woensdag 30 mei 2007


Schaduwprijs gaat naar schrijfster Eva Maria Staal

Eva Maria Staal heeft woensdag in Amsterdam de Schaduwprijs gewonnen. De schrijfster kreeg de aanmoedigingsprijs voor het beste spannende, Nederlandstalige debuut voor het boek Probeer het Mortuarium.


De roman is "ijselijk spannend", aldus de jury. "Ieder van de juryleden werd gegrepen door de suggestieve wereld en de intrigerende, persoonlijke stem waarmee het verhaal al in de eerste pagina's wordt neergezet."

Probeer het Mortuarium vertelt over de belevenissen van een wapenhandelaar en zijn werkneemster.

Het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs organiseert de Schaduwprijs ter gelegenheid van Juni - Maand van het Spannende Boek.



Gerbrand Bakkers Boven is het stil wordt verfilmd

Het droomdebuut Boven is het stil van Gerbrand Bakker won verschillende prijzen; de DebutantenPrijs, Het Gouden Ezelsoor en werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, de Libris Literatuurprijs en de selexyz debuutprijs. Het boek zal nu ook worden verfilmd.

De filmrechten zijn verworven door de productiemaatschappijen Isabella Films (producent van o.a. Verder dan de maan en co-producent van Villa des Roses en Lars von Trier) en Circe Films (producent van o.a. Guernsey van Nanouk Leopold).

Els Vandevorst (Isabella Films) en Stienette Bosklopper (Circe Films) hebben samen uitgeverij Cossee benaderd, omdat ze de roman goed vinden aansluiten bij wat er internationaal gebeurt op het gebied van de ‘betere film’: “Het boek is authentiek, maar heeft tegelijkertijd een moderne, universele uitstraling. Die combinatie maakt dat het boek Nederland ontstijgt en al aan diverse buitenlandse uitgeverijen is verkocht. In onze ogen kan de film ook internationaal een groot succes worden.”

De vertaalrechten van de roman Boven is het stil zijn inmiddels verkocht aan: Duitsland (Suhrkamp), Frankrijk (Gallimard), Engeland (Harvill Secker), de Verenigde Staten (Random House), Australië, Italië, Denemarken en Turkije. Met verschillende uitgevers uit andere landen wordt nog onderhandeld over de vertaalrechten. Ook is er een aanvraag voor de toneelrechten van de roman.

Scenarioschrijfster Céline Linssen is door Circe en Isabella Films benaderd om een bewerking van het boek te maken. “We hebben het boek ook al aan een aantal potentiële regisseurs laten lezen. Zij staan stuk voor stuk te trappelen, maar we wachten nog even met onze definitieve keuze tot de contouren van het scenario helemaal duidelijk zijn.”

Op zijn weblog schreef Bakker over de laatste onderhandelingsdag:
Erg onder de indruk was ik van de verpletterende vanzelfsprekendheid waarmee alle directeuren een pak dragen, met stropdas. Toen ik vroeg of iemand wel eens een boek leest, staken twee directeuren hun hand op. Die lezen natuurlijk alleen maar moeilijke interimmanagersrapporten en dikke boeken met jaar- en kwartaalcijfers. En de Autoweek. Denk ik.
Ik weet eigenlijk niet precies wat een directeur doet.
Wat filmproducenten doen, weet ik ook niet precies.
Wat ik zelf doe, is me ook niet altijd even duidelijk.



Frank Ketelaar wint scenarioprijs met De Uitverkorene

Frank Ketelaar heeft de LIRA-scenarioprijs 2007 gewonnen met het scenario De Uitverkorene. Deze telefilm is geïnspireerd op het drama rond softwarehuis Baan.

De Stichting Literaire Rechten Auteurs (LIRA) is de auteursrechtenorganisatie voor makers en gebruikers van literaire, literair-dramatische en muziekdramatische werken. De LIRA-scenarioprijs 2007 is bestemd voor een schrijver van een Nederlandstalig scenario dat zijn televisie-première kreeg in de jaren 2003 tot en met 2006 bij een van de Nederlandse publieke of commerciële televisiezenders.

Frank Ketelaar heeft deze prijs gewonnen voor de in 2006 uitgezonden VPRO-productie De Uitverkorene. Volgens de jury betreft het hier een "klassiek opgebouwd koningsdrama met Bijbelse allure, waarin de zakelijke lijn in het verhaal (berustend op ware gebeurtenissen) knap gebruikt wordt om binnen te dringen in de hoofden en harten van een bevindelijk-gereformeerde gemeenschap."

De Uitverkorene is een vrije interpretatie van de opkomst en ondergang van softwarebedrijf Baan Company van de broers Jan en Paul Baan. Regisseur Theu Boermans vertelt het verhaal (naar een idee van Kees Prins en scenarist Frank Ketelaar) van de strenggelovige broers Johan en Peter van der Laan, gespeeld door respectievelijk Kees Prins en Pierre Bokma.

De telefilm is vaker in de prijzen gevallen. Het kreeg eerder al een Gouden Beeld in de categorie fictie. Deze onderscheiding is de belangrijkste televisievakprijs van Nederland. Ook won de gedramatiseerde Baan-verfilming de Prix Europe 2006 voor beste tv-drama.
(bron: Computable)



Nominaties Gouden Strop bekendgemaakt

Roel Janssen, Rudy Soetewey, Esther Verhoef en Peter de Zwaan zijn de vier misdaadauteurs die op 20 juni kans maken op de Gouden Strop 2007, de jaarlijkse prijs voor 'het beste Nederlandstalige spannende boek'. Dit heeft het Genootschap van Nederlandstalige misdaadauteurs woensdag bekendgemaakt.

.De Gouden Strop wordt uitgereikt op 20 juni tijdens The Power of Plots - Avond van het Spannende Boek in de Melkweg te Amsterdam. Schrijvers, misdaadjournalisten, muzikanten en films zijn te zien en te horen in verschillende zalen van de Melkweg.

Clairy Polak, voorzitter van de vakjury, zal de winnaar van de Gouden Strop bekend maken. De winnaar ontvangt tienduizend euro en een sculptuur. De jury bestaat verder uit Peter Kuijt (recensent GPD), Afra Botman (recensent Trouw), Susan Smit (onder meer recensent voor AvantGarde en Goedemorgen Nederland) en Ria van den Oever (boekhandelaar van The Read Shop VU Medisch Centrum in Amsterdam).


maandag 28 mei 2007


Recensie: Spel van Stephan Enter

Daniëlle Serdijn over het derde boek van Stephan Enter

Stephan Enter is een fijnschrijver. Fijner vind je ze niet. Ragfijn, zuiver, elegant. Een stijl als opengewerkt filigrein, die zich goed leent voor bepaalde onderwerpen. Natuurbeschrijvingen bijvoorbeeld, of de jongensjaren. Want Enters minutieuze beschrijvingen overtuigen de lezer van de kleine wereld die in zijn verhalen geschilderd wordt. De lichtval, het ritselen van blaadjes, het groen; het komt tot leven en het is alsof er nog veel meer te zien is. Het geeft de suggestie van diepte, van ruimtelijkheid haast.

Wat in Winterhanden (1999) en Lichtjaren (2004) al zo kenmerkend aanwezig was, heeft Enter nu tot ware kunst verheven. Zijn nieuwe boek, Spel, is een roman in verhalen. We volgen een jongen, Norbert Vijgh, in zijn ontwikkeling vanaf ongeveer z’n negende tot negentiende jaar.

Centraal in de verhalen staat het spel – wat mooi gekozen is want in het spelen oefent men voor later. In het spel van de jongen herkent men de man: neemt hij risico’s? Is hij bang voor andere jongens? Hoe verweert hij zich? Is hij verbaal of fysiek ingesteld? Een denker of een doener? Is hij galant of juist een hork? Jong geleerd, oud gedaan.

Spel opent met het verhaal Vogeltaal. Enter introduceert Norbert, – in literair familieverband het achterneefje van Anton Wachter en Werther Nieland – en zijn vriendjes Bennie en Theo, broers en ruige donders. Plaats van handeling is Brevendal, een arcadisch dorp in een bosrijke omgeving. Het verhaal moet ergens in de tweede helft van de jaren zeventig spelen, lichtjaren verwijderd van Nintendo, in een tijd dat Old Shatterhand nog als rolmodel gold.

Het laatste jongetje in de rangorde, dikwijls ook de minst fysiek ingestelde, moest zich noodgedwongen schikken in de rol van Tangua, ‘het boosaardige en steevast gruwelijk aan zijn eind komende stamhoofd der Kiowa’s’. Norbert is die laatste, maar alleen voor de periode dat de vrienden op de lagere school zitten.

In een van de andere verhalen, Heroïsch, vertelt Norbert dat het vreemd is dat je eigenlijk alleen tot aan de laatste klas van de lagere school met ‘zulk soort jongens’ speelt. Daarna verlies je elkaar uit het oog. Zíj zullen na de LTS in de bouw gaan werken, hij zal gaan studeren. Ze zullen steeds minder van elkaar begrijpen, steeds verder uit elkaar groeien. Het is een sociologische wetmatigheid, en wel eentje waarover het in Nederland lastig spreken is. Zoiets zeg je niet. Klassenverschillen bestaan hier niet. Maar ze zijn er wel. Enter heeft er subtiel oog voor.

Aan het eind van de middelbare school, in het verhaal Stoelendans, voltrekt zich een volgende scheiding der geesten; die tussen de vlot incasserende verbaal begaafden en de nerds, zoals ze in goed Nederlandse zijn gaan heten. Kleiner en kleiner wordt de groep, tot uiteindelijk alleen een paar alfamannetjes overblijven. ‘We waren niet bang meer. Vroeger kenden we blinde angst terwijl er nooit iets echts gevaarlijks gebeurde, en nu was het andersom: er was meer gevaar, we waren sterk genoeg om elkaar de gruwelijkste dingen aan te doen. Maar we waren in staat onze angsten klein te redeneren en [. . .] er om te lachen. Als we iets leerden, was het de magische, wonderlijk allesbezwerende werking van het lachen.’

Stoelendans is een van de fraaiste verhalen in het boek. Het is doeltreffend geschreven, effectief gedetailleerd. Enter is scherp in z’n observaties van de jonge mannenmens – ‘Sommigen van ons zaten onder de puisten en de zwaarst getroffenen zaten de hele dag onder hun trui te wroeten’. Maar niet zonder mededogen: ‘We werden zowel energieker als apathischer’.

Ook de andere verhalen gaan over opgroeien, over leren, over hoe je je het best kunt handhaven in een groep. Het gros van de volwassenen heeft een vergelijkbare leerschool moeten doorlopen. Vleugjes heimwee en sentiment doen hun werk, precies zoals in De Daltons, die kinderserie die de VPRO eens in de zoveel tijd opnieuw uitzendt. De ervaringen en herinneringen van Norbert Vijgh worden de jouwe, zelfs al heeft de lezer altijd de pest gehad aan Karl May en woonde hij nooit in een bosrijke omgeving.

Dat Enter het verlangen daarnaar toch weet op te roepen is een wonderlijke gave en maakt Spel tot een uitzonderlijke roman.



Recensie: Een teleurstellende terrorist van Katoren

Pjotr van Lenteren over het nieuwe Zoektocht in Katoren van Jan Terlouw

Kinderboeken halen niet vaak de voorpagina, maar als oud-politicus Jan Terlouw na 35 jaar een vervolg schrijft op zijn populaire en nog steeds verkochte moraalsprookje Koning van Katoren, dan is dat nieuws.

Terlouw debuteerde in 1970 met Pjotr en was al snel een van de belangrijkste jeugdauteurs van het decennium. Koning van Katoren en Oorlogswinter (resp. 1971 en 1972, voor beide de Gouden Griffel) werden de bekendste van zijn boeken, die allemaal nog in druk zijn. Terlouws totale oplage is de miljoen voorbij. Dat een groot deel van zijn immense lezersschare allang volwassen is, verklaart de media-aandacht voor zijn nieuwste boek misschien nog wel het best.

Of zou het zijn omdat Koning van Katoren wel eens plagerig de kinderversie van het D’66-partijprogramma is genoemd? In dit boek krijgt de jongeling Stach zeven onmogelijke opdrachten van de ministers van Katoren . Zo moet hij iets doen aan de levensgevaarlijke granaatbomen van Wapenfeld, de lawaaivogels van Decibel en de schuifelende kerken van Uikumene. Dat lukt hem allemaal, en dus verdient hij het om de nieuwe koning te zijn. Heldere oplossingen voor herkenbare problemen: wie wil dat niet?

Alleen blijkt dat in 2007 wat lastiger dan in 1971. Koning Stach is bejaard en Katoren een welvarend land waarin geen problemen meer zijn. Behalve misschien de welvaart. En dat is een heel wat complexere zaak dan twee generaties eerder, toen Stach moeiteloos het land verloste van de dampende draak van Smook.

