BOEKENNIEUWS.COM
HET LAATSTE NIEUWS OVER NEDERLANDSE BOEKEN EN SCHRIJVERS


 
'Begin simpel: het mooie komt vanzelf.
'Wordt het je teveel: volg een cursus.'

Bestseller - Paul Sebes

Wat iedere beginnende schrijver moet weten

Mail nu en maak deze week kans op één van de vijf exemplaren!

Abonneer je op de RSS-feed    via: Email / RSS

zondag 22 juni 2008
Recensie: Poste Restante - René Snoeks

door Maarten Moll voor het Parool

Tien jaar deed hij over zijn debuut. Vijf jaar over de opvolger. ''Mijn volgende boek moet over twee jaar klaar zijn,'' zegt hij. René Snoek (1961) moet er zelf een beetje om lachen. Hij weet ook dat een roman zich moeilijk door de tijd laat dwingen.

Nu is er dan Poste restante, waarvan er, qua omvang, vier in zijn debuut passen. Zo vergaat een meisje is een monument voor het verstrijken van de tijd. Of er nu veel of weinig gebeurt in die roman, grote dingen of kleine dingen; alles gebeurt en passant, en dat passeren is belangrijker dan de gebeurtenissen zelf.

Het opmerkelijke romandebuut kreeg goede kritieken. Poste restante daarentegen is een gecondenseerde roman van 150 pagina's. Eveneens over (vroeg)oude mensen en dingen die voorbij gaan, maar ook over het falen van het geheugen, de onbetrouwbaarheid van herinneringen, en het inkleuren van het verleden.

Ludo, de hoofdpersoon, krijgt op een dag een foto onder ogen waarop hij zichzelf meent te herkennen. Onmiddellijk dwalen zijn gedachten af naar een vakantie in 1968. Een zomer waarin er iets afschuwelijks gebeurde met zijn vakantievriendinnetje. Vijfentwintig jaar later meent hij deze Sylvie tijdens een marathonvoorstelling van de Heimat-films te zien. Waar hij tien jaar later, als hij naar de foto kijkt, weer aan terugdenkt.

Deze drie lagen vloeien door elkaar heen, en maken van Poste restante een mooie, overtuigende roman over het onvermogen vat te krijgen op het verleden. Een roman waarin de jacht belangrijker lijkt dan de buit.

''Ludo vraagt zich af wat er gebeurd is, in 1968, en 25 jaar later. Deze roman gaat over de vraag of dat antwoord wel te vinden is in het verleden, in de herinnering. Dat is heel twijfelachtig. In ieder geval vind ik de vraag stellen belangrijker dan het antwoord geven.''

Waarmee René Snoek aangeeft dat Poste restante geen roman is die op alle vragen een antwoord zal geven. Daar zullen niet alle lezers even blij mee zijn. ''Lezers willen controleren. Dat was al zo bij Zo vergaat een meisje. Ze wilden graag weten waar het boek zich afspeelde. Ik hou ervan om lezers aan het denken te zetten, ze te laten meedenken. Lezen is een creatief proces. Een schrijver bouwt een wereld op, breekt die in stukken en stopt ze in een doos. De lezer bouwt die wereld weer op, en soms komen de werelden van de schrijver en de lezer overeen.''

Voor René Snoek een wereld op kon bouwen, wilde hij voetballer worden. Dat zat er niet in, waarna hij later, op de universiteit, een paper terugkreeg met het commentaar 'jij kunt schrijven'. Dat vond hij zelf ook, hij liep er al langer mee rond eens een boek te schrijven.

Dus begon hij, naast zijn werk bij een importeur en distributeur van software en boeken, in alle stilte te schrijven. Hij solliciteerde bij uitgeverij Querido naar een baan als trafficmanager en vermeldde in zijn sollicitatiebrief dat hij ook hoopte een roman te publiceren. Hij kreeg een afwijsbrief, maar met het verzoek zijn manuscript op te sturen. Dat deed hij, en na een week werd hij gebeld.

''Ze waren verbaasd dat ik een kant-en-klare roman van zeshonderd bladzijden had geschreven. Er hoefde niet veel aan veranderd te worden, want ik ben een zorgvuldig schrijver, en alles moet honderd procent kloppen voor ik met werk naar buiten kom.''

