woensdag 31 oktober 2007


Koe verstoort presentatie boek

Wat als een feestelijke aankleding moest dienen, werd een drama voor drie gasten op de boekpresentatie van het nieuwe kookboek van Herman den Blijker in Rotterdam. Zij werden bedolven onder een koe van meer dan 700 kilo.

Daarbij raakte een dame gewond aan een van haar vingers. Deze moest worden rechtgezet. De andere twee kwamen met de schrik vrij, van wie er een zijn jasje totaal werd verscheurd door het ongeluk.

De koe kwam de passage Het Westelijk Handelsgebied aan de Van Vollenhovenstraat in om rustig voor de deur wat stro te grazen. Dat zinde de koe blijkbaar niet waardoor de viervoeter losbrak en in zijn korte ontsnapping drie mensen meenam. Uiteindelijk kon het feestje zonder al te veel problemen gewoon doorgaan, maar is de koe na haar afkoelingsperiode weer snel weggebracht.
(bron: ANP)


maandag 29 oktober 2007


Jos Brinks laatste boek is voor Sinterklaas

Van de hand van Jos Brink verschijnt deze week een nieuw boek. De tv-presentator schreef voor zijn dood het Handboek Voor Hulpsinterklazen, een handleiding voor aspirant-sinten vol geschiedenisfeiten, legenden, beschouwingen en rijm- en surpisetips.

Brink heeft de verschijning van zijn laatste boek niet kunnen meemaken. Zijn pleegzoon, regisseur Paul van Ewijk, heeft het voorwoord geschreven. Dat meldde uitgeverij Terra Lannoo maandag. "Ik ben er van overtuigd dat de enige echte Sint een compliment aan Jos zou geven voor de wijze waarop hij de erfenis al die jaren heeft bewaakt", schrijft Van Ewijk. "Boffen wij even dat Jos die erfenis heeft vastgelegd in dit boek."
(bron: ANP)



Recensie: Blauwhelm blues van Ruud Vermaase

Door Coen Schouwenburg voor Boekennieuws.com

Blauwhelm blues is het autobiografische relaas van de debuterende Ruud Vermaase dat leest als een roman. Vermaase is oorlogsveteraan, hockeyer, schrijver, muzikant en senior van het corps te Delft. In Blauwhelm blues beschrijft hij zijn tijd in Libanon, zijn tijd bij het corps en zijn belevenissen in de hockeywereld.

Als Rogier van Campen begin jaren tachtig in dienst moet, is hij nog maar een jongeman. Hij besluit zijn dienstperiode niet in Nederland voltooien, maar vertrekt – na een aantal maanden militaire training op de basis in Assen - naar Libanon, om daar mee te helpen aan een VN-vredesmissie. Van Campen maakt zich liever nuttig tijdens zijn dienstplicht dan dat hij alleen maar betekenisloze militaire oefeningen uitvoert en de tijd uitzit.

Terug in Nederland gaat hij in Delft studeren en wordt hij lid van het corps. Van Campen is een stereotype corpsbal: hij hockeyt, zuipt zich vol en vindt borrelen met jaarclub en huisgenoten belangrijker dan een bezoekje brengen aan zijn geliefde.

Van Campen voelt zich thuis in de schijnwereld van het corps. Echter relativeert hij in het toneelstuk genaamd Het Delftsch Studenten Corps. Van Campen benoemt bijvoorbeeld het grote gala van het corps als een ‘poppenkast’. In het begin van het boek veroordeelt Van Campen het kortzichtige gedachtegoed van de hockeywereld en het te pas en te onpas veroordelen van mensen die iets anders doen dan zij als het juiste zien.
‘Vooral het lef om auditie te doen en dan ook nog te slagen, sprak tot mijn verbeelding. Juist niet die studie rechten in Leiden en vanzelfsprekend lid worden van studentencorps Minerva. Kiezen voor je hart, kiezen voor een artistieke carrière. Wat hadden mijn vrienden voor culturele bagage? Ze vonden discomuziek het einde, lazen alleen omdat het voor je boekenlijst verplicht was en konden allemaal klassiek pianospelen uit een boekje omdat ze vroeger op les moesten van hun ouders maar kregen nog geen popmelodietje spontaan uit de vingers. Hoe durfden zij zo over haar te oordelen?’
De hoofdstukken over zijn tijd in het leger, doen het meest denken aan de Amerikaanse film Jarhead. In die film speelt verveling en het alsmaar wachten op een spannende gebeurtenis een grote rol. De tijd in Libanon is wachten totdat er iets gebeurt, maar uiteindelijk gebeurt er niets.

Zo lezen de hoofdstukken ook, je wacht op iets ongewoons, maar het komt niet, wat juist de kwaliteit van het verhaal ten goede komt.

Vermaase wisselt de verhaallijnen af per hoofdstuk. Het ene hoofdstuk beschrijft hij de verveling van Van Campen in Libanon, het andere hoofdstuk verhaalt hij acties van Van Campen in Delft. Hoewel protagonist Van Campen veelvuldig tobt over zijn liefdes Anne en Carolien, leren we deze personages niet of nauwelijks kennen; ze blijven oppervlakkig en onuitgewerkt. Dit is bij alle bijpersonages die Vermaase opvoert. Van Campen is het enige uitgewerkte personage.

Vermaase is stilistisch geen begaafd auteur. Hij schrijft veelvuldig in eentonige, saaie, korte zinnen. Van afwisseling is nauwelijks sprake. Beeldspraken of mooie metaforische formuleringen zijn schaars. Maar hij heeft dit boek blijkbaar niet geschreven om zich te profileren als de nieuwe Remco Campert of Gerard Reve. De simpliciteit van de stijl doet niets af aan het verhaal, door de vele gebeurtenissen die plaats vinden.

Vermaase is met een ruime voldoende geslaagd met het schrijven van een gemakkelijk te lezen en leuk (af en toe zelfs spannend) verhaal.



Van Dis: Ik komt altijd nog een stommiteit van mezelf tegen

Woensdag 31 oktober begint de Week van het luisterboek en wordt het beste luisterboek van het jaar gekozen. Eén van de genomineerden is De Wandelaar van Adriaan van Dis, voorgelezen door de schrijver zelf.

,,Voorlezen heb ik altijd gedaan. Niet zozeer voor het publiek, maar ook voor mezelf om te horen of de zin goed loopt. Een oude wet van Flaubert, die al zijn boeken voorlas aan zijn vrienden. Elke bladzijde lees ik een paar keer hardop voor voordat ik ze eventueel over schrijf. Ik heb het ook altijd voor blinden gedaan. Tegenwoordig is het luisterboek iets voor de werkende Nederlander, met dank aan de file.

Ik heb meer van mijn boeken ingesproken: ’Indische Duinen’, ’Familieziek’ en mijn eerste luisterboek waren de korte verhalen uit ’Casablanca’, op cassettetapes notabene. Voorlezen kost me geen enkele moeite. Ik doe het achter elkaar op één dag en laat me optillen door wat ik zelf geschreven heb. Omdat ik het al voor mezelf voorgelezen heb, zit ik niet meer komma’s en punten te verbeteren. Toch kom ik altijd nog een stommiteit van mezelf tegen; het ideale boek hangt tegen de rots.

Ik ga door met luisterboeken, mits mijn lezers het uithouden en de files blijven bestaan. Zege de files. De file is het enige moment in een mensenleven waarin ze niet worden lastiggevallen door vrouw, kinderen en zeurende bazen. Tijdens de file zit je opgesloten in een blikken trommel en kun je naar literatuur luisteren. Alle boeken lenen zich daarvoor. Ik zou het telefoonboek zo kunnen voorlezen dat je er tranen van in je ogen krijgt.

Boeken lezen zou beter zijn, maar we gaan naar een orale literatuur toe. Mensen hebben grote moeite om de stekker uit de wereld te trekken in in stilte een boek te lezen. Met een luisterboek laat je je ook een beetje in de luren leggen door de stem van de voorlezer. Als je zelf leest, lees je kritischer en laat je ook je verbeelding veel meer los. Wat mij betreft mogen boeken en luisterboeken naast elkaar bestaan.

Ik vind de nominatie een hele eer. Ik zou het leuk vinden om te winnen. Dan voel ik me zeker een week tevredener met mezelf.’’


(bron: Noordhollands Dagblad)


zaterdag 27 oktober 2007


Sneeuweieren van Ricus van de Coevering gepresenteerd

Bij boekhandel Athenaeum aan 't Spui in Amsterdam heeft de auteur Ricus van de Coevering (1974) vrijdag zijn debuutroman gepresenteerd. In de aanwezigheid van familie, vrienden, zijn uitgever en zijn literair agent overhandigde de schrijver uit het Noord-Brabantse Asten zijn debuutroman Sneeuweieren aan collegaschrijver Thomas Rosenboom.


(foto: John Peters)

De voormalig leraar economie legde zich begin 2000 toe op het schrijverschap en verhuisde met zijn vriendin naar Amsterdam. Met enkele kleinere publicaties op zijn naam, onder andere bij uitgeverij Prometheus, is dit weekeinde zijn eerste roman uitgebracht door uitgeverij Van Gennep.


(foto: John Peters)

Sneeuweieren speelt zich geheel af in de Peelregio. Voor iedereen die in Noord-Brabant of Noord-Limburg woont zal het decor van deze spannende roman herkenbaar zijn. Olga is een gevoelige, muzikale vrouw die met haar man Harm, een hardwerkende pluimveehouder, en hun geadopteerde zoon David in een afgelegen boerderij woont. Elke week zingt ze in het plaatselijke kerkkoor. Het zingen herinnert haar aan haar jeugddroom: ze had een beroemd zangeres willen worden. Wanneer op een dag David niet thuiskomt en Harm naar hem op zoek gaat in het moeras rond de boerderij, vindt er een gebeurtenis plaats die Olga’s wereld voorgoed zal veranderen.
(bron: Blikopnieuws.nl)


Lees hier een exclusief fragment uit Sneeuweieren.



"Het Fonds helpt schrijvers echt"

Door Sylvia Dornseiffer,
directeur van het Fonds voor de Letteren


Er is een Prijs der Nederlandse Letteren en er zijn oudere schrijvers, beeldend kunstenaars, acteurs, regisseurs en dansers die amper de eindjes aan elkaar kunnen knopen.

Het is mooi dat Bart Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, broedt op een plan om deze kunstenaars te steunen. Het werd tijd, zou ik zeggen, nu het Fonds voor de Letteren meemaakt dat Vlaamse schrijvers zich tot ons wenden met de vraag om in aanmerking te komen voor een eregeld - een jaarlijks bedrag van 7.500 euro dat uitsluitend oudere schrijvers èn vertalers met een belangrijk oeuvre toekomst. Daarvoor is een budget beschikbaar van 180.000 euro, er zijn dus veel wachtenden voor u!

Vorig jaar kon zulk eregeld nog worden toegekend aan Maarten Biesheuvel die, omdat hij kort daarna de PC Hooftprijs (60.000 euro) won, nu kan genieten van een onbezorgde oude dag.

Twee weken geleden won de Antilliaanse schrijver Boelie van Leeuwen van het Fonds een oeuvregeld - een bedrag gelijk aan de hoogste onderscheiding in ons taalgebied die Jeroen Brouwers nu ten deel valt. Voor toekenning van een oeuvregeld in plaats van een eregeld wordt gekozen wanneer de leeftijd van de schrijver zeer ver gevorderd is.

Nu een generatie schrijvers en vertalers oud wordt, is dit budget van het Fonds voor de Letteren nodig aan herijking toe. Want dit betekent in de regel minder of geen publicaties, minder royalties, geen of weinig media-aandacht en dus geen inkomen. Behalve AOW is er geen of slechts een klein pensioen. Als het meezit kan met een eregeld in nette armoede verder geschreven worden, zoals Theun de Vries bewees.

Waar moet dat geld vandaan komen in een tijd waarin de literatuur als kunstdiscipline geen hoofdstuk waard is in de Cultuurnota van minister Plasterk? Daarin wordt bijna geen letter gewijd aan kunstenaars en als dat wel het geval is, alleen in termen van maatschappelijk nut. Alsof dat nut niet allang door ons lezers dagelijks wordt gevoeld en beleefd.

Nu Jeroen Brouwers het gewicht van de Prijs der Nederlandse Letteren op de agenda heeft gezet, wordt het Fonds overspoeld met vragen over de hoogte van beurzen die Brouwers sinds de jaren zeventig heeft ontvangen, over de stille armoede die er zou heersen onder schrijvers en de vraag hoe schrijvers rondkomen.

Uit een recente enquete onder aanvragers bleek dat 48 procent van de auteurs op jaarbasis niet meer dan 5.000 euro verdient met hun literair werk. Kijk, dan maakt een werkbeurs (in 2006 gemiddeld 22.000 euro) van het Fonds voor de Letteren het verschil.