Zoektocht in Katoren gaat over Koss, een 17-jarige geitenhoeder die van een stervende vrouw de vraag krijgt om op zoek te gaan naar haar verloren zoon. Meteen als hij van zijn berg afdaalt, stuit hij op een waterkrachtcentrale die een zalmkwekerij van stroom voorziet. En die zalmkwekerij is weer nodig omdat door de stuwdam alle zalm weg is uit de rivier. Het moge duidelijk zijn: het moderne Katoren gaat gebukt onder kortzichtigheid en halfslachtige oplossingen.

Tijdens zijn reis komt Koss nog meer taaie kwesties tegen: de kostbare schadevergoedingencultuur in Minder, de bureaucratie in Regelrecht, de bio-industrie van Meijenzorg, de verwaarloosde rijkeluiskinderen van Loonstad en de wapenhandel in Cnocke en Spalk. Het duurt dan ook wel even voordat held Koss de verwondering voorbij is en besluit iets te gaan doen. En dan is hij, zonder het zelf te willen, in één klap ’s lands meest gevreesde terrorist.

Zoektocht in Katoren is met al die verwikkelingen wel onderhoudend. Aardig gevonden, die toeristische rondreis als basis voor een verhaal. Koss legt als een moderne Tijl Uilenspiegel in zijn onwetendheid het absurde van de westerse wereld bloot. De droge humor en jongensachtige hofmakerij van Terlouw doen vertrouwd aan; Koss heeft natuurlijk aan elke vinger drie vriendinnen.

Maar de opvolger haalt het niet bij het origineel. Waar Koning van Katoren de grote dosis moralisme compenseert met spannende en fantasievolle verhaalwendingen, is deel twee een iets te eenvoudige politieke zeurtocht geworden, waarin de grens tussen prikkelende en stuitende naïviteit moeilijk te trekken valt. 'Ach, de mensen zijn zo consequent als een toverbal en zo voorspelbaar als een tsunami', typeert de oude koning Stach zijn volkje. Was het hele boek maar zo raak.


vrijdag 25 mei 2007


Literaire kritiek op het web: tussen kwaliteit en geld

Literaire kritiek op het internet is een verrijking voor de Nederlandse cultuur en een mooie aanvulling op het marginale aanbod van recensies in de Nederlandse dagbladen. Met deze stelling waren alle deelnemers aan de discussieavond over literaire kritiek op het internet het gisteravond in het Amsterdamse literaire centrum Perdu volkomen eens.

Maar de vraag hoe online recensieaanbieders hun onafhankelijkheid dienen te bewaren en op welke manier die websites hun kwaliteit in de gaten moeten houden, bleek voor Martijn Boven (8WEEKLY), Merel Roze (weblogger), Nadja Cohen (boeken.vpro.nl), Daan Stoffelsen (eindredacteur Recensieweb) en gespreksleidster Elsbeth Etty (recensent NRC Handelsblad) een stuk moeilijker te beantwoorden. Het was voor de debaters laveren tussen enerzijds objectiviteit en kwaliteit en aan de andere kant geld verdienen. Een lastig dilemma.

"Recensieweb is een hobby", legt Daan Stoffelsen uit. "Maar wel een waar duizend euro in is gestoken. In het begin kozen wij voor de makkelijke weg. We sloten een partnership met bol.com. Maar zij betalen pas voor het eerst uit als je 25 euro hebt verdiend. Dat schiet niet echt op. Het is een gek dilemma. We willen aan onze bezoekers duidelijk maken dat we een beetje geld nodig hebben om ons hoofd boven water te houden, maar verder willen we echt onafhankelijk zijn."

Inmiddels ontvangt Recensieweb subsidie van het Prins Bernard Cultuurfonds en het VSB fonds. "Maar nog altijd leggen we geld bij", aldus Stoffelsen.

Martijn Boven van concurrent 8WEEKLY begrijpt in welke tweespalt zijn collega zit. Hij heeft er zelf ook mee te maken. Boven: "De gevestigde media, de Volkskrant, NRC Handelsblad, generen natuurlijk geld uit advertenties en abonnementen. Voor ons is dat een probleem." Daarom is Boven op zoek naar nieuwe wegen om geld in het laatje te krijgen. “Nevenactiviteiten bijvoorbeeld. Net als de Volkskrant doet met Cinema.nl.”

"En als je nu de bezoekers vraagt om tien cent per recensie te betalen. Is dat geen oplossing?", draagt Merel Roze, schrijfster van het boek Fantastica, aan. Cohen: "Dan zou ik de recensie niet meer lezen." "Ik denk als je echt geïnteresseerd bent in een boek, dat je voor een goede recensie wel wilt betalen", probeert Roze nog.

Wat is een goede recensie? Kortom, hoe voorkomen recensiesites dat zij ongewild een podium vormen voor mensen die hun frustraties botvieren op bepaalde schrijvers. Stoffelsen (‘Ik ben de enige die Kluun positief gerecenseerd heeft.’): "Als iemand voor Recensieweb wil schrijven vragen we diegene altijd om een proefrecensie in te leveren. We letten er dan op dat de tekst een goed beeld geeft van het boek en een beargumenteerd oordeel. Natuurlijk is het makkelijk om de flaptekst over te schrijven, het gaat bij ons om de argumenten."

Boven: "Een goede recensent beoordeelt het boek naar de pretenties die het heeft. Je moet een boek van Kluun bijvoorbeeld niet gaan lezen met de verwachting een hoogstaand literair werk onder ogen te krijgen." Cohen: "Het heeft naar mijn mening toch met smaak van de eindredacteur te maken welke recensent mag blijven schrijven voor jullie sites en wie er ‘nee’ op het rekest krijgt." Volgens Stoffelsen is dat absoluut niet zo. "Bij ons op de site staan genoeg positieve recensies van boeken waar ik niets mee heb. Neem Arnon Grunberg."

Een ander gevaar dat de kwaliteit van recensiesites in het geding kan brengen, volgens Roze, is de bezoeker vrij te laten reageren op recensies. "Mijn boek is in het begin op internet vreselijk afgekraakt. Iemand zei op allerlei boekensites en forums, waar een recensie van mij boek te vinden was, dat Fantastica ‘verschrikkelijk slecht’ was. Op een gegeven moment kreeg ik van die persoon een mailtje met het verzoek om een exemplaar van het boek. Hij wilde het graag lezen. Tja, wat moet je dan." Roze is wel voorstander van het toekennen van sterren of punten aan een recensie.

"Maar als je vrij kunt reageren op recensies, wakker je toch een discussie over literatuur aan", werpt Etty tegen. "Wat willen we nog meer?" Cohen: "Maar dan is er een sterke redactie nodig die onzin eruit filtert. Anders krijg je taferelen die Merel heeft meegemaakt."

Stoffelsen vult aan: "Filteren is inderdaad belangrijk. Omdat het veel tijd en energie kost, kent Recensieweb alleen een sterrensysteem." "En geld", vult Cohen cynisch aan.

Boven stelt zichzelf de vraag of het publiek wel zit te wachten op interactiviteit. "Uit een eigen onderzoek blijkt dat dat niet het geval is. Mensen hebben daar het geduld niet voor. Het blijft vaak bij drie woorden."

Ondanks de dilemma’s waarvoor de recensiesites zichzelf gesteld zien, vinden de debaters literaire kritiek op het internet een ‘mooie aanvulling’ op recensies in kranten. Etty: "Ik zie het absoluut niet als bedreiging voor de gevestigde media. Als journalist moet je selecteren. Het mooie van internet is dat de journalistieke selectie wegvalt. Ieder boek kan gerecenseerd worden."

Stoffelsen: "Het is niet zo dat wij hebben gepoogd met de oprichting van Recensieweb lezers van de Volkskrant en NRC Handelsblad af te pakken. Maar veel boeken die wij wél bespreken, komen in de kranten wegens ruimtegebrek niet aan bod. Dat is de toegevoegde waarde van online recensies.”
(afkomstig van De Nieuwe Reporter, geschreven door Bas Knoop)

U kunt hier reageren.



De stilistische rijkdom van Biesheuvel

De schrijver Maarten Biesheuvel heeft gistermiddag in het Letterkundig Museum in Den Haag de PC Hooftprijs 2007 in ontvangst genomen. De jury onder leiding van Maarten Asscher kende de schrijver, die bekend is geworden door zijn verhalen, de prijs toe om zijn verbeeldingskracht, absurdistische humor en stilistische rijkdom.



Voorzitter Dick van Halsema van de Stichting P.C. Hooftprijs (inderdaad de hoofdprijs in de Nederlandse letterkunde) reikte de prijs, waaraan een bedrag van 60.000 euro is verbonden, aan de schrijver uit. Biesheuvel, die woensdag zijn 68e verjaardag vierde, studeerde rechten in Leiden en debuteerde in 1972 met de verhalenbundel In de bovenkooi. Dat boek baarde opzien. Andere bekende boeken van Biesheuvel zijn Slechte mensen (1973), De weg naar het licht (1977) en Een overtollig mens en andere verhalen, het Boekenweekgeschenk van 1988.

Biesheuvel wisselt in zijn werk realistische verhalen, bijvoorbeeld over zijn gereformeerde opvoeding, zijn liefde voor de zee en zijn verblijf in een psychiatrische inrichting, af met surrealistische en malle vertellingen.

Hij heeft bijna tweehonderd verhalen geschreven. Mede doordat hij aan manische depressiviteit lijdt, heeft hij al twaalf jaar niets meer gepubliceerd. "Wat na 1994 uitkwam, waren dingen die ik in de kast vond. 't Gaat niet meer, je kunt niks verzinnen en ik heb geen invallen", zei de schrijver tegen nadat bekend was geworden dat hem de P.C. Hooftprijs was toegekend.

Na de overhandiging van de oorkonde en een kleine bronzen buste van schrijver P.C. Hooft (1581-1647) bedankte Biesheuvel Asscher voor het 'redelijk te begrijpen' juryrapport. "Ik had verwacht dat ik er geen bal van zou begrijpen." Ook bedankte hij zijn 'lieve vrouwtje' Eva, met wie hij al bijna vijftig jaar samen is en die "hem door het leven heeft gesleept". Hij sloot af door een Duits loflied op de kunst te zingen.

Biesheuvel werd eerder onderscheiden met de F. Bordewijkprijs 1985 van de Jan Campert-Stichting voor zijn boek Reis door mijn kamer. Volgend jaar komt Biesheuvels Verzameld Werk uit.
(bron: BN/De Stem)


dinsdag 22 mei 2007


De Vloek van Pak misschien verfilmd

Het boek De Vloek van Pak van Robin Raven wordt misschien verfilmd. Acteur en filmproducent Marcel Hensema heeft een optie op de filmrechten genomen. Hensema speelde onder meer in de films Simon, Karakter en 06/05.

De acteur werd volgens de Almeerse schrijver zo door het boek gegrepen dat hij er of een film of serie van wil gaan maken. ,,Het is zo ongelooflijk spannend. Stel je voor dat het lukt. Hensema heeft me een aantal maanden geleden gebeld en gevraagd of ik dat goed vond. Toen heb ik 'ja' gezegd en is het gaan lopen'', aldus Raven.

Dat gebeurde in januari en inmiddels is er een kort scenario opgesteld en wordt er geïnventariseerd wie allemaal mee willen doen. ,,Als het goed is komen ze binnen twee weken met een bod'', vertelt Raven. ,,Ik heb overigens nog geen idee of het een film of een serie wordt. Daar was Hensema ook nog niet over uit.'' De onderhandelingen daarover lopen via de uitgever van de schrijver.

Raven presenteerde zaterdag zijn tweede boek op de Pasar Malam Besar in Den Haag. De dochter van Raven overhandigde het boek Strijd in het regenwoud aan schrijfster Yvonne Keuls. Dat boek gaat over het Nederlands Indië van 1947.
(door Jeroen Oosterheert voor Almere Vandaag)



Eindelijk de zee: eindelijk een bestseller voor Thomas Verbogt?

Een writer’s writer: Thomas Verbogt heeft negentien boeken geschreven die vooral bij collega-auteurs succes oogsten. Toch verdienen zijn filmische boeken een groter publiek. De Nijmeegse Amsterdammer waagt met Eindelijk de zee een nieuwe poging.

Het oeuvre van Thomas Verbogt kent geen bestsellers, kaskrakers of prijswinnaars. Na negentien boeken heeft hij een bescheiden en intens trouw lezerspubliek opgebouwd. In literaire kringen wordt zijn werk uitbundig geprezen. Zo schreef Arnon Grunberg: ‘Ik begrijp niet waarom niet meer mensen de verhalen van Thomas Verbogt lezen.’ En Thomas Roosenboom: ‘Zijn prachtige romans verdienen een heel groot publiek.’

