woensdag 28 februari 2007


Derde druk voor boek van Xenia Kasper

Het boek van Xenia Kasper, manager van Linda de Mol en Gordon, is populair. Binnen een maand na verschijning op 1 februari zijn er 12.500 exemplaren van 38½, 1 man en 2 minnaars verkocht. Het boek is daardoor toe aan de derde druk. Volgens uitgever Truth & Dare is dat bijzonder voor een debuut.

Kasper vertelt dat ze is verrast door het succes. "Toen ik dit boek aan het schrijven was, hoopte ik natuurlijk wel dat het een succes zou worden, maar dit had ik niet verwacht." De Duitse van origine heeft inmiddels haar tweede boek bijna afgerond. "Ik vond schrijven zo ontzettend ontspannend dat ik maar meteen verder ben gegaan", vertelde ze begin februari al tijdens de lancering van haar debuut.
(bron: Novumnieuws)

'Vond je Sex and The City leuk, ben je verslaafd aan Gooische Vrouwen en Desperate Housewives? Dan moet je dit lezen! 200 pagina's spanning en amusement die je echt niet mag missen. Mijn absolute aanrader!'
Manuela Kemp
Bestel nu bij bol.com38½, 1 man en 2 minnaars
Xenia Kasper



Dochter van de misdadiger

(column van Kees ’t Hart; geplaatst in De Groene Amsterdammer)

Wat moet je doen? Ik woon in Den Haag aan een van de meest vervuilde straten van Nederland. Fijnstof ver boven de toegestane waarden. Soms denk ik erover er een onderzoek naar te doen. Hoe is het zo ver gekomen? Waarom was het wel mogelijk de euro in sneltreinvaart in te voeren maar blijft het fijnstof al tientallen jaren gewoon tot in alle huizen en lichamen van de bewoners doordringen? Pure misdaad is het, ik weet het zeker. Ja, ik zou in Nova optreden, er zouden de bekende krokodillentranen van de betrokken ministers zijn (‘we hebben te maken met de Europese regelgeving’), maar de volgende dag ging het alweer over het klimaat en begon de nieuwe voetbalcompetitie. Wat doe je als schrijver? Het actiewezen ingaan? Pamfletten schrijven, demonstreren, een drol door de brievenbus van burgemeester Deetman persen (veel minder gevaarlijk dan fijnstof)? Van romans schrijven komt het dan niet meer. Je bent een columnist geworden, gaat deel uitmaken van de meningenmachine en wordt uiteindelijk, het is onvermijdelijk, een nar van je eigen woede.

Je kunt ook proberen een zo mooi mogelijke roman te schrijven waarin je je kunstenaarschap niet uitlevert aan je schuldgevoel maar de consequenties nagaat van handelingen en verhoudingen. Waarin je middelen van literatuur – gevoel, stijl, verlangen en verbeelding– gebruikt om menselijk gedrag in detail te laten zien. Niet de grote lijnen ervan, maar het minieme en het banale, datgene wat buiten de grote verhalen dreigt te vallen. Grote literatuur laat grote mogelijkheden zien van kleine mensen en kleine dingen.

Zo schreven de grote schrijvers hun spiegels, gebroken of niet, van maatschappelijke verhoudingen: de gezusters Brontë, Tsjechov, Mark Twain, Graham Greene, V.S. Naipaul, bij ons Simon Vestdijk en W.F. Hermans. Juist wanneer het in hun boeken niet om machtsverhoudingen lijkt te gaan, in de details dus, in de onbetekenende beschrijvingen van wat een personage ziet, blijkt het uiteindelijk toch altijd om de uitwerking ervan te gaan. Dat is het minste wat literatuur kan doen: consequenties laten zien. Meer niet, maar ook niet minder.

Marjolijn Februari aarzelt in deze, haar tweede, roman principieel tussen pamflet en roman. Ze maakt de hierboven geschetste problematiek rondom schrijven, rondom keuzes dus, mooi zichtbaar. Ze laat de gevolgen zien van een misdaad tegen een groep welgestelde burgers uit een dorp in Nederland. Wat doe je met een misdaad die in de doofpot wordt gestopt?
'Vergis je niet. [...] Hoewel alles hier in diepe rust lijkt, wordt vanaf deze verborgen plek de hele wereld bestuurd.'
Zo is het natuurlijk bij een ambitieuze roman als deze: dit dorp is de wereld in een notendop. Ons kent ons, er bestaat nauwelijks aarzeling over wie de macht heeft en hoe de wereld in elkaar zit. Ineens wordt deze zelfgenoegzame en veilige wereld aan het wankelen gebracht door een roman. En dit is precies de kernvraag van Februari’s boek. Kan een roman de wereld aan het wankelen brengen? Lees verder...

Bestel nu bij bol.comDe literaire kring
Marjolijn Februari



En nu even over de boekhandelaren

De vandaag gelanceerde website www.boekensnuffelaar.nl wil een compleet en inzichtelijk beeld bieden van boekhandels in Nederland en België. Boekhandelaren kunnen zichzelf aanmelden en het publiek mag zijn oordeel geven. De gedachte erachter is dat de boekhandel weer de plek wordt waar je kunt laten inspireren en informeren over het enorme aanbod van boeken.

Op de website kan de boekhandelaar dnaast een beschrijving van zijn boekhandel foto's plaatsen. Het publiek kan reacties achterlaten, maar kan ook zijn stem uitbrengen over verschillende criteria: assortiment, sfeer, kennis en inrichting. De mening van het publiek zal er vervolgens voor zorgen dat er een overzicht ontstaat van boekhandels die zich op een bepaalde manier onderscheiden.

Naar verwachting zal binnen enkele maanden de website rijk gevuld zijn met een rijke verzameling van boekhandels in allerlei soorten en maten. Het publiek zal dankzij een uitgebreid zoeksysteem zeker de boekhandel van zijn keuze op het spoor komen, al dan niet met steun van andere boeksnuffelaars.
(persbericht)



Pechtold wil Wolkers museum Leiden

Alexander PechtoldOud-minister en oud-wethouder in Leiden, Alexander Pechtold, maakt zich samen met oud-museumdirecteur Rudi Fuchs hard voor een Jan Wolkersmuseum.

Als wethouder van cultuur kwam Pechtold Wolkers vaak tegen, onder meer bij de onthulling van het kunstwerk op station Leiden Centraal.

De 80-jarige Jan Wolkers heeft ook wel oren naar een eigen museum in Leiden. De stad is belangrijk geweest voor zijn ontwikkekeling en vroeger ging hij vanuit zijn geboorteplaats Oegstgeest te voet naar een school in Leiden. Bovendien vindt Wolkers dat op deze manier zijn werken worden geordend.
(bron: Noordhollands Dagblad / ANP)



Fragment uit Connie Palmens Lucifer

Morgen, op 1 maart, verschijnt het nieuwe boek van Connie Palmen, genaamd Lucifer. Lucifer is een spannende roman over een tragische liefdesverhouding en een dramatische dood. De roman is geïnspireerd op een ware gebeurtenis in het leven van de Nederlandse componist Peter Schat (1935-2003). Met Lucifer zoekt Connie Palmen opnieuw de grenzen op van het schemergebied tussen feit en fictie.

Fragment uit Lucifer:
Sommige mensen kunnen in een oogopslag een hele omgeving in zich opnemen, maar dat kan ik niet. Eerst moet ik de verlegenheid en lichte weerzin tegen onverwachte ontmoetingen overwinnen om gehoor te geven aan de roep van de wereld en eropaf te koersen. Worstelend met die tegenstrijdigheid kon ik alleen de straat oversteken door mijn ogen strak gericht te houden op de man die zijn hand de lucht in stak en me daarmee persoonlijk lonkte en leidde.
Zo liep ik op die dag in juli naar het kleine gezelschap toe. Ik wist niet dat ik op dat moment op mijn verhaal afstevende en dat daar, op een terras in Amsterdam, de speurtocht begon die me een jaar lang volledig in beslag zou nemen. Het zou een tocht zijn langs de afgronden van een turbulent huwelijk en een evenzo turbulente tijd, een zoektocht naar de betekenis van een eenzame zin in een dodenadvertentie en van een kunst die zelfs atheïsten in het bestaan van God doet geloven: de muziek.
Afstevenen op een verhaal is een misleidende uitdrukking, alsof een verhaal kant-en-klaar op straat ligt en opgeraapt kan worden.
Zo is het niet. Verhalen worden gemaakt en juist daarom zijn ze interessant. Alles wat gemaakt wordt onthult de maker.

***

Vijfentwintig jaar geleden las ik een zin in de krant. Dit verhaal gaat over die zin, of liever over de zoektocht naar de betekenis ervan. Was ze omringd geweest door andere zinnen, in een column, in een recensie van een toneelstuk of desnoods in een beschouwend stuk over de een of andere ster, dan had ze me niet vijfentwintig jaar achtervolgd. Ongetwijfeld was ze dan bij de eerste lezing van haar raadselachtigheid beroofd door een gezelschap van zinnen dat haar betekenis inperkte en een duiding gaf die andere duidingen uitsloot. Dat was niet het geval. Het was een eenzame zin. Toch was het de omgeving die haar het mysterie verleende waardoor ze me nooit losliet. Ze was omkaderd door een zwarte rand. Ze stond in de kop van een rouwadvertentie.
Vanavond is Connie Palmen te gast bij Pauw en Witteman, om 23.00 uur op Nederland 1.

Bestel nu bij bol.comLucifer
Connie Palmen



Amnesty onder vuur om columns van Arnon Grunberg

Het maandblad Wordt Vervolgd van Amnesty International ligt onder vuur na denigrerende stukjes van columnist Arnon Grunberg over het christelijk geloof en een cartoon waarin André Rouvoet als godsdienstfanaat wordt afgebeeld. Lezers vinden dat Grunberg weg moet. De redactie gaat zich beraden.

In de Wordt Vervolgd van februari stond een cartoon van André Rouvoet waarbij de kersverse minister door cartoonist Paul van der Steen afgebeeld als een godsdienstfanaat werd afgebeeld. In hetzelfde blad stond een column van schrijver Arnon Grunberg, waarin hij betoogt dat religieuze mensen onverdraagzaam zijn.

"Zoals sommige mensen hun waardigheid ontlenen aan het feit dat hun auto mooier en beter is dan die van de buren en vrienden, zo ontlenen andere mensen waardigheid aan de opvatting dat hun geloof beter is dan dat van anderen", schreef hij onder meer - en laat dat vergezeld gaan van een vergelijking waarin de nodige geslachtsdelen figureren.

Boekennieuws ontbeet met Arnon Grunberg

Het was niet de eerste keer dat Grunberg in een column liet blijken niets op te hebben met religie. Ook was het niet voor het eerst dat daar ingezonden brieven op kwamen. De helft van de rubriek Repliek van februari was ook al gevuld met verontwaardiging.
"Als u Arnon Grunberg een goede schrijver vindt, waardig een column in uw blad te schrijven, dan is dat uw zaak. Maar u kunt donders goed weten dat er in uw schrijfgroepen veel kerkmensen zitten en waarom accepteert u dan dat deze mensen in de laatste zin van de column van de heer Grunberg een trap in hun kruis krijgen? Ach, het zal wel ironie wezen, want dat is sinds enige tijd een dekmantel voor ongelimiteerd beledigen." A.A. Spijkerboer.
De brievenpagina van het laatst-verschenen nummer van deze maand staat helemaal vol. Een van de lezers noemt de spottende tekening van Rouvoet 'weerzinwekkend' en 'mensenrechtenschendend'.

Veel meer lezers storen zich opnieuw aan columnist Grunberg. Volgens eindredacteur Carolien Cuypers is nog maar een fractie van de binnengekomen reacties afgedrukt. "We hebben bij mijn weten nog nooit zo veel reacties gehad."

