zaterdag 29 maart 2008


Marc Reugebrink wint Gouden Uil

De Belgische Gouden Uil Literatuurprijs is dit jaar toegekend aan Marc Reugebrink voor zijn roman Het grote uitstel. "Hier had ik niet op gerekend. Maar ja, dat zegt iedereen. Ik ben heel erg dankbaar", zei hij in zijn dankwoord. Zijn boek wordt door de jury omschreven als een uitbundige punkroman. "Revolutie en begeerte worden één pot nat in deze vunzige mélange van pop, politiek en seks (heel veel seks!)."

Op de shortlist prijkte dit jaar geen Vlaming. De andere genomineerden waren A.F.Th. (Het schervengericht), Jeroen Brouwers (Datumloze dagen), Marjolijn Februari (De literaire kring)en P.F. Thomése (Vladiwostok!) waren genomineerd voor de Belgische boekenprijs die vorig jaar door Arnon Grunberg in de wacht werd gesleept met Tirza.

De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2008 viel wel ten deel aan Vlamingen. Mieke Versyp, Sabien Clement en Pieter Gaudesaboos ontvingen de prijs voor hun boek Linus. Onder anderen Midas Dekkers en Hans & Monique Hagen waren ook genomineerd.

De laureaten in beide categorieën ontvangen 25 duizend euro en een trofee. Een nominatie is goed voor 1500 euro. De prijs voor oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk werd in 1995 voor het eerst uitgereikt.

Er waren ook nog twee publieksprijzen te verdelen. De Prijs van de Lezer was voor Datumloze Dagen van Jeroen Brouwers; de Prijs van de Jonge Lezer voor Koek koek Vos en Haas van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing.
(bron: Novum)


vrijdag 28 maart 2008


Wieringa verbiedt verfilming Joe Speedboot

Tommy Wieringa heeft via een rechtzaak de verfilming van zijn succesvolle roman Joe Speedboot verboden.

Aan de film was al een subsidie toegekend door het Nederlandse Filmfonds, maar Wieringa was zeer ontevreden over het script. Hij vond dat de essentie van zijn roman niet werd weergegeven maar dat de nadruk is komen te liggen op allerlei banaliteiten.

Al in 2006, toen Wieringa de eerste versie van het script had gezien, verloor de schrijver het vertrouwen in de verfilming. De verfilming beloofde een soort feelgood movie te worden, en dat was precies wat Wieringa niet wilde.

Weliswaar hebben zowel de auteur als de uitgever, de Bezige Bij, een contract getekend met de producent van de film, IJswater Films, maar de rechter oordeelde dat het desondanks zo is dat een auteur zich moet kunnen vinden in het scenario dat naar aanleiding van zijn boek is geschreven.

De producent van IJswater Films, Marc Bary, is teleurgesteld: „Maar volgens de rechter moet de schrijver toch een finale goedkeuring geven over het script.”

De financiering van de film was al nagenoeg rond. Bary: „Dit is een hele zure appel. We beraden ons op volgende juridische stappen.” De rechtbank oordeelde dat IJswater Films niet het recht heeft om tot verfilming van Wieringa's bestseller over te gaan. Het Filmfonds, CoBo Fonds en de Publieke Omroep kenden de verfilming in september bijna 2 miljoen euro subsidie toe.


dinsdag 25 maart 2008


Genomineerden Libris Literatuur Prijs onthuld

De zes nominaties voor de Libris Literatuur Prijs 2008 zijn vandaag bekendgemaakt. Het zijn Jeroen Brouwers (Datumloze dagen), Marjolein Februari (De literaire kring), Louise O. Fresco (De utopisten), D. Hooijer (Sleur is een roofdier), Marc Legendre (Verder) en Koen Peeters (Grote Europese roman).

De zes genomineerde auteurs krijgen elk 2500 euro. De auteur van het winnende boek ontvangt nog eens vijftigduizend euro als op 6 mei in het Amsterdamse Amstel Hotel de winnaar bekend wordt gemaakt. Opvallende afwezige is A.F.Th. van der Heijden, die voor Het schervengericht de AKO Literatuurprijs 2007 in de wacht sleepte en wel op de Libris-longlist van 18 titels stond.

In het juryrapport worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de literaire oogst van het afgelopen jaar. "Hoe aangrijpend de teksten van lustig babbelende personages bij tijd en wijle ook waren, ze kenmerkten zich door een richtingloos teveel." Desalniettemin luidt de conclusie dat er 'terzijde van de dof geworden alledaagse glitter fraaie rozen in het literaire landschap' te bewonderen waren.

Voorzitter van de vijfkoppige jury is Tom de Swaan, die tot 2006 lid was van de raad van bestuur van ABN Amro en onder meer voorzitter is van de raad van toezicht van De Nederlandse Opera. De jury wordt gecompleteerd door hoogleraar Klaus Beekman, publicist Marc Kregting, journalist Marc Reynebeau en literatuurcriticus Fleur Speet.
(uit Trouw)


zondag 23 maart 2008


Recensie: Alleen maar nette mensen - Robert Vuijsje

Bekijk hier het videoportret over Alleen maar nette mensen

Door Daniëlle Serdijn voor De Volkskrant

‘De Volkskrant?’, vroeg Muriel. ‘Is dat een krant?’

Er zijn werelden waar je geen notie van hebt. De Kentucky Fried Chicken op het Bijlmerplein bijvoorbeeld. Of de bergruimten onder de flats. Boxen worden ze genoemd. Er gaat wel een licht op: waren dat niet die holen waar zeer jonge meisjes in ruil voor een Breezer seks hadden? Soms met meerdere jongens tegelijk?

In Alleen maar nette mensen vertelt Robert Vuijsje (1970) over die onbekende exotische wereld, hier vlakbij. Maximaal tweeënhalf uur treinen en je bent er. Vanuit welke provincie je ook vertrekt.

Vuijsje is journalist, Joods, zoon van dag- en weekbladprominent Bert Vuijsje en afkomstig uit het Amsterdamse Oud-Zuid. Voor de schets van zijn hoofdpersoon bleef Vuijsje junior dicht bij huis. Ook de 21-jarige David Samuels groeit op in wat we noemen een kansrijk Amsterdams milieu.

Vader Samuels is baas van een actualiteitenprogramma bij de publieke omroep en bevriend met ‘de hoofdredacteur van de kwaliteitskrant’ en een ‘beroemde columnist’. Het huis van de familie staat in de Van Breestraat, vlakbij het Vondelpark. Daar wonen ‘alleen maar nette mensen’, zegt moeder Samuels.

Wat ze bedoelt is dat er geen allochtonen wonen. Vooral geen Marokkanen.

Terwijl zijn vrienden gaan studeren, weet David niet goed welke richting hij aan z’n leven moet geven. Hij heeft een gymnasiumdiploma op zak, maar voelt er weinig voor de vanzelfsprekende route te kiezen en net zo te worden als de elite van Oud-Zuid. Er moet iets spannenders zijn.