En overigens vind ik dat de Prijs der Nederlandse Letteren acuut opgetrokken dient te worden naar 120.000 euro.



Een schrijver doet het niet voor de centen

Jeroen Brouwers weigerde de afgelopen week de Prijs der Nederlandse Letteren. Hij vond het ‘geldbedrag een schijntje’. Schrijvers hebben het niet gemakkelijk. Een baan ernaast geen overbodige luxe.

Door Nikole den Teulingen en Roelof de Vries voor DAG

‘Een fooi’, vindt schrijver Jeroen Brouwers de 16.000 euro die hij zou ontvangen voor de Prijs der Nederlandse Letteren. En dus weigerde hij dinsdag een van de belangrijkste prijzen die er op literair gebied te winnen valt.

Wat Brouwers vooral steekt is dat hij als gevestigd schrijver ‘moet smeken om ergens een bedragje los te krijgen’. Voor de auteur is het schrijversbestaan toch al geen vetpot: aan de verkoop van zijn boeken verdiende Brouwers naar eigen zeggen vorig jaar een povere 6.000 euro.

Het is moeilijk om als schrijver in Nederland je brood te verdienen, erkent Lisa Kuitert, hoogleraar Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Er zijn dan ook een hoop auteurs die er een baan naast hebben. Brouwers wil fulltime schrijven om tot voldoende inspiratie te komen. Maar Nederland is voor velen te klein om alleen van het schrijven te leven.’

Het percentage dat een schrijver per verkocht boek ontvangt is de laatste jaren weliswaar iets gestegen (van 10 naar ongeveer 12 procent), maar het grootste gedeelte van de opbrengst gaat nog altijd naar andere partijen. De uitgever strijkt ongeveer 10 procent op en de boekhandel 40. De rest is voor de drukker en de distributeur.

Schrijvers die hun inkomen willen aanvullen, kunnen subsidie aanvragen, bijvoorbeeld bij het Fonds voor de Letteren. Directeur Sylvia Dornseiffer: ‘Wij verdelen jaarlijks 5 miljoen euro onder schrijvers en vertalers. We werpen een hoge drempel op: wie subsidie wil, moet al twee boeken gepubliceerd hebben. Bovendien moet het werk kwalitatief goed zijn.’ Het gros van de literaire schrijvers moet het volgens Dornseiffer hebben van wat zij noemt ‘prijsjes’ en beurzen. ‘In een enquête onder 240 schrijvers gaf 48 procent aan minder dan 5.000 euro per jaar te verdienen aan zijn literaire werk.’

Schrijfster Cindy Hoetmer heeft ook wel eens ergens subsidie aangevraagd. ‘Die aanvraag werd niet gehonoreerd. Ik heb maar niet om uitleg gevraagd. Ik ken collega’s die dat wel hebben gedaan, en die moesten flink slikken. Mijn werk zal wel niet genoeg literaire pretentie hebben.’ Hoetmer, die in augustus haar tweede roman Schop me! (eerste druk: 2.500 exemplaren) uitbracht, zou er niet over peinzen een prijs te weigeren. ‘Al was het er een van een tientje!’ Ze vindt niet dat schrijvers onderbetaald worden. ‘Ik krijg 1,60 per boek en dat is prima. Ik kan van schrijven alleen niet leven, maar als ik een boek schrijf dat heel veel mensen willen lezen, komt dat toch vanzelf?’

Succesauteur Renate Dorrestein heeft geen subsidie meer nodig. Van haar laatste boek Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor gingen er al meer dan 100 duizend over de toonbank. ‘Ik besef dat het een enorm voorrecht is dat ik ervan kan bestaan’, zegt ze. Het succes heeft haar niet blind gemaakt voor de moeilijke positie van sommige van haar collega’s: ‘Ik vind het bedrag dat Brouwers zou krijgen beschamend. Het gaat hier om de allerhoogste onderscheiding voor een heel oeuvre. Ik geef Brouwers helemaal gelijk. Zelf zou ik de prijs wel aannemen. Om de eer en voor de fooi.’


vrijdag 26 oktober 2007


Boek Gelukkige klas is niet compleet

Het vorige week in bijna een miljoen exemplaren verspreide boek De gelukkige klas van Theo Thijssen is niet compleet.

Door een productiefout ontbreekt de vierde alinea van de roman. De gelukkige klas wordt dezer weken tijdens de actie Nederland Leest gratis verspreid door bibliotheken en scholen. De Stichting CPNB heeft inmiddels een boekenlegger gemaakt waarop de ontbrekende alinea staat afgedrukt. Deze is op de website van het CPNB te downloaden.

In de bewuste alinea, op de openingspagina van het boek, meldt de hoofdpersoon, de onderwijzer Staal, dat hij een aanvullende opleiding voor het geven van Franse les volgt. Henk Kraima, de directeur van de CPNB, weet niet hoe de fout precies in het boek is geslopen. "We hebben de tekst uit Thijssens Verzameld werk gebruikt. Daar is een aantal illustraties bij geplaatst, toen moet er iets zijn misgegaan bij het digitaal scannen." Volgens Kraima is de tekst van het boek wel nagelezen, maar niet met het origineel ernaast. "Nadat we deze fout hebben ontdekt, is dat wel gedaan door drie verschillende teams." Er zijn geen andere ongerechtigheden ontdekt.

De gratis uitgave van De gelukkige klas is verspreid in een oplage van 950 duizend stuks. De fout staat ook in de 23 duizend exemplaren van een luxe-editie, die voor tien euro in de boekwinkel te koop is. Kraima gaat die uitgave niet herdrukken. "Als het om meer dan een alinea was gegaan, hadden we dat misschien wel gedaan."
(bron: NRC Handelsblad)


donderdag 25 oktober 2007


Recensie: Verhoudingen van Henk Romijn Meijer

Door Arie Storm voor Het Parool

De roman Verhoudingen van Henk Romijn Meijer (1929) telt 225 bladzijden. Het zijn stuk voor stuk bladzijden die, zoals grote literatuur dat kan doen, je naar een andere wereld voeren dan die we in onze dagelijkse, tegenwoordige werkelijkheid kennen.

De ik-figuur die Henk Romijn Meijer aan het woord laat, ene Gerard, gaat zo'n vijftig jaar terug in de tijd en plaatst ons en zichzelf in benauwde kamers ergens in Amsterdam-West. Daar lijken we nooit meer uit weg te komen. Het is de tijd van 'de preutsheid (…) van huurkamers en oliekachels waartegen niemand in de grijze jaren vijftig veel had in te brengen'. Dat constateert Gerard in een moment van terugblikken, wat op zichzelf al een wonder is - ik bedoel dát hij kan terugblikken - want verder lijkt hij volkomen gevangen te zitten in die tijd van toen.

Gerard is als jonge student compleet in de ban van een gescheiden moeder van in de veertig, die met haar jongste dochter naast hem is komen wonen. Deze mensen, Gerard en die vrouw - ze heet Gusta - draaien een boek lang om elkaar heen. Gerard is, zou je kunnen zeggen, een gevangene van deze vrouw. Al met al wordt hij dus op ten minste drie manieren opgesloten: in die preutse tijd, in zijn obsessieve liefde voor die vrouw - waarvoor hij geen uitweg weet - en in dat claustrofobische kamercomplex waar hij zich bevindt. In deze roman is heel lang het enige teken van een wereld buiten deze omgeving 'de stevige straat in Amsterdam-West' waaraan het huis staat, een straat 'waar toen het verkeer naar Den Haag doorheen denderde'. Maar Den Haag, dat is zo ver weg…

Er wordt wel eens gezegd dat een boek je naar de keel grijpt. Dit is een boek dat dit voor elkaar krijgt. Je verlangt al lezend naar lucht, tegelijkertijd zijn de wereld en de werkelijkheid waarin Romijn Meijer je plaatst, zo fascinerend dat je er wel voor altijd zou willen blijven.

Iets vergelijkbaars is het geval met de obsessie van Gerard: hij zou zich wel van Gusta los willen maken, maar dat kan hij niet, hoewel hij wel degelijk enkele weifelmoedige pogingen daartoe onderneemt. Ook andersom doet hij zijn best. Dan probeert hij méér van de relatie te maken dan die nu is. Hij zet zich zelfs aan het schrijven van een brief. 'Wat heb ik lang geaarzeld voordat ik de pen op papier durfde zetten. Een brief aan jou, ik kreeg het benauwd bij de gedachte - aan jou, mijn naaste buurvrouw. Wat mankeert me?' Zo begint die. Maar geen enkele versie van de brief weet hij af te ronden.

Over wat voor relatie gaat het eigenlijk? Want Gusta is inderdaad de buurvrouw van Gerard in die bedompte en per stuk verhuurde kamers. Gusta heeft drie dochters, van wie er twee uithuizig zijn. Bovendien heeft ze een nieuwe vriend, Rinus, met wie ze vermoedelijk binnenkort zal trouwen. Helemaal probleemloos is die relatie met Rinus niet: deze man, een dertiger, woont nog bij zijn moeder en moet altijd op tijd thuis zijn. En daar komt Gerard in het spel. Gusta kan haar hart op lange, late avonden bij hem uitstorten. Terwijl Gerard meer en meer onder de indruk raakt van haar. Ziehier in het kort geschetst de uitzichtloze situatie waarin Gerard is beland.

Henk Romijn Meijer maakt perfect gebruik van het bedompte decor. Buiten suist en zoemt de wereld, die door het trapgat omhoog komt, of die wordt vertegenwoordigd door het abstracte Den Haag, waar de vrachtwagens die door de straat denderen, naartoe op weg zijn. Maar echt binnen komt die buitenwereld nooit. Dit is een roman als een gesloten kist. Heel soms glimt licht door kieren en naden naar binnen. Dan is het boek hartverscheurend mooi. Zoals deze roman in zijn geheel als een prestatie van formaat kan worden beschouwd. Koop dit prachtige boek.



Schrijver Grunberg schrapt legeractie uit weblog

Door Hans de Vreij voor de Wereldomroep

Het leven van een defensiespecialist die de NAVO-operatie in Uruzgan volgt bestaat deels uit nogal banale dingen. Zoals het doorspitten van weblogs van Nederlandse en buitenlandse militairen. In de hoop dat daar bruikbare informatie in staat. Waarna toelichting en commentaar kan worden gevraagd aan het ministerie van Defensie.

Defensie heeft weliswaar openheid toegezegd over de missie in Uruzgan, maar binnen bepaalde spelregels. En die gaan over het niet doen van mededelingen over lopende of komende operaties. Journalisten die embedded met Defensie naar Uruzgan gaan moeten daarvoor tekenen.

Maar nu heeft uitgerekend de bekende schrijver Arnon Grunberg donderdag onthuld dat er een grote operatie begonnen is in Uruzgan. Hij was daar ook een tijdje embedded. Op zijn website viel donderdag het volgende te lezen. Let u s.v.p. op de laatste zin:
Back in Amsterdam.
Captain Cynthia with whom I shared a room the last two weeks, well a room, a cell is a better description of this particular sleeping room, is not there anymore to call me "Tiger."
My amante, my godson and his mother picked my up last night at Airbase Eindhoven.
Tonight a big operation started in Oruzgan, somehow I feel it's a pity that I'm not there to write about this operation.

(Vertaling laatste zin:) "Vanavond is er een grote operatie in Uruzgan begonnen. In zekere is het jammer dat ik niet daar ben om over die operatie te schrijven".
Wat? Een grote operatie in Uruzgan? Dé operatie waarover de baas van de Nederlandse troepen in de provincie eerder per ongeluk (of niet) het een en ander gezegd heeft tegen BNR Nieuwsradio? Inclusief het aanpakken van de Taliban in de Baluchi-vallei, pal ten noorden van Kamp Holland in Tarin Kowt? Dat is wereldnieuws in Noord- en Zuid-Nederland!

Lang heeft het niet geduurd, in de loop van de dag was die laatste zin uit de posting van Grunberg verdwenen. Wie er nu naar kijkt leest het volgende:
Back in Amsterdam.
Captain Cynthia with whom I shared a room the last two weeks, well a room, a cell is a better description of this particular sleeping room, is not there anymore to call me "Tiger."
My amante, my godson and his mother picked my up last night at Airbase Eindhoven.
There is always the fear to miss out on something, that's why I have mixed feelings about being back in the "civilized world."
Probably this is my neurotic side.

(Vertaling laatste zin:) Je bent altijd bang dat je iets mist, daarom heb ik gemengde gevoelens over mijn terugkeer in de 'beschaafde wereld'. Dat is vermoedelijk m'n neurotische kant.
We kunnen slechts raden naar wat er gebeurd is. Wat wel overeind bleef was dat de schrijver één kamer opgesloten was met een kapiteinse die hem 'Tijger' noemde - een Reviaanse associatie?

PS: Het NAVO-offensief is inderdaad begonnen, heeft de Wereldomroep in Noordwijk vernomen.