Succes bij de fijnproevers, een dagelijkse column in De Gelderlander, desondanks altijd die lage oplagen. Merkwaardig, want zijn dunne romans lijken voorbestemd voor leesonvriendelijke pubers die eindexamen moeten doen. Al zitten die misschien niet te wachten op de vermoeide babyboomers die zijn laatste werk bevolken.

Verbogt (54) groeide op in Nijmegen, woonde jarenlang als docent Nederlands in Arnhem en waagde in 1997 met Rotterdam als tussenstation de stap naar Amsterdam. Zijn werk is tamelijk autobiografisch, in de zin dat de plaatsen waar hij woonde en de dingen die hij deed herkenbaar in beeld komen.

In de nieuwe roman Eindelijk de zee (uitgeverij Nieuw Amsterdam) van Thomas Verbogt is de hoofdpersoon Boudewijn Nagthuys (53) weer zo’n babyboomer. Hij leidt een tijdschrift. Het gaat misschien óók over Verbogt zelf als deze Nagthuys verzucht: ‘We leiden kranten en tijdschriften, we adviseren politici, zitten in denktanks, bestieren commissies, en overal met nét niet genoeg. Je ziet het ook aan de boeken die we schrijven, aan onze literatuur. Wanneer lees je nou iets waarmee je verder kunt?’

Je meeste boeken zijn bescheiden van omvang. Grote thema’s die in een te klein jasje lijken te zitten.
‘Ik schrijf het liefst boeken als films. Een film duurt anderhalf uur en bevat gemiddeld negentig scènes. Daarin moet alles een functie hebben. Dat zie je als kijker niet bewust, maar je ondergaat het. Er zit een dwingende logica in. Je ziet het als je gaat analyseren, maar het geeft niet als je dat niet doet. En ik zou gelezen willen worden op dezelfde manier waarop mensen een film zien.

Schrijven is voor mij voor een belangrijk deel monteren. Zien dat je flash backs op het goede moment inlast en ze dan nog het liefst in de tegenwoordige tijd op kunt schrijven. Mijn verhalen zijn als een film. En als het je lukt om het ook ongeveer in die tijd uit te lezen, in één ruk door, het verhaal ondergaan: prachtig.

Ik vind het ook wel lekker als mijn lezers het gevoel krijgen dat het verhaal niet af is. Ook hier weer de vergelijking met een film: als een goede film niet helemaal af is, die onrust waarmee je dan het theater uitbeent… Ik heb het idee dat als ik er in een verhaal helemaal op doorga, het inderdaad allemaal waar wordt, maar dat ik dan te weinig overlaat voor de lezer. Ik roep liever vragen op, dan dat ik ze beantwoord.’
Je doet van alles en nog wat. Je schrijft romans en toneelstukken, je treedt op, je begeleidt jonge auteurs, je maakt een tijdschrift. Verrommel je je leven niet een beetje? Waarom steek je je energie niet in een alle andere boeken overbodig makende roman?

‘Natuurlijk hoop ik een belangrijk boek te hebben geschreven. Aan het boek dat alle andere boeken overbodig maakt – natuurlijk bestaat zo’n boek niet – ben ik in ieder geval nog niet toe. Ik heb misschien de rust nog niet om zo’n roman te schrijven. Ik heb onrust nodig om te leven. Voor mijn gevoel hangen al die activiteiten met elkaar samen, daaruit komen de verhalen aandwarrelen. Eerst is er het verhaal. Dan ben ik in mijn achterhoofd een paar jaar bezig om de personages te leren kennen. Als ik door een park loop vraag ik: en wat zou dit of dat personage van dit park vinden? Als ik ergens eet: wat zouden mijn personages van dit eten vinden? Zo groeit het verhaal – en als het af is, komt de vormkwestie. Dan ga ik schrijven. Monteren.’

Waarom heb je nog geen grote prijs gewonnen?
‘Ik zou niet weten wat ik moet doen om een grote prijs te winnen. Ik weet dat televisieoptredens heel erg belangrijk zijn. Maar verder? Weet jij hoe je op de televisie komt?
Ik onderhoud wel het contact met de lezers. Ik trek er op uit. Zo ging ik een keer naar een middelbare school om iets te vertellen over mijn werk. De leraar had me vooraf een kopie toegestuurd van wat hij zijn leerlingen had gegeven. Daarin stond dat de thematiek van mijn werk De Alledaagse Waanzin En De Erotiek was. Ik was met de bus een halte te vroeg uitgestapt, zag het gebouw wel maar niet de ingang, en baande me een weg door een weiland in de goede richting.

Toen ik vlakbij het gebouw was, zag ik achter het raam een paar meisjes naar me kijken. Ze zeiden iets en toen verscheen het hoofd van de leraar. Ook die zei iets. De meisjes begonnen te lachen en doken weg. Ik heb het nooit nagevraagd, maar ik denk dat de leraar zei: ‘Daar komt hij door het weiland aangestrompeld, de man van de alledaagse waanzin en de erotiek.’

In Eindelijk de zee sterft de beste vriend van de hoofdpersoon, Boudewijn Nagthuys. De begrafenis valt samen met de 53e verjaardag van Nagthuys en met diens vertrek als hoofdredacteur van het literair-journalistieke weekblad De Wereld. Tot die dag waren ‘op snelheid komen’ in de wereld en de liefde het allerbelangrijkste. Na die dag is de snelheid eruit en gaat het om thuiskomen. Op je 53e misschien wel de laatste liefde van je leven vinden. Eindelijk de zee is een boek over eenzaamheid en de liefde, dat het verdient twee keer gelezen te worden: proef details als het gebruik van het woord ‘leuk’, de manier waarop de strips van Kuifje in het verhaal zijn verweven, de betekenis van achternamen en de verwijzingen naar songs en composities.

‘Ik schrijf boeken als films, en zo moeten ze ook worden gelezen’‘Daar komt de man van de alledaagse waanzin en de erotiek’.
(bron: De Pers)


maandag 21 mei 2007


Schrijfster bundelt brieven aan haar exen

Wie is de ware? Met deze vraag in het achterhoofd richt de Leuvense journaliste Ann-Marie Cordia zich tot haar (ex-)liefdes. De reeks brieven werd gebundeld in het boek Nog een laatste keer vrijen? dat vorige week verscheen.

In haar boek maakt Cordia de vergelijking tussen een relatie beginnen en een cd kopen. “Ik heb het gevoel dat ik met een kast vol cd’s zit, en niet eentje is de ware” schrijft ze. Misschien zit die ware ook te wachten met een kast vol cd’s?
Ann-Marie Cordia: «Mijn muziekkast is nogal gevarieerd. Ik luister graag naar Heather Nova, maar ook naar Trentemöller of commerciële hiphop-achtige dingen. De kans dat ik iemand vind die dat ook allemaal goed vindt, lijkt me klein. Ik denk trouwens niet dat het de bedoeling is om iemand te vinden die net hetzelfde is. Dat kan vervelen en zelfs irriteren.»

Ging je aanvankelijk wel op zoek naar zo’n persoon?
«Als jong meisje zeker. Om het met een zwaar woord te zeggen: je wordt gebrainwasht om naar die perfecte prins te zoeken. Sprookjes praten je van kindsbeen af een ideaalbeeld aan. Dat zet zich voort met tienerboeken of -series waarin liefde centraal staat.»

Het boek is een verzameling brieven. Waren die van in het begin voor publicatie bedoeld?
«Alles begon met een tekst in briefvorm. Het duurde een half jaar eer ik die opstuurde. De brief was in de eerste plaats voor mezelf geschreven, maar ik vond hem mooi op zich, dus kon ik hem net zo goed versturen. Toen er enkele brieven waren, liet ik ze door anderen lezen. Uit hun reacties leidde ik af dat het verhaal herkenbaar was. De bundeling leek me een waarde te hebben, dus ben ik ermee naar een uitgever getrokken. Het is geen grote literatuur, maar eerder iets uit de dagelijkse realiteit.»

Vinden de betrokkenen deze publicatie vervelend?

Cordia: «Iemand vond dat ik me te veel had gefocust op het negatieve in onze relatie. Hij had misschien gelijk, maar de brieven zijn momentopnamen en geven weer hoe ik me voelde toen ik het schreef. De mensen die ik vooraf heb gecontacteerd, hadden geen problemen met de uitgave zolang hun namen werden veranderd. Zelf wilde ik geen pseudoniem gebruiken omdat het zou lijken op een promotiestunt. Bovendien interview ik vaak mensen over hun liefdesleven. Dan zou het toch flauw zijn om het mijne onder een pseudoniem te vertellen, nee?»

Denk je dat mensen behoefte hebben aan deze persoonlijke verhalen?
«De laatste tien jaar is er ontzettend veel gepubliceerd over de technische kant van seks. Ik vind dat soms ver van de realiteit staan. We hebben alle handleidingen gehad, maar over het gesukkel lees je weinig, alsof het niet bestaat. We weten welke standjes we moeten proberen of welke speeltjes we moeten kopen, maar er is meer aan seks dan dat. In mijn boek komt ook de lelijke kant van seks aan bod.»

Een geruststelling voor mensen bij wie het niet van de eerste keer lukt?
«Zeker voor jonge mensen. Ik had dat toen ook graag gelezen. Er bestonden boeken die beschreven hoe het moest, maar bij mij lukte dat voor geen meter. Ik had best wel de flaters uit het liefdesleven van anderen willen lezen.»

Vond je dat je er vroeg bij was?
«Zestien jaar is vroeg om de eerste keer met iemand naar bed te gaan, maar anderzijds verkeerden we al een half jaar. Dat was de standaard: na een half jaar mocht het. Bovendien waren we ervan overtuigd dat we altijd samen zouden blijven, dus zagen we niet in waarom we nog langer moesten wachten. Ik ben nu dertig, een half jaar is intussen wel lang geworden (lacht).»

«Ergens kon ik niet wachten met het liefdesleven. Ik dacht dat ik door veel uit te proberen op seksueel en relationeel vlak minder naïef zou worden. Gek genoeg was dat achteraf bekeken juist heel naïef. Ik heb dus ook foute keuzes gemaakt, wat mannen betreft.»

Besprak je je seksleven met vriendinnen?
«Als tieners vertelden we elkaar eerder of we het al dan niet deden. Vrijen kon, maar alleen binnen een vaste relatie en ook niet te vroeg. Ik herinner me dat een meisje al na een maand verkeren met een jongen naar bed was geweest. Dat vonden wij verschrikkelijk. Het was fout en die jongen had nog moeten wachten.»

Het was de jongen zijn schuld.
«Uiteraard. Ze had zich niet mogen laten doen en het deed er niet toe of zij evenveel zin had als hij (lacht). Als ik er nu aan terug denk, vind ik die reactie best erg. Ik zou daar nu niemand meer voor veroordelen.»

De laatste brief in het boek dateert van een klein jaar geleden. Is de ware inmiddels opgedoken?
«Ik heb geen vaste liefde, volstaat dat (lacht)? De ene dag hoop ik de ware nog tegen te komen, de andere dagen vind ik dat niet meer nodig. Ik ben er alvast van overtuigd dat ik in een relatie niet gelukkiger word.
(door Robin Broos voor het Belgische studentenweekblad Veto)


vrijdag 18 mei 2007


Erasmus Universiteit krijgt hoogleraar Literatuur

De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) krijgt een bijzonder hoogleraar letteren. De Leidse literatuurwetenschapper Frans-Willem Korsten begint per september als bijzonder hoogleraar Literatuur en Samenleving aan de faculteit der Historische en Kunstwetenschappen.

Hij zal één dag per week college geven aan de universiteit op Woudestein en onderzoek doen naar de invloed van literatuur op de maatschappij.

De aanstelling van Korsten is een overwinning voor de Rotterdamse Stichting Letteren en Samenleving. Het ontbreken van een ’literaire leerstoel’ in de Maasstad was de stichting al jaren een doorn in het oog.

Dankzij geld van de gemeente Rotterdam en de Maatschappij tot Nut van het Algemeen kon de leerstoel aan de EUR worden opgericht.

Korsten verwacht dat Rotterdam ’een culturele impuls’ krijgt: ,,Ik wil in de stad ook lezingen houden over literatuur en samenleving.’’
(bron: AD)


woensdag 16 mei 2007


Nieuw literair non-fictie tijdschrift Torpedo: gegarandeerd geen columns

Afgelopen week debuteerde Torpedo, een tijdschrift met journalistieke non-fictie en fotoreportages. Auteurs mogen schrijven waarover ze maar willen. Een tijdschrift in boekformaat naar het voorbeeld van het Engelse Granta, met journalistieke non-fictie en fotoreportages. Zo schrijft in dit eerste nummer A.L. Snijders, de meester van het ultrakorte verhaal, een lange reportage over het boerenbedrijf, H.J.A. Hofland publiceert deel een van zijn memoires en Tommy Wieringa schrijft een brief aan Snijders’ alter ego Peter Müller.