Tot zover vertrouwde thematiek. Maar dan, in de jaren na de middelbare school, ontwikkelt David een hunkerende nieuwsgierigheid naar de zwarte vrouw en haar cultuur, bij wijze van tegenwicht aan de mores van het keurige Zuid. Schoorvoetend betreedt hij de Bijlmer. Daar maakt hij kennis met jonge alleenstaande moeders. De eerste heet Rowanda, een naam die klinkt als oorlog.

Ze heeft twee gouden tanden en het eerste wat David leert is dat status voor een zwarte vrouw iets anders is dan voor een witte. Schept een witte er genoegen in zoveel geld te verdienen dat zij makkelijk haar eigen kapper kan betalen, een zwarte deinst er niet voor terug voortdurend haar hand op te houden.

Schaamteloos vragen deze vrouwen om beha’s, opplaknagels of haarstukken. In ruil voor dit soort, toch wat vage goederen – vraag dan om een rijbewijs, of een studie – kunnen mannen seks hebben waar en wanneer ze maar willen. Plichtsgetrouw zwoegen ze zich door een vrijpartij.

Het is een cultuur die voor blanken nagenoeg onbekend is. Maar toch, hoe diep Samuels ook weet door te dringen in deze verbijsterende wereld, ongrijpbaar blijft het wel.

En zo bewijst de schrijver in een moeite door z’n gelijk als hij stelt dat beide partijen van elkaar geen weet hebben en niet in staat zijn aan hun situatie te ontsnappen. Zelden lukt het iemand over de eigen schutting te kijken zonder daarbij typerende culturele karaktertrekken te verliezen.

Overal met argwaan bekeken (want behalve met een voorkeur voor zwart, zadelde Vuijsje zijn alter ego op met een Marokkaans uiterlijk) formuleert David uiteindelijk zijn eigen individuele ideaal: een pikzwarte vrouw, zo dik als de oervenus , maar wel intellectueel. In Memphis lijkt hij haar te vinden, maar het loopt toch nog anders.

Tot slot: naast een confronterende inhoud, heeft dit debuut nog een verrassing. Het is opvallend goed geschreven. Het heeft uitgebeende dialogen, en een aardige opbouw.

Als Vuijsje thematisch nu niet al z’n kruit verschoten heeft, staat ons nog veel moois te wachten.
(uit de Volkskrant)



Recensie: Julia - Otto de Kat

Door FranÇoise Ledeboer voor Het Parool

Niemand heeft de zelfmoord van Chris Dudok in de verste verte zien aankomen, maar zijn stap is onafwendbaar.

Otto de Kat beschrijft het leven van Dudok in Julia, zijn nieuwe roman, als de klassieke tragedie waarvan de noodlottige afloop bij voorbaat vaststaat.

De fabrikantenzoon, die gelukkig was op de boerderij van zijn grootvader, wil niets liever doen dan ontsnappen aan een uitgestippeld bestaan als opvolger van zijn vader. Het gevoel geketend te zijn begint in hevige mate te schrijnen als hij na zijn studie stage loopt in een machinefabriek in de Duitse stad Lübeck. In de fabriek ontmoet hij Julia Bender, dochter van toneelspelers. Haar broer Andreas is ook acteur; zelf is ze ingenieur.

Otto de Kat - pseudoniem van oud-uitgever en criticus Jan Geurt Gaarlandt - plaatst hun liefde in de duistere periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Andreas wordt opgepakt als hij bij het applaus na een voorstelling een groepje SA'ers bespot, en de directeur van de fabriek ziet zich gedwongen Julia de dag erna direct te ontslaan.

De wurggreep van Hitlers terreur op de verhouding tussen Dudok en Julia is desastreus. De Kat beschrijft de spanwijdte van hun onvoorwaardelijke verliefdheid prachtig; zó en niet anders horen geliefden van elkaar te houden. Maar na de verschrikkingen van de Kristallnacht - waarin ze eindelijk voor het eerst met elkaar naar bed gaan - stuurt Julia Chris veiligheidshalve terug naar Nederland. Ze verbiedt hem haar op te zoeken en zal zelf van zich laten horen. Maar de Tweede Wereldoorlog maakt dat definitief onmogelijk.

Beladen met schuldgevoel dat hij zich aan het verbod heeft gehouden, leidt Dudok vanaf zijn terugkeer een eenzaam leven. Hij trouwt met een vrouw die akkoord gaat met zijn wens geen kinderen te krijgen, en de herinnering aan zijn grote liefde drijft hem onontkoombaar richting de dood.
(uit Het Parool)



Recensie: Schrijvers gaan niet dood - Vanderstraeten & Vanfleteren

Door Mieske van Eck voor Het Parool

Schrijvers interviewen is een hachelijke onderneming. De waarde van hun woorden ligt allereerst in hun boeken. Spreken over het werk van de schrijver is doorgaans dubbelop, heeft iets overbodigs, alsof de boeken niet voor zích spreken.

Een nadeel is ook dat de interviewer zich bedient van hetzelfde gereedschap als de schrijver, maar dan meestal minder scherp, krachtig of diep.

Nog lastiger wordt het als een reeks interviews met schrijvers een thema meekrijgt, zoals in het boek Schrijvers gaan niet dood, waarin de schrijfster en journaliste Margot Vanderstraeten en fotograaf Stephan Vanfleteren schrijvers van vóór 1933 interviewden en fotografeerden.

De leeftijd als leidraad is ook een lastige graadmeter, die weinig recht doet aan de waarde van schrijvers en hun boeken. Zeventien heeft Vanderstraeten er gesproken, negen Vlamingen en acht Nederlanders. Het had één Nederlander meer moeten zijn, maar Jan Wolkers moest de interviewafspraak afzeggen, omdat hij te ziek was. Kort nadien overleed hij. De onlangs gestorven Henk Romijn Meijer staat nog wel in het boek.

Het gegeven dat de geïnterviewden het leven eerder in dagen dan in jaren tellen, geeft Schrijvers gaan niet dood iets mee van een wedloop tegen de klok, al klinkt in veel verhalen ook berusting door.

Ondanks de beperkingen is het een prachtig boek geworden, niet in de laatste plaats door de indringende zwart-witfoto's van Vanfleteren. Jammer dat de enige twee vrouwen in het boek - Hella Haasse en Christine D'haen - niet op de foto wilden.

De titel van het boek is ontleend aan een uitspraak van Jos Vandeloo: 'Oude schrijvers gaan niet dood, ze vervagen.' Er zit iets in van tevergeefs reiken naar de onsterfelijkheid. De meeste schrijvers zullen immers na enkele generaties vergeten zijn.

Hoe verschillend de schrijvers ook zijn, ze blijken ook het nodige gemeen te hebben. Ze hebben allemaal de oorlog meegemaakt. Die heeft hen bitterder, maar ook wijzer gemaakt en was vaak een drijfveer om te schrijven. In de gesprekken klinkt het naderende vervagen zacht en soms hard en duidelijk door. Er is berusting, maar er zit ook vitaliteit in en de wil om door te schrijven, te worden gehoord.

Vanderstraete praat niet zozeer met de schrijvers over hun werk als wel over de manier waarop dit werk nu nog in hen leeft, en over hun worsteling met het verlies aan energie, kracht of gezondheid. Opmerkelijk is dat enkele schrijvers zeggen dat hun geestelijke leeftijd lager ligt dan hun lichamelijke.