Geen run op boeken Wolkers

De dood van schrijver Jan Wolkers leidt bij de boekhandel niet tot een laatste run op zijn boeken. Volgens Rick Beerens van boekhandel Selexyz Gianotten in Breda verkocht de laatste tijd Wolkers toch al niet erg goed meer. Hij wijst erop dat de tijd van de bestsellers van Wolkers voorbij was.

Marian Contact van boekhandel Basting in Oostburg bevestigt dit. "De mensen kijken toch nu vaak van wat moet ik nog hebben?"

De winkels plaatsen Wolkers wel extra in de aandacht. De meeste boekhandels hebben een tafel voor de boeken van Wolkers. Boekhandel Quist in Bergen op Zoom heeft 'royaal' ingeslagen en biedt een bundel met twaalf romans aan.
(bron: BN/De Stem)



Recensie: West van Walter van den Berg

Door Britt Stubbe voor De Pers

De veelgeprezen jonge schrijver Walter van den Berg is ondanks een inktzwarte jeugd geen zwartkijker. ‘Zelfs de meest nare dingen vind ik achteraf vaak prachtig. En met taal valt zelfs spuuglelijk mooi te maken.’

De schrijver van de 141 pagina’s tellende roman West – over twee broers in het al even rauwe als troosteloze Amsterdam West – is blij met de vele lovende recensies. Zelfs aartskankeraar Jan Zandbergen van HP/De Tijd schreef een lyrische recensie over Van den Bergs tweede boek. Zandbergen bekende het boek twee keer gelezen te hebben. Henk Spaan zei over Walter van den Berg: ‘Een schrijver die een doodverklaarde buurt tot leven weet te wekken, die kan verdomd goed schrijven.’

Nieuw is het niet voor Van den Berg, de positieve kritieken. Zijn debuut De Hondenkoning werd drie jaar geleden al even enthousiast ontvangen. Desondanks is de schrijver niet terug vinden op de bestsellerlijsten. Ook niet op de hele lange.

Vetpot of niet: Van den Berg kondigt tijdens dit gesprek in een Amsterdamse kroeg aan dat hij fulltime schrijver wordt. Vol enthousiasme, maar ook licht nerveus vertelt de boomlange schrijver zijn baan als computerprogrammeur binnenkort op te geven. ‘Ik ben een ondermaatse programmeur en een goede schrijver. Dus ik moest maar eens een knoop doorhakken. Kijken of ik van het publiceren in bladen kan leven.’

De baan als programmeur inspireerde hem wel tot het schrijven van zijn debuutroman. De roman die zich grotendeels afspeelt op een kantoor. En die, door de beklemmende sfeer van verveling en wanhoop, veelvuldig werd vergeleken met Reves historische roman De Avonden.

Van den Berg is nu 37. Hij is een nieuwkomer in de literaire wereld maar schrijft al vanaf zijn tienerjaren. In zijn huis liggen dozen vol verhalen en halve boeken. ‘Toen ik zeventien was dacht ik: volgend jaar ben ik wel gedebuteerd. Maar ja, dan moet je wel schrijven. Ik schreef wel, maar was behoorlijk lui. Ik heb wel anderhalve roman geschreven en die ook opgestuurd naar een uitgever. Achteraf ben ik heel blij dat die adolescentenshit niet is gepubliceerd. Ik was 23, maar duidelijk nog een jonge jongen.’

Het is bitter dat Walter van den Berg nauwelijks kan leven van dat waar hij in excelleert: het schrijven van romans. Hetzelfde geldt ook voor de eveneens door critici geprezen schrijvers Alex Boogers en Jan van Mersbergen.

Dertigers die net als Van den Berg een voorkeur hebben voor het harde bestaan, althans in de literatuur. Met hoofdpersonen uit rauwe arbeidersmilieus die leven in troosteloze buitenwijken. Die smachten naar liefde, maar continue vervallen in botheid en teleurstelling.

In Nederland lijkt er geen grote markt te zijn voor deze schrijvers, waarschijnlijk omdat hun werk in strijd is met het overheersende escapisme in de Nederlandse literatuur. Bij Van den Berg is er geen ontsnappen aan. Van den Berg: ‘Het grote publiek vindt mijn werk misschien te rauw. Ik heb een voorkeur voor een uitgebeende stijl, maar ik ben er niet langer geforceerd mee bezig. Ik heb er heel lang over gedaan om eindelijk eens een bijvoeglijk naamwoord te gebruiken, maar ik durf het nu. Mijn romans ontroeren ook wel degelijk. Ik heb dan ook een sterke hang naar nostalgie. Zelfs de meest nare dingen kan ik achteraf mooi vinden. En met taal valt zelfs spuuglelijk mooi te maken.’

Het verhaal van de twee broers Cor en Ron uit West is zo indringend dat het niet verbaast dat het grotendeels autobiografisch is. Van den Berg groeide net zoals de broers op in Amsterdam-West. Is net als een van de broers een buitenstaander in de buurt en in vriendengroepen, al doet hij nog zo zijn best er bij te horen. En zijn moeder had vroeger, net als die van Ron en Cor, een vriend die haar mishandelde. ‘Mijn moeder kwam uit een gegoede familie.

Door allerlei nare gebeurtenissen zijn we na de dood van mijn vader afgegleden. Mijn moeder werd in de buurt altijd als bekakt gezien, alleen al omdat ze ABN sprak. Ze zit nu in de Amsterdamse volkswijk Spaarndammerbuurt in een bejaardenhuis. Daar wordt ze uitgekotst omdat ze nog steeds keurig Nederlands spreekt.’

Walter van den Berg is gefascineerd door groepsgedrag, een belangrijk thema in zijn werk.

Zelf heeft hij altijd deel willen uitmaken van een groep. De groep van vijf jongens op de middelbare school, waarin Van den Berg zich een jaar of tien bewoog, nam dit gevoel niet weg. Integendeel. ‘Ik werd geaccepteerd, maar dat was het ook wel. Ze bleven me een rare jongen vinden. Ik denk dat ze dat beeld in mijn oude buurt nog steeds van me hebben. Een schrijver wordt daar niet als bijzonder gezien, eerder als raar. Mijn zus zei dat ik vast denk dat ik, nu ik schrijver ben, beter ben dan mijn familie. Zo redeneren ze in West.’

Het verlangen naar een groepsgevoel bleef en blij deelt Walter dan ook mee het groepje van zijn dromen gevonden te hebben. ‘We zijn met zijn achten. Er zit een schrijver in, maar ook mensen met andere beroepen. Ik pas er zo perfect in dat het bijna zonde is dat ik ze niet eerder heb ontmoet. Omdat iedereen er anders is. Het is een heel gezellig groepje. Want aan mijn boeken zou je het misschien niet aflezen, maar ik hou erg van gezellig.’

Lees ook de eerder gepubliceerde recensie van Het Parool.


woensdag 24 oktober 2007


Nederland neemt afscheid van Wolkers

Nederland neemt vandaag afscheid van Jan Wolkers. De schrijver en beeldend kunstenaar, die vrijdag op 81-jarige leeftijd overleed, wordt om 15.30 uur in Amsterdam gecremeerd. De plechtigheid is toegankelijk voor publiek en wordt rechtstreeks uitgezonden op televisie.

Wolkers wordt gecremeerd op De Nieuwe Ooster in de Watergraafsmeer. Sinds 2005 staat daar een beeld van zijn hand, een monument voor schrijver Theo Thijssen. Voor de crematie vindt een uitvaartbijeenkomst plaats. In de aula is plaats voor 150 mensen. Buiten staat een grote tent, waarin de overige belangstellenden de ceremonie kunnen volgen.

Karina Wolkers, de weduwe van de schrijver, spreekt tijdens de bijeenkomst. Ook vriend en historicus Maarten van Rossum, uitgever Robbert Ammerlaan en hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant voeren het woord. Zoon Tom Wolkers verzorgt een muzikaal optreden.



Vrijdag overleed Wolkers op Texel, waar hij woonde en werkte. Hij wordt gerekend tot de grootste Nederlandse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Hij hoorde bij De Grote Vier, van welke groep ook Harry Mulisch, Gerard Reve en Willem Frederik Hermans deel zouden uitmaken. Zijn literaire werk, waaronder verkoopsuccessen als Turks fruit en Kort Amerikaans, werd in diverse talen vertaald. Enkele van zijn romans zijn verfilmd.

Wolkers, die komende vrijdag 82 jaar zou zijn geworden, verwierf ook bekendheid als schilder en beeldhouwer. In onder meer Groningen, Amsterdam en Leiden zijn sculpturen van hem te vinden. Zo staat in het Amsterdamse Wertheimpark het glazen Auschwitz-monument.


dinsdag 23 oktober 2007


Brouwers weigert Prijs der Nederlanse letteren

De auteur Jeroen Brouwers wil de hem toegekende Prijs der Nederlandse Letteren niet. Het geldbedrag is een aanfluiting. De weigering betekent dat de prijs dit jaar niet zal worden uitgereikt.

Dat Jeroen Brouwers niet uitkeek naar de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, op 24 november door koning Albert van België, was geen geheim. Het geldbedrag dat aan de driejaarlijkse oeuvreprijs is verbonden – 16.000 euro – vond hij een aanfluiting. Alsof je te horen krijgt: 'Hier, koop daar maar een glaasje bier voor, ouwe.'

Gistermiddag heeft Brouwers (67) de prijs zelfs daadwerkelijk geweigerd: 'Ik heb de Nederlandse Taalunie gebeld, en gezegd dat ik niets hoef.' Dat deed de in het Vlaamse Zutendaal woonachtige Brouwers na maandag door de beide cultuurministers gebeld te zijn: Anciaux van België en Plasterk van Nederland.

Brouwers: 'Ze hebben me allebei verteld dat het prijsbedrag niet omhoog kon. Misschien in de toekomst wel. Dat had iets met de reglementen te maken, volgens Plasterk.'

De driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren geldt als de hoogste onderscheiding voor een auteur uit het Nederlands taalgebied. Toch is het daaraan verbonden bedrag aanzienlijk lager dan de AKO- of Libris Prijs (50.000 euro) of de P.C. Hooftprijs (60.000 euro). Het gaat vooral om de eer, aldus een woordvoerster van de Nederlandse Taalunie.

'Ze kunnen me wat', aldus Brouwers, wiens jaarinkomsten uit zijn gehele oeuvre over 2006 een schamele 6.000 euro bedroegen. 'Het gaat om het gebaar', liet hij afgelopen vrijdag de Volkskrant weten: 'Je moet als ouwe vent met zoveel boeken achter je nog smeken om ergens een bedragje los te krijgen.'

Nog nooit werd de Prijs der Nederlandse Letteren geweigerd. Eerdere laureaten zijn Mulisch, Walschap, Haasse, Gilliams, Hermans en Reve. Jeroen Brouwers, gisteren: 'Ik heb mevrouw Liesbeth van Nijvel van de Taalunie mijn besluit meegedeeld. Hoe haar reactie luidde? Ze zei alleen maar: O, wat jammer nu!'

De Prijs wordt al uitgereikt sinds 1956. De laatste keer, in 2004, ontving Hella Haasse de prijs uit handen van koningin Beatrix.
(bron: de Volkskrant; foto: ANP)



Merel Roze genomineerd voor BOB Award

De weblog van schrijfster Merel Roze is genomineerd voor een internationale Best of Blog Award (BOBs) in de categorie Beste Nederlandse Blog. De prijs wordt op 15 november in Berlijn uitgereikt.

Jaarlijks organiseert Deutsche Welle de verkiezing van beste weblog in tien talen. Een internationale jury heeft de genomineerden uit 7000 aanmeldingen wereldwijd gekozen.
Voor de titel Beste Nederlandse Blog zijn verder onder andere genomineerd: onzemaninteheran.nl, volkskrantsblog.nl, sargasso.nl en weblog.fok.nl.
(bron: AT5 Text)

Tegenover Boekennieuws.com reageerde Merel zeer verbaasd over dit nieuwsbericht:
"Ik ben er heel erg verbaasd over. Ik heb mijn weblog niet aangemeld bij die organisatie en vraag me toch echt af hoe de jury tot mijn nominatie is gekomen."

Als Roze kon kiezen voor het Beste Nederlandse Blog, dan kiest ze voor Onze man in Teheran. "Die doet aan beeldvermorming over een land dat je zonder zijn weblog amper goed zou leren kennen."

"Ik ben er erg gelukkig mee. Maar het feit dat ik genomineerd ben voor het Beste Nederlandse Blog toont wel aan dat er een armoede bestaat onder goede bloggers in Nederland."


zaterdag 20 oktober 2007


Philip Freriks leest Wolkers dictee voor

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is dit jaar geschreven door de vrijdag 19 oktober overleden Jan Wolkers. Een woordvoerder van de NPS zei vrijdag dat de tekst klaar is en dat het Dictee voorgelezen zal worden door Philip Freriks.
De uitzending staat gepland voor 19 december. De tekst, die tot dan geheim blijft, is waarschijnlijk één van de laatste werken van Wolkers.

