woensdag 30 juli 2008
Laatste boek Wolkers verschijnt eind augustus
Bij uitgeverij De Bezige Bij verschijnt op 28 augustus het laatste boek van Jan Wolkers: Het was wel een Heel Lief Varkentje. Het kinderverhaal is het laatste dat Wolkers (1925-2007) voor zijn dood achterliet, liet de uitgeverij woensdag weten.
Leonie Hulsman, de aanstaande vrouw van Wolkers' zoon Bob, heeft de illustraties gemaakt bij het kinderboek. Het verhaal is het eerste deel in de nieuwe serie kinderboeken De Blije Bijtjes van de uitgeverij. Jan Wolkers heeft de naam van deze serie bedacht en een jaar voor zijn dood voorgelegd aan directeur Robbert Ammerlaan van De Bezige Bij. Die stemde er graag mee in als eerbetoon aan de schrijver.
zondag 27 juli 2008
Recensie: Monografie van de mond - Willem Jardin
door Misja van der Klomp
Een verhandeling over één onderwerp, een monografie. Willem Jardin (1964), docent in de kunsten en historicus, laat zijn wetenschappelijke ambities overlopen in zijn debuutroman. De mond staat centraal, zij het verticaal, op de kaft en in het verhaal. Dat de twee protagonisten Paul en Frank Heineman, broers in een familiecrisis, zich maar ten dele willen lenen voor dit concept is daarom des te spijtiger.
Lees verder op 8Weekly.
Thriller Esther Verhoef bij de KRO
De KRO wil de verfilming van de roman Rendez-vous van Esther Verhoef uitzenden. De omroep onderhandelt hierover met Endemol.
Dat onthulde de Brabantse thrillerschrijfster afgelopen week tijdens een interview in haar huis in de Dordogne in Frankrijk. Verhoef vertelde daar ook dat ze met haar gezin voorlopig weer in Brabant gaat wonen. Ze is onlangs met haar man Berry Verhoef en hun drie kinderen verhuisd naar 'een dorp in de buurt van Den Bosch'.
Verhoef behoort tot de meest gelezen en productiefste schrijfsters van Nederland. Ze debuteerde in 2003 met het boek Onrust. Haar romans Rendez-vous en Close-Up worden vertaald in het Engels, Duits en Russisch. Van deze boeken zijn intussen bijna 450.000 exemplaren verkocht. In november verschijnt Verhoefs nieuwe roman, Alles te verliezen. (uit Brabants Dagblad)
donderdag 24 juli 2008
Nieuwe roman Grunberg wordt in België gepresenteerd
De nieuwe roman Onze Oom van Arnon Grunberg, die in september verschijnt bij uitgeverij Lebowski, wordt in België gepresenteerd.
Dat gebeurt naar aanleiding van het 'cordon sanitaire' dat de schrijver rond de Nederlandse literatuur heeft getrokken, meldde de uitgever donderdag.
Grunberg liet in november vorig jaar weten zich uit het openbare literaire leven terug te trekken na een relletje tijdens de uitreiking van de AKO Literatuurprijs.
Collega-schrijver A.F.Th. van der Heijden weigerde toen in een ruimte met Grunberg te verkeren. ,,Vanaf nu zal ik over Nederlandse collega's zwijgen en mij beperken tot een beleefde glimlach'', schreef hij in de Vlaamse krant De Morgen.
,,Nooit zal ik meer aanwezig zijn tijdens literaire activiteiten in Nederland.'' De presentatie van de roman vindt plaats in het Belgische Eupen. Grunberg wil volgens de uitgever wel meedoen aan signeersessies en interviews, maar niet op Nederlandse bodem. (bron: ANP)
Frans Pointl ergert zich snel aan mensen
door Nico de Boer voor BN/De Stem
 Frans Pointl in de wandelgangen van Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, is een kattenman. Met vrouwen heeft hij aanzienlijk meer moeite. Foto: Cynthia Boll/GPD.