Harry Mulisch meent dat hij de man blijft met de absolute leeftijd van zeventien, Remco Campert vindt dat hij nog steeds de geest heeft van een man van 32. Ivo Michiels noemt zich een als opa geschminkte jongeling. Simon Vinkenoog beschouwt het nog steeds als compliment dat hij het jongetje in zichzelf goed wakker heeft gehouden. En Jef Geeraerts voelt zich jong en vitaal, al is hij bang voor het afscheid, het sterven.

De drijfveer om te schrijven ervaren de schrijvers soms als knellend, soms als bevrijdend. ''Als ik zou beslissen op te houden met schrijven, beslis ik tegelijkertijd ook op te houden met leven,'' zegt Paul de Wispelaere (1928). ''Schrijven vraagt veel inspanning en isolement. (…) Je woorden gaan met je aan de haal. De daad van het schrijven gaat met een koppige zelfstandigheid gepaard,'' vertelt hij. Het is een gevoel dat bij andere schrijvers ook leeft, zij het in andere bewoordingen.

Vanderstraete liep tegen mooie verhalen en uitspraken aan en dat maakt haar verhalen boeiend en soms verrassend, al vindt de lezer er ook veel in dat overbekend is. Merkwaardig is het gesprek met Christine D'haen, die niet wilde praten en niet op de foto wilde. Het interview moest schriftelijk worden afgenomen en er mocht niets geschrapt of veranderd worden in de antwoorden. Het is knap dat daar, na veel heen en weer schrijven en onderhandelen, toch nog een draaglijk verhaal is uitgekomen.

Wat overblijft na het lezen van dit boek, is toch vooral de weemoed die voorafgaat aan een naderend afscheid.
(uit Het Parool)


woensdag 19 maart 2008


Hugo Claus overleden

Vanmiddag is in het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis Hugo Claus overleden. Hugo Claus leed aan de ziekte van Alzheimer. Hij heeft zelf het moment van zijn dood bepaald en had om euthanasie gevraagd. Hij is 78 jaar geworden.

Hugo Claus laat een indrukwekkend oeuvre na. Hij was een alleskunner met een onnavolgbare verbeelding en ongebreideld zelfvertrouwen: hij schreef zowel poëzie, toneel als proza en kreeg talloze literaire prijzen, waaronder in 1986 de Prijs der Nederlandse Letteren. ‘Ja, dat is nogal een verrassing, maar het was natuurlijk een grotere verrassing als iemand anders hem had gekregen.’ Hugo Claus maakte ruim een halve eeuw deel uit van het hart van Uitgeverij De Bezige Bij. Zijn dood dompelt onze uitgeverij in diepe rouw.

Claus werd geboren op 5 april 1929. Toen hij achttien maanden oud was, brachten zijn ouders hem naar een kostschool, waar hij tot zijn elfde zou blijven. Die periode zou diepe sporen nalaten in zijn werk. Hij debuteerde in 1947 met de dichtbundel Kleine reeks. ‘Poëzie is de kern van mijn werk. Een gedicht is een bliksem, proza is een stroom. Daartussen pendel ik.’ Tot zijn meest bekende dichtbundels horen De Oostakkerse gedichten en De sporen. Zijn laatste dichtbundel verscheen ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag onder de titel In geval van nood.

Zijn prozadebuut De metsiers (1950) werd al meteen bekroond met de Leo J. Krijnprijs. Daarna volgden onder meer De hondsdagen, De koele minnaar, Omtrent Deedee en De verwondering. In 1983 – nu precies 25 jaar geleden – verscheen zijn Magnum Opus Het verdriet van België. Zijn laatste prozawerken na het bekroonde De Geruchten zijn de novellen Het laatste bed en Een slaapwandeling, die zich laten lezen als lyrische preludes op zijn ziekte.

Hugo Claus was buitengewoon productief als toneelschrijver. Toneelstukken als Suiker, Een bruid in de morgen en Vrijdag behoren tot het klassieke repertoire. Daarnaast schreef hij filmscenario’s voor zijn vriend Fons Rademakers. Enkele van zijn romans bewerkte hij tot films als Het sacrament en De verlossing, waarover hij zelf de regie voerde.

De voorbije jaren schilderde Hugo Claus voornamelijk. Twee jaar geleden was een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien in het Cobra-museum in Amstelveen.


dinsdag 18 maart 2008


Filmrechten Tirza verkocht

Deze maand is de veelgeprezen roman Tirza van Arnon Grunberg verkocht aan Cadenza Films. Het scenario wordt geschreven door Rudolf van den Berg die ook de regie op zich zal nemen. De film zal naar alle waarschijnlijkheid in 2009 uitgebracht worden.

Tirza verscheen in september 2006 bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar en werd bekroond met De Gouden Uil 2007 en de Libris Literatuur Prijs 2007 en stond op de shortlist van de Ako Literatuurprijs. Van het boek zijn inmiddels 180.000 exemplaren verkocht.

Aan de publicatie van de roman ging eerder enkele maanden het neplog van de zogenaamde 18-jarige Tirza vooraf. Onderstaand kunt u de boektrailer bekijken.


maandag 17 maart 2008


Martin Ros maakt comeback op internet

Boekrecensent Martin Ros heeft een comeback gemaakt op internet. Vanaf afgelopen zaterdag 15 maart presenteert hij zijn wekelijkse boekenprogramma op de website van boekhandelsketen Selexyz.

Elke zaterdag bespreekt hij op zijn vertrouwde tijdstip van kwart over tien 's ochtends drie boeken, aldus de boekhandelsketen.

Ros kreeg in december na 21 jaar de bons omdat de TROS wil vernieuwen en verjongen. Op zaterdag 22 december nam hij met tranen in zijn ogen afscheid nadat hij zijn laatste boekbespreking had gehouden in de TROS Nieuwsshow.

Hij is voorlopig opgevolgd door een aantal vooraanstaande recensenten uit de dagbladwereld. Op zaterdag 22 december volgde een afscheid in tranen na de laatste TROS-uitzending. Ros had evenwel aangekondigd terug te keren als recensent en zou zich zelfs bij de Evangelische Omroep hebben aangeboden.
(uit Trouw)


donderdag 13 maart 2008


Judith Visser schreef wederom Het Beste Rotterdamse Boek

Tinseltown, de tweede roman van de Rotterdamse schrijfster Judith Visser, is tijdens het Rotterdams Letterenbal op 12 maart verkozen tot Beste Rotterdamse Boek van 2007. Vorig jaar won Visser deze zelfde prijs al met haar spraakmakende debuutroman Tegengif.

Visser zelf is hartstikke blij, vertelt ze aan Boekennieuws.com: "Ik was eerder op de dag te gast in een radiouitzending met de andere genomineerden, en toen had ik echt niet verwacht dat ik 's avonds zou winnen. Helemaal omdat ik vorig jaar al gewonnen had. Rotterdam is mijn stad, het is voor een schrijver fantastisch om een prijs te winnen die zo 'eigen' voelt, die verbonden is met mijn hometown, en bovendien een publieksprijs is."

