Recensie: Over de liefde - Doeschka Meijsing
door Karin Overmars voor Het Parool
In Over de liefde, de nieuwe roman van Doeschka Meijsing, wordt de vrouwelijke hoofdpersoon door haar geliefde, ook een vrouw, in de steek gelaten voor een man.
Het zou een beetje kinderachtig zijn om te doen alsof die intrige uit de lucht komt vallen, dus laten we maar meteen vaststellen dat Pip, de vertelster, het alter ego is van Doeschka Meijsing, terwijl haar overspelige ex-geliefde Jula model staat voor Xandra Schutte, oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland. In de roman doet zij iets belangrijks bij de radio.
Meijsing draait er in dit boek niet omheen. Het is zoals het is. En dus heeft Jula de blonde krulletjes en de stralend blauwe ogen van Xandra Schutte, en is haar minnaar een moegestreden figuur 'op het randje van verlepping', achter wie de onlangs gestorven oud-Weekbladpersuitgever H.J. Schoo schuilgaat.
Het is voor de lezer onbelangrijk om te weten wie deze mensen zijn, maar het zegt wel iets over de intentie waarmee deze roman is geschreven. Meijsing laat alle maskers vallen. De tijd van flauwekul is geweest, lijkt de boodschap. Pip heeft niets meer te verliezen. Het allerbelangrijkste - haar geloof in de liefde - is haar al afgenomen.
Een raadselachtige dvd, daarmee begint het allemaal. Pip vindt de dvd in haar brievenbus - een documentaire over de jappenkampen - en kennelijk bevat die een boodschap voor haar. Op het tv-scherm herkent zij tot haar verbijstering haar eerste grote liefde, Buri Vermeer, of 'mevrouw Vermeer', haar voormalige gymlerares. De beelden leiden haar terug naar haar jeugd, en naar die eerste hardnekkige verliefdheid - een liefde op afstand, diep geheim en onbeantwoord. En nu, ruim veertig jaar later, slaat de verliefdheid opnieuw genadeloos toe. De oude pijn en schaamte krijgt ze er gratis bij.
Bovenop die ándere schaamte, die voortkomt uit het gevoel een verliezer te zijn: 'De schaamte om het beeld van de arme, eenzame, homoseksuele vrouw met wie men te doen had: zó zijn en dán nog verlaten worden.' Bovendien heeft haar geliefde twee jaar 'een perfide dubbelleven' geleid. En natuurlijk was zij de enige die van niets wist.
Dankzij een even toevallige als bizarre samenloop van omstandigheden - Pip raakt betrokken bij een ernstig ongeluk met een cementwagen, ze ondergaat een hersenoperatie waaraan zij 'een gat in haar geheugen' overhoudt - komt het na veel omtrekkende bewegingen tot een ontmoeting met Buri Vermeer. Eén gat in haar geheugen is daarmee gedicht. Het tweede gat, simpelweg aangeduid met 'de Liefde van Jula', blijft open.
Over de liefde is nog het beste te omschrijven als een vlechtwerk van fictie, persoonlijke bespiegelingen en autobiografische elementen. Er wordt in dit boek veel overhoop gehaald en onderzocht. De homoseksuele liefde wordt een gehonoreerde afwijking genoemd: 'Omdat, en daar kwam Schopenhauer om de hoek kijken, de aantrekkingskracht tussen twee tegengestelde geslachten niets anders was dan de wil tot macht van het nageslacht. De komende generatie roept u, zij wil geboren worden - zo en zo alleen zat de schepping in elkaar.'
De herinneringen buitelen over elkaar heen. Pip denkt niet alleen terug aan de idyllische tijd op het meisjeslyceum, maar ook aan oude liefdes, overleden vrienden, haar ouders, vakanties, het Italiaanse familiehuis dat zij met haar drie broers bezocht.