Update: De crematieplechtigheid van Jan Wolkers aanstaande woensdag wordt rechtstreeks uitgezonden op Nederland 1 en is voor iedereen toegankelijk. De plechtigheid is op de Amsterdamse begraafplaats De Nieuwe Ooster, om half vier.
(ANP)


vrijdag 19 oktober 2007


Jan Wolkers (81) overleden

Door Harmen Bockma en Arjan Peters voor de Volkskrant

De schrijver, schilder en beeldhouwer Jan Wolkers is vrijdag op 81-jarige leeftijd overleden op Texel. Wolkers werd beroemd dankzij werken als Kort Amerikaans (1962), Een roos van vlees (1963), Terug naar Oegstgeest (1965) en Turks fruit (1969).



Wolkers rekende met een spervuur aan romans en verhalen af met zijn gereformeerde afkomst. Zijn openhartige taalgebruik en de ogenschijnlijk weinig fijnzinnige inhoud van de boeken bezorgde hem de reputatie van onbehouwen provocateur – en maakte hem mateloos populair bij de jongeren, die toen massaal afscheid namen van de behoudende mentaliteit die de eerste jaren na de oorlog hadden gekenmerkt.

Men smulde van de gulle plastiek en tomeloze energie die van Wolkers’ boeken spatte. In de jaren ervoor had hij alle beelden in zich opgeslagen en verwerkt, het moest eerst bezinken en zijn bedding krijgen, om ze er met verdubbelde kracht uit te smijten. De afrekening met het gereformeerde geloof en de hartstochtelijke liefde voor dieren, de verknoping van Eros en Thanatos, de seksuele vrijheid en het onburgerlijke kunstenaarschap; het was kennelijk nogal veel ineens, in een land waar schrijvers dikwijls werden geassocieerd met zolderkamers, ernst, en het geduldige en subtiele schrappen en schrapen.

Niets daarvan bij Wolkers: die kwam op tv, voerde actie tegen Vietnam, racisme, apartheid, dierenmishandeling, maakte schilderijen met echte koeiestront waar hij zijn handen wellustig in liet rondgraaien, en blies je in zijn proza bijkans omver. De reuzenletters en felle kleuren van zijn boekomslagen, ontworpen door Jan Vermeulen, leken de heftige inhoud al aan te kondigen. Deze schrijver was geen bescheiden jongen. Deze artiest wilde opvallen.

Na zijn verhuizing in 1981 van Amsterdam naar Texel, waar hij en zijn derde vrouw Karina de tweeling Bob en Tom kregen, groeide Wolkers uit tot een altijd gevatte en spontane publiekslieveling, evenzeer belezen als authentiek onbevangen en nieuwsgierig, die als schilder en beeldend kunstenaar onverminderd actief bleef, terwijl zijn literaire arbeid zich hoofdzakelijk beperkte tot het schrijven van essays en gedichten.

Journalisten kregen immer een hartelijk onthaal in huize Pomona, en de kleinsten onder zijn fans ontroerde hij diep met de tv-serie (in 2002) en de verhaaltjes waarin hij door zijn ‘achtertuin’ wandelde en geestdriftig (‘Moet je kijken! Mooi hè!’) de kevertjes, egeltjes, kikkervisjes, knobbelzwanen, dwergvleermuisjes, zijn eeuwig groene Japanse gingko, en de spuugbeestjes aanprees als de kunstuitingen der natuur waaraan we te vaak achteloos voorbij gaan.

Wolkers wordt woensdag in Amsterdam gecremeerd.

Zie ook:
- Altijd die glinsterende jongen van achttien jaar



Bericht van de webmaster

U heeft het wellicht al een beetje zien groeien in de menubalk bovenaan deze pagina. Er zijn enkele veranderingen aangebracht op de site.
Boekennieuws.com begon eerder dit jaar als weblogje met een bak vol nieuws, recensies, fragmenten, video's en voorpublicaties. Nu komen hier duizenden boekenliefhebbers per week kijken en is het het tijd geworden voor structuur.
Vandaar de nieuwe rubriekpagina's Video, Fragmenten en Nog warm. Geniet ervan!

Groet! Ramon


donderdag 18 oktober 2007


Bonaire heeft dringend boeken nodig

De Bibliotheek op Bonaire is zo goed als leeg. Het Bonaire Toeristenbureau is daarom een bijzondere actie gestart: Boeken Voor Bonaire. De komende weken worden nieuwe boeken ingezameld. Die vertrekken op 1 november per boot naar het Caribische eiland. Om te zorgen dat de Openbare Bibliotheek nog voor Kerst weer beschikt over een volwaardige collectie. Iedereen kan helpen door een of meerdere nieuwe boeken naar Het Bonaire Toeristenbureau te sturen.

Het eiland Bonaire is een tropisch stukje van Nederland. Bekend bij vakantiegangers die houden van rust, natuur en de onderwaterwereld. Wat weinigen weten is dat achter deze vakantiepret een hard werkend eiland-in-opbouw schuil gaat. Waar de economie nu groeit en de werkloosheid in rap tempo daalt. Dit alles dankzij grote investeringen in de afgelopen jaren.

Voor de Openbare Bibliotheek was echter geen geld meer over. Met als gevolg dat er geen nieuwe boeken gekocht konden worden. Bonairiaanse kinderen én kun ouders blijven dus verstoken van nieuwe boeken. Want Bonaire is zo klein dat het ook geen echte boekhandel kent.
Wie een bijdrage wil leveren kan één of meerdere nieuwe boeken naar het Toeristenbureau in Haarlem sturen. Het adres is Postbus 472, 2000 AL Haarlem o.v.v. ‘Boeken Voor Bonaire'.
Iedere donateur ontvangt als dank een ‘leenkaart'. Met deze kaart kan men, als men op Bonaire is, gratis boeken lenen. Ook voor wie nooit naar Bonaire gaat, is het een uniek bezit. Want wie heeft er nou een ‘leenkaart' van de bibliotheek van Bonaire?


woensdag 17 oktober 2007


AKO-genomineerden smijten met modder

Arnon Grunberg en A.F.Th. van der Heijden zijn verwikkeld in een publiekelijke woordenstrijd. Beide schrijvers zijn genomineerd voor de AKO literatuurprijs die op 5 november wordt uitgereikt.

Aanleiding is een open brief van Grunberg aan Van der Heijden die drie weken geleden werd afgedrukt in het Het Parool en het Vlaamse blad Humo. Grunberg schrijft sinds 2001 wekelijks een open brief voor deze publicaties, niet zelden resulterend in een regelrechte aanval op de geadresseerde. Naar aanleiding van een lovende recensie in deze krant noemde hij Van der Heijdes novelle Mim (2007) in de brief ‘een typografische kwestie van een verwarde kabbalist’. Het boek heeft volgens Grunberg ‘geheel in de verte niets met literatuur te maken’. Vooral de woordspelletjes in de novelle konden Grunberg niet bekoren. Hij besluit met de schimpscheut:
‘Uit uw dagboeken weten we dat uw ware interesse beperkt blijft tot uw stoelgang en uw dagelijks broodje roerei. De rest is typografie. Mag ik u het beste wensen?’
Van der Heijden, genomineerd voor de AKO literatuurprijs met zijn roman Het schervengericht, reageerde deze week met een open brief aan Grunberg in HP/De Tijd:
‘Het begint vooral op te vallen dat jij collega’s aanvalt op het moment dat ze ook eens even (nou, het zou wat) in de publieke belangstelling staan. Als een andere schrijver jou, die de literatuur als eenmanszaak beschouwt, aldus te na komt, word je daar kennelijk mentaal en fysiek onpasselijk van. Je begint alleronsmakelijkst te spugen. Echt onbehoorlijk word het pas als je karaktermoord probeert te plegen op iemand met wie je je net in een competitie voor een literaire prijs hebt begeven. Als mijn aanwezigheid op de shortlist jou beledigt, geef de nominatie dan terug, maar je kunt niet en aan een competitie deelnemen en aan de zijlijn ervan een vuil soort hooliganisme bedrijven.’
Op zijn beurt probeert Van der Heijden aan te tonen dat de genomineerde roman Tirza van Grunberg niet deugt. Hij wijst op een inconsistentie in de roman: de huurder van hoofdpersoon Jörgen Hofmeester heeft op pagina 96 zijn broek op zijn enkels, maar een paar pagina’s later staat dat hij zijn broek op zijn knieën heeft. Weer een paar pagina’s verderop ligt die broek toch op zijn enkels, en deze broekendans eindigt op de volgende bladzij met: ‘Hoe aangenaam het was de huisbaas tegemoet te treden met de pantalon en onderbroek op de knieën.’

Voorts roept Van der Heijden een gebeurtenis in herinnering toen beide auteurs in 2004 voor een lezingenavond in Berlijn waren. Niet lang van tevoren had Grunberg eenzelfde soort venijnig stukje over Van der Heijden geschreven in Humo. Het verbaasde Van der Heijden Grunberg te zien aanschuiven bij het diner zonder zijn collega’s te begroeten.
‘Het tafereel had iets ontegenzeggelijks gluiperigs: daar zat de jonge schrijver die bereid was achter zijn pc alle aanwezigen in te maken voor de winter, maar die te bescheten bleek om ze met het vizier open een hand te geven. De held.’
Van der Heijden stelt voor om tijdens het schrijversdiner op 5 november, dat wordt gehouden ter gelegenheid van de uitreiking van de AKO literatuurprijs, de kennismaking alsnog te laten plaatsvinden, ‘en dan ordentelijk’.

Bij Pauw & Witteman, dat de uitreiking van de prijs rechtstreeks uitzendt en de zes genomineerden op verschillende dagen te gast heeft, hebben beide schrijvers inmiddels ook al hun zegje over de polemiek gedaan. Van der Heijden herhaalde zo ongeveer de uitspraken die hij deze week deed in HP/De Tijd. Grunberg, die drie dagen later bij Pauw & Witteman aanschoof, zei zijn open brieven te beschouwen als “hulpverlening”. Met een stalen gezicht: “Ik dacht ach, ik schrijf een brief aan meneer Van der Heijden. Ik las dat boek Mim en ik dacht die man kan een beetje hulp gebruiken. Dat heb ik hem beleefd en eerbiedig geprobeerd te bieden.”
(bron: NRC)


dinsdag 16 oktober 2007


Recensie: Datumloze dagen van Jeroen Brouwers

Door Jef van Gool voor NOSjournaal.nl

‘Van donderkopje tot made, daartussen vindt het leven plaats.’ Somberheid wordt in het werk van Jeroen Brouwers getemperd door humor, al is dat meestal een wat wrange humor. Geen spoor daarvan in zijn nieuwe roman, Datumloze dagen. Als de verteller wordt gevraagd of hij wel eens lacht, moet hij toegeven dat hij niet weet wanneer hij dat voor het laatst heeft gedaan.

Van het aan de bijbel ontleende motto tot de slotwoorden staat de roman permanent in het teken van de treurigheid, het afscheid, de schaamte, de wroeging, de spijt vooral, ‘kolkende, vretende spijt om alles, alles’. Een spijt die je ook als lezer naar de keel grijpt en na de verpletterende finale ontdaan achterlaat.

Die tijd tussen donderkopje en made bestaat uit duizenden precies eendere etmalen, een doffe aaneenschakeling van dagen en nachten zonder betekenis, datumloze dagen waarvan niets beklijft.

Eén van die dagen staat echter in het geheugen van de verteller gegrift en achtervolgt hem in zijn dromen. Het is de dag waarop hem werd gevraagd, met een beroep op een verantwoordelijkheid die hij al te lang had ontkend, iemand uit zijn ondraaglijke lijden te verlossen.

Een week nadat het onherroepelijke (dat al op de tweede pagina wordt aangekondigd) is gebeurd, dwaalt hij door het bos bij het huis waar hij als een kluizenaar woont. Drieënzestig is hij, gepensioneerd nadat hij onder meer in New York en Parijs universitair docent is geweest.

In de geladen stilte van het bos loopt hij voortdurend de bomen binnen zijn blikveld te tellen. Halverwege gaat hij van optellen over op aftellen. Het gaat hem om de bezigheid van het tellen en niet om de uitkomst.
Zo heeft hij vroeger op kostschool ook nooit alle figuren geteld op het altaartafereel van het laatste oordeel. Vaak had hij het zich voorgenomen, maar het steeds weer uitgesteld. Nu leidt het tellen zijn gedachten af van wat rondspookt in zijn hoofd, ‘naar te vrezen valt alle verdere dagen dat ik er nog ben’.
Hij is een individualist, altijd geweest, iemand die zich beter niet in mensenmassa’s kan begeven. Maar ook het besluit zich binnen een huwelijk te binden aan één persoon, en dat tot tweemaal toe, is een stommiteit, beseft hij later.