"Hoe het is om 75 te zijn? Tja", zegt de jubilaris, die twintig jaar geleden in één klap zijn naam vestigde met de prachtbundel De kip die over de soep vloog. "Moeilijke vraag. De ene dag redelijk, de andere dag k.u.t."
Frans Pointl (Amsterdam, 1 augustus 1933), enig kind van een schilder en een Joodse pianiste, slaakt een korte zucht. Opgelucht dat de tocht van zijn sobere vrijgezellenwoninkje in hartje Amsterdam naar het statige grachtenpand van zijn uitgeverij is volbracht. "Ik moet alles in een rustig tempo doen, anders red ik het niet. Het komt door al die kwaaltjes en smerige medicijnen."
Hij moet er elf per dag slikken. "Geen Viagra, hoor. Dat overleef ik niet. Het is voor mijn hart en voor mijn hoofd. Arteritis temporalis. Een ontsteking aan een ader in mijn hoofd. Die hebben er ze eruit gehaald, en nu ben ik aan de Prednison. Vandaar dat ik zo'n dikke kop heb. Ik heb zelfs een pilletje tegen medicijnvergiftiging."
Maar moe of niet, hij steekt meteen van wal. "Ik was bij mijn vriendin in (de Rotterdamse wijk) Overschie. Liepen we over straat. Zij is 75, maar heeft vreselijk veel energie. Zegt ze: loop nou door! Zeg ik: ik kan niet verder. Daar moet je doorheen lopen, zegt ze. Ja, hoor eens, het gaat echt niet, zeg ik. Toen mijn lapjeskat moeilijk liep en we hier in Amsterdam koffie zaten te drinken, vroeg ze wat ik erger zou vinden, dat Vlek dood zou gaan of zij. Waarop ik uit de grond van mijn hart zei: Vlek natuurlijk! Had ik meteen slaande ruzie. Zij wilde uiteraard horen dat ik haar boven die kat stelde."
Pointl heeft met vrouwen een soort haat-liefdeverhouding, altijd gehad. Zijn moeder voorop, met wie hij na de oorlog op een kamer aan de Stalinlaan (nu Vrijheidslaan) in de hoofdstad woonde. Zij was door de oorlog zwaar getraumatiseerd. Ze vormde niet alleen de rode draad in zijn leven, maar ook in veel van zijn verhalen. "Vrouwen zijn moeilijk hoor", verzucht hij. "De meesten dan. Als je ruzie met ze hebt halen ze oude koeien uit de sloot", foetert hij. "Beginnen ze over toen je in 1992 dit of dat zei. Gaan ze allerlei zijwegen bewandelen. Denk ik: waar ging die ruzie nou eigenlijk over? Daar word ik wel moe van, hoor. Als ik vroeger niet een paar vrouwen aan de dijk had gezet, was ik allang overleden."
Frans Pointl heeft iets van een gemoedelijke kater. Maar pas op, net als zijn favoriete dier kan hij, zodra deze zich bedreigd voelt, genadeloos uithalen. "In het complex waar ik woon viel ik eens zo uit dat de betrokkene zei: Zo, dat had ik niet van jou gedacht. Je komt toch over als een timide mannetje. Ja, denk ik dan, kijk maar uit, je moet wel weten hoe ver je kunt gaan."
Zijn feestbundel Poelie de Verschrikkelijke staat in het teken van katten. Niet vreemd voor een kattenman, die veel over zijn geliefde dieren heeft geschreven. "Ik identificeer me altijd met een dier dat niet voor zichzelf kan opkomen. Die wil ik redden, daar wil ik voor zorgen. En het zijn altijd katten. Meestal vond ik ze op straat. Ik meldde ze daarna aan, maar er is nooit iemand een kat bij me komen halen."