De Amsterdamse kerkhistoricus prof. dr. C. Burger feliciteert de redactie van Wordt Vervolgd ironisch met haar columnist: "De heer Grunberg vergelijkt het ontlenen van de eigen identiteit aan het christelijk geloof met het ontlenen van de eigen identiteit aan het houden van krokodillen of aan het verzamelen van postzegels. Dat moet iedere fatsoenlijke christen direct overtuigen."

Een ander is al jaren lid van Amnesty International. "Ik ben christen, maar van mij hoeft een organisatie die ik steun niet christelijk te zijn om iets voor een medemens te betekenen. Juist daarom vind ik het jammer dat ik me als christen steeds vaker beledigd voel door columns of een spotprent in Wordt Vervolgd . Wilt u er rekening mee houden dat niet al uw lezers a-religieus zijn?"

Een derde lezeres vindt de spotternijen van de schrijver niet passen in het blad van een organisatie die juist voor mensenrechten opkomt. "Een columnist mag provoceren en zich daarin lekker uitleven met de nodige humor en stekeligheid", schrijft ze. "Maar dat kan hij alleen als columnist van een neutraal, onafhankelijk blad. En dat is mijns inziens Wordt Vervolgd niet. Het vertegenwoordigt een organisatie. Deze organisatie is verantwoordelijk voor wat er in dat blad geschreven wordt, zelfs datgene wat geschreven wordt door de columnist. Elk Amnesty-lid ontvangt dit blad en krijgt alles onder ogen, of hij wil of niet. Dit geldt ook voor de vele eerlijke, goedwillende christenen."

Juist op dat punt brengt de redactie van Wordt Vervolgd een correctie aan. Wordt Vervolgd is wel degelijk een onafhankelijk blad, stelt de redactie. Ook wijst ze op het volgende:
"Het staat ieder Amnesty-lid vrij al dan niet te kiezen voor het ontvangen van dit maandblad."
Eindredacteur Carolien Cuypers, die de honneurs waarneemt nu hoofdredacteur Monique van Ravenstein met vakantie is, maakte nog niet eerder zoveel ingezondens mee. De kwestie zal door de redactie besproken worden. "Het zal er zeker niet toe leiden dat we de columnist buiten de deur zetten. Dit is toch een kwestie van vrije meningsuiting?"

Maar maakt ze zich daar niet te makkelijk van af? Er zijn meer podia voor meningsuiting. Je kunt een columnist toch ook de deur wijzen omdat je hem niet bij het doel van je organisatie of je blad vindt passen? Dat geeft Cuypers toe. Bij afwezigheid van haar collegae kan ze slechts voor zichzelf spreken: "Ik vind dit wel dusdanig ernstig dat dit besproken moet worden."
(auteur: Rien van den Berg; geplaatst in Nederlands Dablad)



Bestseller van Adriaan van Dis toont slechts schijn van betrokkenheid

Zelden verscheen een boek met zo’n lelijke omslag. Titel en auteursnaam zijn nauwelijks te lezen, het troebele zwart-wit van de voorplaat doet aan een slechte afdruk denken. De lezers hebben zich er blijkbaar niets van aangetrokken: de nieuwe roman van Adriaan van Dis, De wandelaar, is een bestseller. Dan moet het toch wel een goed boek zijn, zou je zeggen.

Van Dis beschrijft in zijn roman een keurig nette heer, Mulder, die dagelijks door Parijs flaneert. Aangezien Van Dis zelf in Parijs woont en daar dagelijks vele kilometers door de stad wandelt, doet deze nette heer denken aan de schrijver zelf. Een brand in een pensioen vol illegalen in zijn straatje geeft zijn leven een onverwachte wending. Mulder ontfermt zich over de hond die bij de brand vrijkomt. En dan ontstaat er zomaar een band. „Na elke aai likte de hond zijn hand en keken ze elkaar aan." Een van de aanwezigen, een pater, vermoedt dat deze hond een baby uit het brandende huis heeft gehaald. Ook de politie komt eraan te pas, maar niemand weet wie de hond toebehoort.

De elegante Mulder moet er wel aan wennen dat er een hond in zijn leven is gekomen, voor het eerst komen er vlekken op zijn dure jas. Ja, vanzelf wordt de hond flink met shampoo gewassen, maar het is niet meer mogelijk om onberispelijk gekleed door het leven te gaan. Door de nieuwe omstandigheden gedwongen, zijn de wandelingen van Mulder niet meer zoals voorheen. De hond laat hem een andere wereld zien, ineens is Parijs een stad van honden, overal zijn honden, zowaar een hele etalage van een prentenwinkel met platen van honden. "Mulder kon niet meer terug. Niet de hond, hij zat aan de riem. Mulder moet volgen."

De hond loopt straten in waar Mulder nooit geweest is. "Er bleek een tweede Parijs te bestaan." Overal zwervers, junks, hoeren, bedelaars, asielzoekers, buitenlanders, rotzooi. Hij komt op de gekste en goorste plekken. En last but not least: Mulder wordt zich voor het eerst bewust van het grote aantal kapellen in zijn wijk. Dat die allemaal bij hem in de buurt staan, wat doen de mensen daar eigenlijk? Hij moet er toch eens binnenlopen. Hij raakt in gesprek met Père Bruno, de pater van de kapel vlak bij hem in de buurt. Deze pater is een van de mooiste mensen uit de roman: "Rationalisten als u hebben God uitgeschakeld. (...)xxx weet u, het is heel moeilijk goed en eerlijk te leven, het vraagt veel oefening. Maar die oefening maakt het leven niet banaal. Ze verheft ons leven."

Ook deze pater verstoort de wereld van Mulder die ooit overzichtelijk was. Zelfs de wijn kan Mulder niet meer naar zijn eigen veilige wereld terugbrengen. Midden in de nacht, na een flink aantal glazen, kijkt hij in de ogen van de hond. Ze zeggen: "Je ziet hoe iemand dood wordt getrapt, en je maakt je zorgen over de vouw in je broek. (...) Je kleedt je voor de buitenwereld, maar laat geen mens in je leven toe. (...) Je zegt dat je niet in God gelooft, maar om wie roep je dan midden in de nacht?"

Mulder besluit dat hij iets moet gaan dóén. Maar wat? "De ramen lappen? Zijn huis dweilen?" In de kapel wordt hij innerlijk bewogen als hij "Schmucke dich, o liebe Seele" van Bach hoort spelen. Hij komt zo ver dat hij zegt: "Ik zou wel willen biechten, maar alleen zonder God en zonder gezever."

Het blijft moeilijk voor de wandelaar: want wát moet hij doen? Alles klaagt hem aan: doe iets. Bedelaars, zieken en zwakken, hongerstakers, raddraaiers, armen en behoeftigen, Van Dis maakt een ware uitstalling van alle mogelijke Parijse types, maar de wandelaar doet niets. Het enige waar hij zich toe laat verleiden, is meewerken aan een vals paspoort voor een (Afrikaanse) landgenoot van de pater. Dat is het. Overal ligt de maatschappelijke problematiek op de loer, letterlijk, in alle hoeken en gaten van deze Parijse straten, maar Mulder komt niet in actie.

Hoe geëngageerd is een roman waarin de hoofdpersoon uiteindelijk toch buitenstaander blijft? In een interview zei Van Dis dat hij "het heeft willen laten kraken", en dat we "daarover na moeten denken." Net zoals de hond de wandelaar toeroept: "Doe iets!" zou je de schrijver willen zeggen: "Doe wat, laat wat gebeuren!"

De flaptekst zegt dat de hond de wandelaar wezenlijk verandert. Terwijl de bedelares, de vuilnisman en een vuile werkster zelfs Mulders eigen appartement onveilig maken (lichte overdrijving wordt door Van Dis niet geschuwd), gaat Mulder de hele avond in bad zitten om weer zichzelf te worden. Hij waant zich betrokken, maar is het niet. De pater verwijt hem nihilisme. Mulder gelooft hooguit in een beetje goeddoen, maar blijft aan de kant staan.

En zo blijft Van Dis een schrijver van reisverhalen: kijken en observeren. De beoogde confrontatie met de zelfkant van Parijs blijft bij deze eigentijdse literaire auteur onderwerp van beschouwing, niet van inleving. Opmerkelijk is dat de enige met wie Mulder echt contact heeft, nota bene de pater is, alle nihilisme ten spijt. "Of hij dan toch niet heimelijk naar God zocht? Nee hoe kwam de pater erbij! Mulder stampvoette." De pater is ook de enige die echt iets voor alle arme mensen uit zijn wijk doet. Daarmee heeft Van Dis toch nog iets heel moois laten zien. Maar de wandelaar, hij blijft wie hij is. Hoe valt dan het grote succes van deze roman te verklaren? Misschien juist wel hierom: de schijn van betrokkenheid kan al lichte voldoening geven.
(auteur: Beppie de Rooy; geplaatst in: Reformatorisch Dablad)

Bestel nu bij bol.comDe wandelaar
Adriaan van Dis


dinsdag 27 februari 2007


Lesbo-encyclopedie zoekt schrijvers

Nederlands eerste en enige lesbo-encyclopedie is in de maak. Volgens de initiatiefnemers wordt het boek hét naslagwerk over de lesbische cultuur en geschiedenis in Nederland. De lesbo-encyclopedie zal uitgegeven worden door uitgeverij AmboAnthos en is een initiatief van Mirjam Hemker, schrijfster van het boek Lesbische Seks, en Linda Huijsmans.

Het boek zal bestaan uit ongeveer twintig hoofdstukken van verschillende auteurs. Elk hoofdstuk heeft een eigen thema, zoals literatuur, kunst, tijdschriften, film & televisie, lifestyle, lesbische cultuur, geschiedenis, politiek, lesbisch feminisme, muziek, gender, seks, gezondheid en het uitgaansleven. De hoofdstukken bestaan ieder uit een lijst met lemma's: korte stukjes tekst over bijvoorbeeld personen, gebeurtenissen, plaatsen of jaartallen. In het hoofdstuk sport vindt je bijvoorbeeld lemma’s over de Gay Games, lesbische hockeyspelers, homosportclub Smashing Pink en discriminatie binnen de sportwereld.

Om een zo goed en zo volledig mogelijk naslagwerk te maken roepen de samenstellers van de lesbo-encyclopedie schrijvers, kenners en belangstellenden op om een bijdrage te leveren.

"We zoeken schrijvers en/of mensen die onderzoek willen doen. Schrijf jij je scriptie over Aletta Jacobs en wil je specifiek één lemma over haar schrijven, dan kan dat. Ben je juist expert op het gebied van film, literatuur of kunst en wil je een heel hoofdstuk coördineren, graag! Ben je dol op grasduinen in archieven dan hebben we je ook nodig! Voor verschillende hoofdstukken hebben we mensen nodig die feitjes en weetjes verzamelen," aldus de initiatiefnemers.



Drukke tijden voor Herman Brusselmans

De verfilming van Ex-drummer is nog maar amper in de Belgische bioscoopzalen of daar is Muggepuut al, zijn nieuwste roman. Als klap op de vuurpijl wordt Vlaanderens grootste literaire woelwater binnenkort vijftig jaar oud. Geen beter moment om met de immer kritische schrijver te zwansen over waar hij van houdt én van gruwt.

Mist Brusselmans de drank?
“Ik heb geen goesting meer om zat te zijn. Mijn sociaal leven is ook helemaal anders. In de periode van de Caruso – mijn stamcafé ten tijde van Het Huis Van Wantrouwen – zwermden de wijven in bosjes rond iedereen die een beetje bekendheid genoot. En heel erg beroemd hoefde je niet te zijn, zelfs de bassist van de Skyblasters had twintig chicks rond hem hangen. Het was een plezante tijd: ik goot me vol met whisky en had een enorm grote muil aan de toog. Maar dat is nu voorbij: ik vind niet dat je als 50-jarige een leven moet hebben van iemand van 28.”