Deze tweede roman is beter, vindt René Snoek. ''Zo vergaat een meisje was het beste boek dat ik op dat moment kon schrijven. Ik vind dat ik inmiddels een betere schrijver ben geworden. Stilistisch beter. Meer precisie. Daarnaast geef ik op dit moment misschien ook wel de voorkeur aan boeken die wat 'kleiner' zijn. Boeken die uitvloeien in de gedachtewereld van de lezer.''

In Poste restante schrijft Snoek tot twee keer toe dat we ons geheugen moeten wantrouwen. ''Tijdens mijn studie psychologie ben ik ervan overtuigd geraakt dat ons geheugen creatief is. Om dingen vast te leggen maakt het er verhalen van. Wij zijn verhalenmachines. We maken verhalen van wat we ervaren. Dat is de enige manier om vat op de werkelijkheid te krijgen. Het geheugen is creatief, of leugenachtig zo je wilt, en onze herinneringen daardoor fictief van karakter.''

Een fraai gegeven in de roman is dat Snoek Ludo laat lijden aan prosopagnosie; het niet in staat zijn om gezichten te herkennen. Daardoor ontstaan er blinde vlekken in zijn geheugen. Daarnaast is Ludo tekstschrijver voor reisbureaus, en schrijft hij over reizen en ontmoetingen die nooit hebben plaatsgevonden. Verzonnen herinneringen.

''Is de verteller wel te vertrouwen? Ja, daar gaat deze roman ook over. De verteller is leugenaar van professie. Hij maakt de herinnering mooier, vult die aan. Het is een spel tussen de verteller en zijn herinnering, maar ook een spel tussen de lezer en de verteller.''



Recensie: De man, zijn penis en het mes - Kristien Hemmerechts

door Karin Overmars voor Het Parool

In haar pamflet De man, zijn penis en het mes windt Kristien Hemmerechts zich op over de respectloze en agressieve manier waarop veel mannen over seks schrijven, in het bijzonder over vrouwen en seks. De man beschouwt zijn penis als een mes, aldus Hemmerechts, en met dat mes wil hij de vrouw verwonden of zelfs vermoorden.

Ze geeft enkele voorbeelden. In Jack Kerouaks On the road wordt een jonge, broze vrouw 'geneukt, zo lijkt het, omdat het van haar verwacht wordt'. In John Updikes Rabbit, run wordt een vrouw vlak na de bevalling door haar echtgenoot gedwongen tot seks, terwijl zij 'a bleeding wound' is. En in John Coetzees Disgrace gedraagt een vrouw zich 'quiet and docile' in bed en vindt haar minnaar het allang best.

Hemmerechts krijgt er 'de rillingen' van. Toch slikt ze haar kritiek op dit soort passages meestal in, uit vrees beschuldigd te worden van hysterie of mannenhaat. 'En dus,' schrijft ze, 'doe ik wat ik zo vaak doe. Ik word twee vrouwen.' De literair geschoolde heeft oog voor de literaire en cultuurhistorische betekenis van On the road. De feministische heeft oog voor 'de representatie van mannelijkheid en vrouwelijkheid'.

Om die vorm van seksuele schizofrenie gaat het in dit pamflet. Volgens Hemmerechts is iedere moderne vrouw vervreemd van haar verlangens. Omdat ze de verkeerde boeken leest, kun je zeggen, waarin mannenfantasieën de norm zijn.

Hoewel De man, zijn penis en het mes onderhoudend en helder geschreven is, deed het boek me denken aan een college dat ik ooit volgde over de feministische literatuurkritiek. Daarbij veranderden wij Julien Sorel, hoofdpersoon uit Stendhals Le rouge et le noir, in een meisje, dat wij Juliette noemden. Wij herlazen het boek. Er klopte helemaal niets van; die Juliette was niet goed snik. Le rouge et le noir kon op de schroothoop. Dat ruimde lekker op, en met frisse moed begonnen wij aan de analyse van monsieur Bovary.

Hemmerechts doet iets soortgelijks. Zij stelt een ethisch probleem aan de kaak en legt de schuld bij de literatuur. Maar de literatuur is per definitie onschuldig. In een roman mag een schrijver alles (behalve slecht schrijven). Dat is zelfs een belangrijke functie van literatuur: je dringt door in de wereld van een ander.