Die passie voor katten heeft hij van kindsbeen af. Ze hebben zijn leven verrijkt, zegt hij. "Zwerfkatten hebben een sterke overlevingsdrang. Een kat is een einzelgänger, ondoorgrondelijk, niet slaafs. Een kat heeft ook niet graag een medekat in haar territorium. Het zijn eigenschappen die ik bij mezelf terugvind. En ik vind ze erg lief, vooral als ze op de stoelleuning komen zitten of naast de typemachine. Nu geloof ik niet aan een hemel, maar ik heb in een gedicht geschreven: lieve heer, als er een mensenhemel is, laat me er niet inkomen. Maar als er een kattenhemel bestaat, dan graag!"
Nee, een gezelschapsmens is hij nooit geweest. "Ik weet zelf dat ik niet een van de gemakkelijkste ben, maar mensen irriteren me zo gauw. Ik weet niet wat het is. Ik kan iemand niet te lang om me heen velen. Ik ben geen visitemens. Er komt ook nooit iemand langs, en als er iemand komt, voelt dat als een inbreuk op dat kleine wereldje dat ik zelf heb gecreëerd." Zijn beste kattenverhaal, dat vindt Pointl zelf ook, is Poelie de Verschrikkelijke, over een kat waarin, zo wordt gesuggereerd, Adolf Hitler is gereïncarneerd. "Vic van de Reijt (zijn uitgever, red.) zei: het einde vind ik het mooiste, met die zin Ik ben de enige Jood die heeft gehuild om Hitlers dood."
Behalve kattenverhalen bevat Poelie de Verschrikkelijke een royaal aantal gedichten. Pointl denkt dat hij in totaal zo'n honderd gedichten heeft geschreven, al zou hij zijn jeugdwerk uit de bundel Afscheid van laatste lente liefst uitgummen. "Er staat één goed gedicht in, de rest is verschrikkelijk. Ik vind ze zo huilerig. Ik schaam me er een beetje voor. Raar is dat hè?"
dinsdag 22 juli 2008
Marion Pauw: 'Thriller moet stoer blijven'
Een boek met een autistische man in de hoofdrol moest een keer komen, wist schrijfster Marion Pauw al heel lang. ,,Ik heb er tenslotte ervaring mee, omdat mijn zoon lijdt aan Asperger, een aan autisme verwante stoornis. Hij is heftig in alles. Als hij je lief vindt, knijpt hij je bijna fijn; is hij boos dan roept hij, dat hij zou willen dat je dood bent.''
In haar derde boek, Daglicht, zit de autistische Ray in de gevangenis voor de moord op zijn buurvrouw Rosita. Hij houdt vol dat hij onschuldig is en de jonge advocate Iris gelooft hem.
Pauw heeft haar boek opgebouwd rond Iris en Ray. Naast de vlotte schrijfstijl maakt juist die opbouw Daglicht tot een ongewone en goede thriller. Vooral Ray spat van de pagina's. De angst voor mensen en het onvermogen emoties van anderen te begrijpen, weet Pauw tot in detail vast te leggen. ,,Ray leeft constant in angst: hij weet niet wat mensen bedoelen. Hij doet heel erg zijn best om alles goed te doen. Hij wil leven zoals het hoort.''
Haar eigen kind heeft haar aan het denken gezet als hij weer eens boos schreeuwde in de supermarkt en iedereen haar beschuldigend aankeek. ,,Sinds Supernanny op de televisie is, denken we dat alle kinderen maakbaar zijn. Maar je hebt het niet allemaal in de hand, zeker niet als je kind 'anders' is. Door het onbegrip en de verwijten van mensen om je heen heb ik me lang onzeker gevoeld over mijn capaciteiten als moeder.''
Met Daglicht schrijft Marion Pauw de onzekerheid van zich af. Ze komt ook tegemoet aan haar wens om meer psychologische diepgang aan haar spannende verhalen toe te voegen. Ze had genoeg van de 'eendimensionale' personen in thrillers. Net als in het echte leven moeten haar karakters 'onvoorspelbaar en gelaagd' zijn. ,,Ik wil geen voorspelbaar neurotische moeder, maar iemand die worstelt met haar carrière en de zorg voor haar autistische kind. Bovendien, veel door vrouwen geschreven thrillers vind ik tuttig. Ik wil niet het gevoel hebben dat ik in de 5 Uurshow ben beland. Een thriller moet stoer blijven.'' (uit het AD)
zaterdag 19 juli 2008
Kristien Hemmerechts schrijft Groot Dictee
De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts (52) is de opsteller van het negentiende Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat de Volkskrant samen met de NPS organiseert.