Torpedo prijst zich in het redactioneel aan als „het blad van het ‘andere stuk’, een magazine dat haaks staat op het moderne marketing- en formatdenken dat de journalistiek meer en meer verstikt”. De redacteuren Daan Dijksman, Carel Helder en Mirjam Bosgraaf benaderen auteurs niet met een opdracht, maar met de vraag: wat zou je nu éígenlijk willen schrijven? Het blad bevat géén rubriekjes en heeft géén website, staat met enige bravoure op het omslag.

Nijgh & Van Ditmar geeft Torpedo uit, in een oplage van zesduizend exemplaren. Dit jaar verschijnen drie nummers, de ambitie is er in 2008 zes uit te brengen.

Van meet af aan was het de bedoeling auteurs en fotografen te betalen, zeggen oprichters/redacteuren Carel Helder en Mirjam Bosgraaf. Daarvoor was echter kapitaal nodig, dat de uitgever bij lange na niet kon toezeggen. Roland Pelle, oud-uitgever van Het Parool, werd erbij betrokken. Een zoektocht naar financiers leidde naar hoofdredacteur Ben Rogmans van dagblad De Pers, die met een kleine investering hoopt op termijn van het auteurspotentieel gebruik te kunnen maken. Maar de belangrijkste geldschieter (‘onze mecenas’, aldus de redacteuren) is voormalig PCM-, Sanoma- en Weekbladpersbestuurder Theo Bouwman, die aan het blad ‘een substantieel bedrag’ bijdroeg.

Bouwman zegt zijn bijdrage aan Torpedo te leveren vanuit een geloof in en sympathie voor het initiatief. „Ik vind het leuk dat zo’n blad bestaat en aardig om het mogelijk te maken”, zegt hij. „Ik heb er niet commercieel over nagedacht, maar vooral inhoudelijk. Welllicht is er een markt voor een dergelijk vrij podium voor goeie journalistieke verhalen. Ik hou van het soort verhalen waarvoor het bedoeld is.” Op de vraag waarom hij een dergelijk initiatief niet heeft ontplooid gedurende zijn eigen uitgeversloopbaan, zegt hij: „Dat had gekund als het op mijn weg was gekomen. Dat is toen niet gebeurd.”

Carel Helder ziet in de investering van de door de wol geverfde Bouwman een bevestiging in het bestaansrecht van Torpedo. Wie vandaag een bijdrage levert aan een krant of tijdschrift, verklaart hij het potentiële succes van de formule, moet zich altijd ondergeschikt maken aan redactionele eisen op het gebied van lengte, toon en opbouw. Helder: „Alle bladen zijn tegenwoordig onderhevig aan het marketing- en doelgroepdenken. Daarop wordt het format afgestemd. De formule van Torpedo is veel avontuurlijker. We stellen geen eisen aan de opbouw, stijl of lengte, zolang de bijdragen maar aan onze kwaliteitsnormen voldoen. Door het aanvankelijk ontbreken van een format, heeft het blad uiteindelijk zijn format gevonden. Wij maken dit blad zo mooi en goed mogelijk, in de hoop dat de mensen het kopen.”

De makers van Torpedo zien de column en vooral ‘de meninkjes’ van bekende tv-gezichten als gemakzuchtige journalistiek. Mirjam Bosgraaf: „Dit blad is honderd procent column- en bekende-Nederlander-vrij. Wij hebben zelf in het verleden rubrieken ontwikkeld, onder meer voor het Volkskrant magazine en VARA’s TV Magazine, maar in Torpedo staan alleen persoonlijk getinte auteursverhalen. De auteurs die wij vroegen zegden zonder aarzeling toe, anderen kwamen spontaan met een bijdrage. En het voorziet in een behoefte om weer eens een langer verhaal te lezen. Ons is steeds duidelijker geworden dat wij dit blad vooral kunnen maken omdat anderen het niet doen. Er is geen concurrent.’’

Tommy Wieringa, auteur van Joe Speedboat, werd met overtuiging medewerker van Torpedo. Het tijdschrift biedt hem de mogelijkheid artikelen te publiceren die elders niet passen. „Tot voor twee jaar geleden schreef ik reportages en interviews, die vanwege de formule van tijdschriften niet plaatsbaar waren. Omdat de doelgroep van 35-45 jaar met 1,2 kind wonende in een Vinexwijk daar geen behoefte aan zou hebben. Het viel buiten het concept. Ik had daar het land aan. Met een goed geschreven verhaal moet je ergens terecht kunnen.”

De schrijver vindt het niet uitgaan van een vastomlijnde doelgroep bij Torpedo een groot voordeel. „Dat vraagt om een heel persoonlijke binding van de lezer. Dit is een tijdschrift dat er altijd al had kunnen zijn. Gorter had in dit blad gedebuteerd kunnen hebben.”

Wieringa looft het uiterlijk van het blad, waarin de tekst centraal staat. „De stilering, de letterkeuze, alles is gericht op een goed leesblad. Er zijn vrijwel geen concessies gedaan. Het is gemaakt vanuit een zuivere drijfveer: de belangstelling voor goede verhalen. Dus niet vanuit het adverteerdersbelang. Er wordt beeldschoon in geschreven. Het aantal stilisten is vrij hoog, wat mij veel plezier doet. En er valt ook nog iets te lachen.”
(door Tom Rooduijn in het NRC)


dinsdag 15 mei 2007


Oorlogswinter van schrijver Jan Terlouw verfilmd

Het boek Oorlogswinter van schrijver Jan Terlouw wordt verfilmd. Filmbedrijf Isabella Films gaat samenwerken met Fu Films, de producent van onder meer de film Zwartboek. Dat meldt distributeur Independent Films maandag.

Oorlogswinter werd in 1972 uitgebracht en werd met 250 duizend verkochte boeken een bestseller. Het boek gaat over de 14-jarige Michiel die in de laatste oorlogswinter een gewonde Britse piloot helpt onder te duiken.

De opnames voor het oorlogsdrama vinden plaats in Nederland en Polen. Oorlogswinter is vanaf volgend jaar in de Nederlandse bioscopen te zien.
(bron: De Pers)


maandag 14 mei 2007


Balkenende weigert boek over zichzelf

Premier Jan Peter Balkenende weigert het boek dat weekblad Vrij Nederland over hem schreef, te ontvangen.

Het had zo’n feestelijke bijeenkomst moeten worden. Morgen presenteert het weekblad Vrij Nederland het boek De Geroepene – het wonderlijke premierschap van Jan Peter Balkenende. Een boek over de premier, geschreven door vijf VN-redacteuren en onder redactie van VN’ers Thijs Broer en Max van Weezel. De auteurs, die morgen in Nieuwspoort een debat organiseren over het boek én over de premier, hadden het boek graag uitgereikt aan de hoofdpersoon, premier Balkenende. Maar die weigert te komen.

In het boek komen veel (oud-) collega’s van de minister-president aan het woord. Voormalig vice-premier Gerrit Zalm vertelt bijvoorbeeld dat hij onder Balkenende zijn „gang kon gaan”.

Balkenende wilde vanaf het begin niet meewerken aan het boek, bevestigt de Rijksvoorlichtingsdienst. De premier voelt er dan ook weinig voor het boek uiteindelijk wel in ontvangst te nemen. „Het is altijd scherp kiezen, we krijgen vrij veel verzoeken binnen en het een is aardiger dan het ander”, aldus een woordvoerder van de premier. Van een eventuele afkeer van het als links bekend staande opinieblad wil de RVD niks weten: „Zo ingewikkeld is het allemaal niet.”

Maar Vrij Nederland zou Vrij Nederland niet zijn als daar op de redactie wel degelijk rekening wordt gehouden met diepere redenen die aan de weigering ten grondslag liggen. De premier zou zich geërgerd hebben aan een serie columns van VN-medewerker Gerard van Westerloo in 2003 onder de titel JPdeMP. Ook een artikel met als kop Wegwezen! (over Balkenende) zou de premier in het verkeerde keelgat geschoten zijn. Balkenende zou zo’n grote hekel aan Vrij Nederland hebben gekregen dat hij, op staatsbezoek in Australië, zelfs geweigerd heeft om VN-redacteur Max van Weezel de hand te schudden.

Kort en goed: morgen is Balkenende dus niet bij de boekpresentatie. Wel aanwezig: Hans Hillen (CDA), Frans Leijnse (PvdA), Johan Remkes (VVD), Arie Slob (ChristenUnie) en Alexander Pechtold (D66).
(door Egbert Kalse in NRC)


zaterdag 12 mei 2007


Recensie: Venijn van Jan & Sanne Terlouw

Met zijn dochter Sanne schreef Jan Terlouw een nieuwe thriller. Venijn is een vervolg op het vorig jaar verschenen De charmeur. Trouwe lezers komen weer heel wat bekende figuren tegen in, een verhaal van moord en verraad.

Net als in het vorige boek draait alles weer om Job Reders, die zeven jaar onschuldig gevangen zat omdat hij werd aangezien voor de moordenaar van zijn oom Bart. In De charmeur ontrafelde hij na zijn vrijlating samen met dochter Leonie de moord op 'charmeur' Gerard Brandenburg. Zoals het in een goede detective hoort bleken de feiten heel anders te liggen dan op het eerste gezicht leek, wat voor de nodige spanning en verrassingen zorgde. In het nieuwe boek is dat niet anders, maar blijft de oude Reders een stuk dichter bij huis. Stukje bij beetje lost hij ditmaal het raadsel achter zijn eigen onterechte veroordeling op.

Dat gaat uiteraard niet van een leien dakje. Zoals menigeen die het vorige boek las al dacht, was hij inderdaad het slachtoffer van een misdadig complot, dat het schrijversduo hier langzaam maar zeker uit de doeken doet. Het begint er allemaal mee dat hij een figurant in het drama dat hem gevangenisstraf opleverde bij toeval tegen het lijf loopt. Het spoor dat hij vervolgens volgt, leidt hem rechtstreeks de onderwereld in.

Bijstand krijgt hij behalve van de immer trouwe Leonie ook van de zeer behulpzame, door schuldgevoel voortgedreven politiecommissaris Rijksen. Die hulp gaat zelfs zover, dat Rijksen met een kogel in zijn lijf naar het ziekenhuis wordt afgevoerd. Daarmee is in ieder geval een deel van zijn schuld gedelgd, want de schutter had het op Reders voorzien.

Naast Rijksen krijgt het speurdersduo ook nog wat assistentie van randfiguren die Job Reders in de gevangenis heeft leren kennen, wat weer goed van pas komt, want die kennen weer allerlei al dan niet legale methoden die de zaak vooruit kunnen helpen. Het is een wat onwaarschijnlijke coalitie die hier aan de slag is, maar via prostitutie, internationale drugshandel en ander normafwijkend gedrag komen Leonie en haar vader uiteindelijk terecht bij niet alleen de criminelen die hem zeven jaar detentie opleverden, maar ontdekken ze ook wie dan wel achter de moord op oom Bart zat. Dat die een dubbelleven leidde met niet altijd even zuivere kanten was al duidelijk. De achterliggende werkelijkheid die tot zijn ondergang leidde is bij Terlouw en Terlouw uitermate sinister, op het randje van het geloofwaardige en een enkele maal daaroverheen. Vooral het toeval waardoor de speurders telkens als de zaak even vast lijkt te zitten toch weer verder kunnen vraagt heel wat van de kritische lezer.

In interviews heeft Jan Terlouw aangegeven dat hij niet dol is op moderne thrillers. Die zijn hem te dik en gewelddadig. Geweld komt in Venijn dan ook met mate voor. Onhandig ingevoegde maatschappijkritiek en de neiging tot uitleggen waar dat niet nodig is houden het toch al niet bijster flitsende verhaal verder op.

Het schrijversduo is simpelweg te diep voor de lezer door de knieën gezakt en houdt het veel te gezellig. Vergeleken bij het werk van iemand als Jacob Vis maakt dit boek dan ook een ronduit ouderwetse indruk, ondanks moderne ingrediënten als ecstasy en mobiele telefoons. Maar dat zal door Terlouw en Terlouw eerder als een compliment worden opgevat.