Hemmerechts droomt van een wereld waarin mannen niet langer met 'een mes in hun broek' lopen, en zij roept mannelijke schrijvers op het goede voorbeeld te geven. Ook droomt zij van aandacht en begrip voor de vrouwelijke seksualiteit in haar 'zuivere toestand', onaangetast door de media, de porno-industrie, de beeldende kunst, enzovoort. Dat is een interessant thema, maar de vraag is wat Roth, Houellebecq of Coetzee ermee te maken hebben. Literatuur moet je bestrijden met literatuur, niet met een pamflet. Het wachten is op de volgende roman van Hemmerechts.


woensdag 18 juni 2008
Bart Chabot stapt boos over naar oude uitgeverij

Bart Chabot keert Nijgh & Van Ditmar, uitgever van zijn succesvolle biografiereeks over Herman Brood, uit onvrede de rug toe. De 53-jarige schrijver en dichter uit Den Haag keert terug naar De Bezige Bij.

Wat is er gebeurd?
‘Directe aanleiding is een bloemlezing van mijn werk. Martin Bril zou die samenstellen, maar wilde daarvoor wel een fatsoenlijk honorarium. Hij deed een alleszins redelijk voorstel. Maar Nijgh & Van Ditmar vond het onbespreekbaar.

‘Toen hebben ze hem de helft van mijn royalty’s als tegenvoorstel gedaan. Dat is al merkwaardig, dat een schrijver zijn eigen bloemlezer betaalt. Veel erger was dat het buiten mij om ging. Ik ben echt niet de moeilijkste, maar zelfs ik word kwaad als mijn salaris wordt weggegeven. Dat was echt de druppel.’

De emmer was al vol?
‘Ik ben een dichter, maar ik besef best dat je poëzie een beetje moet temporiseren. Toch werden de zuchten steeds breder en dieper als ik aankondigde weer iets af te hebben.’

Waarom terug naar De Bezige Bij?
‘Ik ben in 1994 weggegaan omdat Broodje Gezond niet werd uitgegeven. Ze zeiden: Brood is dood, jij bent een chaoot en die biografie komt er nooit. Heb ik vanwege het binnenrijm altijd onthouden. Dat ik iets chaotisch in me heb, kan ik niet ontkennen, maar bij elkaar heeft dat toch vier boeken opgeleverd in een oplage van 140.000. Alle lof ook voor Nijgh & Van Ditmar die de biografie wel aandurfde.’

Maar waarom terug naar De Bezige Bij?
‘Robert Ammerlaan, de huidige directeur, had al een paar keer gevraagd of die vergissing ongedaan kon worden gemaakt en het is wel een fonds dat bij me past, met Simon Vinkenoog en Jules Deelder.’

Het fonds is wel vol.
‘Aan al mijn wensen wordt tegemoet gekomen. De bloemlezing komt er en Martin Bril krijgt zelfs wat extra’s. En voor de publiciteit kan ik zelf ook nog wel zorgen als het moet.’
(uit De Volkskrant)


maandag 16 juni 2008
Recensie: Het recht op terugkeer - Leon de Winter

Door Arie Storm voor Het Parool

Zes jaar na God's gym is een nieuwe roman van Leon de Winter uit: Het recht op terugkeer. Verrukkelijk. Alles aan Leon de Winter doet me aan vroeger denken. En ik word daar niet meteen ongelukkig van.

Er zit bovendien een prettig lange verschijningstijd tussen die boeken, zodat je onwillekeurig denkt aan wat allemaal in de tussentijd is gebeurd. Goed. Dat hebben we gedaan. Waar ging God's gym ook weer over? Al met al weet ik dat niet meer, het was iets met een dode dochter. Eerlijk gezegd vormen alle romans van De Winter in mijn hoofd één grauwe brij. Dat is ook niet direct onaangenaam, zo'n pap in je hoofd.

Het noemen van zijn naam alleen al voert me trouwens nog wel verder terug in de tijd. De Winter was één van mijn eerste idolen. Ik schat ongeveer sinds 1978 - ik was toen vijftien - toen zijn roman De (ver)wording van de jongere Dürer verscheen. Leon had toen nog een koket streepje op de e: Léon.

Misschien was ik iets ouder toen ik 'm begon te lezen; ik zie nu dat mijn exemplaar van De (ver)wording van de jongere Dürer uit 1980 komt. Maar ik weet dat ik toen wel álles van hem begon te lezen. En dan heb ik het over Over de leegte in de wereld, zijn verhalenbundel uit 1976.

