Recensie: Het geheim van Paros van André Oerlemans
door Annelies Vlaanderen voor BN/De Stem
Je moet het maar durven, je eigen roman zó aanprijzen op de achterflap:

Oerlemans wist waar hij aan begon; hij schreef eerder onder andere de 'humoristische horrorbundel' 13 Verhalen voor het slapen gaan en de thriller Drakendoder middels via eigen uitgeverij De Vrije Dordtse Pers.
Hoewel de oud-Dongenaar vorig jaar aangaf eerder in zijn hoofd bezig te zijn geweest met zijn Geheim dan de verschijning van de Code, liggen de parallellen toch voor het oprapen.
Net als Brown's bestseller is Oerlemans' geesteskind een zoektocht naar de 'waarheid' omtrent het christendom, een zoektocht die vergezeld gaat van psychologische inzichten (de hoofdpersoon leert zichzelf kennen) en uitmondt in de ontdekking van een wereldverpletterend geheim.
De aanpak komt eveneens overeen: de queeste is verpakt in een thriller met als hoofdpersonage een man en als tweede figuur een mooie, jongere vrouw die niet alleen de liefde in het spel brengt, maar ook en vooral een essentiële rol blijkt te vervullen in het plot. Via historische passages wordt de lezer geregeld teruggeworpen in de tijd. Zoomen we in op de locaties, dan valt er wederom een parallel te trekken. Speelt in Brown's geval speelt het grootste deel van het verhaal zich af in het Louvre, Oerlemans heeft gekozen voor een andere toeristische trekpleister, het Griekse eiland Paros. Daar laat hij David Visser wanhopig zoeken naar zijn geliefde Naomi, die van de aardbodem verdwenen lijkt. Hij krijgt hulp van een aardige agent en een mysterieuze monnik, terwijl een domme commissaris en een wraakzuchtige assistent van de paus hem tegenwerken. Hoewel de personages naar bordkarton smaken, levert dat hier en daar spannende momenten op.
De schrijfstijlen ten slotte zijn eveneens vergelijkbaar. Bediende de Amerikaan zich van proza zonder enige literaire pretentie, Oerlemans lijkt evenmin te mikken op de Nobelprijs voor literatuur:
Echt hinderlijk wordt het om van dit boek te genieten bj het besef dat sommige details pertinent niet kloppen. David Visser en zijn vriendin zijn zwervers, ze leven in Nederland van de wind. Maar ze hebben wél geld voor een uitgebreide Griekse eilandentrip! De Postcodeloterij kunnen ze in elk geval niet gewonnen hebben.
Zo zitten er wel meer inconsequenties in het boek. Oerlemans had die er makkelijk uit kunnen halen als hij er meer tijd voor had genomen en meer afstand had genomen, voordat hij zijn Geheim had prijsgegeven.
Nu blijft zijn thriller steken in een mislukte poging de Da Vinci Code naar de kroon te steken. Hij is daarin overigens lang niet de enige. Tal van andere auteurs roken het succes van dit genre, de ene na de andere kloon verscheen de afgelopen jaren op de markt. Het is te hopen voor Oerlemans dat deze markt nog niet verzadigd is en dat er nog een boek in de koffer kan.
Je moet het maar durven, je eigen roman zó aanprijzen op de achterflap:
"Het geheim van Paros" wordt de Nederlandse tegenhanger van de "Da Vinci Code" genoemd, maar dat zou het boek toch tekort doen. Behalve een spannende thriller is het een spirituele roman over de zoektocht naar liefde en waarheid.Aan lef ontbreekt het André Oerlemans (Dongen, 1964) ook niet. Toe maar, opboksen tegen de Da Vinci Code, de natte droom van iedere thrillerschrijver, de nachtmerrie van iedere orthodoxe katholiek. Dan moet je wel met iets komen.

Oerlemans wist waar hij aan begon; hij schreef eerder onder andere de 'humoristische horrorbundel' 13 Verhalen voor het slapen gaan en de thriller Drakendoder middels via eigen uitgeverij De Vrije Dordtse Pers.
Hoewel de oud-Dongenaar vorig jaar aangaf eerder in zijn hoofd bezig te zijn geweest met zijn Geheim dan de verschijning van de Code, liggen de parallellen toch voor het oprapen.
Net als Brown's bestseller is Oerlemans' geesteskind een zoektocht naar de 'waarheid' omtrent het christendom, een zoektocht die vergezeld gaat van psychologische inzichten (de hoofdpersoon leert zichzelf kennen) en uitmondt in de ontdekking van een wereldverpletterend geheim.
De aanpak komt eveneens overeen: de queeste is verpakt in een thriller met als hoofdpersonage een man en als tweede figuur een mooie, jongere vrouw die niet alleen de liefde in het spel brengt, maar ook en vooral een essentiële rol blijkt te vervullen in het plot. Via historische passages wordt de lezer geregeld teruggeworpen in de tijd. Zoomen we in op de locaties, dan valt er wederom een parallel te trekken. Speelt in Brown's geval speelt het grootste deel van het verhaal zich af in het Louvre, Oerlemans heeft gekozen voor een andere toeristische trekpleister, het Griekse eiland Paros. Daar laat hij David Visser wanhopig zoeken naar zijn geliefde Naomi, die van de aardbodem verdwenen lijkt. Hij krijgt hulp van een aardige agent en een mysterieuze monnik, terwijl een domme commissaris en een wraakzuchtige assistent van de paus hem tegenwerken. Hoewel de personages naar bordkarton smaken, levert dat hier en daar spannende momenten op.