Heeft Brusselmans iets tegen hippe oudjes?
“Neem Herman Brood. Toen hij er op zijn 25ste goed uitzag en goede muziek maakte, was er niks aan de hand. Toen mocht hij van mij de grote drugsgod zijn. Maar hij wist van geen ophouden, hij bleef maar speed nemen, zelfs na zijn carrière. En hoe is hij geëindigd? Als een zielig wrak die zijn kringspieren niet meer kon ophouden, constant in zijn broek scheet en uiteindelijk uit pure miserie van een hotel is gesprongen. Als ik die bende bejaarden van de Rolling Stones bezig zie, word ik ook al mottig. Een net aan keelkanker geopereerde 65-jarige Charlie Watts die nog drumt, Mick Jagger die last heeft met zijn kleinkinderen: waar zijn we mee bezig?”

Neemt Brusselmans een risico?
“Ik schrijf niet wat mijn lezers verwachten. Ze moeten dat er nu eenmaal van mij bijnemen. Maar ik ontken niet dat ik met Muggepuut inderdaad een risico neem. Een deel van mijn lezers kan afhaken omdat ze vinden dat ik te ver ga of dat ze liever autobiografische boeken van me lezen. Maar zoiets kan je echt niet inschatten. Trouwens, de angst om minder boeken te verkopen, ben ik kwijt. Als er nu 10.000 exemplaren van mijn boek de deur uitgaan, ben ik tevreden.

Wordt Brusselmans soft?
“Het interesseert me niet meer om uit te halen. Als je vroeger mijn mening vroeg over Bart Kaëll, zou ik hem aan het kruis genageld hebben. Nu zeg ik: ‘Goed, die jongen verkoopt honderdduizend cd’s aan oude moederkes, die mag er best zijn’. Soms kan ik me wel nog eens lastig maken. Als ik zie dat Koen Wauters weer voor de honderdduizendste keer in de gazet staat omdat hij in Parijs-Dakar zijn vrouw en kind gaat missen, dan denk ik: ‘Fuck off Koen Wauters!’ Maar voor de rest mag hij er best zijn.”
(bron: Pmagazine.com)

Bestel nu bij bol.comMuggepuut
Herman Brusselmans



Wat hébben die moderne criminelen toch?

Een béétje gangster voelt vandaag blijkbaar de onweerstaanbare dwang om zijn duistere levenswandel in een boek te gieten. Van kruimeldief tot moordenaar: ik schrijf, dus ik besta.

Die verhalen prikkelen uiteraard een voyeuristische nieuwsgierigheid bij de brave burger, maar het levert zelden beklijvende literatuur op.

Het debuut van Eva Maria Staal (een pseudoniem) lijkt op het eerste gezicht naadloos in die trend van hele en halve bekentenisboeken te passen, maar Probeer het mortuarium van uitgeverij Nieuw Amsterdam is toch andere koek. De schrijfster zat jarenlang in de internationale illegale wapenhandel en dat is een bij uitstek lugubere en cynische branche die alle publiciteit schuwt. Daar komt dus media-aandacht van! In dit geval terecht, want de roman hakt er echt wel stevig in.

Tweehonderd bladzijden lang volg je als lezer het bloederige spoor van warlords, caïds, corrupte politici en generaals in zowat alle conflictgebieden van de planeet. Allemaal willen ze wapentuig dat liefst zoveel mogelijk ellende aanricht, voor een prijsje als het even kan.

Het verhaal roetsjt in duizelingwekkende vaart van Tsjetsjenië over Zimbabwe, Pakistan, China, Turkije en Algerije naar Thailand, en landt uiteindelijk in het brave Nederland. Want Staal - de ik-figuur - is uit de vuile business gestapt en van de weeromstuit getrouwd en een huisvrouw geworden die in haar doorzonwoning koekjes voor de kinderen bakt. Het boek snijdt in korte hoofdstukken heen en weer tussen Staals banale huismoederbestaan en haar troebele verleden. Toen zat er een Glock 22c in haar handtas, nu een reclamefolder voor een kruimeldief.

Eigenlijk is niet Staal het echte hoofdpersonage maar wel de Chinees Jimmy Liu: haar vroegere baas, en een major player in zijn vunzige sector. Liu trekt gewetenloos aan alle touwtjes en beheerst haar leven en gedachten - ook lang nadat ze uit het milieu is gestapt. In sober, trefzeker proza schetst Staal hoe grote wapendeals worden gesloten met nietsontziende rouwdouwen.

Alles is te koop: kalasjnikovs, Stingerraketten, mortiergranaten of ultracentrifuges voor de aanmaak van uranium voor kernwapens. No problem. Mooi - wat heet! - is de beschrijving van het geraffineerde handjeklap tussen een paar grote dealers om de markt te verdelen en vooral hun prijzen op peil te houden. Gruwelijk is het verslag van een nevenhandeltje in Pakistaanse kinderen.

Uiteraard schemeren permanent morele dilemma's van goed en kwaad door het verhaal, en daar zit een minpuntje. Wie zijn kostje verdient met illegale wapenhandel, is een crimineel. Punt uit. Daar lul je je niet uit met halfbakken gezemel als 'Zonder wapens wordt iedereen slachtoffer' of 'Iedereen die slecht wordt, is eerst goed geweest'. Ook wat dubieus is de suggestie dat regeringfunctionarissen voluit met de dealers over wapenembargo's onderhandelen. Maar goed, het is detailkritiek en misschien zijn we naïef.

Is dit nu een min of meer waargebeurd verhaal? Zat de schrijfster écht in de wapenhandel? Het doet er niet toe, want dit is gewoon een ijzersterk en bijzonder boek.
(jl)

Bestel nu bij bol.comProbeer het mortuarium
Eva Maria Staal



Smart reading:
een boek van 200 pagina's lezen in een uur

Een boek van tweehonderd pagina's lezen in een uur. Als je Smart Reading onder de knie hebt, is het geen enkel probleem.

Op de Arnhemse Anne Frankschool zijn de leerlingen in groep acht er al langer mee bezig. Nu kan het ook op het Lorentz Lyceum, als eerste middelbare school in Nederland.

Ine Koops van het Lorentz is dolenthousiast over de snelleesmethode. Eigenlijk al vanaf het moment dat hij er op de Anne Frankschool mee kennismaakte. Koops maakte zijn collega's en het management even enthousiast en na een pilot leren de Lorentz - leerlingen dit jaar echt 'slim lezen'.

"We hebben het uitgeprobeerd op alle niveaus die we hier op school hebben - van mavo tot tweetalig vwo - en het beviel overal prima."

Smart Reading is volgens Koops een andere manier van lezen en leren. "Als de meeste mensen lezen, verklanken ze nagenoeg ieder woord; in je hoofd zeg je het woord. Lezen gaat daardoor even snel als spreken. Maar onze hersens kunnen de informatie veel sneller verwerken. Bij Smart Reading herkent de lezer beelden; ieder woord, iedere alinea is in feite een plaatje. Als je een pagina scant, heb je maar een paar seconden per pagina nodig. Op die manier kun je heel snel heel veel informatie tot je nemen."

Dat vraagt wel veel voorbereiding. "Je bekijkt de voor- en de achterkant van een boek, de inhoudsopgave, je moet je de structuur van het boek eigen maken. Het is belangrijk dat je voor jezelf een doelvraag formuleert: welke informatie wil ik uit dit boek halen. Want veel in een boek is ballast."

Als de leerling volledig geconcentreerd is - ook daarvoor leren de leerlingen technieken - kan het scannen beginnen. De vinger raast over het papier - bijwijzen mag weer. "Je scant van links naar rechts en van rechts naar links en meerdere regels tegelijk. Sommige leerlingen kunnen het zelfs met het boek ondersteboven. Dat maakt niets uit; onze hersens kunnen veel meer dan we denken. Het is een harde schijf, en alles wat je erop zet, is beschikbaar."

De scholieren leren in een paar weken de basisvaardigheden. "Dat is het fundament. Daarna is het een kwestie van doen en bijhouden. Daarom integreren we het zo veel mogelijk in de andere vakken."
(bron: De Gelderlander)



Uitgeverij Columbus geeft midi-thriller uit

Uitgeverij Columbus in Heerenveen brengt een nieuw boekengenre op de markt: de midi-thriller. Het eerste boek in dit genre, Chess van de Ermelose boekverkoper Heerco Walinga, ligt sinds gisteren in de winkel.

De midi-thriller is "een thriller voor en over jongeren", aldus de uitgeverij. "Het genre lijkt wel wat op het cross-over genre dat tussen jeugd- en volwassen boeken in zit", aldus uitgever Aukelien Wieringa van Columbus. "Het ziet er nog uit als een kinderboek, maar het is echt een thriller met heel veel spanning. Het is bedoeld voor jongeren van dertien tot en met zestien jaar die houden van dikke boeken. Het eerste boek telt 550 bladzijden."

Het verschil met thrillers voor volwassenen is dat dit nieuwe genre jongeren als hoofdpersonages heeft. "Op die manier moet het verhaal aansluiten bij de belevingswereld van jongeren."

Of het hier inderdaad een geheel nieuw genre betreft, kan Wieringa niet met zekerheid zeggen. "Maar wij denken dat dit een hiaat is en we hopen dat na ons meer uitgeverijen daar in stappen."

Ook een woordvoerster van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) kon gisteren geen uitsluitsel geven of het hier echt een heel nieuw genre betreft. "Maar een genre heb je sowieso pas bij meerdere soortgelijke boeken."
Dat laatste laat niet lang op zich wachten. In mei verschijnt de tweede midi-thriller bij uitgeverij Columbus: Wraak van de wolf van Bert Wiersema.
(bron: Friesch Dagblad)


maandag 26 februari 2007


Chicklit is voor de lipstickfeministe

Verpest het lichte genre de markt voor Nederlandse literatuur voor vrouwen? Chicklit is een statement: wij zijn slim, onafhankelijk en we willen ook begeerlijk zijn.

Drie vrouwen staan op de longlist voor de Libris Literatuurprijs: Fleur Bourgonje, Natalie Koch en Sana Valiulina. Zou een van hen winnen?

Waarschijnlijk niet. De laatste 22 AKO- en Librisprijzen gingen naar mannen, Connie Palmen was in 1995 de laatste vrouw met De vriendschap. De spaarzame bekroning van literatuur van vrouwelijke schrijvers was voor auteur Mariët Meester aanleiding om zich in november te beklagen in Trouw. Haar verklaring: literaire jury’s zijn niet in staat onderscheid te maken tussen waarlijk belangrijke boeken die door vrouwen zijn geschreven, en de ‘chicklit’. Lees verder.

Schrijfster en columniste Cindy Hoetmer reageerde tegenover Boekennieuws:
De meeste schrijvers willen gewoon op hun eigen manier een verhaal vertellen. Pas naderhand plakken uitgeverijen en recensenten er etiketjes als chicklit of literatuur op.

Dit heeft niets met de intenties van de schrijver te maken. Sterker nog, het is stomvervelend.

Waarom zou in godsnaam het boek van Wiegertje Postma chicklit zijn? Omdat het geschreven is door een jonge vrouw? De boeken van mannelijke Spunkauteurs mogen zeker wel gewoon boek heten.

Ronduit beledigend is de veronderstelling dat romans van vrouwelijke columnisten en webloggers door uitgevers zouden worden bedacht. Romans worden niet door uitgevers bedacht, en zeker niet romans die zijn gebaseerd op eigen ervaringen van de schrijver (terwijl dat hier wordt genoemd als een van de definities van chicklit). Dat is namelijk onmogelijk.

En sinds wanneer is het #%%@& verkeerd om als journalist of columnist te werken? Is de kunst dan niet puur genoeg? We moeten inderdaad niet toejuichen dat schrijvers hun eigen geld verdienen, het is veel beter als ze dikke subsidies opeisen.

Het zijn lieden met oubollige opvattingen over boeken, lezen en literatuur, zoals die troela Herien Wensink, die vrouwen in een hoek schoppen. En ja, ik strijd onder eigen banier, iemand moet het doen.