Vervolgens verscheen in 1981 de roman Zoeken naar Eileen W.. Joggen, toen een vrij nieuw verschijnsel, speelde daar een rol in. Het ritme van dat rennen werd weerspiegeld in het ritme van de zinnen. Zoiets. In die tijd was Leon de Winter een schrijver die wel te vinden was voor een experiment.

Ik herinner me ook een televisiedocumentaire van De Winter en enkele kompanen. Ze postten voor het huis waar Thomas Bernhard zou wonen, de altijd boze en schuwe Oostenrijkse schrijver. Hij was zo schuw dat hij nooit naar buiten kwam. Ook nu niet; we keken naar uren tevergeefs wachten. Of misschien dat Bernhard zich aan het eind toch nog meldde, om De Winter weg te sturen.

En ineens was het afgelopen: De Winter werd commercieel. Zijn lange haren werden geknipt, zijn hippiebril verdween, de linkse politieke opvattingen werden de deur uit gedaan. Zijn proza veranderde drastisch. Vanaf de roman Kaplan (1986), en nog duidelijker in Hoffman's honger (1990), schrijft Hugo Brems in het meest recente handboek van de Nederlandse literatuurgeschiedenis (Altijd weer vogels die nesten beginnen), begon De Winter 'in een directe stijl boeken te schrijven vol spannende gebeurtenissen, vaak in de context van misdaad, spionage of politiek'. Brems voegt daaraan toe dat de waardering van de recensenten even snel daalde als de verkoop van zijn boeken steeg.

Tja, wat wil je. De Winter werd een ordinaire thrillerschrijver. En dat is hij ook weer in Het recht op terugkeer. Meteen is er dus wel weer die schok van het verleden. Dat heeft misschien te maken met de titel. Of met het omslag. Dat is, zoals dat tevens met God's gym het geval was, op een schilderij van Hopper gebaseerd. Maar het lijkt eveneens heel sterk op dat van Vals licht, een roman uit 1991 van Joost Zwagerman. Niets nieuws onder de zon dus.

Het recht op terugkeer begint met een kaartje. Zoals achterop In Nederland (1984) van Cees Nooteboom een kaart stond waarop Nederland veel groter is dan nu, is Israël bij De Winter gekrompen tot zo'n beetje Tel Aviv en omgeving.

In 2024 is, begrijpen we, Israël niet meer dan een zwaarbeveiligde stadstaat.
De proloog speelt inderdaad in 2024. Toch wil het gevoel dat je iets van lang geleden zit te lezen, niet verdwijnen. De Winter schrijft een ouderwets soort sciencefiction. Wat voor apparaten hebben ze in de toekomst? Je komt er niet echt achter, want De Winter lost deze kwestie nogal eenvoudig op: 'Brams mobieltje klonk. Het was een antiek blokje, dertien jaar oud, zonder de laatste gadgets.' Ergens anders is sprake van een stokoude iPod. Het is duidelijk dat we hier niet met een visionair à la Aldous Huxley of H.G. Wells te maken hebben.

Daar komt de stijl bij. Die is aanvankelijk geheel opgetrokken uit de verwoestende traditie van de Hollandse thrillerschrijverij. Dat wil zeggen dat vrijwel alle informatie ons bereikt via een hinderlijk dialogen en actie onderbrekende alwetende verteller. In de loop van het boek verdwijnt die onhandigheid een beetje. Maar op stilistisch vlak blijft het een behoorlijk duf gedoe.

Dan is er het verhaal. We beginnen, zoals gezegd, in 2024. Bram runt, in wat nog over is van Israël, een opsporingsbureau dat is gespecialiseerd in vermiste kinderen. Waarom zoekt hij daar zo fanatiek naar? We gaan terug naar 2004, dus vanuit de proloog twintig jaar terug in de tijd, en dan blijkt dat zijn eigen zoontje, in 2008, want we werken weer langzaam naar 2024 toe, op vierjarige leeftijd is verdwenen. Bram voelt zich hier schuldig over. Zijn hele leven gaat eraan kapot: zijn vrouw gaat weg, zelf wordt hij een zwerver met een getallenneurose. Ook verricht hij na een verkeersongeluk een mooie redding, waardoor een ander kind, een baby nog, het ongeluk overleeft. Bram vermoordt een pedofiel. En zo nog het een en ander. We bereiken weer 2024.
Het is een hele zit; meer dan vierhonderd bladzijden.