Drieëntwintig is hij de eerste keer en al tijdens de wittebroodsweken heeft hij het gevoel dat zijn leven datumloos is geworden, ‘dat de tijd blanco langs mij heen voorbijjoeg en ik een onbestaan leidde’.
Als zijn vrouw het huwelijk wil redden met een kind en dat tegen zijn uitdrukkelijke wil doorzet, deelt hij nooit meer het bed met haar. Toch blijft hij ‘beleefd’ en wil hij haar geluk niet versjteren.
Een misantroop is hij niet, voor zijn gevoel is hij een aardige, misschien wel te aardige man. Intussen heeft hij een hartstochtelijke relatie met een andere vrouw. Vrouwen zijn er altijd, hoewel er niet één is die hij vertrouwt.

Na de geboorte van Nathan, de zoon die hij niet heeft gewild en die van hem geaborteerd had mogen worden, probeert hij hem in de zuigelingenafdeling van het ziekenhuis te vinden tussen de andere baby’s.
‘Hoe zou ik mijn zoon moeten herkennen? Een vraag die als een leidmotief in zijn en mijn leven zou blijven gelden, maar dat wisten we toen nog niet.’
Hij raakt toch aan het knulletje gehecht, maar als die zes is, wil zijn vrouw van hem scheiden. Op de brieven die hij hem aanvankelijk schrijft, komt nooit antwoord, waarna de jongen steeds meer wegdrijft uit zijn gedachten en herinneringen.

Daarna zal hij hem nog maar een paar keer ontmoeten en telkens herkent hij hem niet. De eerste keer is Nathan een jaar of zeventien en komt hij als straatmuzikant in New York aan de kost. Hij heeft een absoluut gehoor en kan alles naspelen wat hij hoort, op verschillende instrumenten.

Bij een volgende ontmoeting, meer dan tien jaar later in Wenen, is Nathan getrouwd en zelf vader van een kind. ‘Opa! Ik? Wat een weerzinwekkend potsierlijk idee.’ De zoon zegt voorgoed alle contact met de vader te willen verbreken, zoals die vroeger zelf, eindelijk uit de kostschool bevrijd, zijn ouders uit zijn leven had geschrapt. Wel geeft Nathan hem nog een grammofoonplaatje met een uitvoering van de Ritirata notturna di Madrid van Boccherini dat bij hun eerste ontmoeting al veel indruk op hem had gemaakt.

Later blijkt dat Nathan in Amsterdam een succesvolle producer is geworden van musicals. Aan een ontmoeting met zijn vader heeft hij nog altijd geen behoefte. Tot hij veertig is en, lijdend aan een exotische bloedziekte, al zeven maanden in een academisch ziekenhuis ligt weg te teren.

Het aftellen is voor hem begonnen, maar het einde is nog niet in zicht omdat de medische staf niets van euthanasie of palliatieve sedatie wil weten. En daarmee begint de finale, waarna de vader alleen de klanken van Boccherini zullen resten.

In een recent interview met Coen Verbraak in Vrij Nederland zei Brouwers dat hij vermoedt dat Datumloze dagen tot zijn beste werken behoort. Literatuur mag voor hem niet vrijblijvend zijn. Een roman moet ‘ergens een fundament hebben in je ziel, in je karakter,’ zoals hij in juli 2004 verklaarde in een interview met Ad Fransen en Peter Hoomans in HP/De Tijd. En Datumloze dagen heeft zo’n fundament.

Vorig jaar is een van zijn eigen zonen die hij lang uit het oog had verloren, aan een soortgelijke ziekte gestorven. In het interview in VN zei hij met nadruk dat de roman níet gaat over de relatie met zijn zoon. ‘Verder is het literatuur,’ inderdaad losgezongen van de al dan niet autobiografische achtergrond. Dat is juist de kracht ervan.

Lees hier een voorproefje van Datumloze dagen (PDF).

Datumloze dagen is op 15 oktober verschenen bij uitgeverij Atlas. Tegelijk werden een audioboek, ingesproken door Jeroen Willems, en een e-book uitgebracht. Op 20 november ontvangt Brouwers uit handen van de Belgische koning Albert de Prijs der Nederlandse Letteren.



Joris Luyendijk wint NS Publieksprijs

Joris Luyendijk heeft met zijn boek Het zijn net mensen de NS Publieksprijs gewonnen. Hij kreeg 24 procent van de stemmen.

In totaal brachten 35.079 mensen een stem uit, aldus initiatiefnemer CPNB, de Stichting voor Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, dinsdag.

Luyendijk krijgt een geldbedrag van 7500 euro en een sculptuur van de hand van Jeroen Henneman.

Het zijn net mensen is het derde boek van journalist Luyendijk. Het verscheen in 2006 bij Uitgeverij Podium. Nadat hij vijf jaar als correspondent in de Arabische wereld had gewerkt, beschreef hij zijn ervaringen in Het zijn net mensen.

Luyendijk stelt rol aan de kaak van de massamedia bij de vorming van het westerse beeld van het Midden-Oosten. Inmiddels zijn er meer dan 125.000 exemplaren verkocht.

De Nederlandse lezer kon van 2 september tot en met 11 oktober via internet zijn stem uitbrengen voor de NS Publieksprijs.

Genomineerd waren verder De wandelaar van Adriaan van Dis, Tirza van Arnon Grunberg, De weduwnaar van Kluun, Close-up van Esther Verhoef en Het laatste offer van Simone van der Vlugt.
(bron: ANP)



Erik van Muiswinkel leest Bontekoe voor

Erik van Muiswinkel heeft De scheepsjongens van Bontekoe voorgelezen. Zijn favoriete jeugdboek is vanaf half november op veertien cd's te koop, zo maakte audioboek-uitgeverij De Kunst vrijdag bekend.

De tekst van de Nederlandse klassieker van Johan Fabricius is volledig 'hertaald', zo laat de uitgeverij weten, en van modern taalgebruik voorzien. Fabricius schreef De scheepsjongens van Bontekoe in 1924. Hij baseerde het verhaal over de jongens Hajo en Padde op het oorspronkelijke scheepsjournaal van Willem Ysbrantz Fabricius.

De verfilming van het avonturenboek gaat in november in première.
(bron: Trouw)



Toneelstuk over Dikke Van Dale

De Dikke Van Dale is binnenkort ook als toneelstuk te zien. Althans, een voorstelling over de man achter het bekende woordenboek. Het Nederlandse theater- productiehuis Zeelandia heeft een toneelstuk gewijd aan de Zeeuwse hoofdonderwijzer en woordenboekmaker Johan Hendrik van Dale.

Theatermaakster Heleen Verburg liet zich voor haar voorstelling inspireren door de recent verschenen biografie over Van Dale (1828-1872). Het echtpaar Van Dale wordt gespeeld door Bram Kwekkeboom en Marlies Hamelynck.

De voorstelling gaat op donderdag 1 november in première in het Ledeltheater in Sluis, de geboorteplaats van Van Dale. Naast een uitgebreide tournee door Zeeland is het stuk tot eind december ook te zien in Utrecht, Den Haag en Antwerpen.
(bron: De Standaard)


maandag 15 oktober 2007


'Nieuwe Bulkboek mag geen Bulkboek heten'

Theo Knippenberg is begonnen met een nieuwe reeks Bulkboek-uitgaven en dát schoot de twee oprichters van Bulboek in het verkeerde keelgat. Volgens Patty Voorsmit, die het begin jaren zeventig startte met Theo Knippenberg, wordt de naam onrechtmatig gebruikt. Dit meldt Boekblad.nl vandaag.

'Ik was zeer verbaasd. Ik ben in het bezit van de merknaam en hij heeft het recht niet die zomaar te gebruiken,' aldus Voorsmit. Ze erkent dat ze geen Bulkboeken meer uitgeeft, maar nog wel activiteiten onder de naam Bulkboek organiseert, zoals de jaarlijkse Dag van de Literatuur. ‘Knippenberg maakt onrechtmatig gebruik van de merknaam en dat moet stoppen. Inmiddels heb ik hem via mijn advocaat gevraagd zich van het gebruik ervan te onthouden.'

Knippenberg zelf reageerde laconiek over deze ophef: 'Ik vind Patty's reactie erg emotioneel. Bulkboek is nu zo goed als morsdood en ik zie niet in hoe ik haar schade zou aanrichten. Volgens mij is er geen zakelijk belang. Bovendien is Bulkboek volgens de Van Dale een soortnaam, dus mag iedereen die volgens mij gebruiken.'

Knippenberg vindt dat hij door de verkoop zijn gelijk behaalt. ‘Patty heeft haar eigen recht om bulkboeken te maken buiten mij om verkocht aan Wolters-Noordhoff, die daarmee de grote concurrent van hun Lijsters van de markt wegkochten. Dus laat iemand mij nou eens uitleggen welke schade zij zou kunnen lijden als ik opnieuw begin. En als blijkt dat ik de naam Bulkboek niet mag gebruiken, zet ik de serie toch door. Misschien schrijf ik wel een wedstrijd uit voor een nieuwe naamgeving.'



'Onthullend' boek over Veronica

Herinnert u zich deze nog?- 30 jaar ups & downs van Veronica. Zo heet het boek dat Arjan Snijders heeft geschreven over de omroepvereniging Veronica tussen 1975 en 2005. "Een relaas over de periode waarin Veronica aan de wieg staat van de commerciële radio en televisie. Maar ook de periode waar Veronica zichzelf bijna ten gronde richttte. Met veel persoonlijke verhalen van alle betrokkenen over seks, drugs & rock'n roll van achter de schermen", zo laat de uitgever weten.

Mediajournalist Arjan Snijders schreef onder andere de onthullingen op van dertig BN-ers, waaronder Lex Harding, Erik de Zwart en Adam Curry. Dit resulteerde in 600 (!) pagina's geschiedenis in beeld en woord van Veronica.

Snijders schreef het boek in opdracht van de omroepvereniging zelf en kreeg volledige journalistiek vrijheid. Achteraf zegt Snijfers dat ze er bij Veronica toch niet zo blij mee zijn. Snijders is momenteel zelf eindredacteur voor de AVRO-programma’s op Radio 2, 3FM en Radio 5.
(bron: RadioFreak.nl)


donderdag 11 oktober 2007


Nederlandse uitgever in de wolken om Nobelprijswinnares

Nederlandse uitgaven van het werk van Nobelprijswinnares Doris Lessing zijn onder meer verschenen bij Prometheus. Directeur Mai Spijkers was donderdag op de boekenbeurs Frankfurter Buchmesse in de wolken.

"Ontzettend leuk. Terecht. Ze is een van de grote auteurs van de afgelopen eeuw", aldus Spijkers, die Lessing twee keer per jaar in Londen bezoekt, waar ze woont met haar zoon.

Ze is volgens Spijkers niet alleen een veelzijdig schrijfster, die telkens nieuwe vormen probeert (zelfs sciencefiction), maar ook in sociaal opzicht van groot belang. "Haar Golden Note Book is van grote betekenis geweest voor het feminisme. Het was heel bevrijdend." Het verscheen in 1962.

Spijkers, die zich er al helemaal op verheugt in rok naar de uitreiking af te reizen, gunt het ook de persoon Lessing zeer. "Ze is een ontzetend lieve vrouw, een twinkelende persoonlijkheid, avontuurlijk. Je hebt geen moment het idee dat je met iemand van bijna 88 zit te praten."

De uit Britse ouders in Perzië (het huidige Iran) geboren Doris Lessing, die tot haar dertigste in Rhodesië (het huidige Zimbabwe) woonde, schreef meer dan dertig dichtbundels, romans, toneelstukken en verhalenbundels. Haar sociaal-psychologische romans en verhalen hebben een sterk autobiografisch karakter. Ze toont interesse in politieke en menselijke problemen en, later in haar leven, spiritualiteit.
(bron: Trouw/Novum/ANP)



Festivalbezoekers kiezen beste lesbische boek ooit

Bezoekers van de website van het Lesbian Festival Nijmegen konden voorafgaand aan het festival afgelopen weekend hun top drie van lesbische boeken insturen. Doel: bepalen wat het favoriete lesbische boek aller tijden is. De zogenaamde boekenpoll genoot veel belangstelling.

De onderscheiding Beste Nederlandse Lesbische Boek Ooit ging uiteindelijk naar schrijfster Adriënne Nijssen (foto), voor haar boek Dansen op de waterlijn. Als beste buitenlandse boek werd Tipping the Velvet van Sarah Waters gekozen.