Zoekt een vrouw een oppas

Aangezien half Nederland Komt een vrouw bij de dokter heeft gelezen, valt met enig research wel uit te zoeken hoe het huishoudelijke leven van de schrijver Kluun in elkaar zit.

Momenteel prijkt er op Markplaats een advertentie Inmiddels is de advertentie plots van Marktplaats verdwenen en kan niemand meer lezen hoe Nathalie (in de volksmond Naat), de huidige vrouw van Kluun, een oppas zoekt voor haar kinderen Roos (3) en Eva (8) en een gemeubileerde kamer aanbiedt.

Wie wil er niet in dit mooie huis in Oud-Zuid wonen? Boekennieuws heeft de advertentietekst gewoon LETTERLIJK gekopieerd:
Een bijzonder aanbod. Ben je een ervaren, goede oppas EN zoek je een mooie, ruime, lichte, gemeubileerde kamer in Oud Zuid (vlakbij Vondelpark)? Wij zoeken een lieve, verantwoordelijke oppas, die het leuk vindt om gemiddeld 2 flexibele avonden in de week of weekend en 1 ochtend in het weekend op te passen. Je bent op die avonden gewoon thuis, in je eigen kamer.

We willen géén au pair of student, maar een rustig, werkend, niet samenwonend persoon die gewend is rekening te houden met anderen en af en toe op wil passen in de avonduren en één ochtend in het weekend op onze dochters Roos (3) en Eva (8).

De kamer is gemeubileerd, met eigen, aangrenzende badkamer met ligbad en douche, balkon, toilet, enz. Je hebt genoeg privacy; het is op de bovenste verdieping, alleen als we logees hebben is er iemand op jouw verdieping. Er is geen aparte keuken, wel een magnetron in je kamer.

Zelf koken we vrijwel iedere werkdag (niet vegetarisch), als je wil bereiden we (tegen kostprijs) een extra maaltijd voor jou, scheelt je een hoop werk en je neemt het warm en wel mee naar je eigen ruimte.

Je hebt dus alle privacy op je kamer op onze bovenste verdieping, maar om daar te komen loop je door ons huis, over onze trappen en langs de deuren van de slaapkamers van onze kinderen. Daarom willen we 100% zekerheid dat je daar rekening mee houdt. Niet praten of bellen op de trappen, niet smijten met deuren, geen keiharde muziek, geen vrienden die midden in de nacht aanbellen.

Voor deze gemeubileerde kamer van 20m2 + badkamer + wc + balkon in de leukste buurt van Amsterdam (normaal gesproken rond de 500 euro waard) vragen we een huur van 300,- all in én gemiddeld 10 uur per week oppassen. Bij meer uren oppas daalt de huur iets, bij minder uren komt het bedrag iets hoger uit, maar nooit meer dan 400 euro. Daarnaast vinden we het fijn als je bv ook wat zou willen strijken en de was vouwen. Je krijgt uiteraard extra betaald. En misschien kan je een beetje inspringen, bv in de vakanties een keer met de meiden ergens heen, een keer de oudste uit school halen, enz.

Nogmaals: geen studenten en au pairs, alleen rustige, werkende personen, die er bv nog een studie bij doen. Voor uitleg over deze bijzondere constructie en details: mail ons!
Na al die au-pairs die Kluun heeft beschreven in zijn twee bestsellers, is Naat inmiddels uitgekeken op die studenten die maar bellen op de gang, vrienden op bezoek hebben en amper een bijbaantje kunnen handhaven omdat ze op commando moeten kunnen oppassen.

De eerste persoon die aldaar gaat wonen en oppassen èn het meer dan drie maanden volhoudt, zou van iedere uitgeverij bijna direct een contract moeten krijgen om een boek te schrijven!


zaterdag 24 februari 2007


Zwerfboek verovert Fryslân

Het begon in 2001 in de Verenigde Staten. Een boek lag op een bankje in het park, een ander op het station, een derde in de wachtkamer van de tandarts. Vergeten? Nee, het is bookcrossing : het met opzet achterlaten van boeken in de openbare ruimte, met daarbij het verzoek aan de vinder om zijn reactie op het boek op een speciale internetsite achter te laten.



Zo ontstaat er een dialoog tussen twee elkaar onbekende lezers van hetzelfde exemplaar van een boek. In de vijf jaar dat het fenomeen bestaat, is het uitgegroeid tot een brede beweging. Ruim 450.000 bookcrossers hebben intussen al bijna drie miljoen boeken geregistreerd, ook in Nederland.

Voor een deel vindt de uitwisseling plaats via officiële bookcrossing-zones. Juist op die trend springen de bibliotheken van Heerenveen, Joure, Oosterwolde, Gorredijk en Wolvega in.

Per 1 maart ligt er in de vijf filialen een voorraad boeken die speciaal voor de nieuwe vorm van uitwisseling zijn bestemd. Belangstellenden mogen het boek gratis meenemen, lezen en op internet laten weten wat zij ervan vonden. Wie echt mee wil doen, laat het boek vervolgens weer achter in een van de bibliotheken, of op een nieuwe plek in het openbaar, waar het boek een volgende lezer afwacht.

Met de medewerking van de vijf bibliotheken komt het totale aantal officiële Nederlandse bookcrossing-zones op 46. Acht daarvan bevinden zich in Fryslân, dat daarmee de provincie met de meeste wisselplekken is geworden. De drie overige plekken zijn het boekwinkeltje ’t Vossehol in Franeker, de vakantiezeilboot De Avontuur uit Grou, en de werkervaringsplaats Raderwerk in Buitenpost. In principe mag iedereen een nieuwe ruilplek beginnen.

Een overzicht van alle zones, en de reacties op de zwervende boeken, staan op www.bookcrossing.nl
(bron: Friesch Dagblad)



Geen meesterwerk? De Here zij dank!

Aan Marcel Mörings Dis is van alles mis. Dat zeggen althans de beroepslezers. Maar zie het eens anders en laaf je aan de personages en natuurbeschrijvingen.
door Atte Jongstra

Een beetje schrijver streeft naar het hoogste. Ieder boek opnieuw probeert hij dat ene meesterwerk te schrijven dat in geen literatuurgeschiedenis mag ontbreken. Een beetje schrijver is echter slim genoeg om te begrijpen dat hij er beter aan doet dat meesterwerk uit te stellen tot hij zeventig is. Na een meesterwerk kan het immers alleen maar minder worden. De paradox ligt voor het oprapen: een beetje schrijver streeft naar het meesterwerk dat hij liefst nog jaren ongeschreven laat. Ga daar maar eens mee om.
Lees verder...

Bestel nu bij bol.comDis
Marcel Möring



Lees, lach en win!

Lees, lach en win!

Lezers van het AD kunnen de de leukste schrijver van Nederland kiezen. Doe mee en win een AD-humorpakket t.w.v. €150,-

Dit jaar staat de Boekenweek, van 14 tot en met 24 maart, in het teken van humor. Lezers van AD mogen dit jaar bepalen wie de geestigste pen van Nederland heeft. De schrijver met de meeste stemmen krijgt voor aanvang van de Boekenweek de Gouden Gniffel uitgereikt.

Aan u de vraag:
Wie is volgens u de meest humoristische schrijver van Nederland?

Vul nu hier het formulier in. De winnaar van de Gouden Gniffel wordt in het AD van zaterdag 10 maart bekendgemaakt.
(bron: AD)


vrijdag 23 februari 2007


Jeltje van Nieuwenhoven voorzitter Scenarioprijs

Oud-politica Jeltje van Nieuwenhoven wordt de voorzitter van de jury van de LIRA Scenarioprijs 2007. Dat maakte de organisatie donderdag bekend.

De LIRA Scenarioprijs is de grootste prijs voor Nederlandstalig televisiedrama. De winnaar krijgt 15.000 euro. Eind maart maakt de jury bekend welke drie scenario's van Nederlandse televisiedrama's zijn genomineerd voor de prijs. Op donderdag 24 mei wordt de prijs uitgereikt aan de winnaar. De Stichting LIRA is de auteursrechtenorganisatie voor makers van literaire werken. De stichting maakt naast de Scenarioprijs ook de Woutertje Pieterse Prijs en de Gouden Strop mogelijk.
(bron: ANP)


donderdag 22 februari 2007


Lydia Rood schrijft Kinderboekenweekgeschenk

De stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB) heeft aangekondigd dat het boekje van Lydia Rood verschijnt tijdens de 53ste Kinderboekenweek (3 tot en met 13 oktober). Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen is gevraagd het jaarlijkse Prentenboekje voor hun rekening te nemen.

Lydia Rood (1957) is zowel bekend als schrijfster van kinder- en jeugdboeken als van boeken voor volwassenen. Bekende jeugdboeken van haar hand zijn Maanzaad, Een mond vol dons en Sprong in de leegte. Haar boeken zijn diverse keren bekroond. Rood schreef ook erotische columns voor onder meer Playboy.

Tonke Dragt, die de tekst schrijft voor het Prentenboekje, is een veelgeprezen schrijfster van kinder- en jeugdboeken. Zo ontving ze in 2004 de Griffel der Griffels voor De brief van de koning. Annemarie van Haeringen heeft verscheidene boeken van Dragt geïllustreerd.



Querido experimenteert met online reclame

Voor de lancering op 1 maart van het nieuwe boek Het schervengericht van A.F.Th. van der Heijden wordt gebruik gemaakt van wat de uitgeverij Querido een "unieke website" noemt en "een experiment met online-advertising".

De site www.hetschervengericht.nl "laat zich lezen als een boek", aldus de trotse uitgever. De openings- en slotpagina van de website fungeren als boekomslag. 'Binnenin' wordt een impressie gegeven van de toon en de sfeer van de roman.



"Het doel van de online-campagne is niet zozeer om het vaste Van der Heijden-publiek te bereiken, alswel te experimenteren met online-advertising voor literatuurliefhebbers. Met een groeiende internetpopulatie wordt het steeds interessanter om voor deze groep online-reclame te maken," aldus Miriam Evers van Querido.
(bron: reclawereld.blog.nl)



Arnon Grunberg: Onder de mensen
Guantánamo: de romantiek van de gluurder

In het kamp van Guantánamo Bay op Cuba houden de VS honderden terreurverdachten vast zonder proces. Schrijver Arnon Grunberg ging er kijken. Deel 1 en 2 van een serie uit het NRC Handelsblad.

DEEL 1:
Een van de meest exclusieve vakantiebestemmingen is dezer dagen ongetwijfeld Guantánamo Bay, door ingewijden genoemd ‘Gitmo’. Ik spreek niet over de ongeveer 395 gevangenen die daar [sinds de Amerikaanse inval in Afghanistan van 2001] vastzitten als enemy combatants. Ik heb het over de gestage stroom van hoogwaardigheidsbekleders, advocaten, afgezanten van het Rode Kruis en journalisten die de enemy combatants bezoeken.

Bezoeken in de ware zin van het woord is slechts mogelijk voor het Rode Kruis, hoewel het Rode Kruis geen mededelingen mag doen over zijn bevindingen aldaar, en de advocaten, hoewel ook die niet altijd met hun cliënten kunnen spreken. Hoogwaardigheidsbekleders en journalisten mogen slechts door de tralies gluren.

De reis naar deze exclusieve bestemming begint met bijbelcitaten. Lang voor de journalist voet op Gitmo kan zetten, heeft hij een reeks van e-mails moeten uitwisselen met de Joint Task Force Guantánamo

(JTFGTMO) die op Gitmo is ingezet om de enemy combatants te bewaken, te ondervragen en in leven te houden.

Onderaan de mails van JTFGTMO verschijnen teksten uit de bijbel. Een greep uit de citaten: ‘Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?’ (Mattheus 6:27) ‘En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ (Romeinen 8:28)

Maar het vaakst sluit JTF zijn e-mails af met het aforisme ‘dood de zonde, anders zal de zonde jou doden’. Eerst dacht ik dat

JTFGTMO dit aforisme zelf verzonnen had. Maar het blijkt uit de koker van de theoloog John Owen te komen.