Over het thema van haar dictee wil ze niets kwijt. ‘Het zal een verrassende tekst blijken, ook voor mijn lezers.’
Hoewel ze eerder in de jury van het Groot Dictee zat, heeft ze altijd geweigerd eraan deel te nemen. ‘Ik ben niet goed in spellen; als kind heb ik vaak op mijn kop gekregen voor de vele fouten.’
Voor haar tekst is ze niet speciaal op zoek gegaan naar ‘instinkers’, zegt ze. Toch denkt ze dat het de deelnemers niet gemakkelijk af zal gaan. ‘Ik zou het zelf in elk geval niet goed maken.’
Het Groot Dictee der Nederlandse Taal wordt begin december op televisie uitgezonden. Deelnemers uit Nederland en België kunnen zich kandideren via een voorronde in de Volkskrant.
De komende tijd wil Hemmerechts zich voorbereiden op het voordragen van haar tekst. ‘Ik wil voorkomen dat ik de spelling van sommige woorden weggeef door de uitspraak ervan.’ (uit De Volkskrant)
donderdag 17 juli 2008
Recensie: Misfit - Vincent Overeem
De vorige maand verschenen roman Misfit van Vincent Overeem (1974) is een meeslepende vertelling over een snikhete zomer in de stad, waarin de jonge hoofdpersoon wanhopig verliefd is op de mooie Kaat, maar ook elk moment vreest dat ze hem niet meer ziet zitten. Nu eens loopt ze weg, dan weer ziet hij haar in de armen van zijn huisbaas. En dat terwijl hij haar aanbidt alsof ze het enige is wat hij heeft.
Dat blijkt ook wel een beetje zo te zijn. Terwijl hij zich soms stapelverliefd, soms angstig somber door de zomer slaat, borrelen er verdrongen herinneringen in hem op aan zijn onbeholpen jonge broertje Krijn, dat hij heeft achtergelaten in het dorp van zijn ouders. Zijn ouders heeft hij lang niet gezien; zijn vader, een veearts, verpestte altijd de sfeer sinds zijn broertje geboren werd en zijn moeder kon slecht omgaan met het jochie dat niet kon meekomen op school en thuis steeds maar weer van zijn vader op zijn donder kreeg. Alleen de hoofdpersoon leek zich écht over zijn broertje te ontfermen. Tot die ene afschuwelijke gebeurtenis die de hoofdpersoon het liefst uit zijn gedachten weert.
Overeem debuteerde drie jaar geleden met de verhalenbundel Novembermeisjes en heeft met Misfit een veelbelovend vervolg afgeleverd. (uit DAG)
woensdag 16 juli 2008
Interview met debutant Ricus van de Coevering
door Franca Gilsing
In Nederland debuteren jaarlijks vele ambitieuze schrijvers. Slechts weinigen halen met hun boek een tweede druk. Voor wie positief wordt besproken lonken literaire prijzen en een doorbraak bij het grote publiek. Maar wie zijn nu eigenlijk die namen om in de gaten te houden? Wiens boek oogstte alom lof van de schrijvende media? In een nieuwe interviewreeks met Neerlands meest succesvolle debutanten stelt 8WEEKLY vragen over succes in een kikkerland, ambities en de hooggespannen verwachting van een tweede boek. In hun eerste deel: Ricus van de Coevering, auteur van Sneeuweieren.
Lees verder op 8Weekly.
dinsdag 15 juli 2008
Rotterdams Leescadeau door Judith Visser
Judith Visser (30) schrijft dit jaar het Rotterdams Leescadeau. Dit lokale boekengeschenk wordt tijdens het Lezersfeest op 1 november uitgereikt.
