Familiezilver - Piet Leupen
Eind jaren tachtig van de voorbije eeuw bezocht de auteur mevrouw G. Leupen-van der Linden in Naarden, de weduwe van Petrus Emile Leupen, een achterneef van zijn vader. Zij liet een zilveren vork zien, waarop de initialen van de grootmoeder van haar man, de betovergrootmoeder "Henriëtte C. C. Leupen-van Kampen, 1806-1881", waren gegraveerd. Nee, een cassette met zilveren bestek heeft de familie nooit bezeten, ieder lid van deze burgerfamilie had eigen bestek. Familiezilver slaat op iets anders: op de vele nagelaten foto' s, los en in albums, op brieven, gedichten, op kleine voorwerpen als een stempel met de initialen PL, een balboekje, visitekaartjes, een poezie-album, een zilveren inktstel, een gouden brilletje, maar vooral op de vele verhalen die de auteur in de loop der jaren optekende uit de mond van zijn familieleden.
Familiezilver is het verslag van zijn ontdekkingsreis naar zijn familiegeschiedenis, die hij op zestienjarige leeftijd begon. Zijn zoektocht ving aan bij zijn grootouders van vaderskant en voerde terug tot het midden van de zestiende eeuw. Het boek is aanvankelijk vooral een egodocument, maar langzamerhand wordt de historische context waarbinnen zijn voorouders leefden belangrijker.
Afkomstig uit een Westvlaams geslacht van lakenwevers en ondernemers trokken twee broers, Jan en Pieter, die de calvinistische leer waren toegedaan, waarschijnlijk na de inname van Ieper door Parma (1584), naar Colchester in East-Anglia. In het begin van de zeventiende eeuw vestigden zij zich in Leiden.
De Leupens zijn een goed voorbeeld van een zelfbewuste Nederlandse middenklasse: van lakenwevers, -werkers en drapeniers, dominees, onderwijzers, leraren, landmeters en kooplieden; dat is het doorslaggevende beeld dat boven komt. Opvallend is de lange duur van hun sociale verankering - meer dan 400 jaar - binnen die klasse, zonder echte uitschieters naar boven en naar beneden.
Piet Leupen is emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef artikelen en boeken over de verhouding tussen kerk en staat in de middeleeuwen, over stadsgeschiedenis en over Jeruzalem en maakte een audio-cd over de kruistochten.
Hans Lodeizen, biografie - Koen Hilberdink
Over Hans Lodeizen zijn een paar dingen zó bekend dat iedereen ze kan opsommen: jonge dichter, vroeg gestorven, homoseksueel, weemoedige poëzie die het goed doet bij dolende pubers. Dit geijkte portret is in de loop stelselmatig bevestigd, maar zelden uitgebreid of bijgesteld. Dat doet biograaf Koen Hilberdink in deze biografie wèl.
Hij reisde Lodeizen achterna naar Marokko en Amerika, sprak vrienden en familie en kreeg als eerste inzage in alle bewaard gebleven persoonlijke documenten. Hij onderzocht de sociaal-historische context waarin Lodeizen opgroeide; het welgestelde Wassenaarse milieu van waaruit de zoon van een succesvol zakenman uitgroeide tot een oorspronkelijk dichter.
Maar ook laat hij zien hoezeer het jonge leven van Lodeizen bepaald werd door het zoeken naar zijn seksuele identiteit, verlangend naar een persoonlijke vrijheid die in het geheel niet vanzelfsprekend was - zeker niet in de periode rond de Tweede Wereldoorlog. Hij ontdekt hoe Lodeizen in botsing kwam met zijn ouders en de nationale autoriteiten, en legt onthutsende feiten bloot.
Gaandeweg ontstaat een beeld van een jonge man die de wereld wist te bekoren met zijn fijngevoelige poëzie en die zelf intussen sterk bekoord werd door de achterkant van de beschaafde wereld. Hij zocht de schoonheid maar ook het leven - en ontdekte dat die twee niet altijd samengingen.
Koen Hilberdink is literatuurwetenschapper en werkzaam bij de Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij promoveerde op Ik ben een vreemdeling. Ik sta apart. Een biografie van Paul Rodenko (2000) en was de bezorger van Rodenko's essays en kritieken.
Eindeloos bewustzijn - Pim van Lommel
Een paar jaar geleden publiceerde cardioloog Pim van Lommel een artikel in het gerenommeerde medische tijdschrift The Lancet over zijn onderzoek naar bijna-doodervaringen (BDE) bij 344 Nederlandse patiënten. Zij hadden een hartstilstand in het ziekenhuis gehad. Van hen bleken er 62 een BDE te hebben meegemaakt.
Sindsdien kunnen we niet meer om het verschijnsel 'bijna-doodervaring' heen. Het is een authentieke ervaring die niet te herleiden is tot fantasie, psychose of zuurstoftekort; een BDE verandert en mensen blijvend.
Van Lommel geeft in Eindeloos bewustzijn een wetenschappelijk verantwoorde uitleg van de BDE. Dat doet hij niet voor zijn vakbroeders, maar voor een lekenpubliek. Hij doorspekt zijn betoog met verhalen van mensen die een BDE hebben meegemaakt. Met de meesten van hen heeft Van Lommel persoonlijk contact gehad.
Kern van Van Lommels betoog is dat de heersende, materialistische visie van artsen, filosofen en psychologen op de relatie tussen hersenen en bewustzijn te beperkt is om het verschijnsel te kunnen duiden. Volgens Van Lommel zijn er goede redenen om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen. Het bewustzijn kan ook los van ons lichaam functioneren.
Pim van Lommel (1943) was van 1977 tot 2003 als cardioloog verbonden aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Sindsdien houdt hij over de hele wereld lezingen over BDE, en de relatie tussen bewustzijn en hersenfunctie.
Drie - Maarten Schinkel
Wetenschapsjournalist Walter Bardinksy wordt uitgenodigd om op een geavanceerd instituut een baanbrekend experiment van dichtbij mee te maken. Daar verdwaalt hij in een bizar labyrint van ruimte en tijd, dat voert van de krochten van de Amsterdamse heroïnescene tot de onpeilbare hoogten van het sterrendom. Om te overleven in de botsing tussen noodlot en vrije wil, tussen god en wetenschap kan Bardinsky alleen zichzelf vertrouwen. Of zelfs dat niet?
In de even meeslepende als intelligente roman Drie laat Maarten Schinkel ons in de huid kruipen van een man die op duizelingwekkende wijze geconfronteerd wordt met zichzelf en zijn eigen keuzes. Verraadt Bardinsky zijn vrienden en idealen ten behoeve van zijn eigen succes, valt hij ten prooi aan zijn zwaktes of vindt hij een manier om zichzelf trouw te blijven? Schinkel laat op overtuigende wijze, met een dwingend, pulserend ritme, voelen hoe het is om een heroïnejunk te zijn, of een succesvolle popzanger, of een wetenschapsjournalist.
Drie is een met vaart vertelde roman over de grillige wetten van het universum en van het leven zelf.
Maarten Schinkel (1960) is sinds 1992 redacteur van NRC Handelsblad, en werkte eerder voor Quote. Hij maakte een scenario-documentaire voor de vpro en publiceerde daarnaast essays in onder meer Dif en Hollands Maandblad. In zijn vrije tijd schrijft hij muziek. Drie is zijn eerste roman.
|