Kennelijk had ik de zonde in mij zelf gedood, want na een aantal procedures kreeg ik bericht dat ik welkom was op Gitmo.

Ik moest wel wachten. December zat vol. De vertegenwoordiger van de media betreedt Gitmo niet tijdens het weekend. De weekenden aldaar zijn mediavrij.

De journalist arriveert maandag en gaat donderdag weer weg, een enkele uitzondering vertrekt op vrijdag. Hij heeft de keuze om vanaf Fort Lauderdale-Hollywood International Airport, Florida, met Air Sunshine of Lynx Air International naar Gitmo te vliegen.

Air Sunshine viel af. Er zijn grenzen aan de ironie.

Na enig zoeken vond ik verleden week maandag in een uithoek van het vliegveld de balie van Lynx Air. Ik ging in de rij staan met een paar Filippijnse gastarbeiders, van wie er tamelijk veel op Gitmo werken.

Volgens een advocaat die ik op Gitmo heb ontmoet, verdienen de gastarbeiders daar minder dan twee dollar per uur, maar

JTFGTMO heeft deze informatie nog niet bevestigd. De Filippijnen in de rij leken geen idee te hebben waar ze heengingen, maar ze hadden de begeerde area clearance.

Wie incheckt voor Gitmo, moet eerst en vooral zijn area clearance laten zien. Een document dat de drager ervan toestemming geeft de marinebasis te betreden. Voor de kampen op Gitmo is weer een aparte clearance nodig.

Als het papier bestudeerd is, word je door Lynx Air gewogen.

(Een vrouwelijke collega die een dag eerder wilde vertrekken, kreeg op haar vraag of er nog plaats was in het vliegtuig van Lynx Air te horen: „Dat hangt er vanaf hoeveel je weegt.”)

Na het wegen zei de jongen van Lynx tegen me: „Kom om drie uur hier terug.” Om drie uur stond ik weer voor de balie. Samen met de Filippijnse gastarbeiders, wat mannen die advocaten zouden kunnen zijn of die wellicht voor mensenrechtenorganisaties werken, misschien ook diplomaten en twee collega’s. Net als toeristen herken je de vertegenwoordigers van de media meteen.

Ik hield mij afzijdig.

Plotseling riep de jongen van Lynx Air: „Volg mij.”

De gastarbeiders, de mysterieuze mannen en de journalisten volgden hem gedwee.

Hij deed een deur open, wij stonden voor een piepklein vliegtuigje. Snel stapten wij in. Aan veiligheidscontroles werd niet meer gedaan. Wie zijn area clearance heeft, is veilig bevonden.

In het vliegtuigje, een Fairchild Metro III, kun je niet staan, een wc ontbreekt, net als stewardessen. Je kijkt tijdens het vliegen recht in de cockpit, wat instructief is.

De vlucht duurt langer dan noodzakelijk, omdat Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen niet door het Cubaanse luchtruim mogen. Alleen tijdens het landen op Gitmo wordt een klein stukje Cubaans luchtruim doorkruist. Cuba is toeschietelijker geworden op dit gebied.

Vlak voor de landing kwamen we in een tropische storm terecht.

In een loods stond een man in burger die nog een keer mijn area clearance bekeek, een soldaat wierp een vluchtige blik in mijn computertas. Toen stond ik buiten in de regen. Het Amerikaans leger zou mij afhalen, maar er was geen leger te bekennen.

„Waar moet je heen?” vroeg een medepassagier.

„Geen idee”, zei ik.

„Ja dan kan ik je ook geen lift geven.”

Snel voegden twee collega’s zich bij me. Michelle en Pete, ze werkten allebei voor de Toronto Star. Hij als fotograaf, zij als reporter.

„Is dit je eerste keer op Gitmo?”, vroeg Michelle

Ik knikte.

„Wij zijn hier al een keer geweest”, zei Pete.

Nog geen vijf minuten was ik hier en nu was ik al ontmaskerd als Gitmo-maagd.

En weer moest ik aan dat aforisme van de JTFGTMO denken. ‘Dood de zonde, anders zal de zonde jou doden.’
DEEL 2:
Wie een oordeel wil vellen over de kampen op Guantánamo Bay (‘Gitmo’) ontkomt er niet aan de vraag te beantwoorden of wij ons middenin in de Global War on Terrorism (GWOT) bevinden. Als er zoiets bestaat als de GWOT, als daar gegronde redenen voor zijn, dan is er behoefte aan een opvangcentrum waar vijandelijke strijders tot nader order kunnen worden opgesloten. En als er geen GWOT is, of althans als wij daar geen deel van uitmaken, dan is de vraag: wie is onze vijand? Voor wie staan daar die metaaldetectoren?

Rest nog de vraag of dit de beste manier is om de vijand op te sluiten. Of opsluiting überhaupt een redelijk en zinnig antwoord is op al die elementen die wij als crimineel beschouwen.

Verder is het goed te beseffen dat zouden de gevangenen die nu op Gitmo vastzitten zijn opgepakt door de Russen in Tsjetsjenië, zij allang spoorloos waren verdwenen. Uiteraard na eerst te zijn gemarteld. In de meeste Arabische landen was hun hetzelfde overkomen.

Nog niet lang geleden zorgden de meeste regeringen in Zuid-Amerika ervoor dat ongewenste elementen gemarteld werden om vervolgens te verdwijnen. Wij deden daar niet moeilijk over. Het was Zuid-Amerika.

Maar als het om de Verenigde Staten gaat hanteren wij andere maatstaven. Niet ten onrechte. Amerika wil een licht onder de naties zijn.

Het is verleden week maandag en ik land op Gitmo.

Ik moet even wachten, maar dan verschijnt staff sergeant Scott in een bus. Het soort bus waarin in New York schoolkinderen worden vervoerd.

„Dit is nog nooit gebeurd”, zegt de staff sergeant. „Lynx Air landde te vroeg. En het regent. Ook uitzonderlijk.”

Samen met mijn collega’s Pete en Michelle van de Toronto Star beklim ik de bus. Het is al donker.

De Joint Task Force Guantánamo Bay (JTFGTMO) heeft mij uitgenodigd hier te komen, in de hoop dat ik iets zal rechtzetten. Ik heb mijn uiterste best gedaan me te laten uitnodigen, maar toch. Dit is een kamp dat aan de wereld getoond wordt, althans gedeeltelijk. Een showkamp, zou de cynicus zeggen.

Zou het Amerikaanse leger hebben gezegd: „Die Grunberg isoleren we een beetje.” Of is het toeval? Bestaat er in een omgeving als deze waar alles draait om controleren en gecontroleerd worden toeval?

De staff sergeant geeft ons tien minuten om ons te installeren. Daarna worden wij in de perskamer verwacht. De perskamer is een fel verlichte ruimte naast de receptie, met enkele telefoons en de mogelijkheid gebruik te maken van snel internet à honderd dollar, vooraf te betalen.

De vierde reporter verschijnt. Hij had een vlucht eerder, hij vloog met Air Sunshine. Damien van de Britse Daily Telegraph, een bleke jongeman van mijn leeftijd met een grote bril en bruin haar. Hij herinnert me merkwaardig genoeg aan mijn in 2005 overleden verloofde.

Wij installeren onze computers.

Kort daarop betreedt kapitein Byer de perskamer. Een man die al een jaar lang journalisten door de kampen voert. Het heeft hem uitgeput.

Hij deelt persmappen uit.

„Ik weet dat jullie gewend zijn individueel te werken”, zegt hij, „maar er bestaat hier op Gitmo geen individualiteit, geen exclusiviteit. De tour die jullie de komende twee dagen zullen maken is al door ongeveer duizend journalisten gemaakt. Het is een machine.”

Hij kijkt ons aan als iemand die eraan gewend is gehaat te worden.

„Jullie kunnen vragen: Mag dit kapitein? Mag dat, kapitein? Ik zal beleefd nee zegen. De komende dagen zullen jullie de hele tijd samen zijn. Wen er nu maar alvast aan. En weet hoe bijzonder het is dat jullie dit te zien krijgen. Alsof je middenin de Tweede Wereldoorlog een krijsgevangenkamp in mag, of tijdens de Balkanoorlogen een concentratiekamp mag betreden.”

Hij verbeter zichzelf. ‘Een kamp mag betreden.’

Een van de collega’s noteert iets. Ik denk, ik moet ook iets noteren, ik pak mijn opschrijfboekje en noteer in paniek: „We zullen de komende dagen samen zijn.”

Niet alleen het Amerikaanse leger houdt ons de in de gaten, we houden elkaar ook in de gaten. Bevreesd als we zijn dat de collega toch een kruimeltje exclusiviteit ten deel zal vallen.

De Administrative Review Board stelt ieder jaar opnieuw vast of de enemy combatant echt een enemy combatant is. Let wel: dit is geen juridisch proces. De commissie stelt geen schuld vast. Schuld telt niet op Gitmo.

Wat telt is de vraag of je een EC bent geweest. Wat je nu bent, is ook onbelangrijk. Je kunt psychisch ziek zijn geworden, maar daar kan de Adminsitrative Review Board geen rekening mee houden. De commissie kijkt naar wat je bent geweest, niet wat je nu bent.

Even wat feiten: Er zijn geen vrouwelijke enemy combatants op Gitmo. Ook geen minderjarige EC’s. Die waren er wel, maar ze zijn, en dat is heuglijk nieuws, meerderjarig geworden.

De collega’s gaan naar de Clipper Club. Een van de weinige plekken waar we alleen gelaten zullen worden. Verder zal het leger ons overal volgen, ook, zo zal ik aan den lijve ervaren, als we naar de wc gaan.

De Clipper Club is leeg. De barkeeper warmt pizza’s op in de magnetron.

Damien is lange tijd in Irak geweest, de twee Canadese collega’s hebben de man ontmoet die de laatste fatale rendez-vous voor [de in 2002 vermoorde Wall Street Journal-verslaggever] Daniel Pearl in Pakistan regelde. De romantiek van de oorlogscorrespondent is de romantiek van de gluurder.

Om tien uur gaan we naar bed. In mijn kamer smaakt de lucht naar zeep. Ik kan niet slapen, ik besluit naar Joy Division te luisteren. ‘I guess you were right, when we talked in the heat/ there is no room for the weak, no room for the weak./ Where will it end?’

De volgende ochtend om kwart voor zeven staat staff sergeant Scott klaar met zijn bus om ons naar de haven te transporteren. Daar ligt een veerboot om ons naar het aan de andere kant van de baai te varen. Het Gitmo waar de kampen zijn. Over land kun je daar niet komen. Tenzij je door Cuba gaat.

In het andere Gitmo komen we langs een bord waarop staat: „Waarde van de week: respect.”

„Wat is dat?” vraag ik.

„Het leger is een instituut gebaseerd op waarden”, zegt de kapitein. „Dat is het mooie aan het leger. Er zijn zeven verschillende waarden. Zo’n bord herinnert ons aan die waarden.”
(wordt vervolgd)



100 auteurs in Pantheon

Het Letterkundig Museum in Den Haag krijgt een 'Pantheon' met honderd schrijvers uit de Nederlandse literatuur, uitsluitend overleden auteurs. Vanaf eind 2008 stelt het museum van hen permanent manuscripten, documenten en persoonlijke bezittingen tentoon. Een commissie koos Nederlandse én Vlaamse schrijvers, alsmede geleerden, kunstenaars, en "schrijvers voor een breed publiek".

Die criteria leidden tot veel vertrouwde namen en enkele ongebruikelijke, zoals Renate Rubinstein en Simon Carmiggelt, en tekenaar Marten Toonder. Geen plek was er voor auteurs van gegronde reputatie als P.A. Daum, Anton Koolhaas, Tip Marugg, Hans Andreus, G.L. Durlacher, P.C. Boutens, en grote Vlamingen als Richard Minne, Paul Snoek en Herman Teirlinck.