Nu beland ik bij een moeilijk punt. Moet ik verklappen wat met de zoon van Bram is gebeurd? Nee, natuurlijk niet. Maar De Winter schrijft zo sloom dat het je op een gegeven moment niet meer kan schelen. Misschien komt u er ooit zelf achter wat precies is gebeurd, anders vraagt u het me maar over een jaar, wanneer u hopeloos bent vastgelopen in dit boek. Want dat dat zal gebeuren, staat eigenlijk wel vast.

Vreemd dat een schrijver die meer dan veelbelovend uit de startblokken kwam met een nog altijd intrigerende roman als De (ver)wording van de jongere Dürer, nu zo'n oppervlakkige thrillerauteur is geworden.

Niets beklijft, dat weet ik nu al. Ik zal proberen te onthouden wat met de zoon van Bram is gebeurd.


donderdag 12 juni 2008
Lezen stimuleert seksueel verlangen

Een derde van de vrouwen die bij een seksuoloog op consultatie gaan, klagen over hun gebrek aan verlangen. Een laag seksueel verlangen bij vrouwen of Female Hypoactive Sexual Desire Disorder (HSDD) zou nu kunnen verholpen worden door het lezen van boeken, dat blijkt uit onderzoek.

HSDD zou volgens dokters en seksuologen veroorzaakt worden door psychische of psychosociale factoren. Vrouwen met weinig erotische verbeelding weten niet hoe ze de weg naar hun eigen verlangen moeten vinden. Maar het lezen van fictie, poëzie en biografieën kan bij hen wel erotische fantasieën oproepen. Zo wordt het verlangen gestimuleerd bij vrouwen met HSDD, meldt 6minutes.be.

Een studie toonde al eerder aan dat 73,5 procent van de vrouwen na het lezen een seksueel verlangen voelde. Onderzoekers F.Spufford: "Het plezier van lezen is niet alleen dat er een nieuwe wereld voor je opengaat maar dat het ook je bij jezelf brengt."

Momenteel loopt een onderzoek van zeven maanden naar het effect van bibliotherapie bij HSDD.
(uit Het Laatste Nieuws, bron: e-Alumni KULeuven )


woensdag 11 juni 2008
Schrijver Adriaan Jaeggi overleden

Schrijver, dichter en columnist Adriaan Jaeggi is gisteravond op 45-jarige leeftijd overleden aan darmkanker. Jaeggi studeerde Engelse taal- en letterkunde in Leiden. Begin jaren negentig, een jaar voor zijn afstuderen, werd hij redacteur van het Amsterdamse studentenweekblad Propria Cures. Daar ontpopte hij zich ook als dichter, onder het pseudoniem Simon Troost.

In 1995 verscheen zijn eerste roman: De tol van de roem. Hij werkte als redacteur bij uitgeverijen en schreef verhalen, recensies en columns voor onder andere deze krant, waaraan hij ook als poëzie-recensent was verbonden.

In zijn column van vorige week beschreef Jaeggi hoe zijn situatie almaar slechter werd. 'Nog geen anderhalve maand columnist bij Het Parool en er stonden al twee lege kolommen op de plaats van mijn stuk. Had ik dan helemaal niets geleerd in al die jaren? Ik was niet geschikt voor dit vak. Tenzij er een wonder gebeurde.'


vrijdag 6 juni 2008
Drie Nederlanders genomineerd voor De Inktaap 2009

De drie Nederlandse auteurs A.F.Th. van der Heijden, Marc Reugebrink en D. Hooijer zijn genomineerd voor de Inktaap 2009, de literaire jongerenprijs voor het Nederlandse taalgebied. Dat is vrijdag meegedeeld in een persbericht.

Elk jaar worden de winnaars van de literaire prijzen De Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs genomineerd voor de Inktaap. Daaruit mogen jongeren uit Vlaanderen, Nederland en Suriname kiezen wat zij het beste boek vinden.

De drie genomineerden voor de Inktaap 2009 zijn: Het Schervengericht van A.F.Th. van der Heijden (winnaar van de AKO Literatuurprijs 2007), Het grote uitstel van Marc Reugebrinck (De Gouden Uil Literatuurprijs 2008) en Sleur is een roofdier van D. Hooijer (winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2008).