Het Rotterdams Leescadeau verschijnt in een oplage van 40.000. Het is bestemd voor bezoekers van de twaalfde editie van het Lezersfeest, leerlingen uit het voortgezet onderwijs en leden van de Rotterdamse Bibliotheek. Eerder schreven Nelleke Noordervliet, Abdelkader Benali en Pauline Slot het Rotterdams Leescadeau.
In dezelfde periode verschijnt Vissers derde roman Stuk. Met haar controversiële debuut Tegengif haalde de Rotterdamse schrijfster zich in de zomer van 2006 de woede op de hals van hoerenlopers. Zij vreesden herkend, of zelfs betrapt te worden door hun directe omgeving omdat het boek zich afspeelt in Rotterdamse bordelen.
Vorig jaar december was er opnieuw opschudding rond Judith Visser. Een (gratis) lezing die ze zou geven in de bibliotheek van Zuidland werd geannuleerd. Medewerkers van deze bieb vonden haar werk veel te pikant. (uit AD)
Mike Starink schrijft boek over homoseksualiteit
Mike Starink werkt aan een boek over homoseksualiteit. Dat meldt de oud-presentator van programma's als Disney Club en Lijn 4. Met het boek wil Starink, die zelf ook op mannen valt, 'onbegrip en onwetendheid over homoseksualiteit' wegnemen.
Starink schrijft het vervelend te vinden om uit te moeten leggen dat hij niet 'anders' is, 'dat mijn liefde voor een man niet verschilt van de liefde die een heteroman voor een vrouw kan hebben'. Ook de vraag: 'Wie is er in jullie relatie het vrouwtje?' irriteert hem.
De 37-jarige Starink wil in zijn boek homoseksualiteit 'vanuit verschillende invalshoeken, onderzoeken en achtergronden' belichten. "Pas als je weet waar je over spreekt, kun je een oordeel geven." Dat is de reden waarom ik een boek wil maken."
Wanneer het boek uitkomt en waar het wordt uitgegeven, is nog niet bekend. (bron: Novum)
Recensie: Vuur - Mart Smeets
Door Arjen Fortuin voor NRCnext
In godsnaam de Olympische Spelen dan maar! Het is een belangrijk voordeel (zonder nadeel) in dagen van rouwverwerking; in het nieuwe boek van Mart Smeets komt geen voetbal voor. In zijn nieuwe boek Vuur schrijft de televisiepresentator – je hebt een hekel aan hem of je kunt geen hekel aan hem hebben – over zijn ervaringen met olympische sporters.
De traditie wil dat elk sportboek van Smeets minstens één prachtig verhaal bevat. Zo heb ik nooit iets mooiers over de zwijgzaamheid van vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Induraín gelezen dan in Smeets’ boek Dertig (2002). Het beste stuk uit Vuur is een lang gesprek met volleyballer Ron Zwerver over de deplorabele sfeer waarin de Nederlandse ploeg olympisch kampioen werd in Atlanta 1996.
Voor de volleybalkenner zal het oude kost zijn, maar het is hoogst verwonderlijk te lezen hoe al die mannen met namen die je nog net niet bent vergeten (Held, Posthuma, Görtzen) het eindeloos met elkaar aan de stok hadden. Over kwesties als de foto van zijn vriendin die Guido Görtzen in zijn kamer wilde ophangen, maar wat niet mocht van zijn kamergenoot Brecht Rodenburg, (u weet wel), waarna Görtzen de rest van de Spelen door zijn teamgenoten werd gejend. Als je Zwervers’ relaas leest, is het een wonder dat de volleyballers toen überhaupt een wedstrijd hebben gewonnen. Het gesprek met Zwerver is een van de vele stukken in het boek met sporters die Smeets goed kent.