Anton Korteweg, directeur van het Letterkundig Museum, was voorzitter van de keuzecommissie. Waarom is niet gekozen voor de beste auteurs, maar ook voor auteurs met een breed publiek? Korteweg: "We wilden kiezen voor de beste schrijvers vanuit een breder perspectief. Het ging ons er ook om de literaire cultuur in kaart te brengen: het werk van Anne Frank en van Van Gogh, die prachtige brieven schreef."

De commissieleden stelden elk een eigen lijst van honderd op. Korteweg: "Daarna was het vier uur cultureel kwartetten." Wat als prominente schrijvers overlijden? "Die zullen met een zekere vertraging, na een paar jaar, worden toegevoegd. We gaan van deze lijst niet weer schrijvers verwijderen."

Wordt het museum met die dode schrijvers niet te veel een tombe? "Over levende auteurs blijven we tijdelijke exposities maken, die evenveel ruimte krijgen als het Pantheon." Het Kindermuseum, met dertigduizend scholieren per jaar het populairste onderdeel van het museum, krijgt na de verbouwing twee keer zoveel ruimte. De collectie en exposities trekken nu maar een paar duizend bezoekers. Korteweg: "Ik wil straks ook dertigduizend volwassen bezoekers."
(bron: NRC)


woensdag 21 februari 2007


Schreef Jan Siebelink nu wel of geen Haagse roman?

Behoort Jan Siebelink nu wel of niet tot de schrijvers die gerekend mogen worden tot auteurs van een Haagse roman?

Dat was een vraag die de gemoederen dinsdagavond 20 februari, op het vierde AD HC-Debat over de Haagse Schatkist, nog even bezighield. Siebelink schrijft veel over Den Haag ook al komt hij zelf van de Veluwe. Zijn roman Vera is in alle opzichten een Haagse roman, behalve dan dat de schrijver zelf niet uit Den Haag komt.

"Siebelink is de enige schrijver die wel over de Schilderswijk schrijft," riep een bezoeker in antwoord op wat Frédéric Bastet juist had gezegd over de Haagse roman, namelijk dat die voornamelijk in gegoede kringen speelt. Siebelinks roman Engelen van het duister, over twee broers waarvan één aan lager wal raakt, gaat voor een deel over de Haagse Schilderswijk.

Opvallende afwezige bij de nominaties was de schrijver Ferdinand Bordewijk, een op en top Hagenaar. Zou hij door romans als Karakter toch te veel met Rotterdam worden geassocieerd?
(Bron: AD Den Haag)



Gooische Vrouwen-literatuur?

Haar uitgever Artemis & Co noemt het een 'aanstekelijk boek' en daar is ze het mee eens. Machteld Bouma (45) wilde met Pur in ieder geval een lekker boek schrijven: spannend, in de zin van dat je door wil lezen, bij vlagen grappig, en het moest ook nog ergens over gaan.

De titel van het boek slaat op polyurethaan, een snel hardend schuim dat voor islolatiedoeleinden in de bouw wordt gebruikt. Eén van de vrouwen, de entomoloog doctor Terbenk, spuit haar woning vol met pur en sluit zich zo af van de buitenwereld. Deze vrouw wordt uiteindelijk uit haar isolement verlost door de twee andere vrouwen, een journaliste met een midlifecrisis die al twintig jaar leuke stukjes schrijft voor een regionaal dagblad en een welgestelde dame met enorm veel hobby's vanwege haar empty nest-syndroom.

Hoewel de in Arnhem woonachtige Bouma een journalistiek verleden heeft - ze werkte bij een krant en een tv-rubriek - mogen we haar debuutroman niet autobiografisch uitleggen. "Maar in alle drie vrouwen zitten natuurlijk aspecten van mezelf", zegt ze. "En ook ik heb wel eens op het punt gestaan om, net als de entomologe, de voordeur dicht te gooien en nooit meer open te doen."



Schrijven vindt ze zó leuk, dat ze niet snapt dat niet iedereen het doet. Wat er dan zo fijn aan is? "Dat er onder je handen als het ware vanzelf een wereld ontstaat. Dat je mensen tot leven kunt wekken, echte, herkenbare mensen. Je bent toch een god in je eigen universum."
(bron: De Gelderlander)

Bestel nu bij bol.comPur (vanaf vrijdag verkrijgbaar)
Machteld Bouma



Elke familie haar eigen verhaal

Wie is er tegenwoordig niet op zoek naar zijn persoonlijke geschiedenis? Zowel in Nederland als daarbuiten is ancestrale literatuur hot. De jongste loot aan de stam die een roman schreef over de eigen familieboom is Dorinde van Oort.

Van Oort gaat als een detective te werk als het over haar grootmoeder Annetje gaat en dat resulteert in Vrouw in de schaduw, een spannende, niet heel erg geloofwaardige thriller waarin een oude dame wordt ontmaskerd als een moordenares. Vrouw in de schaduw is de geromantiseerde biografie van Annetje Beets, die in 1987 op de leeftijd van bijna honderd overleed. Ze was een aangetrouwde oudtante van de schrijfster Dorinde van Oort, die haar verhaal vertelt vanuit het perspectief van Beets’ kleindochter Emma Mansborg.

Het boek is een mengeling van fictie en feiten, maar leest wel als een Agatha Christie. Er worden historische personen opgevoerd, zoals de vooraanstaand politicus en burgemeester van Rotterdam Piet Oud. Andere figuren zijn gefingeerd of hebben om redenen van privacy gefingeerde namen gekregen. Het lijkt erop dat Van Oort haar eigen grootvader in het boek de naam Christiaan Mansborg geeft. Zijzelf is namelijk de dochter van Jean Dulieu (pseudoniem voor Jan van Oort), schepper van stripfiguur Paulus de Boskabouter. Dulieu was weer de zoon van de getalenteerde bas-bariton Hendrik Christiaan van Oort, die in 1953 in Soest is overleden.

Na de begrafenis van oma Annetje komen bij de schrijfster alias kleindochter vragen op: Waarom zit er tussen de dood van Oud en het huwelijk met Mansborg zo weinig tijd? Wat veroorzaakt die altijd aanwezige onderhuidse en schimmige spanning in de familie? Tussen de papieren van haar grootmoeder vindt ze dingen die haar nieuwsgierigheid wekken. Ze duikt in archieven en voert (moeizame) gesprekken met mensen die Annetje kenden en schrijft ten slotte een reconstructie van het leven van Annetje Beets. Stap voor stap wordt duidelijk welk leven Annetje Beets heeft geleid.

Volgens de reconstructie van Van Oort heeft Annetje Beets niet alleen een verhouding gehad met notaris H. C. Oud, die ze als jong meisje al kende, maar ook met diens -getrouwde- zoon P. J. (Piet) Oud, VVD-politicus en burgemeester van Rotterdam. Uit de verhouding die Annetje met Piet Oud gehad moet hebben, is waarschijnlijk een kind geboren. Harde bewijzen zijn er niet, maar Van Oort weet het geheim met notities, brieven en foto’s op haar manier aan te tonen.

Annetje woont jarenlang bij Oud sr. als huishoudster en wie weet, insinueert Van Oort, ook als geliefde. Ze trouwt na de dood van Oud sr. met de gescheiden Christiaan Mansborg. Na het leven in de villa Vossenveld te Soest en de geheimzinnige ziekte en dood van Mansborg wijst Van Oorts beschuldigende vinger naar Annetje Beets. Lief omaatje blijkt bij het overlijden van haar echtgenoot Christiaan Mansborg een handje te hebben geholpen.

De oplossing van het raadsel lijkt bij Van Oort een kwestie van wensdenken. Op bladzijde 237 slaat ze aan het interpreteren:
Ik stel me de situatie voor...
Bladzijde 239:
Baarlijke nonsens. De conclusies liggen voor de hand.
Pagina 260:
De feiten lagen onomstotelijk vast. Oma Annetje had een aanslag op grootvaders leven gepleegd, die was mislukt. Ze had het nogmaals geprobeerd, en nog eens. Toen ook die pogingen mislukten, had ze hem, ziek als hij was, in mei al krankzinnig willen laten verklaren. Ook dat was mislukt. Wilde ze nog een volgende poging wagen, dan moest zij beter beslagen ten ijs komen.
Vrouw in de schaduw leest als een sensationele onthulling. Toch is dit boek uiteindelijk het ontluisterende levensverhaal van een talentvolle vrouw die na een moment van onbedachtzaamheid jaren schreit. Annetje Beets liet haar kind opgroeien bij zus Vera als lievelingsneefje Piet en moest haar lange leven blijven draaien en verzwijgen dat ze een kind van Oud jr. had.

Dorinde van OortHet grote dilemma van het boek is overigens de gespleten verhouding tussen (schrijfster) Emma en haar vader Lepel, de stiefzoon van Annetje Beets. Vader blijkt niet zo’n fraaie rol te vervullen en was min of meer betrokken in het complot van Annetje om haar man en zijn vader Christiaan Mansborg op een zachte manier van het leven te beroven. Opvallend is dat de auteur zo’n hard en meedogenloos oordeel over Lepel zomaar zwart op wit in een boek voor haar rekening neemt.

Dorinde van Oort plaatst haar familiegeschiedenis niet in een meeslepend groots en breder verband, zoals Geert Mak. Evenmin neemt ze het verzamelde materiaal als uitgangspunt voor een echt grote roman, zoals Jan Siebelink. Haar verhaal hangt ze op aan een scabreus geheim en het is de vraag of je dat tot in de finesses met de buitenwacht moet delen.
(bron: reformatorischdagblad.nl)

Bestel nu bij bol.comVrouw in de schaduw
Dorinde van Oort


dinsdag 20 februari 2007


Zelf een bestseller schrijven

Bestaat er een recept voor het schrijven van een bestseller? Nee, natuurlijk. 'Als er een vaste formule zou bestaan, zouden we allemaal miljonair zijn,' luidt een bekend uitgeverscliché.

Dat weerhoudt menig auteur er niet van in diverse handboeken de vraag te beantwoorden 'hoe een bestseller te schrijven?'. Drie van de bekendste zijn: The Making of a Bestseller van Brian E. Hill, Bestseller: Must-Read Guide to Succesfully Selling Your Book van George Arnold en Novelist's Boot Camp van Todd Stone.

Wie dergelijke boeken leest, krijgt de meest tegenstrijdige tips. Zo wil de ene auteur dat u met de deur in huis valt, terwijl de ander stelt dat u alle personages juist stapsgewijs moet introduceren. Het tijdsverloop in een bestseller moet chronologisch zijn, vindt A, terwijl B van mening is dat u juist grote tijdssprongen moet maken om de spanning op te bouwen.

Valt er over de inhoudelijke aanpak dus niet veel te zeggen, wel kunt u, als het boek er eenmaal is, verschillende dingen doen om de verkoop van uw potentiële seller te bevorderen.

Thomas van den Bergh schreef voor Emerce een eigen, interessante Top 5 om een bestseller te schrijven. Lees verder...



Geert Mak online

De schrijver Geert Mak heeft sinds gisteren zijn eigen site, met veel wetenswaardigheden en achtergrondinformatie over zijn werk. Bijvoorbeeld over De Brug, het Boekenweekgeschenk 2007 over de Galata-brug in Istanbul, dat in een recordoplage van 890.000 exemplaren wordt gedrukt en ook in het Turks uitkomt.

Er staat ook te lezen dat een geïllustreerde editie van De eeuw van mijn vader op stapel staat, evenals De goede stad, een bundel beschouwingen en reisnotities. Voorts komen we te weten dat de Britse editie van In Europa zojuist is verschenen bij Harvill Secker/Randomhouse. Het Britse boekblad Publishing News verkoos In Europe tot boek van de maand.