Meer dan 2.000 scholieren van tussen 16 en 18 jaar oud beslissen welk boek bekroond wordt met de Inktaap 2009. De prijs wordt in maart 2009 uitgereikt in de Singel in Antwerpen. De Inktaap 2008 ging naar de Vlaming Dimitri Verhulst voor zijn boek De helaasheid der dingen.


donderdag 5 juni 2008
Recensie: De foto van Faye Finsbury - Mariëtte Haveman

door Sonja de Jong voor Het Parool

Negentien ben je en kwetsbaar. Je wordt geacht volwassen te zijn, maar alles in je is nog zoekend en vol twijfel. Kleine gebeurtenissen kunnen je volkomen uit het lood slaan. Je ontdekt dat het beeld dat jij van het leven hebt, niet altijd overeenstemt met de dagelijkse werkelijkheid. Zo ook bij de 19-jarige Maria in De foto van Faye Finsbury, de debuutroman van Mariëtte Haveman (1957).

Afkomstig uit een provincieplaatsje onder de rook van Rotterdam droomt zij ervan het grote leven te gaan ontdekken in Londen. Het zijn de jaren zeventig, door Haveman zelf omschreven als 'een veronachtzaamd tijdperk, alsof de jaren zestig het daaropvolgende decennium de wind uit de zeilen hadden genomen'. In het Londen van die tijd, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk veel scherper zijn dan in het rationele Nederland, raakt Maria hopeloos op drift.

Het gaat feitelijk helemaal niet zo slecht met haar op de toneelopleiding die ze doet, maar Maria voelt zich eenzaam en vooral onbegrepen. Ze is gekomen 'om voor iets echts, iets waarachtigs te leven', maar vindt dat niet bij haar door en door keurige hospita of bij haar klasgenoten, die de tijd stukslaan met het eindeloos spelen van 'truth or dare' en de waarheid daarbij naar eigen believen inkleuren. Een vriendin brengt haar in aanraking met de rafelranden van Londen, waar in ijskoude afbraakpanden experimenteel toneel gespeeld wordt, waar in portieken lijmsnuivers liggen en verkrachte meisjes zo normaal zijn dat de politie er niet naar omkijkt. Ligt daar het echte leven?

Een reeks gebeurtenissen brengt het leven van Maria in een stroomversnelling. De hospita zegt haar de huur op, omdat zij aan Maria niet de gezelligheid beleeft waarop ze had gehoopt. Ze keert haar school de rug toe als een leraar zich hardop afvraagt of zij wel de motivatie heeft om de opleiding te doen. En vanuit Nederland laat haar lief haar weten een ander te hebben. Als dan ook nog haar maandelijkse toelage gestolen wordt door iemand in wie ze vertrouwen had, wordt de bodem onder haar voeten weggeslagen. Stuurloos zwalkt ze rond. Als een wilde golf overspoelt het leven haar en sleurt haar omlaag.

Even lijkt er redding te zijn als diezelfde leraar die aan haar motivatie twijfelde haar gratis woonruimte aanbiedt in zijn Werkplaats, een huis waar kunstenaars de kans krijgen zich te ontplooien. Ze sluit er vriendschap met Faye Finsbury, een fotografe en voelt zich 'bevrijd van de leugens, de halve waarheden, de stomme vergissingen en de compromissen' van de maanden ervoor. Maar Faye doet iets waardoor Maria zich tot in het diepst verraden voelt. Aan die tweede vloedgolf van het lot kan zij geen weerstand bieden. Ze zakt af tot een bestaan in de marge, vervreemd van alles en iedereen, rondzwervend door de meest troosteloze delen van Londen, afgestompt tot een wandelende machine. Tot de foto die haar ondergang inluidde, uiteindelijk haar redding wordt.

Haveman schetst een ragfijn portret van Maria en haar onstuitbare afglijden van 'naïef hoogdravend meisje uit de provincie' tot iemand die onder kartonnen dozen slaapt in een leegstaande fabriek. Niemand is schuldig, Maria roept het over zichzelf af door haar puberaal idealisme, haar overtuiging dat ergens anders het werkelijke leven zich afspeelt en haar hardnekkige zoektocht naar die plek. Maar naast een portret van Maria is dit boek ook een portret van het Londen uit de jaren zeventig, met zijn messcherpe tegenstellingen, met 'Margareth Thatcher en haar kreukloze kopstem van een gevaarlijke koningin' tegenover zwervers en uitzichtloosheid, met economische recessie tegenover ongebreidelde nieuwbouw van glimmende kantoorpanden.