Meer nog dan aan de geraffineerde vorm dankt Over de liefde zijn kwaliteit aan de stem van Pip die ernaar verlangt als 'een halfonverschillige' door het leven te gaan, maar dat is haar niet gegeven. De pijn om haar verloren liefde maakt haar weerloos: 'Iemand die om je lacht, waarderend, liefhebbend, dat was het mooiste wat ik in mijn bezit had gehad, daar gaf ik mijn paard en mijn koninkrijk voor, dat was liefde. Dat had ik verloren.'
Dat is waar. Maar dit boek, dat ligt er toch maar. Het is ongetwijfeld een schrale troost, maar met Pip heeft Meijsing een onvergetelijk personage gecreëerd. Met haar knorrige scherpzinnigheid raakt zij de lezer vol in het hart.
In Over de liefde, de nieuwe roman van Doeschka Meijsing, wordt de vrouwelijke hoofdpersoon door haar geliefde, ook een vrouw, in de steek gelaten voor een man. Het zou een beetje kinderachtig zijn om te doen alsof die intrige uit de lucht komt vallen, dus laten we maar meteen vaststellen dat Pip, de vertelster, het alter ego is van Doeschka Meijsing, terwijl haar overspelige ex-geliefde Jula model staat voor Xandra Schutte, oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland. In de roman doet zij iets belangrijks bij de radio.
Meijsing draait er in dit boek niet omheen. Het is zoals het is. En dus heeft Jula de blonde krulletjes en de stralend blauwe ogen van Xandra Schutte, en is haar minnaar een moegestreden figuur 'op het randje van verlepping', achter wie de onlangs gestorven oud-Weekbladpersuitgever H.J. Schoo schuilgaat.
Het is voor de lezer onbelangrijk om te weten wie deze mensen zijn, maar het zegt wel iets over de intentie waarmee deze roman is geschreven. Meijsing laat alle maskers vallen. De tijd van flauwekul is geweest, lijkt de boodschap. Pip heeft niets meer te verliezen. Het allerbelangrijkste - haar geloof in de liefde - is haar al afgenomen.
Een raadselachtige dvd, daarmee begint het allemaal. Pip vindt de dvd in haar brievenbus - een documentaire over de jappenkampen - en kennelijk bevat die een boodschap voor haar. Op het tv-scherm herkent zij tot haar verbijstering haar eerste grote liefde, Buri Vermeer, of 'mevrouw Vermeer', haar voormalige gymlerares. De beelden leiden haar terug naar haar jeugd, en naar die eerste hardnekkige verliefdheid - een liefde op afstand, diep geheim en onbeantwoord. En nu, ruim veertig jaar later, slaat de verliefdheid opnieuw genadeloos toe. De oude pijn en schaamte krijgt ze er gratis bij.
Bovenop die ándere schaamte, die voortkomt uit het gevoel een verliezer te zijn: 'De schaamte om het beeld van de arme, eenzame, homoseksuele vrouw met wie men te doen had: zó zijn en dán nog verlaten worden.' Bovendien heeft haar geliefde twee jaar 'een perfide dubbelleven' geleid. En natuurlijk was zij de enige die van niets wist.
Dankzij een even toevallige als bizarre samenloop van omstandigheden - Pip raakt betrokken bij een ernstig ongeluk met een cementwagen, ze ondergaat een hersenoperatie waaraan zij 'een gat in haar geheugen' overhoudt - komt het na veel omtrekkende bewegingen tot een ontmoeting met Buri Vermeer. Eén gat in haar geheugen is daarmee gedicht. Het tweede gat, simpelweg aangeduid met 'de Liefde van Jula', blijft open.
Over de liefde is nog het beste te omschrijven als een vlechtwerk van fictie, persoonlijke bespiegelingen en autobiografische elementen. Er wordt in dit boek veel overhoop gehaald en onderzocht. De homoseksuele liefde wordt een gehonoreerde afwijking genoemd: 'Omdat, en daar kwam Schopenhauer om de hoek kijken, de aantrekkingskracht tussen twee tegengestelde geslachten niets anders was dan de wil tot macht van het nageslacht. De komende generatie roept u, zij wil geboren worden - zo en zo alleen zat de schepping in elkaar.'
