gloeide Dana’s gezicht van woede, alsof ze pas op dit moment midden op straat besefte hoezeer ze gemanipuleerd was door Tessa. Ze was blij dat ze haar rugzak al gepakt had en die bij de hotelkamerdeur had neergezet zodat ze elk moment kon verkassen.
Ze nam de metro naar het Gare du Nord en bekeek de borden. Die avond zou er om 23.53 uur een nachttrein naar Amsterdam vertrekken. Het was eigenlijk ordinair verraad van Tessa, geen jaloezie van Dana. Het was genoeg geweest. Door haar zo te manipuleren was Tessa te ver gegaan, en hoewel Dana geneigd was op een vergoelijkende manier over mensen te denken, kwam het haar nu ineens als laf voor en was ze blij dat ze had besloten om terug naar huis te gaan.
Het was druk in de straten voor het Gare du Nord, het wemelde van groepjes Noord-Afrikaanse mannen en vrouwen in gewaden waarvan het goudbrokaat in de straatlantaarns oplichtte. Dana hield van het geslenter van Afrikanen, die nooit haast hadden, ze hield van het geslof van hun slippers, hun zangerige stemmen, het gemak, of het fatalisme, waarmee ze in de wereld stonden, die waar ze ook waren van hun leek. Ze wilde te voet een stuk door die wijk afsteken en ergens verderop de metro nemen naar Saint-Germain, naar een of ander café in die buurt. Ze zag in de verte al de verlichte M van de Métropolitain. In dit deel van de wijk waren weinig mensen op straat, winkels en hotels ontbraken, het was als het plotselinge zwart van een tunnel waar een trein in duikt. Ze begon wat sneller te lopen en passeerde de schuin aflopende straat waar één straatlantaarn scheen en waaronder ze twee figuren zag die dicht bij elkaar stonden en bezig waren ruzie te maken, de een maaide met felle armgebaren, de ander, in een kaftan of een lange jurk, man of vrouw dat kon ze niet uitmaken, stootte hoge kreten uit en liep een eindje weg, kwam daarna weer dreigend terug.
Er hing iets in de lucht, het was geen gewone woordenwisseling. De een bromde, de ander sprak ratelend en nog steeds op hoge toon. Uit het niets zag Dana dat de een iets optilde, een stuk hout misschien, ze kon alleen de contour ervan zien, en op de ander inslaan. De plek was minstens vijftig meter van haar verwijderd, maar ze hoorde duidelijk het geluid van versplinterend hout en daarna iets wat op die afstand niet mogelijk leek, een lange zucht. De slagman hakte er nogmaals op in en trapte een paar keer tegen het lichaam dat levenloos tegen de muur hing. Het was niet te zien of het een man of een vrouw was, de persoon bleef in een onnatuurlijke boog hangen en zakte toen ineen op straat. Dit alles duurde bij elkaar enkele seconden. Dana had met ingehouden adem genageld gestaan en alleen maar verdoofd gekeken. De figuur lag volkomen stil, wat strooilicht van de lantaarn viel gestileerd over het lichaam heen. Het was van een pijnlijke schoonheid. Dana deed niets. Het was net of haar brein nog moest uitmaken of wat er gebeurd was zich alleen in haar verbeelding afspeelde. Nu de ander was weggevlucht en het gevaar geweken, kwam ze uit haar verdoving en keek in paniek om zich heen om te zien wie de aangevallene ging helpen. Er kleefde lijm onder haar zolen, ze was een loden beeld. Er was nog steeds niemand gepasseerd met wie ze ernaartoe kon, het was pikdonker, er was in de hele straat geen raam verlicht. Ze trok haar voeten los van het plaveisel en liep zonder omkijken snel weg, weg van de daar eenzaam liggende figuur, die straat achter zich latend. Ze zag hoe de grond onder haar door liep, haar ademhaling leek te zijn gestopt, haar hele bovenlichaam was verstijfd, alleen haar benen holden. Ze kon het geluid van het krakende hout nog in haar oren horen, en ineens snapte ze dat het geen hout was geweest dat kraakte maar bot of schedel. Het zweet liep in stroompjes over haar hoofdhuid en haar hartslag beukte tegen haar trommelvliezen. Ze rende de eerste de beste metro-ingang in, haalde al lopend een ticket tevoorschijn, kreeg het van de zenuwen niet in de gleuf, viel zowat voorover tegen het tourniquetje en rende de metrotrein in die al het zoemende en ongeduldige signaal van ‘deuren sluiten’ maakte.