Beste Nederlandse Lesbische boeken:
1. Dansen op de waterlijn - Adrienne Nijssen
2. Villa Volta - Anja de Crom
3. Strikt - Minke Douwesz

De uitslag van de boekenpoll werd bekend gemaakt tijdens de literaire avond van het Lesbian Festival Nijmegen. Adriënne Nijssen werd in de bloemetjes gezet en was volgens de organisatie "zichtbaar ontroerd" door de prijs.
(bron: Gay.nl)



Theo Thijssen in campagne Nederland Leest

De gelukkige klas van Theo Thijssen is het boek dat centraal staat tijdens de tweede editie van Nederland Leest (19 oktober t/m 16 november 2007). Dit in 1926 gepubliceerde boek wordt gratis uitgedeeld aan leden van de openbare bibliotheken. De bibliotheken nodigen daarbij de lezers uit met elkaar in discussie te gaan over dit boek. In de eerste editie ontvingen 725.000 bibliotheekleden het boek Dubbelspel van Frank Martinus Arion.

De gelukkige klas van Theo Thijssen (1879-1943) wordt algemeen beschouwd als een van de meest sociaal-maatschappelijk geëngageerde werken van deze onderwijsvoorvechter. Thijssen – van origine zelf onderwijzer – typeerde zijn in dagboekvorm geschreven De gelukkige klas als ’Een hymne op het onderwijzersschap’. Zijn pleidooien voor de verbetering van de positie van het kind bezorgden de auteur grote faam. Zo is de oeuvreprijs voor kinder- en jeugdliteratuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs naar hem vernoemd en bestaat er een museum dat geheel gewijd is aan Theo Thijssen en zijn werk.

Zijn boek Kees de jongen werd in 2003 verfilmd. In de zomer van 2005 werd op de Oosterbegraafplaats Amsterdam een grafmonument onthuld voor de schrijver, gemaakt door Jan Wolkers.

Het grote voorbeeld van Nederland Leest is de Amerikaanse campagne One City, One Book. De aldaar door de overheid en bibliotheken gestimuleerde discussies over telkens één maatschappelijk relevant boek blijken zowel het lezen als de gemeenschapszin te bevorderen.

De jaarlijkse campagne Nederland Leest is een initiatief van de Stichting CPNB in nauwe samenwerking met de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Philip Freriks is ambassadeur van de campagne.

U kunt hier al de eerste 22 pagina's van het boek online lezen.


woensdag 10 oktober 2007


Gelanceerd boek teruggevonden

Afgelopen zaterdag werd na de presentatie van de nieuwe roman van Judith Visser, Tinseltown, het eerste exemplaar met ballonnen de lucht in gestuurd vanaf de Bibliotheek van Rotterdam. Inmiddels is het boek gevonden, zo meldt uitgeverij Passage, en heeft de bibliotheek in Zuidland op deze manier een literair optreden van de schrijfster Judith Visser gewonnen.

De vraag was of het boek ooit gevonden zou worden of ten onder zou gaan in de Noordzee. Maar vanochtend kwam er een verlossend telefoontje bij de uitgeverij binnen: iemand had het boek gevonden.

De heer Scheer (70) had het boek gevonden in het natuurgebied Bernisse, terwijl hij zijn hond uitliet. De heer Scheer heeft echter niet zo veel met boeken en leverde daarom het pak af bij de plaatselijke bibliotheek. Een van de medewerkers nam uiteindelijk contact op met de uitgeverij. Dus in die bibliotheek gaat begin november een avond met Judith Visser plaatsvinden. De heer Scheer zal uiteraard eregast zijn.


dinsdag 9 oktober 2007


Jeroen Krabbé verfilmt Rico's vleugels

Jeroen Krabbé maakt een film van de Nederlandse roman Rico's vleugels, van schrijfster Rascha Peper. Dat heeft producent Shooting Star dinsdag bekendgemaakt. De opnamen van het verhaal over de liefde van een oudere man voor een tienerjongen gaan in de tweede helft van volgend jaar van start.

De helft van de opnamen voor de Engelstalige productie vindt plaats in Nederland. Andere mogelijke filmlocaties zijn Portugal, Marokko en Spanje.

De cast is nog niet bekend. Momenteel wordt overleg gevoerd met enkele internationale acteurs. Het gaat om 'klinkende namen die we allemaal kennen', zegt een woordvoerder van de producent.

Het is niet de eerste keer dat de 62-jarige Krabbé zich laat inspireren door literatuur. Eerder maakte hij Left luggage, naar een boek van Carl Friedman, en The discovery of heaven, naar de roman van Harry Mulisch. In de films speelden gelouterde acteurs als Stephen Fry en Isabella Rossellini.

In 1994 werd Rascha Peper genomineerd voor de AKO Literatuurprijs voor Rico's vleugels. In 1996 ontving zij de Multatuliprijs voor Russisch blauw.
(bron: ANP)


maandag 8 oktober 2007


Nederlandse boeken steeds vaker vertaald

Het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPVF) ziet volgens eigen zeggen ‘een ongekende groei van de buitenlandse interesse voor de Nederlandse letteren’.

‘In het jaar 2007 zullen buitenlandse uitgevers meer dan 250 subsidies aanvragen voor vertalingen van literaire titels in de genres fictie, non-fictie, kinder- en jeugdliteratuur, prentenboeken en poëzie’, aldus het fonds aan de vooravond van de Frankfurter Buchmesse, tot 14 oktober in Duitsland.

Het NLPVF verstrekt subsidie voor de vertaalkosten van twee boeken in hetzelfde genre per auteur per buitenlandse uitgeverij. Het aantal zonder subsidie vertaalde Nederlandse literaire titels zal in 2007 overigens rond de honderd liggen, schat het fonds. Ook dit is een groei.

Vooral de Chinezen en de Turken lopen warm voor onze letteren. Chinese uitgevers hebben dit jaar elf aanvragen ingediend. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Turkse uitgevers hebben twintig aanvragen gedaan; maar liefst tienmaal zo veel als in 2006.
(bron: Volkskrant.nl)


zaterdag 6 oktober 2007


Arjan Erkel's roman over jonge westerse jihadisten

Door Janny Groen en Annieke Kranenberg voor de Volkskrant

Arjan Erkel was verrast door de présence van Samir A. toen hij hem voor het eerst in de gevangenis bezocht. Hij zou een terrorist ontmoeten, maar maakte kennis met een ‘een innemend jongetje. Intelligent. Ik dacht: waarom ben je niet doorgegaan met je studie, waarom verlang je naar het leven na de dood.’

Samir was op zijn beurt nieuwsgierig naar Erkels ervaringen met de moslimrebellen die hem tussen 2002 en 2004 gijzelden toen hij voor Artsen zonder Grenzen in Dagestan werkte. ‘Hoe zag je schuilplaats eruit?’ Met een beetje fantasie hadden hun levens elkaar eerder kunnen kruisen. Erkel werd slachtoffer van de mujahideen bij wie Samir zich in 2003 wilde voegen in de strijd tegen de Russen.

Erkels boek Samir (uitgeverij Balans), dat donderdag is verschenen, is niet het letterlijke levensverhaal van de vwo-scholier uit Amsterdam-West die in totaal twaalf jaar celstraf kreeg voor het voorbereiden van terroristische aanslagen.

Anders dan de echte Samir, die door de Oekraïense grenspolitie werd teruggestuurd, slaagt de fictieve Samir er wel in deel te nemen aan de jihad in Tsjetsjenië. ‘Het boek is mijn interpretatie van de wereld waarin jongens als Samir leven’, zegt Erkel.

Op andere punten is het boek waarheidsgetrouw. Drie keer bezocht de schrijver Samir in de gevangenis voordat hij werd overgeplaatst naar de terroristenafdeling in Vught. Daar werd Erkel de toegang geweigerd. Verder sprak hij met zijn vrouw, schoonfamilie en mocht hij gebruik maken van Samirs gecensureerde dagboek.

Samir stemde in met het boek omdat ‘hij zag dat ik me echt wilde verdiepen in zijn drijfveren, niet mijn eigen punt wilde maken. Ik was niet uit op onthullingen, vroeg niet: wilde je de kerncentrale Borssele echt opblazen?’

Erkel twijfelt niet aan de oprechtheid van Samirs motieven toen hij naar Tsjetsjenië wilde afreizen. ‘Hij voelt puur onrecht wat de moslims daar wordt aangedaan. En het Westen – dat zich wel druk maakt over een opgeblazen bus met Joden maar de Tsjetsjeense kinderen in de steek laat – belichaamt voor hem het kwaad.’

Wat dat betreft is Samir volgens Erkel exemplarisch voor radicaliserende jongeren in Nederland. Een groep die volgens minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken nog altijd gestaag groeit. ‘Zij vinden zelf dat ze een positieve bijdrage leveren aan de wereld. Zij hebben het heilige vuur, wat bij ons al lang is uitgedoofd. De enige keer dat wij nog met z’n allen de straat op gaan, is wanneer het Nederlands elftal kampioen wordt. Het zou alleen mooi zijn als ze die idealen inzetten voor een zaak die ook wij als positief ervaren.’

Na de verschijning van zijn boek Ontvoerd, een persoonlijk verslag van zijn gijzeling, wist cultureel antropoloog Erkel dat hij ook wilde schrijven vanuit het perspectief van fundamentalistische moslims. Tijdens zijn ontvoering was hij zich ervan bewust dat hij zich – los van de mensonterende omstandigheden – in een unieke positie bevond. In een piepkleine ruimte kon hij de moslimrebellen van nabij bestuderen. Na verloop van tijd groeide het contact.

Hij was geïntrigeerd door de dertien mannen die vol overtuiging hun leven in dienst stelden van de ‘pure islam’. Alle ongemakken – eentonigheid, gebrek aan privacy, uitgegraven schuilplaatsen – leken hen niet te deren. Hun broederschap en spiritualiteit had iets weg van een kloosterorde. Die observaties gebruikte Erkel voor Samirs fictieve strijd in Tsjetsjenië.

In het boek tonen de rebellen veel geduld voor de Nederlandse puber op Puma-gympen. Zitten de strijders in werkelijkheid wel te wachten op jongeren uit Europa? ‘Ze zijn keihard, maar ik denk dat ze zich over hen zouden ontfermen. De ummah-gedachte (wereldwijde moslimgemeenschap, red.) is heel sterk. Een Oezbeekse en Nederlandse moslim hebben meer met elkaar gemeen dan een Zuid-Koreaanse en Nederlandse katholiek.’ De overeenkomsten tussen de rebellen en Samir vindt hij treffend: ‘Dezelfde retoriek, idolen en schriftgeleerden.’

Hij is er niet bang voor dat de romantiek en het avontuur in het boek moslimjongeren zullen inspireren voor de jihad. ‘Als je die stap zet, heb je al een heel proces doorgemaakt.’ Zo demonstreerde Samir op zijn 15de op de Dam in Amsterdam voor de Palestijnen, verkleed als martelaar, omgord met nepexplosieven.

Erkel rekent erop dat hem het Stockholmsyndroom (vereenzelvigen met de gijzelnemers) wordt verweten. Hij ligt er niet wakker van. ‘Eind jaren negentig onderhandelde ik al met de Osama bin Ladens van Tadzjikistan om met Artsen zonder Grenzen een gebied binnen te komen. Mijn geschiedenis met moslims gaat ver terug.’

Hij maakt duidelijk dat hij het extremistische gedachtengoed verwerpt, maar hij heeft ook kritiek op de aanpak van radicalisering. ‘Men weigert zich te verdiepen in de achterliggende oorzaken. Vraag je af: waarom zouden Nederlandse jongeren dáár naar toe willen?’

Bij zijn laatste bezoek aan de gevangenis begroette Samir hem met ‘zdravstvuyte’. Samir studeert dan Russisch. Verlangt Samir nog steeds naar de jihad in Tsjetsjenië? ‘Dat weet ik niet, maar zijn boosheid zit diep.’


vrijdag 5 oktober 2007


Drama in het Lenin-stadion gepresenteerd

Op 20 oktober 1982, ten tijde van de Koude Oorlog, verliest het nietige Haarlem in de tweede ronde van de UEFA Cup met 2-0 van Spartak Moskou. Een onbeduidende wedstrijd, ware het niet dat zich na afloop in het Lenin-stadion een van de grootste rampen uit de voetbalgeschiedenis voltrekt: op de besneeuwde trappen van het stadion ontstaat een enorm gedrang, waarbij vele honderden mensen omkomen. De tragedie wordt volledig doodgezwegen: het Sovjetregime legt politieagenten een geheimhoudingsplicht op en de volgende dag worden de slachtoffers in allerijl begraven. De spelers van Haarlem merken niets van de gebeurtenissen.

In Drama in het Lenin-stadion reconstrueert journalist Iwan Tol deze verzwegen ramp. Hij beschrijft de belevenissen van Haarlem in Moskou en blikt met nabestaanden en ooggetuigen terug op die zwarte avond. Het levert een meeslepend boek op over een voetbalevenement waarin het communisme een hoofdrol speelt.