De schrijfster geeft zelf de voorkeur aan publieksprijzen boven juryprijzen. "Ik vind de mening van mijn lezers of het publiek belangrijker dan die van een stel literaire pieten in een jury. Zo'n jury ontleedt je hele verhaal en analyseert het tot ieder gevoel er uit is, terwijl het publiek gewoon afgaat op hun emotie en de ervaring die ze met je boek hadden, en daarmee dan hun keuze maken. Dat is veel meer waard. Ik raak honderd keer liever echte mensen dan een jury."

Het Rotterdams Letterenbal geldt als de officiële Rotterdamse opening van de Boekenweek, waar traditiegetrouw de bekendmaking en uitreiking plaatsvindt van het Beste Rotterdamse Boek van dat afgelopen jaar.

Visser schreef een groot gedeelte van haar boek in Los Angeles, de stad waar de roman zich hoofdzakelijk afspeelt, en mocht deze avond naast de award ook meteen het eerste exemplaar van het luisterboek van Tinseltown in ontvangst nemen. Dubbel feest dus voor de dertigjarige schrijfster, die met 49% van de stemmen een overtuigende overwinning behaalde.

De overige genomineerden waren Bianca Boer, Sanneke van Hassel, Martine Kamphuis en Elisabeth Mollema. Alle vijf de schrijfsters waren aanwezig in het theater van de Rotterdamse Centrale Bibliotheek, waar het Letterenbal plaatsvond.


woensdag 12 maart 2008


Hella S. Haasse krijgt boom in Vondelpark

Schrijfster Hella S. Haasse krijgt haar eigen boom in het Amsterdamse Vondelpark. Op 21 maart plant wethouder Paul van Grieken van stadsdeel Oud-Zuid de boom, om Haasse te feliciteren met haar negentigste verjaardag. De schrijfster bereikte die mijlpaal op 2 februari.

Volgens het stadsdeel is de eerste dag van de lente het ideale moment om de schrijfster te eren met een monument. In het werk van Haasse spelen bomen een grote rol.

Het is niet haar eerste verjaardagscadeau: al eerder werd ter ere van de schrijfster een digitaal museum gelanceerd.
(ANP)



Bernlef opent boekenbal met 'botoxrooms'

door Françoise Ledeboer voor het ANP

Op het Eeuwig Jong Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg verrichtte Bernlef vannacht om klokslag twaalf uur de opening van de 73ste Boekenweek. De auteur van het Boekenweekgeschenk De pianoman - ooit wilde hij jazzmusicus worden - nam daarvoor plaats achter de vleugel.



Eregasten onder de luisteraars waren cultuurminister Ronald Plasterk, de Amsterdamse burgemeester Job Cohen en Renate Dorrestein, auteur van het Boekenweekessay Laat me niet alleen.

De derde leeftijd en de letteren’ liepen de genodigden niet over een rode maar - achter wuivende geraniums - een zilverkleurige loper de schouwburg binnen. Onder de auteurs van de derde leeftijd (volgens Van Dale de ’oudere levensperiode, vanaf ongeveer 60 jaar’) die een welkom kregen van de eerste Amsterdamse ’Hangouder-matties’ waren Marjan Berk, Hugo Brandt Corstius, Midas Dekkers, Judith Herzberg , Jan Mulder, Nelleke Noordervliet, Henk van Os, Jan Siebelink en Simon Vinkenoog. Zestig-plusser Harry Mulisch ontbrak vanaf de jaren vijftig zelden op een Boekenbal en was er ook gisteravond weer bij.



Onder de ’jongeren’ op de gastenlijst van circa 300 auteurs waren Gerbrand Bakker, Anet Bleich, Bart Chabot, Francine Oomen, P.F. Thomése en Joost Zwagerman.

Gastheer CPNB had de genodigden ter opbeuring vooraf een flesje verjongende badcrème op basis van ezelinnenmelk gestuurd. Dat was mede mogelijk gemaakt door de bewoners van het Oude Ezelhuis in Moergestel, dan wel - zoals welingelichte bronnen meenden - een producent in Italië.

Aansluitend konden de gasten zich tijdens het bal laten verjongen en verfrissen in ’botoxrooms’. De muziek kwam voor rekening van onder anderen Guus Janssen & Kwartet, DJ Axel Daeseleire en Hans Dulfer & Band.

Hans Dulfer werkte ook mee aan het openingsvoorstelling van Tom Lanoye. Onder de titel Lust & Dorst Vervallen Nooit leidde de Vlaamse auteur/theaterman zijn publiek langs de ’onvermoede kanten’ van de derde leeftijd. Hij kreeg daarbij ook assistentie van Kitty Courbois, Jan Decleir en Will Tura. Het bal was aangekleed door Kunstenaars & Co en eindigde traditiegetrouw in de vroege uren met het - toegestane - slopen van de versiering.
(ANP)

Apparatuur Boekenbal hapert

Het openingsprogramma van het Boekenbal dinsdagavond in de Stadsschouwburg in Amsterdam werd aanvankelijk flink ontsierd door storingen in de geluidsinstallatie. Zoemende en rondzingende microfoons verstoorden met name een declamatie van Jan Decleir, die overigens geen krimp gaf en heldhaftig doorging.

Moderator van de avond was Tom Lanoye, wiens naam door voorzitter Bert de Groot van de organisatie om te beginnen al verkeerd werd uitgesproken. Toen behalve het geluid ook een beeldscherm leek te haperen, werd het Lanoye bijna teveel: „Het enige wat het hier doet, is die boom”, knorde hij wijzend op een nepwilg op het toneel.

Ook een aantal gasten in de zaal werd het te dol. Enkelen, onder wie Freek de Jonge, verlieten de zaal.

Aan het eind kwam het toch nog goed. Een 'remake' van Lanoye van Romeo en Julia, gespeeld door Kitty Courbois en Jan Decleir in een invalidenlift, verliep vlekkeloos. Dat was waarschijnlijk vooral ook een opluchting voor de populaire Vlaamse zanger Will Tura, die voor het eerst in zijn lange loopbaan in Amsterdam optrad en een muzikale bijdrage leverde aan de scène. Aan het slot relativeerde Lanoye dat het allemaal 'niet deerde' en dat het tijd was om te gaan feesten.
(uit De Telegraaf)



Van oude dingen en mensen die maar niet voorbij willen gaan

Er bestaat een van ongeduld trappelende, in de steigers staande en gretige generatie schrijvers die dreigt te bezwijken onder de thematiek van deze boekenweek. Die schrijvers hebben het nog niet zo druk met ouderdom, want ze zijn jong en hebben een broertje dood aan het rimpelfetisjisme dat vanavond hoogtij viert. Ze hebben zelf nog een min of meer bloeiende bos haar op hun kruin en hadden liever gezien dat de schrijversjeugd deze week wat meer in de schijnwerpers zou staan.