De site houdt de lezer op de hoogte van aanstaande signeersessies en lezingen van de auteur en er zijn een biografie en een bibliografie te vinden. Ook zijn er videofragmenten te zien van de talrijke tv-programma’s waaraan de schrijver meewerkte. Verder toont de site foto’s die Geert Mak op zijn reizen maakte en is er een ’scriptiehulp’ voor scholieren en studenten.
(bron: NRC)



Boek Sonja Bakker meest verkochte boek 2006

Elf boeken doorbraken in 2006 de grens van 150.000 verkochte exemplaren, een stijging van 57% ten opzichte van vorig jaar. Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde CPNB-top-100 (PDF), de jaarlijkse lijst met de honderd best verkochte boeken van het afgelopen jaar.

Bovenaan in de Top-100 2006 staan Bereik je ideale gewicht! van Sonja Bakker met 671.890 exemplaren, gevolgd door Komt een vrouw bij de dokter van Kluun (476.726) en De Delta deceptie van Dan Brown (342.499).

Het verkoopresultaat van Sonja Bakker is uniek. Van geen ander oorspronkelijk Nederlandstalig boek zijn ooit in twaalf maanden zo veel exemplaren verkocht als van Bereik je ideale gewicht!

Opvallend in de CPNB-top-100 is de sterke positie van een groep vrouwelijke Nederlandse misdaadauteurs, bestaande uit Saskia Noort, Esther Verhoef en Simone van der Vlugt. De boeken van deze auteurs worden uitgegeven door Anthos, die met negen titels in de Top-100 - evenals vorig jaar - de meest succesvolle uitgeverij is.

De CPNB-top-100 verwijst de theorie dat de eerste maanden na verschijnen bepalend zijn of een boek een succes is naar het rijk der fabelen. In de top-100 staan tevens 'langzame starters' als Knielen op een bed violen van Jan Siebelink (verschenen in januari 2005), Joe Speedboot van Tommy Wieringa (verschenen in januari 2005) en De vliegeraar van Khaled Hosseini (verschenen in augustus 2003).

De toename van het aantal megasellers betekent dat het aandeel van de 100 best verkochte boeken in de totale boekverkoop toeneemt. De ruim acht miljoen verkochte exemplaren van de boeken uit de Top-100 vormen naar schatting 22% van de totale verkoop aan algemene boeken. Het overige percentage van de verkoop spreidt zich over de rest van het aanbod.
(bron: CPNB)



Annie de Reuver openhartig in boek

Annie de Reuver, negentig jaar maar nog steeds vitaal genoeg om aan het mediacircus deel te nemen rondom de publicatie van haar biografie: Onverbloemd! 90 jaar Annie de Reuver.



De Rotterdamse volkszangeres en producer kreeg gisteren uit handen van goede vriend Bas van Toor (Bassie van Adriaan) het boek met haar levensverhaal in het Oude Luxor-theater in Rotterdam.

De biografie is een aanvulling op de vele onderscheidingen die de Rotterdamse al zijn opgespeld. De Rotterdamse journalist Rein Wolters tekende op De Reuvers verzoek haar relaas op in haar eigen woorden. "Zó kennen de mensen me, zó moeten ze me herinneren."

In het boek blikt ze zonder gêne terug op haar vier huwelijken. Ook passeren veel bekende namen van het Nederlandse lied de revue. De Rotterdamse maakt van haar hart geen moordkuil en de een komt er wat beter vanaf dan de ander. Ze heeft niets dan lof voor producer Johnny Hoes en het duo Bas & Adriaan van Toor, maar voor Mary Servaes, de Zangeres zonder Naam, heeft ze geen goed woord over.

Ze heeft zelf uiteindelijk financieel weinig aan haar brede carrière overgehouden. "Al die jaren dat ik heb gewerkt, heb ik beslist niets overgehouden dan alleen AOW. Ik heb altijd iedereen rijk gemaakt, maar ik ben zelf arm gebleven", aldus De Reuver.

Maar voor het geld deed ze het niet. De krasse 90-jarige wordt nog steeds herkend op straat. Dat geeft de Rotterdamse veel genoegdoening. "Dan heb ik niet voor niets geleefd."
(bron: BN/De Stem)
Bestel nu bij bol.comOnverbloemd!
Annie de Reuver



Niet alleen leuk voor schrijvers

Schrijvers die romans schrijven over schrijvers die romans schrijven. Je zou het als een gebrek aan inspiratie kunnen beschouwen. Of als een vorm van misplaatste arrogantie. Het gevaar is immers aanwezig dat alleen vakbroeders het boek zullen waarderen. Des te opmerkelijker is het dat juist een debutant zijn eersteling aan de literaire wereld wijdt.

Het 'genre' levert nogal eens semi-autobiografische werkjes op die buitenbeentjes vormen in het verdere oeuvre van de schrijver. Er zijn uitzonderingen. De wereld volgens Garp betekende John Irvings grote doorbraak, Misery is één van Stephen Kings betere thrillers en zo zijn er nog wel meer geslaagde romans waarin een auteur de hoofdrol speelt. Op het eerste gezicht lijkt Stand-in echter weer zo’n vervelend 'ons-kent-ons-prulletje'. Maar schijn bedriegt.

Via een studie Nederlands, de toneelschool in Amsterdam en optredens op de podia - o.a. in de toneelversie van Brokeback Mountain - zet de in Rotterdam geboren Sieger Sloot (1977) nu zijn eerste schreden op het literaire pad. Sloots carrière valt echter in het niet bij die van Andreas Mahlknecht, de hoofdpersoon uit zijn onlangs verschenen debuutroman Stand-in.

Eerst probeert Andreas op straat in Frankfurt achtereenvolgens badlakens, Chinese kleding en rode rozen aan de man te brengen. Elk avontuur is tot mislukken gedoemd. De ene keer wordt hij bedreigd door concurrerende Algerijnse badlakenverkopers en de andere keer maken ongewassen Pakistaanse rozenverkopers hem het leven zuur. Steeds opnieuw vervult hij elke nieuwe taak en iedere nieuwe gebeurtenis met een verbazingwekkende vanzelfsprekendheid. Als iemand hem ongevraagd tot compagnon bestempelt, denkt Andreas slechts: "Andere mensen hadden een curriculum vitae nodig. Ik had genoeg aan mijn uitstraling." Daarmee is de kous voor hem af.

Na enige omzwervingen komt Andreas in dienst als butler bij de graaf en gravin Von Strobel. Maar ook deze dienstbetrekking beleeft een abrupt einde. Daarna belandt hij op zolder bij twee nogal onsympathieke zusters. Vervolgens loopt hij een literair agent tegen het lijf die hem als stand-in inzet voor schrijvers. Tijdens literaire evenementen vervangt Andreas tal van auteurs. Hij doet signeersessies, neemt eerste exemplaren in ontvangst, woont prijsuitreikingen bij en geeft lezingen. De Duitse pers is finaal van slag, maar langzamerhand groeit de hoofdpersoon uit tot een beroemdheid. Dat leidt tot onvoorziene gevolgen die de stand-in ervan overtuigen zijn autobiografie te gaan schrijven.

Aan belevenissen geen gebrek in dit flitsend geschreven debuut. Het tempo waarin Sloot de ene na de andere gebeurtenis voorbij laat komen doet de lezer naar adem snakken. De uitgeverij plaatst het onder het kopje 'literaire slapstick' en dat is een passende betiteling. Een duidelijk plot heeft Stand-in niet. Het is eerder een serie dwaze voorvallen met een nogal passief hoofdpersonage dat zich er willoos door laat meeslepen. Juist in dat absurdisme schuilt Sloots kracht als auteur.

Vooral in de eerste helft en het einde van de roman komen de nodige kleurrijke personages voorbij. Zo is er Andreas' oma die tot de heilige Franciscus bidt voor een miskraam. De twee zusters bij wie Andreas een tijdje intrekt, zijn ware monsters die hun kostganger als slaafje behandelen. En de graaf en gravin Von Strobel hebben een op zijn zachtst gezegd opmerkelijke relatie waarin continu met pantoffels wordt gegooid. Het is smullen geblazen met de talrijke idiote personages die welhaast dickensiaans aandoen.

Toch blijkt schrijven over de literaire wereld op den duur een valkuil. Andreas' belevenissen als stand-in zijn absoluut amusant, maar Sloots trukendoos blijkt te beperkt als zijn hoofdpersonage zich langere tijd op één bezigheid focust. Juist de razendsnelle wendingen geven Stand-in de nodige vaart en na een tijdje wordt het allemaal wel erg veel van hetzelfde, hoe geslaagd Sloot ook de spot drijft met het wereldje. Bovendien is het jammer dat de schrijvers, uitgevers en agenten minder goed uit de verf komen dan de eerder genoemde lieden. Het zullen dan ook vooral schrijvers zijn die deze passages écht kunnen waarderen.

Op zijn website zegt Sieger Sloot: "De acteur en schrijver in mij vechten voor hun leven, maar de strijd is vooralsnog onbeslist." Of zijn trukendoos groot genoeg is om een interessant en divers oeuvre op te bouwen valt nog te bezien. Maar Stand-in is zonder meer een veelbelovend debuut en doet uitkijken naar meer.
(bron: 8Weekly.nl)

Bestel nu bij bol.comStand-in
Sieger Sloot



De ontdekkingen van Simone van der Vlugt

Samen met Saskia Noort en Esther Verhoef vormt Simone van der Vlugt de eredivisie van de vrouwelijke thrillerauteurs. Met Het laatste offer levert de voormalige jeugboekenschrijfster een pakkende actiethriller af die het midden houdt tussen Dan Brown en de onvolprezen Raiders Of The Lost Ark.

Alkmaar ligt er op zomaar een druilerige woensdagochtend wat verlaten bij. In Het laatste offer vindt tijdens de Kaasmarkt op de Waag weliswaar een spectaculaire achtervolging plaats, maar die is dan ook bedacht door een schrijfster met een rijke fantasie. Simone van der Vlugt (1966): "Ik vond het leuk om mijn woonplaats in dit boek te betrekken. Het is ook praktisch, omdat ik de stad goed ken en dus niet zoveel onderzoek hoefde te doen. Mijn vorige boek, Schaduwzuster speelde zich af in Rotterdam. Omdat ik die stad niet kende, moest ik daar keer op keer naartoe. Ook leuk, maar wel tijdrovend."

Toch speelt een groot deel van Het laatste offer zich af op een plek die nog veel verder van Alkmaar afligt: Egypte. "Klopt. En toen ik mijn gezin vertelde dat we op werkvakantie naar Egypte gingen om de tempels te bekijken, werd dat niet bepaald als een straf ervaren."

Sinds Van der Vlugt is overgestapt van historische jeugdboeken naar thrillers, scoorde ze opeenvolgende bestsellers met De reünie (2004) en Schaduwzuster (2005). Een echte verklaring voor haar succes heeft ze niet. "Ik denk dat je met historische jeugdboeken simpelweg een kleiner publiek bereikt. Kinderen zijn toch minder gaan lezen en als ze dat wel doen, lezen ze graag over hun eigen belevingswereld. Zonder verhalen vol pukkels, brugklas en jongens vinden ze het al snel minder interessant."

Volwassen lezers hebben, zeker de laatste jaren, minder bezwaar tegen een extra geschiedenislesje. Hoofdpersonen van Het laatste offer Jef en Birgit proberen bijvoorbeeld de Ark des Verbonds terug te vinden. Deze met goud overtrokken en volgens sommige bronnen met magische (lees: elektrische) krachten gezegende kist zou de ooit twee stenen tafelen met daarop de Tien Geboden hebben bevat.

Van der Vlugt kreeg het idee voor toen ze bij Teleac een documentaire zag over verdwenen beschavingen, zoals de Maya's in Zuid-Amerika. Aanvankelijk was ze huiverig voor Broodje Aap-verhalen. "Maar er kwam zoveel archeologisch materiaal boven dat ik besefte dat er toch wel veel over de oudheid is dat we niet weten en waar we zomaar aan voorbijgaan."