De herinneringen buitelen over elkaar heen. Pip denkt niet alleen terug aan de idyllische tijd op het meisjeslyceum, maar ook aan oude liefdes, overleden vrienden, haar ouders, vakanties, het Italiaanse familiehuis dat zij met haar drie broers bezocht.
Meer nog dan aan de geraffineerde vorm dankt Over de liefde zijn kwaliteit aan de stem van Pip die ernaar verlangt als 'een halfonverschillige' door het leven te gaan, maar dat is haar niet gegeven. De pijn om haar verloren liefde maakt haar weerloos: 'Iemand die om je lacht, waarderend, liefhebbend, dat was het mooiste wat ik in mijn bezit had gehad, daar gaf ik mijn paard en mijn koninkrijk voor, dat was liefde. Dat had ik verloren.'
Dat is waar. Maar dit boek, dat ligt er toch maar. Het is ongetwijfeld een schrale troost, maar met Pip heeft Meijsing een onvergetelijk personage gecreëerd. Met haar knorrige scherpzinnigheid raakt zij de lezer vol in het hart.



Rakelings (2005) was een verrassend debuut. Kleurrijke personages, mooi verhaal. Naast een aantal positieve recensies ontving de auteur, Yolanda Entius (1961), er de Selexyz-debuutprijs voor. Heel bemoedigend allemaal. Maar ook een blok aan het been; een goed debuut schept nu eenmaal verwachtingen.
En dan nu de toekomst in. Het roer moest om voor Charlotte Mutsaers. Nadat zij in de jaren tachtig en negentig haar eigen vorm had gevonden, tussen essay en verhaal in, om haar onvervreemdbare kunstopvatting uiteen te zetten en in één moeite door het resultaat daarvan te tonen, werd het tijd voor iets anders. Een consequentie van haar ideeën was immers dat zij ook zichzelf moest blijven verrassen.
Xenia Kasper zegt het nog een keer duidelijk. Er zijn geen overeenkomsten tussen de vrouw waarover zij schrijft in haar nieuwe roman 
Zelf heeft ze geen kinderen, toch maakte Myrna Goossen boekje over de liefde voor je kind. De gedichtenbundel Zo Mooi, Zo Lief, Zo Klein... is vanaf half februari verkrijgbaar bij drogisterijketen Kruidvat, aldus een woordvoerder dinsdag. 
Kort hierna maakte juryvoorzitter Alexander Pechtold bekend dat het Van Hassel was die de prijs van de Bank Nederlandse Gemeenten, groot tienduizend euro, ontving voor haar verhalenbundels IJsregen (2005) en
Op de felrode kaft zijn verschillende zwarte pieten te zien. Ze klimmen in ladders en hangen aan touwen. Ook Sinterklaas is te bewonderen, staande met paraplu in de opening van een klein deurtje.
Withers is een van de hoofdrolspelers in
Al tijdens het lezen van
In de eerste aflevering is Remco Campert te gast, één van de grootste levende dichters van Nederland. Onlangs werd hij bekroond met de Gedichtendagprijs voor zijn gedicht 
Het boek
Hella Haasse is geen groot fan van internet, zo onthulde ze eens in een interview met Hugo Camps voor
Het oud-model raakte de
De Vrije Universiteit (VU) Amsterdam heeft voor het tweede jaar op rij een 'schrijver op locatie'. Het aankomende jaar zal Marcel Möring, bekend van
Het boek Twee vrouwen van Harry Mulisch is uitgekozen voor de derde editie van
Het boek
Schrijfster Renske de Greef en
Oud-museumdirecteur Rudi Fuchs had al op aandringen van familie en vrienden van Wolkers een schets gemaakt. De schrijver heeft daarvan voor zijn dood kennis genomen, zegt Fuchs. 
De tijd van de goede voornemens is weer aangebroken, maar stel dat de mens helemaal niet vrij is, ‘maar de slaaf van de noodzakelijkheid’? Om deze vraag, of je je gedrag en dus je leven kunt veranderen, draait de debuutroman 
Gebruik de RSS-feed