De deuren sloten met een smeulende sis en in de wagon heerste een vacuümachtige stilte. Het was er broeierig warm en het rook er naar zweetvoeten. Dana’s gezicht werd weerspiegeld in de ruit. Ze zag zich klein worden. Ze had niet geholpen, ze had helemaal niets gedaan, ze had niemand gewaarschuwd, ze had de politie niet gebeld. Een kleine lafaard, dat was ze. Ze werd woest op zichzelf. Ze merkte hoe haar gezicht gloeide van schuld. Tegenover haar las, onbeweeglijk, een knappe vrouw een boek. Ze zou haar kunnen inlichten, haar het nummer van de Parijse politie vragen, maar ze zou niet eens weten hoe de straat heette waar die bruutheid had plaatsgevonden. Had ze moeten schreeuwen naar de dader? Zou dat geholpen hebben? Tussenbeide moeten komen? Geen held. En nu wilde ze alles terugdraaien. Ze had een ambulance moeten bellen en heeft het niet gedaan. Ze is ernstig nalatig geweest. Ze overwoog om er het volgende station uit te springen en alsnog de politie te bellen, alsof de attaque net gebeurd was. Maar haar benen waren verlijmd, als in een nachtmerrie, ze zouden erachter komen dat ze niet eerder had gebeld, het zou vragen oproepen, ze zouden haar niet geloven, ze was medeplichtig, in gebreke gebleven, onmenselijk. Het was geen nachtmerrie, geen droom. Het was gewoon de kale waarheid.
De nachttrein naar het ‘magies sentrum Amsterdam’ en ‘the Vondelpark’ bleek overvol, in de gangpaden lagen, zaten en hingen jongeren op en tussen hun rugzakken, het was er warm, flessen water en appelsap gingen rond,er werden appels en bananen gegeten, de meeste keken hologig en stil voor zich uit, sommige sliepen al, ook in de coupés lagen mensen in het gangetje en lagen de rugzakken hoogopgetast op de rekken. Dana wist een plek te veroveren, onder een raam dat openstond en waar je af en toe je hoofd uit kon laten hangen of kon roken, al stond je er niet alleen.
Bij de balie van het hotel had ze een kort briefje voor Tessa afgegeven en haar deel van de kamerkosten betaald. Toen was ze, met bezwaard gemoed, naar boven gegaan, had de deur geopend en had toch het babydollerige gekir en het ‘oui-oui!’ van Tessa gehoord, dat ze niet wilde horen. Ze greep in het kleine gangetje naar haar rugzak maar die stond daar niet meer zodat ze gedwongen was de halfdonkere kamer een stukje in te lopen. Eén nachtlampje brandde, Tessa lag wijdbeens half over het bed te kreunen en Karims hoofd was tussen haar benen bezig. Dana overzag in een flits de kamer om haar rode rugzak tegen de stoel geleund te ontdekken met daarop de lichtblauwe onderbroek van Karim met een knalrode afbeelding van Donald Duck als bodybuilder. Ze moest lachen, ook door het tekenfilmachtige gekir van Tessa en het zware onderwatergezucht daarbeneden van Karim. Dana durfde niet te kijken en graaide haar rugzak mee, en toen ze het gangetje naar de kamerdeur in wilde gaan keek ze toch nog even om en zag het omgekeerde hoofd van Tessa, die haar met beslagen ogen en halfopen mond aankeek en haar lippen likte. Toen sloot Tessa eindelijk haar oogleden weer alsof ze met een of andere zware vloeistof gevuld waren en zwaaide ze slapjes. Het beeld van die ondersteboven gekeerde blik en het slappe handje kwam Dana die nacht in de trein nog enkele malen ongevraagd voor de geest. De beslagen ogen, de uitgelopen mascara, alsof Tessa gedrogeerd was...
Die Zomer - Wanda Reisel Paperback, 214 Pagina's, Em. Querido's Uitgeverij ISBN10: 9021434377, ISBN13: 9789021434377
|