De grappigste stukken zijn die waarin hij de echt grote sportsterren interviewt. Al is het maar omdat daarin blijkt hoe diep de bewondering van de verslaggever is voor echt grote sporters zoals de alom gehate atleet Carl Lewis. Driemaal sprak hij die, eenmaal lang en tweemaal heel kort. In het lange gesprek (1984) is hij kritisch, het tweede gesprek (in 1990) is te kort om journalistiek te zijn en in het derde gesprek (1996) merkt Smeets tot zijn verbijstering dat Lewis zich de voorgaande korte ontmoeting herinnert. De ster lijkt als was in Smeets’ handen. (‘Any time baby, any time.’) Maar er is geen cameraploeg, dus de journalist kan zijn werk niet doen.
De journalist Smeets laat zich in Vuur ook van zijn knorrige kant zien, met verwijzingen naar de paar tv-minuten die er overblijven van mooie interviews, of met klachten over collega’s die pochen dat zij de enige Nederlanders zijn die basketballer Michael Jordan ooit interviewden – Smeets deed dat vier keer.
Veel leuker is hij wanneer hij anno 2000 in een zielloos zaaltje op Schiphol de Roemeense turnlegende Nadia Comaneci (een 10 in 1976) in het bijzijn van haar echtgenoot mag interviewen. Eigenlijk zegt ze weinig opmerkelijks; iets over de Sovjet-Unie, iets over de harde Roemeense school en iets over het liefdadigheidswerk dat ze doet. Hij vraagt haar nog wanneer ze voor het laatst een flikflak heeft gedaan en zij zegt dat het daar op Schiphol in elk geval niet gaat gebeuren, wijzend op haar korte rok. Smeets is dan allang gesmolten: ‘Ik vond haar leuk.’ De schat.
Lees de eerste pagina's van Vuur.
Recensie: De jonge minnaar - Frans van Deijl
door Karin Overmars
De jonge minnaar, het romandebuut van Frans van Deijl, vertelt de geschiedenis van een fatale driehoeksverhouding. Hoofdpersoon is Alexander Tempeliers, een pas afgestudeerde beleggingsadviseur. Hij huurt een kamer bij mevrouw Jurgens, een voormalige stewardess van rond de vijftig.
Terwijl de hospita nietsvermoedend de was ophangt in haar tuintje, verlustigt Alexander zich vanachter het gordijn aan haar zilvergrijze haren, haar geruite kuitbroek en haar vlezige armen. Over die armen komen we ook nog te weten 'dat het niet van dat trillende schubbenvlees was dat je vaker bij oudere mensen zag'.
Een romantische ziel is Alexander niet, dat is duidelijk. Toch is hij vastbesloten de hospita te verleiden. Eerst ontstaat een vriendschap. Hij mag haar Martine noemen. Ze nodigt hem uit voor de koffie en laat hem kennismaken met haar huisdier, een gekooide fret. Op een dag troont ze hem mee naar haar geheime plekje in de duinen. Diezelfde avond trekt zij hem - eindelijk! - met zachte, maar dwingende hand bij haar in bed.
Tot zo ver is er weinig aan de hand. Of toch wel, want het motto van De jonge minnaar - ontleend aan Nabokovs Lolita - suggereert dat in deze roman sprake is van 'beestachtige' en 'ontaarde' liefdespraktijken. En inderdaad, dat klopt wel zo ongeveer.
Aan Alexander Tempeliers is namelijk een behoorlijk steekje los. Hij zit opgesloten in zichzelf, en ook de lezer moet gissen naar zijn diepere beweegredenen. De fret van Martine roept sadistische gevoelens bij hem op - hij voelt zich bedreigd, walgt van het beest, wil het vermoorden. Het is een onvoorspelbaar mannetje, die Alexander. Maar aan de buitenkant merk je niets aan hem. Tegen het einde van de roman krijgt Martine in de gaten dat hij niet 'het droppie' is dat zij in hem zag, maar dan is het leed al geschied.
