BOEKENNIEUWS.COM
HET LAATSTE NIEUWS OVER NEDERLANDSE BOEKEN EN SCHRIJVERS


 

Abonneer je op de RSS-feed    via: Email / RSS

maandag 29 september 2008
Recensie: Onze oom - Arnon Grunberg

Door Arie Storm voor Het Parool

Bar en boos, zo mag de nieuwe roman van Arnon Grunberg wel worden genoemd. Beeldend schrijven was nooit de kracht van het idool van de supporters van anti-intellectuele en vederlichte literatuur; de held, kortom, van de mensen die onze in de kern rijke literatuur graag terug willen zien worden gebracht tot het beperkte terrein van het jeugdboek.

In Onze oom, zoals het boek is getiteld, lijkt het erop dat Grunberg de volwassen lezer murw wil beuken met meer dan 600 bladzijden die gevuld zijn met doorgaans korte zinnen die kopje-onder gaan in een oceaan van nietszeggende herhalingen. Nou, daar slaagt hij glansrijk in.
Hoe pakt hij dat precies aan?
Zo.

Achter elkaar beginnen zinnen met eenzelfde woord: 'Ze lette nauwelijks op...'; 'Ze leek zich er niet van bewust...'; 'Ze pakte een haardroger...'. De bladzijden worden daarnaast gevuld met dialogen waarin alle personages voortdurend twee- of driemaal hetzelfde zeggen. 'Op mij kun je rekenen (...). Dit blijft tussen ons, maar op mij kun je rekenen.' Of: '''En wanneer?'' vroeg hij. ''Ik bedoel: wanneer precies...''' En om het af te ronden zijn er natuurlijk de typische grunbergiaanse levenswijsheden: 'Tussen mens en chaos stond de formaliteit.'

Dat laatste denkt - vermoedelijk, want Grunberg is bepaald geen meester in het hanteren van een strak vertelperspectief - majoor Anthony, de hoofdpersoon in een groot deel van het boek. Deze majoor hecht aan orde en netheid in een verder in onrustige tijden verkerend niet nader genoemd, waarschijnlijk Zuid-Amerikaans land. Dat verlangen naar orde voorkomt niet dat er geen slachtoffers vallen, maar slachtoffers vallen buiten zijn verantwoording. Majoor Anthony doet zijn werk goed, veel te goed.

En dan ontfermt hij zich - met die passage opent het boek - na een huisinval over een zielig overlevend meisje met schattige vlechten; haar ouders zijn bij de inval om het leven gekomen.

De onvruchtbare majoor presenteert haar als een cadeautje aan zijn vrouw, die immers zo graag een kind wil. Majoor Anthony zegt trots tegen zijn buurman: 'Ik wil je even vertellen dat we gezinsuitbreiding hebben gekregen.' En dan treedt Grunberg weer meteen buiten het gezichtspunt van de majoor, om van buitenaf op te merken: 'Een krankzinnige blijdschap lag op het gezicht van majoor Anthony. Een verrukking waaraan hij zelf nog moest wennen.'

De vrouw van majoor Anthony is aanmerkelijk minder verrukt.

Grunberg is een bijzonder expliciete schrijver; hij lijkt voortdurend bang te zijn dat de lezer hem niet begrijpt. Dus krijgen we alles expliciet uitgelegd. Soms, toegegeven, werkt dat wel, zoals in deze zinnen: 'De majoor keek naar haar, zoals hij naar haar had gekeken toen hij haar voor het eerst had gezien. Onderzoekend, geconcentreerd, maar ook licht geëmotioneerd. Haar vlechten hadden hem geraakt, zoals een kunstwerk je kon raken.' Maar verder wordt hier niets mee gedaan; de majoor blijkt niet echt een kunstliefhebber te zijn.

Wel is duidelijk dat niemand zich in deze roman, om het maar eens soft te formuleren, wérkelijk voor een ander interesseert. 'Alle interesse komt voort uit verveling en alle verveling is doodgelopen interesse,' concludeert het groot en grunbergiaans wijs geworden meisje aan het einde van de roman. Maar ze leeft nog. Dat is al heel wat.

Met de majoor gaat het snel - nu ja, snel, we doen er meer dan 300 slopend saaie bladzijden over - mis. Hij is niet de snuggerste en wordt door zijn directe meerdere, die ook de minnaar van zijn vrouw is, op een uitzichtloze missie gestuurd die hij nota bene zelf heeft geïnitieerd. Het noorden van het land moet worden bevrijd van rebellen, en daar gaat de majoor op af met een krakkemikkig konvooi. Op zuurtjes zuigend rijdt het gezelschap soldaten op bermbommen. De majoor overleeft aanvankelijk, maar met hem wordt verder doeltreffend afgerekend door de opstandelingen.

Uiteindelijk houden we dus dat meisje over. En zij ontdekt - de ultieme wijsheid! - dat als je ze niet kunt verslaan, je maar beter met ze mee kunt doen. Maar dan heeft Grunberg alle eventuele belangstelling al volledig bij de lezer weggenomen. Daar hebben de kinderachtige stijl, de suffe dialogen, het uitleggen van alles en het toelichten van elke stap die de personages zetten, effectief voor gezorgd.

Lees hier het eerste hoofdstuk online.


vrijdag 26 september 2008
Boekpresentatie Mijn vrouw heet Petra van Hans van der Beek

Is Mijn vrouw heet Petra een zelfhulproman voor de man? Hans van der Beek (1966) grinnikt tijdens de presentatie van zijn debuut bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar gistermiddag. "Ik mag hopen van niet, want dat zou erg treurig zijn. Maar ik ben bang van wel."