Ricus van de Coevering bijvoorbeeld, die niet lang geleden debuteerde met zijn de roman Sneeuweieren. ”Niet dat ik echt iets tegen het thema van de boekenweek heb, maar ik had toch liever gezien dat de organisatie de mogeljkheid die deze week biedt gebruikt had om de wat jongere schrijvers te belichten.”

Dat vindt ook Niels Carels, schrijver van de romans Neon en recenter, Betamax. “Het thema van de boekenweek is natuurlijk ongelooflijk truttig. Vanavond laat zich dan ook het best omschrjven als een zee van wattenbollen.” Carels is echter wel vol lof over een schrijver die ook de derde leeftijd reeds is ontstegen. “Ik blijf een liefhebber van Reve.”
(bron: NRC)


dinsdag 11 maart 2008


Boekenweek 2008: Bernlefs De pianoman is een ode aan de taal

Door Maarten Moll voor Het Parool

Woensdag begint de 73ste Boekenweek. Bernlef schreef het Boekenweekgeschenk. De pianoman is gebaseerd op een waar verhaal, maar Bernlef gaf er zijn eigen invulling aan.

De Boekenweek heeft dit jaar als thema Van oude menschen... De derde leeftijd en de letteren. De schrijver van het Boekenweekgeschenk hoeft zich niet te houden aan dit thema. Het thema van de Boekenweek vorig jaar was Lof der Zotheid - Scherts, satire en ironie. Geert Mak schreef met De brug, het verhaal van de Galatabrug in Istanboel die Europa met Azië verbindt - een geschenk dat niets met dat thema van doen had.

Ook Bernlef heeft zich niet gehouden aan het thema van dit jaar. In De pianoman gaat het over een jongeman die moeite heeft met woorden, en die liever zwijgt dan praat. Een hoofdpersoon die uitstekend bij Bernlefs manier van schrijven past, want zijn taal is eenvoudig, sober. Overdreven beeldspraak en mooischrijverij zijn aan hem niet besteed. Bernlef houdt niet van gezochte originaliteit.

Misschien is het ook daarom dat De pianoman op een waar gebeurd verhaal is gebaseerd, namelijk op het verhaal van de man die op 7 april 2005 vanuit zee het strand van Sheerness op kwam lopen. De man weigerde te praten en was niet te identificeren. Hij werd opgenomen in een kliniek, waar bleek dat hij piano kon spelen. Daar kreeg hij de bijnaam 'de pianoman'. Na een aantal maanden bleek het te gaan om een Duitser, die vervolgens op het vliegtuig naar huis werd gezet.

Bernlef heeft van de Duitser een terpbewoner gemaakt in het noorden van Nederland. Thomas Boender, zoals Bernlefs hoofdpersoon heet, heeft meer gemeen met de echte 'pianoman': zijn homoseksualiteit, zijn eenvoudige komaf. Thuis wordt niet veel gepraat, zijn vader heeft moeite gevoelens onder woorden te brengen en spreekt liever met zijn handen. Om na school niet meteen naar huis te hoeven, gaat hij met juf Jenny mee, die hem piano leert spelen.

Als hij achttien is, ontvlucht Thomas zijn ouderlijk huis op de terp. Hij is bang voor zijn vader. 'Zijn zwijgen zit vol messen, dacht hij wel eens. Hij is gevaarlijk. Moeder ziet het niet. Maar op een dag… Op die dag wilde hij niet wachten.' Hij heeft geld gespaard en besluit naar de grote stad Amsterdam te reizen. Hij ontmoet een Engels meisje, reist naar Parijs, en daarna naar Engeland. Daar wordt hij, nadat hij is kaalgeplukt, door haar in de steek gelaten.

Zonder geld, zonder paspoort en met een minieme kennis van het Engels is Thomas helemaal op zichzelf aangewezen. Bernlef isoleert zijn hoofdpersoon, laat hem opnemen in een inrichting, waar hij niets doet dan zwijgen en piano spelen. 'Zwijgen, dacht Thomas, zwijgen is het beste.' 'Eigenlijk was hij niemand of op weg om niemand te worden,' laat Bernlef Thomas denken. Waarmee we raken aan een belangrijk thema in Bernlefs werk; het het onvermogen tot communiceren. Ook een ander centraal thema, het waarnemen, werkt hij uit in De pianoman.
Thomas zweeg. Ook de chauffeur leek de poging een conversatie te voeren nu op te geven. Zijn handen leken klein op het grote stuur. Ze draaiden een vierbaansweg op. Vreemd dat ze hier links reden. De man boog zich licht voorover en zette de radio aan. Het Engels ging Thomas net als eerder het Frans te vlug. Opeens was er muziek, de klank van een piano. Thomas bewoog zijn vingers door de lucht.
‘Piano,’ zei hij.
‘You play the piano?’
Thomas knikte. Hij zou over Jenny willen vertellen, hoe zij hem noten had leren lezen, een wereld van noten voor hem ontsloten had, die zoveel mooier waren dan woorden, die meteen aan de wereld vastplakten. Muziek maakte zich daarvan los, zweefde vrij door de ruimte en verdween weer geruisloos zonder een spoor achter te laten. Maar hij beschikte niet over de juiste woorden. Buiten je eigen taal was je uitgerangeerd.
Eenmaal uit de inrichting hoort hij wat er met zijn vader is gebeurd. En Thomas begrijpt dan dat zwijgen ook fataal kan zijn. Dus begint hij te praten. Zo eindigt De pianoman, dat daardoor ook een ode aan de taal is.

Dat Bernlef dat in een kaal, vrij spanningloos en daardoor vlak verhaal weet op te roepen, is knap. Vakmanschap, zo zou je het ook kunnen noemen. Spectaculair zal het schrijverschap van Bernlef nooit worden, maar met De pianoman bewijst Bernlef dat hij nog altijd, de schrijver is 71, een verhaal kan vertellen.

Bernlef: De pianoman. Tijdens de Boekenweek gratis bij aankoop van ten minste € 11,50 aan Nederlandstalige boeken of bij inschrijving als betalend lid bij de openbare bibliotheek.



Wat geven schrijvers aan hun oma?

Het thema van de boekenweek deze week is ‘Ouderdom’. Drie schrijvers over welk boek zij hun oma cadeau zouden doen.

Wiegertje Postma schreef het boek Vijf Strippen: ‘Never let me go van Kazuo Ishiguro wil ik zeker aan mijn oma geven. Het gaat over een ouderwetse kostschool en is heel ouderwets, bijna nostalgisch, geschreven. Tevens staat het boordevol futuristische ideeën en dat zal mijn oma wel aanspreken. Een boek dat ik niet aan mijn oma zal gevenishetruimzevenhonderdpagina's dikke boek House of Leaves van Mark Z. Danielewski. Fantastisch boek, maar door de bijzonder dik bovenop liggende post-moderniteit niet heelergomafahig. Er zitten drie verschillende verhaallijnen in, een rare bladspiegel en hypertekstualiteit. Of ik pas iets van een Nederlandse schrijver heb gelezen? Nee, ik lees bijna alles in 't Engels.’