In de bomvolle Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis werd gisteren het boek over de stadionramp van 1982 gepresenteerd. De auteur overhandigde het eerste exemplaar aan Hans van Doorneveld, de trainer die destijds het Haarlem-elftal onder zijn hoede had.

In een emotioneel betoog vertelde Van Doorneveld hoe erg hij het vindt dat hij er straks in Moskou niet bij kan zijn. Een zware ziekte noopt hem tot thuisblijven. De organisatie heeft aan Guus Hiddink gevraagd om de coaching tijdens de memorial op zich te nemen. De bondscoach van Rusland heeft dit verzoek in beraad.

Tal van oud-spelers woonden gisteren de door Raoul Heertje gepresenteerde boeklancering bij. Na een inleiding door sportwethouder Maarten Divendal droeg Paul Onkenhout, chef-sport van de Volkskrant, zijn eigen voorwoord uit het boek voor.
(bron: Sportweek.nl)


donderdag 4 oktober 2007


Uitgeverij Contact organiseert schrijfwedstrijd

Ter gelegenheid van haar vijfenzeventigjarig bestaan organiseert uitgeverij Contact een grote jubileumwedstrijd. Hoofdprijs: een auteurscontract. De wedstrijd is deze week van start gegaan op www.wineencontactcontract.nl. Tot 2 januari 2008 kunnen deelnemers zich hier inschrijven.

De vakjury bestaat uit twee redacteuren en de auteurs Midas Dekkers en Renate Dorrestein. In mei 2008 kiezen zij uit de inzenders vijfentwintig halvefinalisten. Deze krijgen de kans hun verhaal te perfectioneren en zich te profileren op de speciale wedstrijdsite door middel van een foto, biografie en weblog. Het publiek bepaalt in een aantal stemrondes via internet wie in de finale komen en wie de uiteindelijke winnaar wordt. Op 2 oktober 2008 wordt de winnaar op het jubileumfeest van Contact bekend gemaakt.



Recensie: Marte Jacobs van Tim Krabbé

door Arjan Peters voor de Volkskrant

Dunne boekjes, makkelijk leesbaar, een schrijverschap waar geen ontwikkeling in zit, dat niet meetelt in de literaire eredivisie, met uitzondering van dat ene oude succesnummer. Daarmee is de dichter Emile Binenbaum, van de evergreen ‘Pasgeboren Girafje’, met een paar trekken geschetst.

Maar omdat de roman die begint met dit portret van een bekend dichter die zich niettemin gekleineerd voelt en zijn frustratie in strijdlustige adagia probeert om te buigen (‘Dat is pas vernieuwend; ik durf stil te staan’) van de hand van Tim Krabbé is, doet die opening aan als een vermomd zelfportret. Hoe vaak heeft de broer van de beroemde Jeroen niet moeten horen dat zijn werkjes heus alleraardigst zijn, knap gedaan hoor, en als hij één publiekssucces heeft geschreven dan moet het Het gouden ei (1984) zijn, gevolgd door De renner van bijna dertig jaar geleden – dat ook al ging over een amateur die nooit de top zal halen. Een troostrijk boekje voor alle amateurs, en daar zijn er altijd veel van.

Binenbaum heeft een vriend, die wél een neus voor succes heeft, de diepe schrijver van dikke romans Willem Reiff, die hem lang geleden een meisje heeft ‘afgepakt’, Marte Jacobs, dat later zelfmoord heeft gepleegd. Wat doet Reiff nu, decennia later? Die komt met een bescheiden requiem, Een Meisje uit mijn Jeugd (Marte Jacobs, dat kan niet missen), waardoor hij Marte nóg eens van zijn dichtende vriend zal afpakken. Om uit je vel te barsten.

Dat doet Binenbaum niet, hij denkt terug aan het meisje in kwestie, dat aan de wieg stond van zijn schrijverschap (‘Pasgeboren Girafje’ ging in bedekte termen over haar), en met wie hij één zomer lang (zij veertien jaar, hij eenentwintig) door de Amsterdamse binnenstad heeft gewandeld. Een intrigerend kind met problemen thuis, een beginnelinge in het leven, een onbevangen raadselwezen waar Emile in kuise vriendschappelijkheid mee omging, niet wetend of zij meer wilde. ‘En een vriendschap hoeft zich niet te ontwikkelen, maar een kus is het begin,’ denkt Emile. Dat begin durft hij niet aan.

In plaats daarvan schrijft Emile een gedicht, ‘Pasgeboren Girafje’, dat Krabbé niet citeert maar omschrijft, zo op het oog een mengeling van ‘Voor de verre prinses’ van Slauerhoff en ‘Jonge sla’ van Kopland; een liefdesbetuiging op afstand, waarvan de maker niet weet of de adressante de boodschap heeft verstaan. Als ze hem tegenkomt, laat ze alleen weten zijn gedicht leuk en goed te vinden.

Hij is geroerd door Marte, haar uitspraken en haar bewegingen: ‘Ze had mooie benen, dat had hij bij het voetballen al gevonden. Of eigenlijk: benen die mooi konden wórden’. Doordat ze op haar achttiende zelfmoord pleegde, is de mogelijkheid van een verheviging in hun omgang voorgoed onmogelijk geworden.

Ze is de inspiratie voor een schrijver in wiens werk dan ook geen ontwikkeling wordt gesignaleerd.

En dan tel je niet mee, ook al word je verkocht, in de literaire canon. Ook al pent Emile Binenbaum duizend rijmende verzen, als was hij Jan Kal, hij blijft de auteur van die ene hit en komt in vijftig jaar geen meter vooruit. En dat is de voorwaarde om serieus te worden genomen.

Heeft er een auteur model gestaan voor Willem Reiff, de schrijver van dikke boeken die iedereen hoog aanslaat, zonder dat Emile merkt dat lezers ze ook daadwerkelijk tot het einde doorploegen? Wellicht dat Tim Krabbé heeft gedacht aan A.F.Th. van der Heijden, die immers tussen zijn folianten door ook De sandwich (1986) maakte, een klein requiem, onder meer over een jeugdvriendin die zelfmoord pleegde.

Maar meer dan door afgunst wordt Binenbaum besprongen door zelfhaat, en Krabbé levert daarvoor extra argumenten: Emile hád al een vriendin toen hij met het kindvrouwtje Marte Jacobs steelse afspraakjes maakte, hij heeft Marte nooit zijn liefde verklaard, en feitelijk was ze helemaal niet ‘zijn meisje’ toen Willem Reiff na afloop van een reünie van hun school, het Amstel Lyceum, onder de ogen van de dralende poëet op de eenzame Marte afstapte en haar zonder inleidende praatjes in een taxi naar zijn huis nam: ‘Jou moet ik hebben. Jij bent een ontzettend lekker meisje. Ga mee.’

Zoals C. Buddingh’ al opmerkte: meisjes zijn dol op romantici, maar gaan het liefst met een realist naar bed. Terug op zijn kamer schreef Binenbaum toen maar weer een gedicht dat stiekem over haar ging, met ook die benen erin, in de hoop dat Marte het zou lezen en alsnog voor hém kiezen.

In plaats daarvan pleegde ze zelfmoord, enkele maanden nadat ze met Reiff was meegegaan. In een spannende reconstructie ontdekt Emile dat ze zijn ‘Tweede Gedicht’ inderdaad nog net gelezen kan hebben. Opnieuw is het ongewis of ze het ook heeft begrepen.

En daar komt die Reiff doodleuk met Een Meisje uit mijn Jeugd. Ook Willem heeft haar niet begrepen, blijkt uit de roman (‘een goed boek’, moet Emile toegeven), waarin met geen woord wordt gerept over een ander. Dat híj Reiff in hun schooljaren al een keer op het meisje heeft gewezen en Willem haar toen een ‘platvis’ vond, is hem kennelijk ontschoten.

Het raadsel Marte Jacobs wordt in de korte roman Marte Jacobs uitgespaard door de woorden die Emile en Willem in dicht- en romanvorm aan haar hebben gewijd. Zij was een licht en droevig wezen, door niemand gekend, een ster die kort straalde, de satellieten met vragen achterlatend. Iemand in wie geen ontwikkeling zat.

Door in gedachten bij haar te blijven, bewijst Binenbaum zijn trouw, denkt hij zelf.

Romantische aanstellerij, denkt de lezer, want heel die liefde bestond alleen in zijn hoofd. Zo bezien is Marte Jacobs niet alleen een gethematiseerde frustratie van de schrijver Krabbé, maar een afrekening met álle schrijverij, die de ware wonderen en tragiek alleen maar ijdel kan omcirkelen.

Knap gedaan weer, en ook een tikje pijnlijk, vooral voor de morsdode aanleiding van dit alles, de muze van een evergreen, het Girafje, het Meisje, met die benen die voor altijd onvolgroeid blijven, verstard in de belofte.



Het Bulkboek is terug

De succesvolle literaire boekenreeks het Bulkboek heeft vanaf gisteren een doorstart gemaakt. Als vanouds verschijnt de in 1970 begonnen reeks op krantenpapier. Ook de geringe prijs voor een deeltje heeft iets ouderwets; vroeger betaalde je een rijksdaalder, nu 1,95 euro.

Waren de Bulkboeken voorheen vooral bedoeld voor scholieren, de nieuwe Bulkboeken zijn “voor iedereen die voor weinig geld wil lezen,” aldus uitgever en Bulkboek-oprichter Theo Knippenberg. De vormgeving van het krantje is eenvoudig: geen plaatjes, veel letters. Er zullen per jaar elf boeken in de reeks verschijnen, waar dit jaar vier niet eerder verschenen romans bij zitten. Welke titels dat zijn wil Knippenberg nog niet verklappen.

De reeks is vanaf gisteren van start gegaan met een heruitgave van Het Schrijvers Mysterie, over de zoektocht naar de identiteit van een mysterieuze schrijver. Dit door acht gerenommeerde auteurs geschreven verhaal verscheen in 2000 als roman onder de titel De Schrijver, en de eerste zeven hoofdstukken verschenen vanaf 1989 als feuilleton in Knippenbergs krant. Harry Mulisch, Gerrit Komrij, Adriaan van Dis, Maarten ‘t Hart, Hugo Claus, Remco Campert, Marga Minco en Joost Zwagerman namen ieder een hoofdstuk voor hun rekening. Overigens zijn van al deze auteurs over een periode van meer dan twintig jaar een of meer Bulkboeken verschenen.

De heruitgave maakt voor uitgever Theo Knippenberg de cirkel rond: “De schrijvers die aan dit boek hebben bijgedragen waren toonaangevend vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 2000, heel ruim genomen ook de tijd van Bulkboek. Daarom vind ik het zo leuk dat Zwagerman het laatste hoofdstuk heeft geschreven: hij symboliseert voor mij de jonge generatie, die het nieuwe Bulkboek moet gaan dragen. Het aardige is ook dat de schrijvers elkaar in rollen hebben geschreven. Zo verwerkte Komrij een gewelddadige overval op W.F. Hermans in het boek en parodieerde Mulisch Reve op een ongelooflijke manier.”

Knippenberg kreeg op Koninginnedag, toen hij een stapeltje Bulkboeken op de stoep zag liggen, de smaak van het uitgeven weer te pakken. Knippenberg: “Deels ben ik uit nostalgie weer begonnen, deels is het gewoon heel leuk om iets te doen wat je goed kan.” Knippenberg stapte in 1977 op bij Bulkboek toen hij het bedrijf te groot vond worden. ”De lol was eraf. Ik heb nooit een groot bedrijf willen hebben. Dankzij de moderne techniek kan ik nu in mijn uppie een uitgeverij op een laptop hebben.” Sinds zijn vertrek heeft hij films en documentaires geproduceerd, is directeur geweest van de stichting Childright en hield zich bezig met literatuureducatie op school.

In de Bulkboekreeks zijn meer dan 250 titels verschenen in een periode van zesentwintig jaar. Volgens Knippenberg goed voor 30 miljoen verkochte exemplaren.
(bron: NRC Boeken)


woensdag 3 oktober 2007


Woensdag Gehaktdag lijkt wel een seksboekje

Het lijken wel seksboekjes. Woensdag Gehaktdag van de schrijvende moordenaar Richard Klinkhamer ligt een beetje verstopt op de laagste plank voor de toonbank van de Bruna in Winschoten. De kopers kijken even rond, alsof niemand hen mag zien, pakken het boek en willen zo snel mogelijk afrekenen om vervolgens het liefst ongezien weg te sluipen.

Ieder uur werden er woensdagmorgen in Winschoten drie boeken van Klinkhamer verkocht. In het boek beschrijft Klinkhamer hoe hij zijn vrouw Hannie vermoorde in het dorp Ganzedijk, nabij Finsterwolde. De boekwinkel vreest in een dag uitverkocht te zijn. "We hebben veel te weinig exemplaren gekregen van de uitgever. We hebben alweer een spoedbestelling geplaatst. Er zijn al 25 reserveringen", zegt winkelier Jan Timmermans.