De ellende is al eerder begonnen, met de entree van een derde personage: Paul, de getrouwde minnaar van Martine. Tot woede van Alexander houdt deze platte boef haar al jaren aan het lijntje, zogenaamd omdat hij zijn gehandicapte dochter niet in de steek wil laten, maar achter haar rug vertelt hij geheel andere verhalen. Op een avond staat hij bij Alexander voor de deur met de begroeting 'Kutzwagertje!' en daarop volgt een gesprek van man tot man. Paul noemt Martine een stewardelletje en een oud vel. Ook vertrouwt hij zijn rivaal toe: ''En ze stinkt soms naar poep. Echt waar, man.''
Alexander doet intussen nauwelijks onder voor de platvloerse Paul. Hij is gefascineerd door de slappe, pokdalige huid op Martines billen. Ook haar tandvlees houdt hem bovenmatig bezig: 'Alexander snuffelde als een hondje en stelde vast dat de adem naar slaap rook, naar koorts - niets bijzonders, en hij dacht dat de maagklep naar behoren functioneerde.'
Zijn liefde voor Martine heeft nog het meeste weg van een geriatrische obsessie. Een interessant gegeven, hoe weerzinwekkend soms ook, maar het valt nog niet mee er een geloofwaardige liefdesgeschiedenis aan vast te knopen.
Schrijver leest voor aan je bed
De Nederlandse auteur David de Poel (1973) heeft een nieuw concept bedacht om zijn tot dusver anonieme schrijverschap te gelde te maken. Hij presenteert zichzelf als schrijver aan bed. Hij komt, tegen het tarief van 55 euro per halfuur, bij mensen thuis voor het slapengaan voorlezen uit eigen werk.
De Poel, van wie in december bij Nijgh & Van Ditmar een biografie van Frans Pointl zal verschijnen, kwam op het idee nadat hij had gehoord van een groepje muzikanten dat bij mensen thuis in de huiskamer een paar nummers kwam spelen. ''Als kind vond ik het fijn voorgelezen te worden. Veel volwassenen vinden dat nog steeds prettig.''
De Poel vindt zijn tarief niet hoog: ''Met installeren en afscheid nemen erbij ben je toch gauw een uur kwijt. Ook mogen de mensen vragen stellen over mijn werk.''
De Poel leest voor uit eigen werk , maar zal desgewenst ook een verhaal van een ander voorlezen. Meer dan twee keer per week aan bed voorlezen is echter niet aan hem besteed. ''Anders krijg ik het veel te druk.''
De Poel publiceerde bij kleine uitgeverijen of in eigen beheer de romans Het verraad (een hommage aan Boudewijn Büch), De buitenstaander, Blauwzeer en de verhalenbundel Mannen in pakken: de grootste viezeriken die er zijn. (uit Het Parool)
Romanpersonage verkocht
Wie graag een keer als romanfiguur in een boek wil fungeren, kon via internet geld bieden voor een eigen personage. Auteur Henk van Straten schrijft de hoogste bieder op veilingsite Ebay in zijn debuutroman Ik ben de regen.
De veiling duurde tien dagen en eindigde afgelopen weekend. De hoogste bieder mag zijn of haar naam en een recente foto naar Van Straten sturen, waarna de schrijver naam, leeftijd en enkele specifieke uiterlijke kenmerken in zijn boek verwerkt. Van Straten blijft nog even stil over het resultaat: "De beste man zit momenteel op Borneo en heeft maar beperkt beschikking over communicatiemiddelen."
Hij benadrukt dat de winnaar geen zeggenschap heeft over het karakter van het personage, wat er met hem of haar gebeurt en in hoeveel alinea's hij of zij voorkomt. "Als ik u laat aftuigen door een groepje peuters met adhd, dan is dat mijn goed recht," aldus Van Straten. "Als ik mijn belofte eenmaal ben nagekomen, zal er geen contact meer tussen ons zijn. We hebben géén band opgebouwd en we gaan ook níet af en toe nog even lekker msn'en of bij elkaar op de koffie."
Het boek verschijnt in oktober en wordt uitgegeven door Lebowksi Publishers in Amsterdam. "Het ging om de promotie, en die heb ik gehad. It was fun while it lasted. Laat het nu maar oktober worden," aldus Van Straten. (bron: Het Parool)
|