Robert Vuijsje gaf gisteren nog zijn eigen roman Alleen maar nette mensen aan zijn oma van 94 cadeau. Vuijsje (1970): ‘Voor ik haar het boek gaf, vroeg ik eerst of ze nog wel las. Dat deed ze nog, maar niet meer zo snel. Er zitten inderdaad wat seksscènes in – iedereen begint steeds over de gangbang in de berging – dat zijn dingen die voor haar wat moeilijker te begrijpen zullen zijn. Maar dat hou ik niet voor haar geheim. Ze weet immers al dat ik een boek heb geschreven. Misschien krijg ik daar nog een telefoontje over. Ook zou ik haar mijn lievelingsboek American Psycho van Bret Easton Ellis cadeau doen; dat boek moet iedereen toch gelezen hebben. Hoewel mijn oma liever Max Havelaar leest. Ik zou haar nooit iets van Kluun of Saskia Noort geven. Zelf nooit gelezen, maar die boeken zijn niet goed geschreven. Noch hebben ze een mooie stijl.’

Cindy Hoetmer, schrijfster van het boek Schop Me!: ‘Ik heb net het boek van Robert Vuijsje Alleen maar nette mensen uit. Dat zou ik echt nooit aan mijn oma geven. Zelfs ik voelde me te oud voor dat boek. Veel seks en de negerinnendisco; dat sluit niet echt aan bij de belevingswereld van mijn oma. Ik lees af en toe passages uit mijn eigen boek voor en dan zit er weleens iemand van een jaar of 70 bij. Dan voel ik me tamelijk ongemakkelijk als ik expliciete stukken voorlees. Zinnen over drugsgebruik en wilde seks wil ik dan weleens overslaan. Niemand die het merkt. Laatst kwam mijn oud tante op bezoek. Ik raus dan snel mijn boekenkast voor haar door en dan kom ik toch terecht bij Geert Mak, Racha Peper en Hella Haasse.’
(uit DAG)



Nederlandse literatuur is niet sexy genoeg voor een Nobelprijs

Door Hans van Willigenburg voor De Pers

Oude schrijvers genoeg in Nederland. Een Nobelprijs voor de literatuur zijn ze ook best waardig. Waarom wordt er dan niet gewonnen?

Harry Mulisch, Hella Haasse, Hugo Claus, Cees Nooteboom, Remco Campert. Geen van deze ‘grote namen’ zou vanuit artistiek oogpunt misstaan als Nobelprijswinnaar. En dan hebben we het niet eens over W.F. Hermans, Jan Wolkers en Gerard Reve: literaire mastodonten die inmiddels in hun graf liggen en voor wie de prestigieuze prijs helaas één van de dingen werd die aan hen voorbijgingen.

Hoe is het mogelijk dat de Nobelprijs voor literatuur nu al een eeuw lang de Nederlandse letteren passeert? Is ergens een zwakke plek aan te wijzen in onze thematiek, die ervoor zorgt dat we steeds weer misgrijpen? Of moeten we het platter zien en denken aan een internationaal, politiek steekspel waarin schrijvers en overheid niet slim of ambitieus genoeg opereren?

Van de laatste winnaar, de 88-jarige schrijfster Doris Lessing, kunnen we leren dat je boeken eerst stevig in het geheugen van de literaire jury in Stockholm terecht moeten komen, ook al is het in negatieve zin. ‘In de jaren zestig kreeg ik te horen dat ik de Nobelprijs nooit zou winnen’, zei de feministische Lessing in een eerste reactie op haar verrassende onderscheiding. ‘De juryleden zouden een hekel aan mij en de inhoud van mijn werk hebben. Vandaar dat ik mijn oren nu zo moeilijk kan geloven.’

Volgens columnist en criticus Max Pam moet ons land structureel opboksen tegen een aantal fikse vooroordelen. En is de kans om op het radarscherm te verschijnen voor Nederlandse auteurs minimaal. ‘In Noorwegen en Zweden vinden ze Nederland om te beginnen een sukkelig land,’ zegt hij. ‘En het vervelende is: als je onze literatuur erop naslaat, struikel je over de boeken die dat vooroordeel bevestigen. Wij grossieren in wat ik noem sneue Carmiggelt-literatuur. De pechvogel is toch wel het meest typerende personage dat je in onze letteren tegenkomt.’

Pam beweert ooit een ontmoeting te hebben gehad met één van de juryleden van het beroemde comité. De inhoud van die conversatie geeft de burger weinig moed: ‘Het gesprek kwam op de roman Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Nog los van de literaire kwaliteiten is dat boek qua thematiek een samenballing van waar het misgaat met onze literatuur. Mislukking. Toeval. Miscommunicatie. Onzekerheid. Dat zijn geen steekwoorden waarmee je indruk maakt bij het Nobelcomité. Bovendien valt in die roman uitgerekend het Noorse personage Arne Jordal van een berg, dus dat helpt ook al niet.’

Ondanks het feit dat de juryrapporten geheim zijn en de taaie procedure richting de winnaar lang en ondoorzichtig is, worden zinsneden uit het rapport bij de bekendmaking vrijgegeven. Zo mocht Lessing zich kronen met de omschrijving ‘heldendichter van de vrouwelijke ervaring, die met scepsis, vuur en visionaire kracht een verdeelde beschaving aan een onderzoek heeft onderworpen’. Dat klinkt nogal bombastisch en grotesk, maar geen nood: je kunt ook voor kleinere bijdragen aan de geschiedenis in de prijzen vallen, zoals de Poolse dichteres Wislawa Szymborska. Zij mocht in 1996 naar Stockholm vanwege ‘poëzie die met ironische precisie de historische en biologische context laat oplichten in fragmenten van menselijke realiteit’.

Zulke loftuitingen moeten met een beetje fantasie toch ook voor Nederlandse schrijvers te componeren zijn? ‘Monumentale woordschilder die het verdriet van zijn vaderland in wervelende streken heeft opgetekend.’ (Hugo Claus). ‘Stoutmoedige plotbouwer die de wereld van verbeelding en wetenschap op fascinerende wijze heeft samengebracht in het laboratorium van de literatuur.’ (Harry Mulisch). ‘Flegmatiek stilist die de condition humaine naar een ongekend niveau van gespeelde nonchalance heeft getild.’ (Remco Campert).

Toch zou het overdreven zijn als de Nobelprijs voor literatuur een obsessie wordt voor de oudjes in onze literatuur, meent Pam.

‘Laten we eerlijk zijn: als je de lijst met winnaars langsgaat, kom je meer slechte dan goede auteurs tegen. Je hoeft de namen Philip Roth en Vladimir Nabokov maar te laten vallen om te weten dat je als niet-winnaar je in zeer goed gezelschap bevindt. Al blijft het pijnlijk dat zelfs IJsland met Halldór Laxness al ruim vijftig jaar een gelauwerde schrijver heeft, en wij nog niet.’


maandag 10 maart 2008


Nederland krijgt primeur boek Van der Eem

Het boek waarin Patrick van der Eem zijn relaas over Joran van der Sloot heeft laten optekenen ligt in Nederland eerder in de winkel dan in de Verenigde Staten. Aanvankelijk zou het alleen in de VS verschijnen. Vorige maand werd bekend dat de infiltrant van misdaadverslaggever Peter R. de Vries op Aruba aan een boek werkte.