De liefhebbers van pakweg Agatha Christie zullen blij zijn met Venijn, wie wat stevigers in handen wil hebben kan beter nog even verder kijken.
(door Enno de Witt voor de Stentor)



Recensie: Koud-Zuid van Ariane Meijer

De naam Ariane Meijer zegt me in eerste instantie niets, maar de foto op haar nieuwe boek Koud-Zuid doet me wel herinneren aan een presentatrice van SBS6. Een zoektocht op internet wijst uit dat ik gelijk heb. Ariane Meijer heeft namelijk 'Explosief' gepresenteerd onder de naam Ariane Spier. Na haar scheiding heeft ze haar meisjesnaam weer aangenomen. Haar televisiecarrière ligt achter haar. Ze is nu juriste en schrijft wekelijks een colum in Weekend.

Onder de indruk van haar presentatiekunsten ben ik nooit geweest. Toch geef ik haar het voordeel van de twijfel. Presenteren en schrijven, zijn tenslotte twee verschillende dingen. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want vanaf de eerste bladzijde weet Ariane Meijer me te boeien. Koud-Zuid leest als een trein!

Het jetsetbestaan van de beeldschone Donia wordt opgeschrikt door de moord op haar echtgenoot Gidon. De Amsterdamse zakenman wordt op klaarlichte dag doodgeschoten. Wat Gidon eigenlijk precies deed en hoe zijn zakenwereld in elkaar steekt, weet ze niet. Donia heeft echt geen idee waarom haar man nu werd geliquideerd. Haar leven staat op z'n kop. Gelukkig krijgt ze bij het regelen van de begrafenis hulp van Daniel, de zakenpartner van Gidon.

Donia wil na de begrafenis het liefst haar oude comfortabele leventje weer oppakken. Winkelen en luchen in de P.C. Hooftstraat, dat zal haar goed doen. En dan is er de mysterieuze Amerikaan die haar hart verovert op een terrasje. Als lezer heb je meteen door dat er iets niet klopt, maar Donia is een tikkeltje naïef en gaat het avontuur aan. Ze vertelt alles wat ze weet over de moord op haar man en haar vermoedens, zonder het te weten aan de vijand. De Amerikaan, die zich voordoet als journalist, is namelijk in Nederland, omdat hij het wachtwoord zoekt, waarmee Gidon belangrijke informatie heeft afgeschermd.

Iedereen wil dat wachtwoord hebben. Donia heeft alleen geen idee waar ze dit moet vinden. Pas als blijkt dat haar zeventienjarige dochter Julia gevaar loopt, neemt ze het heft in eigen handen. Donia wordt bij deze zoektocht geholpen door Laura, een schoolvriendin van Julia. Dan blijkt dat niets is wat het lijkt, en dat niemand is wie hij zegt te zijn...

Koud-Zuid
is zo echt een bloedstollende thriller. Je duikt van het ene in het andere mysterie, waardoor het erg lastig is om het boek eventjes weg te leggen. Waar de meeste thrillers enorme pillen zijn, telt dit boek maar 224 bladzijden. Ideaal voor de mensen die niet van dikke boeken houden, maar wel een bloedstollend verhaal willen lezen. Door het vlotte taalgebruik van Ariane Meijer vlieg je door dit boek heen.

Twijfelen aan haar vertelkwaliteiten doe ik na het lezen van Koud-Zuid niet meer. Wat mij betreft mag ze snel aan haar volgende boek beginnen.
(door Patricia de Ryck op Vrouw.nl)



Cabaret lijdt onder wegwerpcultuur

Jonge theatermakers die vaak nog geen ander middelpunt van de wereld hebben dan hun eigen navel, winnen cabaretfestivals en staan een jaar later avondvullend op een podium. Er is al jaren geen cabaretfestival meer, waarbij de jury níet klaagt over het gebrek aan 'engagement'.

Het cabaret is dood, roept Freek de Jonge al enkele jaren. Ruut Weissman, directeur van de Amsterdamse Kleinkunstacademie en regisseur van onder anderen Jan Jaap van der Wal, De Vliegende Panters en de voorstelling Het Verschil, gaat hoogstzelden nog naar cabaret. "Ik blijf natuurlijk een kleinkunstman, maar als ik geprikkeld wil worden ga ik naar toneel. Ik wil niet meer weten wat er gebeurt op het cabaretpodium. Zonde van mijn tijd."

Een nogal pittige uitspraak voor een directeur van een toonaangevende opleiding voor kleinkunstenaars. "Dat zal best. De kunstvorm die de maatschappij onder een vergrootglas moet houden en fileren, wordt uitgehold door amuseurs en egocabaret. Theaterdirecteuren en programmeurs, maar ook impresariaten zorgen voor een conjunctuur waarin iemand die eigenlijk nog helemaal niets kan, die zijn of haar weg nog moet vinden, of - veel erger nog - nauwelijks artisticiteit aan de dag legt, een grote zaal mag bespelen. Iemand die van de toneelschool komt, heeft de wijsheid niet in pacht om direct Hamlet te spelen. Van een jonge cabaretier wordt dat kennelijk wél verwacht."

Johan Goossens, voormalig student aan de Koningstheateracademie in Den Bosch, won in oktober 2006 het Groninger Studenten Cabaret Festival met een voorstelling waarin hij wel degelijk veel te zeggen heeft over de wereld om hem heen. "Ik ben stiekem een ouderwetse wereldverbeteraar. Juist een theateropleiding stimuleert dat je je privé-wereld als uitgangspunt neemt. Want meer heb je toch ook niet, op dat moment. Zo kun je gaan zoeken naar je eigen vorm, kun je je ontwikkelen en een theaterpersoonlijkheid worden. Maar als je klaar bent met de opleiding, moet je het loslaten en iets anders brengen. Je mag best autobiografisch zijn, maar navelstaren is stomvervelend."

Ruut Weissman: "Er is een groot verschil tussen 'privé' en 'persoonlijk'. Privé-besognes interesseren me niet, maar als Theo Maassen een verhaal over de dood van zijn moeder vertelt, maakt hij die privé-gebeurtenis van belang voor mij. Dat is persoonlijk cabaret en dat raakt me genadeloos."

Weissman en Frank Verhallen, groot kenner van het genre en met Anita Uitde Haag oprichter van de Koningstheateracademie in Den Bosch, raden hun studenten tegenwoordig ten strengste af tijdens hun opleiding nog deel te nemen aan cabaretfestivals. Weissman: "Echte talenten hebben geen festivals nodig. Jan Jaap van der Wal heeft er nooit aan meegedaan. En de goeden die na de opleiding tóch gaan, winnen vrijwel zeker omdat ze artistieke vermogens hebben."

Weismann: "Je kunt de makers nauwelijks iets verwijten. Die denken dat ze cabaret maken en goed zijn als ze ver zijn gekomen. Er wordt ze een enorme worst voorgehouden. Je zou gek zijn als je nee zegt."

Helga Voets, directeur van Harrie Kies Theaterproducties en organisator van het Leids Cabaret Festival, verzet zich tegen het idee dat aan festivals en dus ook 'haar' festival alleen non-talenten meedoen. "Welnee, die gaan er bij de eerste selectie al uit. Je moet artistiek interessant zijn, je onderscheiden en je moet talent hebben. Als het dan voornamelijk over relaties gaat, het zij zo, want dat is wat ze op die leeftijd bezighoudt. Datgene waar ze het níet over hebben kan een bewuste keuze zijn. Het winnen van een festival is een begin. Het is niks meer dan een klein onderdeel van je bewustwordingsproces als theatermaker."

Voets ziet naast de onzin en de egodocumenten ook heel veel moois van jonge makers. "Maar ik deel de zorg dat een groot publiek kwaliteitscabaret niet meer herkent en niet waardeert. Als je de boeken van Kluun literatuur vindt en je krijgt op een dag echt literatuur onder ogen, denk je misschien ook wel: getver, wat saai."


Cabaretière Katinka Polderman (foto boven), winnares van Leiden 2005: "Ik krijg soms publiek dat alleen komt om vet te lachen. Het is immers cabaret dat ik doe? Stemmetjes, typetjes, van die dingen. En dan zing ik drie liedjes vol kleine grapjes en ze horen ze niet. Het moet gemakkelijk zijn, maar mijn grappen zijn niet duidelijk te herkennen."

Diederik van Vleuten: "We leven in een wegwerpcultuur en daar loopt kennelijk de meerderheid warm voor. Prima, maar noem het geen cabaret. Noem het amusement. Klaas van der Eerden roept de laatste tijd dat hij geen cabaretier is, maar een entertainer en dat je hem niet moet verwijten dat hij weinig behartigenswaardig te melden heeft. Dát is helder."

Verhallen: "Elke twintig jaar roepen we dat het cabaret wordt vermoord. Altijd als het genre populair wordt, is er wildgroei. Als het publiek afhaakt, komt het echte cabaret weer bovendrijven."

Van Vleuten: "De lat is nu wel érg laag komen te liggen. Mag ik als cabaretier hopen dat het onderscheidend vermogen en het gezond verstand van het publiek weer terugkomt? Of klinkt dat erg bevoogdend? Impresariaten, schouwburgen en recensenten zouden daar weer een beetje verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Welke jury van een festival dat er toe doet, durft eens een hard signaal te geven en géén winnaar aan te wijzen als de kwaliteit gewoon ondermaats is, in plaats van weer datzelfde riedeltje af te steken dat het engagement ver te zoeken was?"
(door Ruud Buurman in BN/DeStem)



Boem, weg!: eerbetoon aan kinderen van Enschede

Zeven jaar na de vuurwerkramp ligt het eerste en enige kinderboek erover in de boekhandel. De Amsterdammer Marcel Vaarmeijer (44) schreef het. Hij bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door in Enschede en verwerkte zijn herinneringen daaraan in Boem, weg!, een aangrijpend verhaal over de 11-jarige Gino die zijn moeder verliest als een dag voor moederdag de vuurwerkfabriek in zijn straat ontploft.

Is het niet laat: nu pas het eerste kinderboek over de vuurwerkramp?

"Misschien zelfs wel vroeg! Ik heb zelf veel boeken gelezen over rampen en weet: zoiets heeft tijd nodig. Eerst moet het worden verwerkt, dan komen de boeken. Het zou me ook niks verbazen als er binnenkort anderen komen die hun verhaal opschrijven."

U was helemaal niet in Enschede tijdens de ramp...

"Toch had ik het gevoel dat ik er bij hoorde. Ik was 10 toen ik in Enschede kwam wonen, dan begint je jeugd eigenlijk pas echt. Toen de ramp gebeurde, gebeurde er ook iets met mij. Dat zullen echte Enschedeërs misschien wel gek vinden, maar zo voelde het wel. Toch heb ik aanvankelijk geaarzeld of ik erover moest schrijven. Ik woon in Amsterdam en vroeg me af of ik er wel over mocht schrijven... Maar het bleef in mijn hoofd zitten, dus ben ik op een gegeven moment gewoon begonnen met het boek."

U schrijft doorgaans voor 'grote mensen', waarom nu voor kinderen?

"Er is zo veel te vinden over de vuurwerkramp, maar heel weinig over de kinderen. Er zijn heel veel vragen gesteld naar aanleiding van de ramp, ik heb het allemaal op televisie en via mijn familie in Enschede gevolgd. Maar de aandacht ging uit naar volwassenen. Niet naar de kinderen, terwijl ook daar slachtoffers zijn gevallen. Ik was benieuwd hoe de kinderen alles hadden beleefd."

Bent u daarachter gekomen?

"Nou, kinderen zijn erg flexibel. In Boem, weg! komt Gino samen met zijn moeder in Enschede wonen als zijn vader dood gaat. Hij is een vreemdeling in Enschede, een allochtoon bijna. Hij voelt zich er niet thuis. Dan gaat zijn moeder ook nog eens dood en staat hij er alleen voor."
"Dat heb ik zelf ook ongeveer zo meegemaakt. Toen mijn vader overleed, nam mijn moeder mij mee terug naar Enschede, waar haar familie woonde. In het begin was het vreselijk. Ik sprak geen Twents en noemde de onderwijzer 'meester'. Andere kinderen lachten zich gek en 'meneer' voor de klas vond mij een brutaal Amsterdams jongetje."
"Enschede had een warm bad voor mij en mijn moeder moeten worden, maar het werd een koude douche. Mijn moeder had kanker en lag veel in het ziekenhuis. Dan logeerde ik bij familie, zat in een pleeggezin of in een kindertehuis. Dat tekent mijn herinnering aan Enschede. Ik moest al heel jong voor mezelf zorgen, net als Gino in het boek."

Wat heftig!

"Zeker. Ik heb veel voor mijn moeder moeten zorgen. Daardoor is mijn jeugd er een beetje bij in geschoten. Daar heb ik later nog wel last van gehad. Maar ik heb het in Enschede óók heel erg leuk gehad. Dat is het dubbele. Ik had veel vriendjes, we speelden vaak en ik fietste heel Enschede door. Ik woonde in de Wesselerbrink, maar kende Roombeek goed."