De schrijfstijlen ten slotte zijn eveneens vergelijkbaar. Bediende de Amerikaan zich van proza zonder enige literaire pretentie, Oerlemans lijkt evenmin te mikken op de Nobelprijs voor literatuur:
'Gillend, huilend en met ongeloof puilend uit hun oogkassen proberen de passagiers naar een reddingsboot te rennen.'De cliché's tuimelen over elkaar heen: gekrijs is hysterisch, blikken zijn lonkend en een gat is gapend. Toch wil de schrijver maar al te graag de diepte in, getuige zinnen als 'Hoe kan licht schijnen zonder duisternis' en 'Sindsdien heeft hij ontdekt dat gevoel soms sterker kan zijn dan verstand'.
Echt hinderlijk wordt het om van dit boek te genieten bj het besef dat sommige details pertinent niet kloppen. David Visser en zijn vriendin zijn zwervers, ze leven in Nederland van de wind. Maar ze hebben wél geld voor een uitgebreide Griekse eilandentrip! De Postcodeloterij kunnen ze in elk geval niet gewonnen hebben.
Zo zitten er wel meer inconsequenties in het boek. Oerlemans had die er makkelijk uit kunnen halen als hij er meer tijd voor had genomen en meer afstand had genomen, voordat hij zijn Geheim had prijsgegeven.
Nu blijft zijn thriller steken in een mislukte poging de Da Vinci Code naar de kroon te steken. Hij is daarin overigens lang niet de enige. Tal van andere auteurs roken het succes van dit genre, de ene na de andere kloon verscheen de afgelopen jaren op de markt. Het is te hopen voor Oerlemans dat deze markt nog niet verzadigd is en dat er nog een boek in de koffer kan.
Na Harry Mulisch krijgt nu ook Hella S. Haasse een planetoïde naar zich vernoemd. Dat maakt de
Directe aanleiding is de verschijning van de avonturenroman
Het is de grootste archeologische ontdekking sinds de vondst van het graf van Toetanchamon: de ontdekking van de mummie van de Egyptische farao Hatsjepsoet afgelopen woensdag. Maar de werkelijkheid is ingehaald door fictie. In de vorig jaar verschenen roman 
Onno Blom, literair journalist en publicist, gaat de biografie van schrijver, schilder en beeldhouwer Jan Wolkers (81) schrijven. Dat heeft uitgeverij De Bezige Bij laten weten. "Jan Wolkers verleent zijn volledige medewerking aan de biografie en zal Blom exclusieve toegang verschaffen tot zijn persoonlijk archief."
We mogen van begin af aan getuige zijn van de zakelijke samenwerking. De eerste brief - de datering ervan is: 11 augustus 1974 - zet in met een welgemeend 'Zeer geachte Heer De Groot'. Vervolgens valt Reve met de deur in huis: 'Na een gesprek met de Heer Han Hoenders heb ik de eer U te benaderen terzake de publikaatsie van een werk van mijn hand door Uw huis.' Reve zit dan met zijn boeken voornamelijk bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, toen de uitgeverij van Johan B.W. Polak. Maar hij heeft zo zijn redenen om in dit specifieke geval De Groot, toen werkzaam bij Elsevier, te benaderen.
Te midden van de stapels nieuwe boeken die elke week opnieuw de boekhandels worden ingedragen, zijn er af en toe titels die opvallen. Een daarvan is de nieuwe roman van Désanne van Brederode (1970). Als schrijver is ze geen nieuweling meer, want ze schreef al drie romans en een pamflet.
Terwijl Van Brederode ogenschijnlijk van de hak op de tak springt (anekdotes, reflectie op eigen schrijfproces, dagboekaantekeningen) ligt daaronder een grote gemene deler: alles te willen ontrafelen, tot op het bot. Je komt het overal tegen: „Sophie keek dwars door haar vader heen, ze zag zijn ware drijfveren - of bestaan er geen drijfveren, laat staan ware?” Veel (tamelijk ingeburgerde) ideeën gaan op de schop, zoals de psychologie die herbeleving van jeugdjaren als medicinaal ziet: „Waarom zou je je jeugd moeten herbeleven, veel mensen geloven dat dat belangrijk is (...) om iets van hun ziel terug te vinden, de scherven bijeen te rapen (...) alsof je je kindertijd kunt overdoen, ditmaal met oorspronkelijke, waarachtige emoties - flauwekul.”
Twee jaar geleden debuteerde Sanneke van Hassel met de verhalenbundel 
Renate Dorrestein (1954) schreef tien jaar geleden al het ‘gewone’ Boekenweekgeschenk: 
Speciaal voor deze grote groep aspirant-auteurs wordt de website
Dorrestein kruipt in de huid van een dertienjarige, en doet als een
Roel Janssen heeft de 
Marieke Pril, 34 jaar en moeder van drie kinderen, geeft in 
Wij zijn altijd een beetje huiverig voor de combinatie ‘thriller’ en ‘literair’. In de meeste gevallen had de verwijzing naar de literatuur weggelaten kunnen worden. Zo niet bij
Esther Verhoef heeft het druk.
De hoogte van de koopsom is niet bekendgemaakt. De verzelfstandiging van Prometheus komt niet als een verrassing. PCM praat met het boeken- en krantenconcern NDC-VBK over een fusie. Enkele weken geleden werd duidelijk dat er onder de boekenuitgevers van NDC-VBK grote weerstand bestond tegen een fusie met PCM zolang Spijkers daar werkzaam was. Een aantal auteurs en personeelsleden van NDC-VBK vertrok eerder bij PCM na conflicten met Spijkers, die daar van 1999 tot 2004 leiding gaf aan de boekendivisie.
Gebruik de RSS-feed