Soms heeft Haveman de neiging wat al te lang te blijven hangen in haar uitleg van de gevoelens van Maria waardoor de spanningsboog verslapt. Maar dat is niet meer dan een klein kritiekpuntje in een verder vlekkeloos en overtuigend debuut.
(uit het Parool)


dinsdag 3 juni 2008
Recensie: Droomzomers - Youp van 't Hek

Door Roelof de Vries voor DAG

De Nederlandse boekhandelaren wrijven zich keer op keer verlekkerd in de handen als Youp van ’t Hek een nieuw boekje uitbrengt. Elk nieuw werk van de cabaretier staat immers garant voor flink wat verkochte exemplaren. Ook het pas verschenen Droomzomers staat alweer in de Bestseller Top 60.

In Droomzomers, een nogal ielig werkje met erg grote letters, rakelt Youp herinneringen op. Aan de zomers die hij met ouders en broers en zussen doorbracht in Egmond aan Zee, om precies te zijn. Later, toen hij zelf kinderen kreeg, verkasten de Van ’t Hekjes naar een Belgische badplaats, en ook daar wordt verslag van gedaan.

Van ’t Hek heeft opgeteld alleen al in Egmond een jaar van zijn leven doorgebracht, rekent hij voor. Van die dagen doet hij uitgebreid verslag. Over hoe kleine Youp ijsjes kocht. Over hoe kleuter Youp heimelijk verliefd was op een meisje van 16. Over hoe het grote gezin Van ’Hek moest inschikken in een klein vakantiewoninkje. En over het bouwen van zandkastelen en het graven van kuilen.

Al lezend bekruipt je het gevoel dat Van ’t Hek een oude man wordt. Zand onder je voeten, de geur van Nivea, met een bezweet dubbeltje in je handen naar de kruidenier, vliegeren: het lijkt alsof de auteur ieder moment in huilen kan uitbarsten bij de herinnering aan zoveel gelukzaligheid. Het is ‘haartjes nat en nog even opblijven’. Maar dan nog een keer. En nog een keer. Weeïg, noemen we dat.



Gouden Strop voor Charles den Tex

Charles den Tex heeft voor zijn misdaadroman Cel de Gouden Strop in de wacht gesleept. De jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek werd dinsdagavond uitgereikt in de Amsterdamse Melkweg tijdens het openingsbal van de Maand van het Spannende Boek. Vorig jaar streek Roel Janssen met de eer voor zijn De tiende vrouw.



De jury koos Cel uit vijf genomineerde titels. Jac. Toes, Lineke Dijkzeul, Simone van der Vlugt en Simon de Waal waren de andere kanshebbers.

De Gouden Strop komt evenals het Boekenweekgeschenk en de Gouden Griffel uit de koker van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). De CPNB maakte onlangs bekend dat het spannende boek het meest gekocht, geleend en gelezen genre is.

Op het openingsbal van de themamaand werd uitgepakt met een aantal ludieke acties. Zo moesten misdaadauteurs hun dna afstaan en werd onder de noemer 'De literaire rechtbank' de hoofdpersoon uit Jan Wolkers' Zomerhitte aangeklaagd. De organisatie laat weten dat strafpleiter Geert-Jan Knoops zich met verve van zijn taak kweet.


Meest gelezen deze maand:
(ADVERTENTIE)
Het Avontuur van de Leven! Klik hier voor meer informatie!

Laatste berichten:



Archief:

februari 2007 - maart 2007 - april 2007 - mei 2007 - juni 2007 - juli 2007 - augustus 2007 - september 2007 - oktober 2007 - november 2007 - december 2007 - januari 2008 - februari 2008 - maart 2008 - april 2008 - mei 2008 - juni 2008 - juli 2008 - augustus 2008 - september 2008 - oktober 2008 - Voorpagina


Schrijvers:

Boekensites:


Lifeloggers:


B© Copyright 2007, 2008. Alle rechten voorbehouden.
Boekennieuws.com wordt onderhouden door en is een initiatief van Ramon Stoppelenburg
www.watkanikvoorubetekenen.nl