Heeft u research gedaan voor Boem, weg!?

"Ik heb veel gelezen, veel op internet gevonden en mijn familie geïnterviewd. Maar ik ben voor mijn boek niet meer in Enschede geweest. Voor de lokaties helpt het enorm als je weet dat Jamin tegenover het stadhuis zit. Daar haalt Gino dan ook een ijsje."

U schetst in het boek een mistroostig beeld van Enschede...

"Nou, dat valt toch wel mee? Het is geen happy boek, maar er zitten ook vrolijke stukjes in. Dat dubbele beeld zal wel komen door mijn haat-liefdeverhouding met Enschede. Gino, dat ben ik voor een deel ook zelf."
"Weet je wat het mooie is? Kort geleden ben ik in Enschede geweest. Ik keek in de boekhandel of mijn boek er lag. Dat was zo. Toen ben ik op een terras gaan zitten en voelde me voor het eerst sinds mijn kindertijd thuis in Enschede. Ik ben gewoon met tegenzin in de trein naar Amsterdam gestapt."

Kunnen we zeggen dat u met Boem, weg! uw verleden een plek heeft gegeven?
"Ach. Mijn stroeve verhouding met de plaats uit mijn jeugd is nu wel weg. Dus ja, dat komt misschien een eind in de richting..."
(door Marjon Kok voor Tubantia)


donderdag 10 mei 2007


Moederdag: geen bloemen, maar boeken!?

De Nederlandse bloemensector overweegt een klacht in te dienen bij de Reclame Code Commissie (RCC) over een reclame van de Nederlandse boekenwinkels. In een radiospot wordt geadviseerd voor zondag geen bloemen te kopen, maar een boek.

Volgens voorzitter Doekele Faber van de Vereniging van Nederlandse Bloemenveilingen (VBN) is drie jaar geleden een soortgelijke reclame voor sigaren uit de lucht gehaald na een klacht van de sector.

Een klacht zal de kwekers voor moederdag niet meer helpen, meldt Zibb.nl op basis van een bericht in het Agrarisch Dagblad. "Voor een klacht behandeld is, is moederdag al voorbij, maarhet is misschien goed om formeel vast te stellen waar de grens ligt." Het is aan de directie van het Bloemenbureau Holland om zo'n klacht in te dienen, aldus Faber.

Moederdag en Valentijnsdag zijn de belangrijkste afzetmomenten voor Nederlandse kwekers. Het is niet duidelijk wat zo'n reclame voor omzetderving oplevert. "Aan de andere kant laat het zien hoe stevig de positie is van bloemen. Het is free publicity."
(door Michael van Os op Reclamewereld.blog.nl)



Recensie: Echt sexy, alle meisjes opgelet!

Van de vorige roman van Renate Dorrestein, Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor, zijn 80.000 exemplaren verkocht.

Achterin dat boek werd reclame gemaakt voor een middeltje tegen vaginale droogte; het was een boek over een vrouw in de overgang. Ik weet niet of er van dat middeltje sindsdien ook 80.000 extra potjes of tubes zijn verkocht, maar het zou kunnen - het was een succesvol voorbeeld van 'doelgroepenproza', speciaal bestemd voor de vrouw van zekere leeftijd.

Nu is er een nieuwe roman van Dorrestein, Echt sexy, en daarmee is iets soortgelijks aan de hand. Het is opgedragen aan 'alle meisjes'. Het is onduidelijk wie daarmee precies bedoeld worden - alle meisjes tussen de 12 en de 83, om het heel breed te nemen, of alle schoolmeisjes, maar zeker is in elk geval dat de vertelster, Fiebie Koolveld, dertien jaar is. Een advertentie voor de nieuwste Xbox of partydrug ontbreekt, maar het lijkt erop dat Dorrestein met dit boek een nieuwe markt wil aanboren.

Laten we zeggen: de boekenlijstmarkt. De jeugdige lezer zal in Echt sexy vast veel herkennen. Het is geschreven in een snel en jachtig straattaaltje, en soms wordt er ook gerapt, in de trant van: ''Ik heb een fokking shock en in mijn keel zit een brok. Maar dát is Fiebie Koolveld niet, dat is Fiebie Koolveld niet. Die gaat er vet voor, net een drilboor.'' Hoe authentiek en eigentijds die toon ook is, je krijgt er op den duur wel de zenuwen van. Tenminste, als je niet bij de doelgroep hoort, want voor een dertienjarige zijn al die 'pimps' en 'chicks' en 'Xootrs' en 'kankerkut, teringhoer!' vast gesneden koek.

Maar goed, er is een meisje vermist. Dat is de intrige die Dorrestein ons voorschotelt, en die is als vanouds duister en spannend. Het vermiste meisje is de beste vriendin van Fiebie. Overigens is zij niet het enige onschuldige kind dat spoorloos verdwijnt; in de wereld die wordt geschetst in Echt sexy verdwijnen jonge meisjes bij de vleet. Het wemelt er van de loverboys, minderjarige schooldrugsdealers, randjongeren en Breezersletjes. In garageboxen en fietstunnels voltrekken zich zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. De volwassenen geven intussen niet thuis, die hebben het te druk met zichzelf en hun eigen drugsverslaving. Een onthutsende wereld, zo mag je dat wel noemen.

Fiebie gaat op zoek naar haar vriendinnetje. Zij belandt bij een opsporingsbedrijfje dat is gespecialiseerd in het terugvinden van zoekgeraakte meisjes. Het is een vreemd bedrijf, er werken ook vreemde types, om niet te zeggen griezelige en ongure figuren. Onder Fiebies ogen verdwijnt spontaan nog een meisje. Ook van de zwerfster die zij persoonlijk bij het opsporingsbedrijf aflevert, in de hoop haar van het straatleven te redden, wordt nooit meer iets vernomen. Maar tijd om lang bij deze kwesties stil te staan heeft Fiebie niet, ze is allang weer weggevlogen op haar bezemsteel. O nee, ze heeft geen bezemsteel. Maar verder doet ze sterk denken aan een Harry Potter in meisjesgedaante, of in elk geval aan een stripfiguurtje dat knotsgekke avonturen beleeft.

Overtuigender en zelfs ontroerend is het coming of age-verhaal van Fiebie, die als dochter van een anonieme spermadonor en een overleden moeder genoeg van zich af heeft te praten. Toch wringt er iets. Er is tenslotte een meisje vermist en dat is een ernstige zaak. Hoe ernstig blijkt wel als de politie aan de deur verschijnt met de stoffelijke resten van het vriendinnetje. Die resten zitten in een pot en bestaan uit 'een envelopje van vlees.' Of, explicieter: ''Een flamoes. Een bloody beflap! Een dwars overlangs genaaide gleuf!''

Wat er vervolgens met die pot-met-gleuf gebeurt, is te absurd voor woorden. Of te gruwelijk, het ligt er maar net aan bij welke doelgroep je hoort. Maar zonder de clou te verraden, durf ik wel te zeggen dat Harry Potter daar nog een puntje aan kan zuigen.
(door Karin Overmars in Het Parool)

Bestel nu bij bol.comEcht Sexy
Renate Dorrestein


woensdag 9 mei 2007


Grunberg, 'de toon maakt hem uniek'

Arnon Grunberg (1971) is een fenomeen. Hij is pas 36 maar heeft nu al een rijk en succesvol oeuvre op zijn naam staan waarvan de meeste schrijvers slechts kunnen dromen.

Maandagavond ontving hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Tirza over een ontaarde vaderliefde. Enkele weken daarvoor kreeg hij voor hetzelfde boek de Gouden Uil, de Vlaamse tegenhanger.

Eén van de andere kandidaten voor die prijs was de jonge schrijver Christiaan Weijts (foto), die vorig jaar verraste met zijn debuutroman Art. 285b.

Volgens Weijts kan 'niemand meer om Grunberg heen'. "Dat geldt zeker voor jonge schrijvers. Ze zijn min of meer door hem beïnvloed. Enkele jongere auteurs proberen hem na te doen, met soms beschamend resultaat."

Voor Weijts is Grunberg terecht een fenomeen. "Toen ik Nederlands begon te studeren, kwam zijn eerste boek uit. Hij heeft een heel verfrissende, unieke stijl. Hij heeft een soort humor die je niet eerder in de literatuur had. Al die eerbewijzen zijn terecht."

Toch viel Tirza hem tegen. "Ik vind het erg op zijn roman De Asielzoeker lijken. Ik had er zelf meer van verwacht. Ik vond het boek een beetje traag, maar ik blijk daar als enige zo over te denken. Het wordt bij hem nu wel erg somber. Ook de humor wordt minder. Bij Tirza ben ik nooit in de lach geschoten, terwijl ik bij Blauwe Maandagen, Fantoompijn en Figuranten om de zoveel pagina's hardop heb moeten lachen."

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar geeft Grunberg sinds 1995 uit. Is men daar trots op haar paradepaard? "Trots is niet het goede woord", zegt uitgever Vic van de Reijt (foto). "Het is meer het oprechte genoegen dat je van zo dichtbij de ontwikkeling van een fenomeen mag meemaken."

Onder het pseudoniem Marek van der Jagt publiceerde Grunberg bij een andere uitgeverij, De Geus, de romans De geschiedenis van mijn Kaalheid en Gstaad 95-98. Eric Visser, uitgever/directeur van de Bredase uitgeverij, plaatst Grunberg in 'de top van de eredivisie'.



"Welke schrijver kan zeggen dat elk boek dat hij schrijft aanleiding geeft tot zoveel bespiegelingen en prijzen? Hij is gewoon heel bijzonder. Hij weet ook heel goed wat hij doet."

Volgens Van de Reijt verkopen de Grunberg-romans uitstekend, 'vooral bij een jong en wat ouder lezerspubliek'. "Tirza is bij uitstek het boek waarop alle lezersgroepen kunnen instappen."

De verkoop van de Van der Jagtboeken blijft daar enigszins bij achter, met 30.000 tot 50.000 exemplaren.

Visser heeft daar wel een verklaring voor: "Elke debutant verkoopt minder goed dan een beroemd schrijver. Marek van der Jagt was een debutant en omdat het een schuilnaam betrof, kwamen er geen interviews, we konden niks doen. We hebben er allerlei dingen omheen moeten fantaseren, het werk heeft het zelf moeten doen. En aandacht in de media wordt steeds belangrijker. Welke dode auteur wordt beroemd? Ik ken er van de afgelopen jaren maar eentje en dat is Sándor Márai. We leven in een mediatijdperk, zonder publiciteit red je het niet."

Van de oudere schrijvers heeft Jan Wolkers (foto) een zwak voor Grunberg, zoals Grunberg een zwak heeft voor Wolkers. "Hij is een bijzondere schrijver. Hij is nog erg jong, maar behoort zeker al tot de top", zegt Wolkers, die Grunbergs debuut Blauwe Maandagen nog altijd diens beste boek vindt.

Hij ziet raakvlakken tussen zijn opkomst, begin jaren zestig, en die van Grunberg medio jaren negentig. Beiden waren van meet af aan populair én controversieel.

Wolkers: "Het verschil is dat toen ik begon er veel meer frustratie was over wat ik schreef. Daar heeft Grunberg goddank minder last van. En dat niet iedereen hem blieft, is alleen maar gunstig. Als iedereen alles alleen maar schitterend vindt wat je schrijft, moet je gaan oppassen."

Is er voor Grunbergs werk veel waardering, als persoon wekt hij geregeld irritatie. Zo heeft de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans weinig sympathie voor hem. Tijdens een literaire tournee door Vlaanderen stelde Grunberg zich 'ongelooflijk arrogant op tegenover alles en iedereen, dus ik dacht: jij bent geen leuke jongen'.

Hoe dan ook, het zou niet verbazen als de veel gelauwerde Grunberg binnen enkele jaren een hoge literaire onderscheiding krijgt, zoals de P.C.Hooftprijs. Gerard Reve en Willem Frederik Hermans - met de laatste wordt hij wel vaker vergeleken - kregen de onderscheiding immers ook op betrekkelijk jonge leeftijd.

Vic van de Reijt: "Stilistisch weet hij Reve te evenaren en zijn wereldbeeld overtreft zelfs dat van W.F. Hermans. Maar het is vooral zijn toon die hem uniek maakt."
(door Nico de Boer, gepubliceerd in BN/De Stem)


maandag 7 mei 2007


Arnon Grunberg winnaar van Libris Literatuur Prijs 2007

Arnon Grunberg heeft voor zijn boek Tirza de Libris Literatuur Prijs 2007 gewonnen. Dat heeft juryvoorzitter Cox Habbema maandagavond bekendgemaakt in het Amstel Hotel in Amsterdam. Grunberg ontvangt vijftigduizend euro.