Met hulp van bibliotheek en internet dook de schrijfster in de materie, waarbij ze stof voor meerdere boeken opdeed. Het laatste offer hoeft daarom ook niet het laatste avontuur te zijn van archeologenzoon Jef en de door familieproblemen getroebleerde Birgit, die zo verliefd op elkaar zijn dat ze tussen alle levensbedreigende avonturen door nog regelmatig de tijd vinden voor een fijne vrijpartij.

In Het laatste offer komen heel wat geschiedkundige fenomenen aan de orde, van Cleopatra en haar geliefde Julius Caesar tot en met de befaamde wereldkaart van Piri Reis uit het begin van de zestiende eeuw, waarop een nauwkeurige tekening stond van de toen nog niet ontdekte Zuidpool. Is het voor Van der Vlugt alleen materiaal voor een spannend verhaal of gaat ze er echt in mee? "Ik geloof wel dat er beschavingen zijn geweest waar we graag meer over hadden willen weten, maar die van de aardbodem zijn verdwenen. Maar dat betekent niet dat ik alles geloof wat ik daarover tegenkom. Daarom laat ik een van de twee hoofdpersonen ook twijfelen aan het waarheidsgehalte van die bevindingen, zodat je als lezer kunt kiezen aan wiens kant je wilt staan."

Een sterk punt van Het laatste offer is het hoge Indiana Jones-gehalte. "Ik had die films niet per se nodig om dit boek te schrijven, maar ik mag ze graag zien. Archeologische ontdekkingen, mysteries oplossen, dat vind ik heel leuk." Een tip voor een eventuele verfilming heeft ze ook: "Al het archeologische materiaal dat ik in het boek beschrijf is op de plaats zelf aanwezig. Er hoeft niets te worden bijgemaakt, het is er allemaal al."
(bron: Spitsnet.nl)

Bestel nu bij bol.comHet laatste offer
Simone van der Vlugt



Bedenker 'boom-roos-vis-vuur' overleden

Frater Caesarius Mommers, grondlegger van de veelgebruikte leesmethode Veilig leren lezen, is gisteren in Veldhoven overleden. Dat heeft de Congregatie van de Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid vandaag bekendgemaakt. Mommers is 81 jaar geworden.

Mommers ontwikkelde de leesmethode die bekend werd door de eerste woorden die kinderen ermee leren: ‘boom-roos-vis-vuur-mus en pim', als alternatief voor 'aap-noot-mies'. Frater Mommers werd De Leesvader van Nederland genoemd. Voor "de onschatbare betekenis die hij voor het leesonderwijs in Nederland en Vlaanderen heeft gehad en nog steeds heeft" ontving Mommers in 2003 de D.A. Thiemeprijs. Die wordt uitgereikt aan personen die van grote betekenis zijn geweest voor het Nederlandse boekenvak. De prijs werd eerder toegekend aan onder meer Louis Couperus, Willem Kloos en Johan Huizinga.

Mommers was bijna 20 jaar wetenschappelijk hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij publiceerde meer dan vijftig jaar over het aanvankelijk leesonderwijs. Voor de Fraters CMM – beter bekend als de Fraters van Tilburg – was Mommers onder meer communiteitsoverste en gedurende zes jaar lid van het generaal bestuur. "Arbeidzaamheid en eenvoud waren kenmerkend voor zijn leven", aldus de congregatie.

Jaarlijks leren ongeveer 160.000 kinderen in Nederland en 40.000 kinderen in Vlaanderen lezen met de door Mommers ontwikkelde methode Veilig leren lezen, meldde de jury van de Thiemeprijs 2003 in haar rapport.
(bron: KatholiekNederland.nl)


maandag 19 februari 2007


De Wát?



Khaled Hosseini, auteur van De vliegeraar over dit boek:
"Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo ontroerd was door een roman... Het is onmogelijk dit boek te lezen en je niet nederig, verlicht en getransformeerd te voelen. Ik zal Valentino Achak Deng nooit vergeten."
Bestel nu bij bol.comWat is de wat?
Dave Eggers


Dinsdag verschijnen hier twee exclusieve hoofdstukken uit Wat is de wat? online.



Van Galen verkoopt filmscript aan Hollywood

De Nederlandse schrijver Alex van Galen heeft zijn filmscript Bullitz verkocht aan de investeringsmaatschappij Emagine Group in Los Angeles. Bullitz is het tweede scenario dat Van Galen in korte tijd in Hollywood verkoopt. Eerder nam Rebel Film al de mede door hem geschreven thriller Deadwater (zie trailer) in productie.

Alex van Galen (1965) is scenarioschrijver van Nederlandse tv-series als Rozengeur & Wodka-lime en Onderweg naar morgen. In april ligt zijn literaire thriller De Opvolger in de winkel.



Jana Beranová blij met grote toeloop bij boekhandel Van Gennep

De Tsjechisch-Nederlandse dichteres Jana Beranová stond afgelopen zondag bij boekhandel v/h Van Gennep van Maria Heiden in Rotterdam nadrukkelijk in het centrum van de belangstelling. Dat zal nog wel een poos zo blijven, want haar nieuwe dichtbundel Vinger van de tijd lijkt op voorhand een bestseller.

In de nostalgische boekhandel was geen plek onbezet, méér dan honderd belangstellenden luisterden naar een geestige toespraak van Maria Heiden, die Jana Beranová al enkele decennia van nabij kent en vanaf het begin ook haar werk verkoopt.

Veel lof kwam ook van Eric Visser van uitgeverij De Geus, die het werk van Jana op de boekenmarkt brengt. "Vijf bundels zijn ondertussen verschenen en deze is zeker niet de minste. Daarin is aandacht besteed aan elke letter van elk woord en dat zijn de dingen die Jana en ons als uitgever doen verenigen."

Beranová, van geboorte Tsjechische en levenspartner van ex-Vrije Volk journalist Jim Postma, zei erg blij te zijn met haar nieuwe pennenvrucht en signeerde haar ‘kindje’ met verve. Musicus Eric Vloeimans bracht met zijn trompet een fraaie muzikale noot in en ondersteunde daarmee het voorlezen van enkele verzen.

Onder de bezoekers bevonden zich opvallend veel ex-journalisten van Het Vrije Volk en Rotterdams Dagblad: ex-hoofdredacteur Leo Pronk met vrouw en hond, ex-sportjournalist Peter Ouwerkerk, ex-historisch journalist Rein Wolters en ex-economisch redacteur Marie Louise Thissen.
(bron: Overschiesekrant.nl)

Bestel nu bij bol.comVinger van de tijd
Jana Beranová


zondag 18 februari 2007


Mooi, maar niet voor Kluun-mensen

Het is natuurlijk heerlijk als een roman een begin, een midden en een einde heeft, een traantje op de voorlaatste pagina en daarna nog een laatste blik op het geruststellende polderlandschap waarop het eigentijdse drama zich heeft afgespeeld.

Dit type roman, waarin vaak ook nog een hoop privéverdriet wordt uitgevent, heeft Arie Storm (foto) voor zijn nieuwe roman De bruid en de kogel tot onderwerp gekozen.

Van dit fenomeen is Kluun het beste voorbeeld, en die moet het dan ook flink ontgelden. En ook al wisten we allang wat er aan Kluun mankeert en ook al was het interessanter geweest om eens te lezen hoe Kluun er precies in is geslaagd zo veel hartjes te beroeren, aan het onderwerp en het boek doet dat verder niets af.

Maar Kluun is slechts een voorbeeld. Als Storm zich niet tot de literatuur had beperkt, had hij even goed de publieke begrafenis van André Hazes kunnen nemen.

De bruid en de kogel lijkt helemaal over Arie Storm en zijn verdriet over zijn overleden zus te gaan. De hoofdpersoon heet Arie Storm en is schrijver van beroep. Een reisje naar Frankrijk en het project waaraan hij werkt - De bruid en de kogel - brengen een koortsachtige stroom gedachten in hem op gang; herinneringen aan zijn jeugd in de Haagse Schilderswijk, een vakantie in Luxemburg, de gewelddadig verlopen trouwdag van zijn oudste zus.

Erg gestructureerd krijgen we dit allemaal niet opgediend. In de eerste paar romans van Storm waren het vooral Reve en Kellendonk van wie hij opzichtig bleek te houden, sinds Afgunst (2003) is hij ook zichtbaar van Javier Marías en Tim Parks onder de indruk geraakt.

De zinnen slingeren. Gedachten worden herhaald en hernomen. Eindeloos wordt er vooruit en achteruit gewezen, en verspringt de schrijver tussen decors, tijden, onderwerpen, fantasie en werkelijkheid. Soms is dat wat vermoeiend, maar als Arie op stoom is, maakt dit het verhaal gek genoeg alleen maar spannender.

Storm bouwt geen keurige verhalen waarin de sokken bij wijze van spreken bij het colbertje kleuren, maar hij is een schrijver die alles tot inzet van zijn romankunst maakt - zijn leven, zijn schrijverschap, zijn smaak en voorkeuren, zelfs zijn persoon en persoonlijkheid. Die grote inzet maakt van De bruid en de kogel een mooie, eigenzinnige en gelaagde roman, die zich bovendien bewust is van zichzelf en de omgeving waarin hij verschijnt; de literatuur en de wereld.

Het enige waarvan het boek zich wat minder bewust lijkt, is de lezer, of beter: de meeste lezers. Maar ja, wat moet je ook met de meeste lezers? De meeste mensen? Die willen allemaal hetzelfde. Een blauwe auto, kinderen die Sophie en Tim heten, een houten vloer, een koloniale tafel en frutsels per twee in de vensterbank. Die willen Kluun. Die willen de stem van Frits Barend horen breken tijdens de openbare begrafenis van André Hazes.

(door Peter Middendorp voor Het Parool)

Bestel nu bij bol.comDe bruid en de kogel
Arie Storm

Eerst had ik een leuke vriendin
Peter Middendorp


zaterdag 17 februari 2007


What’s in a name?

Schrijver Victor de Keijzer:
Plotseling was ik het zat, gooide mijn kont tegen de krib en ben er per direct mee gekapt. Met het veranderen van namen van karakters uit mijn onderhanden zijnde roman. Ik verhaal over Nederlandse mensen. Sommige hebben wat vreemde karaktertrekken, zoals 99 procent van de Nederlandse mensen. Die ene procent zonder vreemde karaktertrekken is te saai om over naar huis te schrijven. Dus de vreemde personages krijgen vanaf nu een door mij aangewezen naam en niemand brengt me daar meer vanaf, zelfs de personages zelf niet.

Mijn lief is mijn klankbord. Niet dat ik het geheim van de verrassende verhaallijn al prijsgeef aan haar, maar af en toe gun ik haar een kijkje in mijn keuken. En dan komt ze met opmerkingen, voornamelijk over de namen. Zo heb ik de naam van Ilse met de grote tieten al moeten veranderen in... Dat houd ik nog effe voor me, maar ook die naam riep bij haar associaties op met een mevrouw met een totaal ander karakter dan die slet uit mijn boek.
'Verzin dan een naam die niemand kent!'
Wat moet ik dan? Een slet beschrijven die Prisbolla heet? Met een broer genaamd Bluts? Allebei kinderen van vader Plork? Ik ben niet met een sprookje bezig, hoor! Al is het verhaal wel compleet uit mijn dikke duim gezogen.

Ik stop er dus mee. De huidige namen blijven staan. En als mensen daar moeite mee hebben, hebben ze vette pech. Alsof het voor mij zo leuk is dat de helft van een eeneiig homofiel modeontwerperduo 'Viktor' heet. Alsof ik dáár vrolijk van word. Daar heb ik heel mijn leven last van. Met als psychologisch gevolg dat ik ooit een boek zal moeten schrijven waarin de held 'Victor' heet, een knappe man met een g