Uitgeverij Foreign Media Books laat maandag weten dat Overboord. Hoe ik Joran van der Sloot aan het praten kreeg rond 25 juni verschijnt. De Engelse titel van het door E.E. Byars geschreven boek luidt Disposed. De Nederlandse vertaling is van Jan Mars.

De Arubaanse ondernemer uit Almelo werd begin vorige maand wereldberoemd. In zijn auto met verborgen camera's vertelde Joran van der Sloot hem meerdere malen hoe hij opdracht heeft gegeven om Natalee Holloway in de zee te dumpen. Die beelden werden uitgezonden in een speciale uitzending van De Vries die door ruim zeven miljoen mensen werd gevolgd.
(bron: Novum)



Stoute Heleen grof op de korrel

Schrijfster Heleen van Royen is door cabaretière Dorine Wiersma grof op de korrel genomen.

In het programma De Wereld Draait Door zingt Wiersma 'Heleen is stout'.

'En haar man vindt het allemaal goed wat ze doet, want dan hoeft ie er zelf niet zo vaak overheen', zingt de in Harderwijk geboren Wiersma in het televisieprogramma.

Om ook het Christelijke deel nog even te schokken met de tekst : 'ligt ze straks in haar graf rukt ze Petrus nog af..'

Oordeel zelf over 'de ode aan Heleen' van de vrouw die als klassiek gitariste afstudeerde aan het conservatorium en sinds 2003 solo werkt als cabaretière.
(uit de Telegraaf)


zaterdag 8 maart 2008


AFTh blijft corresponderen met moordenaar Sévèke

Schrijver A.F. Th. van der Heijden blijft corresponderen met de moordenaar van Louis Sévèke. Dat Marcel T. vrijdag tot levenslang is veroordeeld voor de moord op de Nijmeegse activist vormt wat de auteur betreft geen beletsel. Dat gaf hij vrijdagavond aan tafel bij Pauw & Witteman aan.

Eerder werd bekend dat AFTh, zoals hij zich kortweg laat noemen, aan een roman over Sévèke werkt. De correspondentie met T. ziet hij als research voor wat de epiloog van zijn romancyclus De tandeloze tijd moet worden.

AFTh heeft sinds kort een briefwisseling met T. onder voorwaarde dat hij niet er teveel over uit de school zal klappen en er niet letterlijk uit gaat citeren. Wel wil de auteur kwijt dat T. erg openhartig is. Zo zou hij niets proberen te verdoezelen of vergoelijken over de moord en de reeks bankovervallen die hij eveneens op zijn geweten heeft.

Net als tijdens het proces maakt T. op AFTh een gelaten indruk. De correspondentie bevindt zich nog in een pril stadium. De romanschrijver noemt het vonnis hard. "Heel hard", zo zei hij. "Dat je iemand bij voorbaat al de mogelijkheid ontneemt om nog een keer terug te keren."
(bron: Novum)


woensdag 5 maart 2008


Simone van der Vlugt verslaat De vliegeraar

De vliegeraar beheerst al maandenlang de bestsellerlijsten. Deze week heeft de Nederlandse schrijfster Simone van der Vlugt daar verandering in gebracht. Met haar literaire thriller Blauw water heeft ze het boek van Khaled Hosseini van de eerste plek van De Bestseller 60 verdreven.

De uitgeverij van de schrijfster was erop voorbereid en heeft een eerste druk van honderdduizend exemplaren laten produceren.

In haar nieuwste boek verhaalt de 41-jarige Van der Vlugt over een ontsnapte tbs'er die een vrouw en haar dochtertje gijzelt. De schrijfster is ook bekend om haar vele historische jeugdromans, waaronder De amulet en De guillotine.

Hoewel De vliegeraar van de eerste plaats is gestoten, is de Afghaans-Amerikaanse auteur nog altijd sterk aanwezig in de top vijf van de lijst, die wekelijks door de Stichting CPNB wordt uitgegeven. Zijn boek Duizenden schitterende zonnen staat op de derde plaats.
(uit Trouw)

U kunt hier een fragment van Blauw water lezen.


maandag 3 maart 2008


Dimitri Verhulst wint Inktaap

Dimitri Verhulst heeft de Inktaap 2008 gewonnen. De Vlaamse schrijver won de literaire jongerenprijs voor zijn roman 'De helaasheid der dingen'. De 35-jarige Verhulst nam de prijs maandag in ontvangst tijdens een feestelijke bijeenkomst in Antwerpen.

De organisatie nomineert elk jaar de boeken die de drie grootste literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied hebben gewonnen voor de Inktaap. Dit jaar waren dat behalve Verhulst, winnaar van de Gouden Uil, Arnon Grunberg met zijn roman 'Tirza' en Hans Münstermann met 'De bekoring'. Deze gingen eerder met respectievelijk de Libris Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs aan de haal.

Ruim tweeduizend scholieren uit Nederland, Vlaanderen en Suriname brachten hun stem uit. Ongeveer twee van de drie stemmers kozen voor de roman van Verhulst, waarin de schrijver terugkeert naar zijn geboortegrond in het fictieve Reetveerdegem.

Verhulst debuteerde in 1999 met 'De kamer hiernaast'. Zijn roman 'Problemski Hotel' is in meer dan tien talen leverbaar. Behalve verhalend proza schrijft Verhulst columns en poëzie. Zijn recentste novelle 'Mevrouw Verona daalt de heuvel af' werd vorig jaar genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, die uiteindelijk naar A.F.Th. ging. Een jaar eerder legde 'De helaasheid der dingen' het voor dezelfde prijs af tegen Münstermanns roman.

De Inktaap wordt sinds 2002 uitgereikt. De prijs is een initiatief van onder meer de Nederlandse Taalunie. Vorig jaar won Henk van Woerden postuum voor 'Ultramarijn'. Onder de overige winnaars zijn Arthur Japin en Harry Mulisch.
(Novum)



Boekenbon behaalt recordomzet

Vorig jaar zijn in Nederland 2,5 miljoen boekenbonnen gebruikt om boeken te kopen. De boekenzaken namen voor 34 miljoen euro aan bonnen in.
Dit betekent een omzetstijging van 6,42 procent ten opzichte van 2006 toen er voor een krappe 32 miljoen euro aan boekenbonnen werd besteed. Dat maakte de uitgever van de bonnen, de Nederlandse Boekenbon maandag bekend.

Het bedrijf verklaart de omzetgroei vooral door de stijgende populariteit van het boek in Nederland.

Nederlandse Boekenbon heeft vorig jaar enkele campagnes gehouden om de boekenbon te promoten. Zo werd in september in het bijzijn van Dick Bruna de speciale nijntjeBoekenbon ter waarde van 10 euro gelanceerd. Daarvan zijn er inmiddels 30.000 verkocht. In december kregen kopers van een boekenbon een NS-Meereiskaart cadeau, waarvan de boekhandel er maar liefst 550.000 uitdeelde. De kaarten zijn nog tot 31 maart te gebruiken.