De overige vijf genomineerden, die net als de winnaar al 2500 euro ontvingen, waren: Boven is het stil van Gerbrand Bakker, De pruimelaarstraat van Louis van Dievel, Het derde huwelijk van Tom Lanoye, Didar & Faroek van Sana Valiulina en De verering van Quirina T. van L.H. Wiener.

De jury bestond naast toneelregisseur Habbema uit de literatuurcritici Hans Bouman en Alle Lansu, universitair docent Wilbert Smulders en de directeur van de Schrijversacademie in Antwerpen Erik Vlaminck. De bekroning betreft het beste Nederlandstalige fictieboek dat in 2006 verschenen is.

De Libris Literatuur Prijs is voor de dertiende keer uitgereikt. Vorig jaar won K. Schippers met Waar was je nou?. Eerdere winnaars zijn onder anderen Harry Mulisch, Thomas Rosenboom en Abdelkader Benali.


Het is de eerste keer dat de 36-jarige Grunberg de prestigieuze onderscheiding wint. De carrière van Grunberg wordt gekenmerkt door literaire prijzen en nominaties. Zo werd zijn vierde roman De asielzoeker in 2004 bekroond met de F. Bordewijkprijs en de AKO Literatuurprijs. Die laatste prijs ontving hij in 2000 al eens voor Fantoompijn.

De Anton Wachter-prijs voor het beste debuut wist Grunberg zelfs twee keer binnen te slepen: in 1994 voor Blauwe maandagen en in 2000 voor De geschiedenis van mijn kaalheid, dat hij uitbracht onder het pseudoniem Marek van der Jagt.

Grunberg woont en werkt in New York.
(bron: Novum nieuws, boektrailer afkomstig van Tirza.nl)



Ziezo, even tijd voor een versje van Annie

Omdat het op 20 mei 96 jaar geleden is dat Annie M.G. Schmidt werd geboren, organiseert uitgeverij Querido van 9 tot en met 20 mei weer een Annie M.G. Schmidt-week. Onderdeel is de verkiezing van het leukste versje uit haar bundel Ziezo.

Meedoen kan tot en met 18 mei via www.versjesvanannie.nl. Het is dit jaar twintig jaar geleden dat Ziezo verscheen, de bundel met 347 kinderversjes die Schmidt zelf uitkoos. Querido geeft er ter gelegenheid van dit jubileum weer een (luxe) editie van uit mèt een DVD.

Een groep bekende Nederlanders maakte al haar keuze, die weer gebundeld is in de nieuwe bundel Ziezo'jtes. Burgemeester Job Cohen van Amsterdam geeft de voorkeur aan Het fluitketeltje, zijn collega Ivo Opstelten van Rotterdam Op visite bij de reus. Hella Haasse vindt De heks van Sier-kon-fleks het leukst.

Verder verschijnt op 9 mei bij Nijgh & Van Ditmar het boek Zeur niet!. Voor dit boek selecteerde Henk van Gelder bijna 300 liedteksten die Schmidt voor volwassenen schreef. Daarvan zijn er 114 nooit echt gepubliceerd. Onderzoek in de scripts van de radioserie De familie Doorsnee leverde tientallen liedjes op die niet eerder in druk verschenen. Ook in andere, niet eerder geraadpleegde bronnen werden teksten gevonden.



Nieuw:
Gedeelde Smart, het levenslied in Nederland

Deze week is bij uitgeverij Terra een wel heel bijzondere uitgave verschenen. In het boek Gedeelde Smart wordt de wonderlijke wereld van het levenslied in Nederland geschetst. Waar ligt de kracht van een succesvol levenslied, wat drijft al die zangers en zangeressen om met dit muziekgenre het podium op te stappen en waarom wordt de droom van die ene wel werkelijkheid en zal een ander nooit doorbreken?



Een exclusief fragment uit Gedeelde Smart over een artiestenreis naar het Turkse Alanya. Driehonderd levenslied-fans reisden met organisator Rob Brouwer af om overdag met artiesten aan het zwembad te zitten en 's avonds op hun muziek te feesten:
De volgende middag rond lunchtijd komt smartlap-icoon Jacques Herb met kleine oogjes naar de bar bij het buitenzwembad gesjokt. Hij bestelt er twee koppen koffie om mee te nemen naar zijn hotelkamer. "Normaal neem ik altijd een waterkoker mee op reis. Had ik dat nu ook maar gedaan." Herb heeft de vorige avond flink huisgehouden in de disco van het hotel.

Eenmaal opgeknapt vertellen de zestigjarige zanger en zijn vrouw Diny aan het zwembad over hun gevoel bij de artiestenreis. "Het blijft natuurlijk wel een werkvakantie. De eerste avond stond ik hier met hoofdpijn op het podium. Ik heb maar een zetpil genomen, want je moet door." De ook aangeschoven Rob Brouwer pept zijn grote publiekstrekker op: "De mensen hebben niks gemerkt, Jacques!"

De zanger zegt weer lekker in zijn vel te zitten, na een periode waarin het thuis en op het podium niet zo lekker liep: "Mensen dachten dat ik al dood was." Volgens Jacques gaat het veel beter sinds hij zijn huidige vrouw heeft ontmoet. Tegenwoordig is ze ook zijn manager. "Vroeger ging ze ook mee naar optredens, maar dat vond ik niks. Sta ik daar te werken, terwijl mijn vrouw aan de bar versierd wordt. Dat leidt alleen maar af. Nu verzorgt ze het geluid en houdt mijn agenda bij."

Ook al gaat het sinds Herbs deelname aan het programma Bobo's in de Bush weer beter met zijn carrière, hij blijft soms onzeker. Diny: "Jacques vraagt mij wel eens: 'ben je niet bang dat ik af kan gaan op het podium?' Maar tegenover Jacques bestaat zo'n vooroordeel dat het de mensen die zijn optredens bezoeken altijd meevalt." De zanger zelf: "Mijn grote hit Manuela was commercieel een groot succes, maar een artistieke doodsteek. Ik word niet meer serieus genomen."
Het Nederlandse levenslied was jarenlang een ondergeschoven kindje, maar is nu bezig met een ware comeback. Er is een nieuwe generatie zangers en zangeressen, die - naast de oude generatie fans - een ander en jong publiek warm heeft gemaakt voor hun muziek. De populariteit van dit moment uit zich in een enorme platenverkoop van idolen als Frans Bauer en Jan Smit, in kijkcijfers en in giga- en megafestivals.

In Gedeelde Smart worden de ups en downs van zowel bekende als minder bekende vertolkers, producenten en fans van het levenslied en de smartlap uit zowel de afgelopen als deze eeuw uitgebreid beschreven. Het zijn de verhalen over en van onder andere André Hazes, de Zangeres zonder Naam, Jacques Herb, Hepie en Hepie, Marianne Weber tot Frans Bauer, Jan Smit, Jannes, Peter Beense en de getalenteerde 10-jarige Bob Offenberg. Én van de mensen achter de grote successen, van Johnny Hoes en Pierre Kartner tot hitmachine Emile Hartkamp.

Daarnaast maken ook de vele foto’s in Gedeelde Smart duidelijk dat iedereen een eigen beeld van het levenslied heeft: de huismoeder die troost zoekt bij de muziek van Frans Bauer, de bekende artiesten die hun droom werkelijkheid zagen worden, de zangers die moeten vechten voor een plekje in de spotlights en de schrijvers die in vijf minuten een onverbiddelijke kraker op papier zetten.

En zo is Gedeelde Smart onmisbaar boek geworden over de triomftocht van het levenslied, geschreven door de journalisten Jan van Lieshout en Roelof de Vries. De laatste tekende trouwens ooit voor de tekst van de succesvolle smartlap Zigeunerin Samantha door zanger Barry (foto).

Bestel nu bij bol.comGedeelde Smart, het levenslied in Nederland
Jan van Lieshout & Roelof de Vries


zaterdag 5 mei 2007


Sonjabakkeren met een lekker broodje vette frikadel

Lijngoeroe Sonja Bakker presenteert volgende week haar nieuwe boek Zomerslank met Sonja in Den Bosch. Een gesprek aan de dinertafel, waar meer wordt geserveerd dan een blaadje sla.

Het is een simpel rekensommetje volgens gewichtsconsulente Sonja Bakker. 1,3 miljoen boeken verkocht ze de afgelopen twee jaar, 1,5 miljoen mensen sloegen aan het sonjabakkeren (inmiddels een officieel werkwoord, opgenomen in de Dikke van Dale).

Bakker rekent een gemiddelde van zeven kilo gewichtsverlies per 'Sonja-kandidaat'. Ze leunt even achterover in haar stoel en zegt dan: "Doe ik dit nu goed? tien miljoen vijfhonderdduizend kilogram? Zoveel? Weet je hoeveel pakjes bakboter dat zijn?"

Voor die boterberg heeft ze een mooie bestemming in gedachten. "Het Binnenhof in Den Haag", zegt ze aan de eettafel van het luxe conferentieoord De Ruwenberg in Sint-Michielsgestel. Daar logeert ze twee weken omdat ze een cursus Duits volgt.

Bakker ziet zichzelf al met een vrachtwagen vol boter door de hofstad rijden. Wat ze daar dan mee wil zeggen? "Nou, dat de Nederlandse bevolking overgewicht serieus neemt, en dat de minister- president trots mag zijn op zijn land." Een diepere gedachte zit er gewoonweg niet achter.

En dat lijkt typisch Sonja Bakker. Na twee weken intensief op Duitse cursus ziet ze er volgens zichzelf afgemat uit. Maar toch straalt en lacht ze onafgebroken. Ook bij de gedachte aan het broodje frikadel speciaal, dat ze morgen met haar kinderen gaat eten. "Iedereen denkt altijd dat ik op een bos wortelen zit te knauwen. Nou nee."
Het interview met Sonja Bakker heeft plaats tijdens het diner. Vooraf is de vrees enigszins aanwezig dat slechts een blaadje sla met een drupje olijfolie op het menu staan. Toch maar een paar boterhammen naar binnen werken voor aanvang dus. Maar Bakker bestelt zonder blikken of blozen het verrassingsmenu van het restaurant. Ze logeert al twee weken in het bijbehorende hotel en het personeel weet ondertussen dat voor haar een flink bord friet met een stuk entrecote van 250 gram geen optie is. "Een stukje vlees van 75 gram is meer dan genoeg."

Ze complimenteert het restaurantpersoneel met haar verrassingsmenu. Huisgemaakte pastrami met kerala-salade vooraf en victoriabaars met een korstje van roggebrood in paprikabouillon als hoofdgerecht. "Ik lust alles, maar dit is wel héél lekker zeg." En weer die lach. "Het is ook allemaal heel mager, dit zou ik zo kunnen opnemen in mijn boek." De gastvrouw knikt wat verlegen naar de gewichtsgoeroe. Niet iedere dag zit Sonja Bakker zomaar aan haar tafel. Bakker laat zich graag en veel inspireren door wat ze elders krijgt voorgeschoteld. Het idee van de kokossnippers over de groenten van haar voorgerecht gaan mee naar haar volgende boek, ook de komkommerreepjes over de vis slaat ze op in haar geheugen.

De West-Friese Bakker begon tien jaar geleden als gewichtsconsulente haar eigen praktijk in het Noord-Hollandse Spierdijk. Acht jaar later schreef ze een boekje Bereik je ideale gewicht, waarin negen weekmenu's staan. Bakker leurde met haar boek langs diverse uitgeverijen. Maar niemand had zin in 'nog een afslankboek'. Echtgenoot Koen Lenting gaf het boek uiteindelijk uit in eigen beheer.

Sonja Bakker was twee jaar geleden zo slim om op te schrijven, wat iedereen altijd al wist: veel bewegen, en met mate eten, en dan val je af. Een kroketje of biertje op zijn tijd mag dus best, maar geen veertien flessen bier per week. Om het de lijners makkelijker te maken schreef Bakker een aantal weekmenu's, met voor in het boek een exacte boodschappenlijst. Veel verschillende groenten, afhankelijk van de dag rijst (75 gram), pasta (75 tot 100 gram) of aardappelen en vaak roerbakken.

Vijfduizend stuks liet Lenting van het boek drukken, binnen een paar dagen waren ze allemaal verkocht. Ondertussen gingen in totaal 1,3 miljoen van haar boeken over de toonbank. Toch blijft het ondernemersechtpaar voorzichtig. Dinsdag komt het nieuwste boekje van de lijngoeroe uit, Zomerslank met Sonja. "We zaten aan de keukentafel en Koen zei: 'We drukken er tweehonderdduizend'. Ik dacht even: we zijn toch zeker niet gek geworden?"