"Ik kom uit Winschoten", verklaart een vrouw uit Winschoten, vermoedelijk 50-plus, haar aankoop. Ze wil anoniem blijven. Alhoewel Ganzedijk in de buurt ligt, vertelt ze er nog nooit geweest te zijn. Toch is ze nieuwsgierig naar het gedrag van haar voormalige 'buurtgenoot'. "Ik lees veel boeken. Normaal niet dit soort boeken. In eerste instantie wilde ik het boek ook niet kopen. Maar uit nieuwsgierigheid doe ik het toch. Ik heb de verhalen in de krant gevolgd. Ik wil nu toch graag kijken wat hij er zelf over geschreven heeft. Wat heeft de man bezield? Maar misschien valt het boek wel heel erg tegen."

"Ik ken Klinkhamer persoonlijk", zegt een 47-jarige man uit Scheemda. Ook hij wil zijn naam niet noemen. "Ik heb hem nooit persoonlijk ontmoet, maar ik had hem wel regelmatig aan de telefoon. Ik deed zaken met hem. Voor hij aangehouden werd vroeg hij me op een keer plotseling:'Wat denk jij? Heb ik haar vermoord?" Dan weet je niet wat je moet zeggen. Hij is een cru persoon. Ik belde altijd overdag met hem. Vaak was hij dan al dronken. Ik lees normaal veel spannende boeken. Vaak thrillers en oorlogsboeken. Ik heb ook wel eens boeken van Klinkhamer gelezen. Maar het is mijn stijl niet."

Boekhandelaar Timmermans verwacht dat het boek de komende tijd een bestseller zal blijven. Regionale boeken doen het over het algemeen goed in de eigen regio. Naast de kassa staat het boek Ongeneeslijk Gelukkig van kankerpatiënte Helène van der Laan-Kamp uit Winschoten. "Daar hebben we in een paar weken tijd al 170 van verkocht." Het nieuwe boek Geef En Verander De Wereld van voormalig VS-resident Bill Clinton, die vandaag in een boekhandel in Rotterdam signeert, ligt sinds vandaag ook in Winschoten. "Daar verkopen we er maar een paar van", weet Timmermans al. "Dat is echt voor de liefhebbers." Klinkhamer signeerde overigens ook al eens boeken in zijn winkel. "Maar dat doe ik dit keer toch maar niet", zegt de winkelier.
(bron: Dagblad van het Noorden)



Komrij verzamelt 1000 gedichten voor kinderen

door Jos Bloemkolk voor het Parool

Gisteravond is de Kinderboekenweek begonnen. Grote gebeurtenis: de presentatie van de bloemlezing De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten van Gerrit Komrij. 'Ik heb de gedichten niet uitgezocht op moraal.'

Gerrit Komrij zal binnenkort zijn jongste bloemlezing De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten eens rustig lezen om te genieten van de ontdekkingen die hij heeft gedaan. Nu alles bij elkaar staat en het boek is gedrukt, kan hij de afstand nemen die daarvoor nodig is.
''Het is toch een Noordpoolvaart, een tocht naar onbekende gebieden om ergens mee thuis te komen. Ik wil geen bloemlezing met alleen de bekende dingen. Ik wil ontdekkingen doen. Ik heb mijn favorieten, maar eigenlijk was alles dat voorbijtrok, enerverend en spannend.''
Sommige thema's keren terug. De dood van een huisdier bijvoorbeeld. ''Dat is de eerste keer dat een kind met de dood wordt geconfronteerd. Het thema Luilekkerland zal ook altijd blijven. Poëzie voor kinderen heeft iets moralistisch en didactisch, je kunt niet zeggen: sla je vader dood of ga uit stelen. Maar dat de poëzie in de 19de eeuw altijd braaf is, is helemaal niet waar. De dichter waarschuwde in de laatste regel dat je moest oppassen met vuur, maar daarvoor had hij zich wel verlustigd in het hele gruwelverhaal. De moraal is er nu nog steeds, alleen meer verborgen.''



De kinderen kregen in vroeger tijden aanwijzingen mee als: wees vriendelijk tegen vreemdelingen, dienstmeisjes en Joden. Ook dat is in zekere zin gebleven.
''Het is hetzelfde: kleine Achmed in de klas heeft ook twee benen en is ook een mens van vlees en bloed. Maar ik heb de gedichten niet uitgezocht op hun moraal. Wel op kwaliteit en op het plezier in taal.''
Komrij maakte een historische bloemlezing en zag de omslagpunten in de geschiedenis terug in de poëzie. ''Ook dat was een enerverende ervaring, al zijn het de bekende cesuren. Eind 19de eeuw ontstaat Oud-Zuid, wordt de architectuur ruimer, gaan de korsetten uit en leren kinderen dansen en muziek maken op de Montessorischool. De kinderpoëzie wordt dan, heel duidelijk, lichter: lachen, beweging, zon. Kinderpoëzie kan geen avant-garde zijn en moet de veranderingen volgen.''

Afgelopen weekeind werd bekend dat een aantal dichters pas vorige week via hun uitgevers is gevraagd werk af te staan voor de bloemlezing. De bundel was toen reeds naar de drukker. Daarnaast maakten dichters, onder wie de veelgeprezen Ted van Lieshout, bezwaar tegen een vergoeding van 5 euro per opgenomen gedicht.

De kritiek dat Gerrit Komrij bij het samenstellen het zich te makkelijk heeft gemaakt, weerspreekt uitgever Job Lisman van Prometheus. "Het werk is niet alleen in de Koninklijke Bibliotheek verzet, maar ook daarvoor en daarna. Komrij leest zijn hele leven al poëzie, daar zit ook veel kinderpoëzie bij. Het is wel degelijk met verstand van zaken gebeurd. Zoals al zijn bloemlezingen zit ook deze vol verrassingen."

Ted van Lieshout, die de totstandkoming aan de kaak heeft gesteld, zegt in een reactie dat hij afziet van een gang naar de rechter. "Probleem is dat ik niets kan doen", zegt hij. "De bundel is gedrukt zonder mijn toestemming en ik geef die toestemming ook niet - ik heb dus wel geweigerd. Maar ik kan geen kant op. Van die vijf euro kan ik geen advocaat betalen."



Het komt wel goed met die kinderboeken

Vandaag begint de Kinderboekenweek. Maar welk kind leest nog een boek? Kinderen chatten, mailen en gamen; aan een boek komen ze niet meer toe, zo hoor je overal. Maar recente onderzoeken laten een minder somber beeld zien. "Kinderen houden altijd behoefte aan goede verhalen."

Nour zucht. Hij is al bijna twee uur bezig met zijn boekverslag voor school. Buiten schijnt de zon. "Ik speel liever buiten met mijn vriendjes", zegt Nour Asamis, die bijna 11 jaar is. "Ik hou van tennis en van voetbal. En als het regent, gaan we 'voetballen' op de Nintendo. Lezen doe ik alleen in bed. Stiekem onder de dekens, als mama denkt dat ik al slaap.".



Het lezen van kinderboeken staat onder druk van internet en computerspelletjes, erkent Dick Schram, hoogleraar literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Toch vindt hij het belangrijk dat jongens als Nour boeken blijven lezen:
"Een boek is een uniek middel om een kijkje in het hoofd van een ander te nemen. Het leert je om je in te leven in de emoties van anderen. Een boek roept een verbeelde wereld op, waar je je tijdelijk in kunt verliezen. Het prikkelt je fantasie. Kinderen die veel lezen, hebben vaak een betere emotionele ontwikkeling."
Het medialandschap mag dan sterk zijn veranderd, Schram is niet somber over de toekomst van het (kinder)boek. "Er wordt nog ontzettend veel gelezen. Meer dan 60 procent van alle kinderen leest graag een boek. Mensen, en dus ook kinderen, houden altijd behoefte aan goede verhalen. Er is geen beter medium om je voor te bereiden op de wereld om je heen."

Vooral het lezen van non-fictie boeken is de laatste jaren afgenomen, stelt dr. Cedric Stalpers, docent aan de Universiteit van Tilburg:
"Wie een werkstuk moet maken over Willem van Oranje, pakte vroeger een boek uit de bibliotheek. Nu tikken scholieren hun onderwerp in op Wikipedia of Google. Het lezen van verhalenboeken is al jaren stabiel. Er is niet zozeer sprake van ontlezing als wel van ontboeking. Digitaal wordt er nog altijd veel gelezen."
Uit zijn promotieonderzoek uit 2005 over het leesgedrag van tieners tussen 13 en 18 jaar komt naar voren dat 44 procent lezen heel leuk vindt, 28 procent vindt het redelijk leuk, het hangt van het boek af, en 28 procent is niet meer te winnen voor het lezen van boeken. In zijn onderzoek ontdekte hij dat er wel degelijk zoiets bestaat als een 'lees-gen':
"Er is een duidelijk verband tussen persoonlijkheid en leesgedrag. Je wordt eigenlijk als lezer geboren. Je hebt denkers en doeners. Een echte denker, die nieuwsgierig en fantasierijk is, zal sneller een boek pakken dan een doener die meer praktisch is ingesteld. Ook ouders spelen een belangrijke rol. Maar hun goede bedoelingen hebben weinig kans van slagen als er geen goede voedingsbodem is. Je kunt niet van iedereen een liefhebber maken."

Vijftien blijkt een cruciale leeftijd is als het om lezen gaat. "Rond het vijftiende levensjaar gaat een kind zich echt ontplooien, krijgt andere interesses, gaat op zoek naar een eigen identiteit. Kinderen gaan doen waar ze goed in zijn. Wie niet goed is in lezen, zegt het boek op deze leeftijd vaarwel. Want voor de strips - de enige boeken die ze überhaupt nog lazen - zijn ze dan te oud."
Professor Schram valt hem bij:
"Vijftien is een leeftijd waarop kinderen het druk hebben met schoolwerk, bijbaantjes en andere media als computers, televisie en radio. Het leesboek verliest het dan vaak van deze nieuwe concurrenten. Zeker als je vriendenkring iemand die leest als gek bestempelt."
Een Kinderboekenweek kan nuttig zijn om het lezen te bevorderen, meent Schram. Probleem is dat veel tieners zich hier niet meer door aangesproken voelen. "Tieners voelen zich niet thuis tussen de 'lagere schoolkinderen' maar ook niet bij de volwassenen. Eigenlijk zou er speciaal voor hen een Tienerboekenweek moeten zijn. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat idee dwaalt al jaren rond. Maar zo'n boekenweek heeft ook altijd een commercieel tintje en de boekhandels willen er niet aan. Ze vinden tieners een te moeilijke doelgroep om de gok te wagen."

Ook Stalpers zou graag zien dat tieners apart worden aangesproken. Hij pleit voor een aparte hoek in boekhandel en bibliotheek met adolescente romans. Het is een van de aanbevelingen die hij doet in zijn onderzoek Het verhaal achter de lezer dat deze week is verschenen.

Andere tips zijn het gebruik van audiovisuele boeken zodat ouders met leesproblemen 'digitaal kunnen voorlezen'. Of hulp bij het uitzoeken van een geschikt boek, zoals volwassenen hulp krijgen bij het kiezen van een geschikte wijn. Deze 'boekproeverijen' op school voorkomen dat kinderen gefrustreerd raken en uit teleurstelling stoppen met lezen.

Ook hamert hij op veranderingen in het literatuuronderwijs.
"Nog al te vaak wordt gekozen voor een autoritair systeem dat uitgaat van belangrijke boeken die je gelezen móet hebben. Ik kan me nog herinneren dat ik als tiener Nooit meer Slapen van W.F. Hermans moest lezen, ik begreep er niets van. Het is als levertraan: het is goed voor je, maar absoluut niet lekker. Ik zeg: laat een kind vaker kiezen wat het wil lezen. En dan kun je het daarnaast coachen om steeds een stapje hoger te zetten. Ik zie liever een kind dat met plezier Harry Potter leest, dan Mulisch met tegenzin. Een kind dat eenmaal is afgehaakt, krijg je niet meer terug. Eens verloren, blijft verloren."
Juul (7) Lievelingsboek: 'GVR' van Roald Dahl
"Zwemmen, skeeleren, steppen, knutselen, trampoline springen?" Juul somt op wat ze leuk vindt om te doen. Lezen komt niet in haar rijtje favorieten voor. "Ik vind het heel leuk om 's avonds voorgelezen te worden. Vooral sprookjesboeken van de Efteling vind ik mooi. Ik hou niet van spannende boeken. Daar ga ik eng van dromen en dan moet ik 's nachts bij mama in bed kruipen."
Amin (6) Lievelingsboek: 'Griezelschool' van Francesca Simon
Nog één verhaaltje. En als dat afgelopen is: nog ééntje? Amin kan geen genoeg krijgen van verhalen die hem worden voorgelezen. Zelf lezen