De totale omzet van Nederlandse boeken in de boekhandel kwam in 2007 uit op 510 miljoen euro. Op dit moment wordt 7 procent van de boeken betaald met een boekenbon.
(ANP)


zondag 2 maart 2008


Recensie: Boot - Hans van Wetering

door Edith Koenders voor de Volkskrant

Boot
is het solodebuut van Hans van Wetering (1964), die eerder met Agur Sevink de positief besproken verhalenbundel De leverancier (2003) publiceerde. Volgens de flaptekst – en dat lijkt een aanbeveling – komt Van Wetering uit een familie van banketbakkers en mariniers en was hij werkzaam als vakkenvuller, geldwisselaar en verkochte-auto-verplaatser. Een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken, die eindelijk zijn roeping gevonden heeft?

Eén ding is zeker: Van Wetering is een geboren verteller. Boot bestaat uit twintig verhalen, waarvan enkele (of delen ervan) eerder verschenen in tijdschriften waarvoor hij ook schrijft, zoals de VPRO-gids en de daklozenkrant van Amsterdam.

Telkens is er een hoofdpersoon naar wie de vertelling is genoemd, zoals ‘de kalligraaf’, ‘de drijver’, ‘de toehoorder’ of ‘de pluimveehouder’. Het zijn bepaald geen alledaagse types, maar ze zijn wel ontzettend menselijk. Ze worden bijna allemaal voortgestuwd door een obsessie die uit de hand dreigt te lopen. Langzaam verliezen ze de greep op hun leven en de grens tussen fantasie en werkelijkheid vervaagt, waardoor ze de neiging hebben om in het niets te verdwijnen.

Ook hebben ze direct of indirect iets met boten en water te maken, in het bijzonder met het historische cruiseschip Willem Ruys; een drijvend paleis dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw passagiers naar Indonesië vervoerde, vervolgens omgedoopt werd tot de Achille Lauro en in 1985 gekaapt werd door Palestijnen waarbij de Joodse passagier Klinghofer werd doodgeschoten en overboord gegooid. Tot slot ging het schip in 1994 in vlammen op.

Een andere rode draad is de film Two minute warning, die in verschillende verhalen opduikt en over ‘een sluipschutter in een zonovergoten footballstadion en een argeloze menigte’ gaat. Maar er zijn meer onderlinge verwijzingen die van de losse gebeurtenissen geen roman, maar wel een groter geheel maken. Een complex geheel, fragmentarisch en niet overal even makkelijk te duiden. Maar Boot is zo ingenieus en boeiend geschreven, dat je meteen nadat je het boek hebt dichtgeslagen, weer van voor af aan begint, in het besef dat je van alles over het hoofd hebt gezien.

Zoals de onderlinge band tussen de verschillende personages. De procesmanager uit het eerste verhaal, die op weg is naar de begrafenis van zijn buurvrouw, blijkt de buurman van de hoofdpersoon te zijn uit ‘de beller’, zo lees je tussen de regels door. Deze wiskundeleraar wordt geterroriseerd door een onbekende beller die elke dag klokslag zeven opbelt en vraagt hoe het ermee gaat. Als blijkt dat deze beller het nummer gevonden heeft op de muur van een belhuis, begint de leraar een eindeloze zoektocht en raakt steeds meer vervreemd van de wereld. Hij fotografeert de muren van de belhuizen in de stad, en de krabbels die hij aantreft leiden tot vele bespiegelingen die hij op briefjes noteert: ‘belwinkels zijn vaak tevens wasserette, kruidenierswinkel, videotheek, kapsalon, 2e hands wasmachinehandel, bakkerij, slagerij. Voor iedereen bestaat een reden om er binnen te lopen.’ En vervolgens trakteert hij zichzelf niet geheel toevallig op de video Two minute warning.

Van Wetering schrijft met dezelfde gedrevenheid die zijn personages kenmerkt. Moeiteloos kruipt hij in de huid van zijn zeer verschillende karakters en weet tot de kern door te dringen. Tal van tragikomische en kritische gedachten borrelen in hem op: ‘Want wie reisde tegenwoordig nou nog per boot, behalve vrachtvervoerders, al dan niet verveelde rijkelui en bootvluchtelingen?’ En voortdurend stelt hij vragen: ‘Was het toeval? Blind lot? Botte mazzel? Karma? Zijn kruis?’

Boot bevat interessante ideeën, verontrustende gebeurtenissen en gedachtenexperimenten. Een belangrijke is de ontdekking van God, gedaan door de 80-jarige professor Korzac in het verhaal ‘De geneticus (Gen 56714, of: het labyrint van eenvoudige verlangens)’. Hij lokaliseert God in een ‘stukje menselijk DNA’ dat hij in een muis implanteert. Die muis en vele andere gaan mee naar het congres dat – hoe kan het anders - aan boord van een cruiseschip wordt gehouden. De muizen ontsnappen, de professor verdwaalt op het immense schip en zal zijn presentatie nooit houden.

Op een dag klinkt uit een luchtverversingsrooster een stem (van de professor?) die zegt: ‘Uiteindelijk zijn er slechts oneindig veel verhalen om te verzinnen, en de toegeeflijkheid van alle anderen om die verhalen te accepteren, om de goede vrede te bewaren. Amen.’
En daar slaat Van Wetering de spijker op de kop.

(uit De Volkskrant)



Deze website verzamelt het laatste nieuws over Nederlandse boeken en schrijvers en geeft dit weer in één overzicht. Daarnaast vindt u hier ook videobeelden, recensies, fragmenten uit èn beschrijvingen van de laatste nieuwe boeken en verslagen van boekpresentaties. Word ook lid van de wekelijkse BoekennieuwsBrief en blijf helemaal op de hoogte!

Overzicht laatste nieuws:

www.assistme.nl advertentie


BoekennieuwsBrief
Wilt u op de hoogte blijven van het nieuws op deze site via e-mail? Word dan lid van de (wekelijkse) BoekennieuwsBrief! Naast het laatste nieuws treft u hierin ook voorpublicaties, recensies en/of fragmenten van nieuwe boeken.


Nog warme boeken:
Fragmenten:



Gebruik de RSS-feed
Blijf met Boekennieuws.com van moment tot moment op de hoogte van het actuele nieuws of wijzigingen op deze website. Per onderdeel wordt RSS-feed (ook wel XML-feed genoemd) aangeboden.

U kunt voor Windows FeedReader gebruiken. Deze reader is gratis, en werkt op alle Windows-platforms. Browst u over het internet met de Firefox-browser, dan ziet u een rss-knopje rechts in de adresbalk, waarmee u een abonnement op een feed kan starten. Mac-gebruikers kunnen kiezen voor NetNewsWire Lite. Ook deze is gratis. Niet alle RSS-programma's plakken onderstaande links automatisch in de lijst met favorieten. Klik met de rechtermuis op de link, kies voor Snelkoppeling kopiëren en plak deze in uw RSS-programma.

Laatste Boekennieuws
Laatste nieuwe boeken
Laatste nieuwe fragmenten

website monitoring

 Reageer
Tips? Nieuws? Commentaar? Complimenten?
Een mail naar is zó verstuurd.