Maar volgens het Centraal Boekhuis zijn er ondertussen al 150.000 exemplaren gereserveerd. En dus werd het tijd voor Frau Bakker om over de grens te kijken. Daarop bereidt ze zich nu voor door middel van twee weken intensieve Duitse taaltraining bij de Vughtse taalspecialisten. In foutloos Duits rolt een zin uit haar mond op de vraag: 'Waarom is jouw afslankformule een succes?' "En dat terwijl ik eigenlijk helemaal geen talenknobbel heb."

Ook heeft ze zich vast opgegeven voor een cursus Engels, in september. "Wie weet waar de toekomst me ooit nog brengt." En er staat nog meer op haar agenda voor dit jaar. Eind 2007 wil ze naar Afrika. Bakker startte de Sonja Bakker Foundation, die 'adopteerde' bij de start vijf weeshuizen van de Nederlandse pater Koopman. Peulvruchten en vis hebben de kindjes daar volgens haar hard nodig, en daar wil ze voor zorgen.

De kritiek dat dergelijke initiatieven een druppel zijn op de gloeiende plaat, wuift ze weg. "Er is altijd wel wat te zeuren." Ook de kritische kanttekeningen bij haar boeken probeert Bakker om te zetten in iets positiefs. Aan de plagiaatkwestie wil ze weinig woorden vuil maken (gewichtsconsulente Bea Pols beschuldigde Bakker van het overnemen van diverse alinea's uit haar boek Afslanken en persoonlijke groei), alleen dat ze er even 'goed ziek van was'. Over het gerucht dat ze wordt gesponsord door Evergreen, is ze resoluut. "Houd toch op, ik kan het wel een krentenkoek noemen in mijn boek, maar dan weet niemand wat ik bedoel."

De nuchtere Noord-Hollandse richt zich liever op de positieve zaken in het leven, zoals de honderden mensen die haar wekelijks aanspreken op straat en trots hun T-shirt de lucht in tillen om hun platte buik te laten zien. Of ze daar nooit moe van wordt? "Ben je gek! Ik zie het als een cadeautje. Die mensen begrijp ik hartstikke goed, want zelf ben ik ook altijd te zwaar geweest. Ik ben een doorsnee iemand en wil toegankelijk blijven voor iedereen."
(door Maartje van Hoek in het Brabants Dagblad)


vrijdag 4 mei 2007


The Read Shop ziet stijgende lijn in boekverkoop

Nederland wordt steeds groener. Tenminste, als het aan de directie van The Read Shop ligt. Deze franchise boekwinkelketen heeft inmiddels meer 150 vestigingen in Nederland, maar is nog lang niet uitgegroeid.

In april was het groot feest bij The Read Shop. Het bedrijf bestaat vijftien jaar en dat heuglijke feit is volgens directeur Arno van Bijnen zeker niet onopgemerkt voorbijgegaan. “Het was dit jaar al iedere vijftiende van de maand feest in onze winkels: versierde winkels, kortingsacties, prijzen, noem het maar op. Maar vanaf 15 april hebben we vijftien dagen achter elkaar uitgepakt. Daarnaast hebben we, voor de eerste keer in ons bestaan, een jubileumfeest georganiseerd voor de franchisenemers en hun partners. Een zeer geslaagde avond.”

Zonder het jubileum was er voor The Read Shop ook wel iets te vieren geweest, want de verkoopcijfers van boeken laat een duidelijke stijging zien. Van Bijnen heeft een duidelijke verklaring. “Het is een landelijke tendens dat de afzet van boeken toeneemt. Daarbij worden steeds meer boeken verkocht in inloopwinkels zoals wij die kennen. Maar ‘lezensmiddelen’ hebben bij ons in de afgelopen drie jaar ook prioriteit gekregen. Naast de tijdschriften, waarin wij specialist zijn, hebben we binnen onze organisatie de focus meer en meer op boeken gelegd. Met succes dus.”

Ander succes moet volgens Van Bijnen komen van de samenwerking met V&D. “In de V&D-filialen komen kiosken van The Read Shop. De eerste is pas nog geopend in Arnhem. Hilversum en Amstelveen volgen binnenkort. Of die kiosken geen concurrentie vormen voor onze bestaande winkels? Nee, integendeel juist. Het zijn satellietvestiging-en die onder de plaatselijke franchisenemers vallen.”
(door Rogier van 't Hek in ManagementTeam)


donderdag 3 mei 2007


Top 50 beste cabaretiers uitgebracht in boek

Vandaag is de Cabaret & Comedy Gids 2007/2008 verschenen. Het boekwerk geeft een overzicht van de vijftig beste en meest veelbelovende cabaretacts voor het komende theaterseizoen.De gids is volgens de makers de eerste kwaliteitsgids voor cabaret, stand-up comedy, kleinkunst en entertainment in Nederland.

Liefhebbers en leken kunnen de gids als naslagwerk gebruiken. Ze kunnen kiezen uit een grote diversiteit aan voorstellingen die op overzichtelijke wijze zijn weergegeven.

Ook krijgen ze hulp bij het boeken van voorstellingen. Zo zijn kaarten voor Youp van 't Hek en Jochem Myjer vaak razendsnel uitverkocht. Welke cabaretiers minder snel zijn uitverkocht, maar ook zeer de moeite waard zijn, wordt in het boekje getoond.

Cabaretier Javier Guzman heeft het eerste exemplaar van de Cabaret & Comedy Gids gisteren in ontvangst genomen. Guzman staat bovenaan de top 50. Collega Richard Groenendijk overhandigde het boekje aan Guzman in het nieuwe Comedy Theater in Amsterdam.

Guzman treedt momenteel op in het Comedy Theater aan de Nes met zijn voorstelling Delirium, die is genomineerd voor de VSCD Cabaretprijs. 'Javier Guzman gaat keihard de confrontatie met zichzelf aan,' schrijft de jury van de cabaretprijs over Delirium.

Het boek is een initiatief van cabaretrecensent Alexander Nijeboer. Hij stelde de lijst samen, omdat hij meer aandacht wil voor de kwaliteitsverschillen binnen het cabaretaanbod. Mogelijk komt er een jaarlijkse editie van het boekje.
(door Saïna van Breda op Elsevier.nl)

Bestel nu bij bol.comCabaret & Comedy Gids 2007/2008
Alexander Nijeboer



Broederstrijd in Osdorp: de nieuwe Van den Berg

Walter van den Berg debuteerde in 2003 met de roman De Hondenkoning. Daarnaast publiceerde hij verhalen in Passionate, De Gids, Bunker Hill, Bright en Rails. En dat terwijl veel internetters hem al kenden via www.vandenb.com.

In augustus dit jaar verschijnt zijn tweede roman, West. Het boek gaat over twee broers, Ron en Cor, die opgroeien in het Osdorp van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.
In een omgeving van nieuwbouw, winkelcentra en videotheken zoeken ze elk hun identiteit. Ron is de stoere van de twee, hij versiert de meiden, zingt op feesten en partijen en sleutelt aan auto's. Cor is de zoekende; onzeker in de liefde en twijfelend over zijn toekomst, en hij vormt daarmee een ideale speelbal voor zijn broer.
De verhalen in West spelen zich af in verschillende periodes van hun leven, zowel in hun vroege jeugd als in het heden. In spaarzaam proza, waarbij ieder woord raak is, schrijft de uitgeverij De Bezige Bij in haar folder, roept Walter van den Berg een desolate, beklemmende sfeer op die doet denken aan de verhalen van A.M. Homes.



Eerst de film, dan het boek Westerbork Girl

Met haar eerste boek Eeuwelingen maakte de Nijmeegse schrijfster Steffie van den Oord (36) in 2002 grote indruk. Via twintig levensverhalen met honderjarigen schetste ze de twintigste eeuw. Het boek werd een bestseller.

De verhalen van de ouderen zette haar ook op het spoor van haar tweede boek, Liefde in oorlogstijd. Twintig mannen en vrouwen vertelden over hun grote liefde in de oorlogsjaren. Een boek vol emoties, want velen verloren hun grote liefde.



De schrijfster werkt nu aan haar derde boek over de joodse Hannelore, de Westerbork girl, een revuester in het doorgangskamp in 1943.

De uitgave van het het boek laat nog enkele maanden op zich wachten. Want Van den Oord vond het verhaal van Hannelore (nu 83) zo fascinerend dat ze gekozen heeft om eerst een film te maken van dit levensverhaal. De documentaire is vanavond op tv te zien.

In haar werkatelier in de Vrouwenschool in Nijmegen-Oost legt Van den Oord uit hoe Louis de Wijze uit Berg en Dal, ook een overlevende uit het kamp Westerbork, haar op het spoor van Hannelore zette.

De Wijze vertelde over de onbeantwoorde liefde door Hannelore (zie schets). Maar nog ontroerender was het verhaal over de bevrijding van Hannelore uit het kamp door haar grote liefde Rob uit Amsterdam.

Een week na die ontsnapping keerde ze terug naar Westerbork. Vrijwillig. Op het eerste oog een onbegrijpelijke beslissing. Ook Steffie van den Oord werd erdoor getroffen. Hannelore maakte in Westerbork - net als Louis de Wijze - deel uit van een cabatergroep die elke maandagavond een revue opvoerde. Ze was een ster, een Westerbork girl. Zingen en dansen behoedde haar voor een snel transport naar Auschwitz. Hannelore was een van topdansers van de show.

De Duitse kampcommandant was woedend over de vlucht van Hannelore. Hij dreigde met maatregelen tegen anderen. Hij gaf opdracht aan de joodse ordedienst om Hannelore terug te halen.

Hans Einsinger wist haar in Amsterdam te vinden en haar te overtuigen mee terug te gaan. 'Als ik niet was meegegaan zou Hans naar Auschwitz zijn afgevoerd', vertelt Hannelore in de film. Na terugkeer in Westerbork trouwden Hans en Hannelore.

"Dat ze terugkeerde vond ik zo bijzonder. Daar wilde ik alles van weten", zegt Steffie van den Oord.

In de zomer van 2006 zocht ze Hannelore Eisinger-Cahn met een camerateam op in New York. Daar woont ze sinds het einde van de oorlog. Van den Oord werd verrast door haar levenslust. Aan de telefoon klonk ze als 30, 35 jaar. In New York trof de filmmaakster een vrouw aan die op haar 83ste nog steeds als vrijwilligster actief is in een ziekenhuis. Ze bezorgt er bloemen bij de zieken.

Steffie sprak met haar over de beslissing van 1943. In de film klinkt op de achtergrond de stem van Louis de Wijze. Hij is verteller van het verhaal. Hij zingt over de liefde. Liedjes uit de revue van Westerbork. Ich liebe dich is de soundtrack van de film geworden.

Van den Oord: "Het is een fascinerend, emotioneel beladen verhaal. Hannelore, bevrijd door haar grootste liefde, teruggehaald door een andere liefde naar het kamp. En toch ontsnapt aan een transport naar Duitsland."

Over haar keuzes van destijds spreekt Hannelore in de film zonder zwaar gemoed. Ze vertelt hoe ze zich op haar onderduikadres in Amsterdam nog minder vrij voelde dan in Westerbork. In het kamp kon ze tenminste nog dansen, zingen. Daarmee kon ze haar angsten ver wegstoppen.

Westerbork girl is vanavond te zien op Nederland 2 om 22.50 uur.
(bron: De Gelderlander)


dinsdag 1 mei 2007


Renate Dorrestein nieuwe gastschrijver universiteit Leiden

Renate Dorrestein (1954) is de nieuwe gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Vanaf september 2007 geeft zij een werkcollege creatief schrijven. Ook wil zij met studenten onderzoek doen naar het nut van het lezen. In twee openbare vraaggesprekken zal zij haar mening geven over vrouwenstudies en over medische ethiek.

In november houdt zij de Albert Verwey-lezing onder de titel De lezer als bondgenoot van de schrijver. Renate Dorrestein schrijft over aangrijpende onderwerpen op een lichtvoetige, ironische manier, met veel humor en absurditeiten. Door subtiele aanwijzingen en suggesties maakt ze haar boeken spannend.

Het gastschrijverschap is sinds 1985 aan de Leidse Universiteit gevestigd. Het is een samenwerkingsverband van de universiteit met NRC Handelsblad. Het gastschrijverschap biedt studenten en docenten de mogelijkheid om in aanraking te komen met een schrijver of schrijfster van naam, iemand die zelf literatuur maakt en die gewend is op een andere manier om zich heen te kijken en te formuleren dan aan de universiteit gebruikelijk is. De duur van het gastschrijverschap is in de regel drie maanden per jaar.

De eerste vijf gastschrijvers waren: Gerard Reve, Judith Herzberg, Frans Kellendonk, Andreas Burnier en Maarten ‘t Hart.
(door Ron Favier voor Sleutelstad.nl)