Uitgever Vic van de Reijt spreekt het publiek toe tijdens de boekpresentatie. Naast hem hoofdredacteur Paul Brandt en Hans van der Beek (r).

In Mijn vrouw heet Petra gaat de Limburgse, in Amsterdam woonachtige geschiedenisleraar Peter Pruiser helemaal los. Hij is van zijn vrouw vervreemd, begeert zijn collega Robine Hutting, en zal later in de roman geobsedeerd raken door actrice Chantal Janzen.

Van der Beek laat zijn personage in de goed geschreven, van grappen en oneliners doorregen roman flink uit de bocht vliegen. Hij laat vooral geestig zien hoe de man niet met de vrouw moet omgaan. "Ik heb het allemaal overdreven, hè, laat dat duidelijk zijn. Dit boek is een komedie met tragische kantjes over een man die graag vreemd wil gaan. Toch heb ik van vrouwen die het boek al hebben gelezen, begrepen dat de man zijn blik altijd keurend van boven naar beneden over een vrouw laat gaan. En dat mannen altijd meer willen dan vriendschap. Iets waarnaar Peter Pruiser ook verlangt. Kijk, als een vrouw je 'schatje' noemt is dat een kiss of death, terwijl veel mannen denken dat ze goed bezig zijn."


Van der Beek, in het dagelijks leven journalist bij Het Parool, legt aan SBS Shownieuws uit hoe Chantal Janzen in het boek terecht kwam: "Ik had eerst bedacht dat Peter Pruiser op een fictieve actrice verliefd zou worden, maar het leest toch lekkerder als het een bestaande actrice gaat. Ik had Chantal Janzen al eens voor de krant geïnterviewd. Ik heb officieel toestemming gevraagd om haar naam te mogen gebruiken. Ze vond het goed."


Van der Beek legt aan het publiek uit waarom hij in zijn roman voor Chantal Janzen heeft gekozen. "Zij wordt tot babe van het jaar uitgeroepen, tot mooiste glimlach, tot dansmarieke van het jaar. Wie ben ik om me daartegen te verzetten? Ik vond het heel gênant om een hoofdstuk waarin ik haar twee moedervlekjes in haar decolleté beschrijf naar haar te sturen. Met welke ransaap heb ik nu te maken, zal ze wel hebben gedacht. Gelukkig kan ze overal om lachen. Zij heeft als een van de weinige BN'ers humor en zelfspot. Ze heeft ook het eerste exemplaar van de roman in ontvangst genomen."


Het eerste exemplaar van Mijn vrouw heet Petra wordt uitgereikt aan Chantal Janzen.

De vraag waarom alle journalisten toch een roman willen schrijven is verwacht.
"Ik schrijf veel reportages en grotere verhalen. Dan schurk je al een beetje tegen het echte schrijven aan. Ik wilde gewoon graag eens een roman schrijven.
Ik weet ook wel dat dit geen highbrow literatuur is. Ik heb een roman willen schrijven waar je als lezer een paar uur plezier aan beleeft. Er zit trouwens zoveel reportage in dit boek, dat ik het bijna een journalistieke roman wil noemen. Ook ik heb me, net als Peter Pruiser, ingeschreven bij een modellenbureau, ook ik heb method acting-lessen gevolgd, ik heb gefigureerd in Grijpstra & De Gier. Ik ben bij mijn oud-leraar geschiedenis achter in de klas gaan zitten, ik ben naar de musical Tarzan, met Chantal Janzen, gaan kijken, ik heb kroegentochten gelopen. Dat was het leukste van het schrijven, dat door je eigen roman lopen. En dat je je eindelijk niet aan de feiten hoeft te houden."

Wat vindt zijn vrouw van het boek?
Hans van der Beek: "We zijn 22 jaar samen, maar tijdens het lezen keek ze een paar keer op, en vroeg: 'Wie ben jij?' Hahaha. Ik doe een heel groot beroep op het begrip en het gevoel voor humor van mijn vrouw. Ze zei ook nog: 'Ik mag hopen dat het niet over Hans gaat!'"
(bron: Parool)



Recensie: Onze oom - Arnon Grunberg

Door Arjan Peters voor De Volkskrant

Dat kan Arnon Grunberg dus óók: een behoorlijk vervelende roman schrijven. Met Onze oom vervalt de alleskunner in de retoriek van de driestuiverlectuur.

Twee jaar geleden was Arnon Grunberg als verslaggever een weekje onder onze soldaten in Uruzgan, Afghanistan. Het volgende tekende hij op uit de mond van majoor Robert, die op Kandahar Air Field zat te smullen van een roerbakmaaltijd: ‘Vorige week landde een raket in de slabak in de andere eettent. Eigenlijk zou je daar nu moeten gaan eten.’

De schrijvende bezoeker wist niet wat hij kon verwachten, en de reportages die hij daar en elders maakte, worden gekenmerkt door die onvergelijkelijke mengeling van verbazing, jolijt en dreiging die het soldatenbestaan mirakels aantrekkelijk schijnt te maken. Later dit jaar zal een bundeling van Grunbergs verslagen verschijnen, en dat is iets om de lezer op zijn beurt te doen watertanden.

Voordat het zo ver is, heeft de auteur alweer een vuistdikke roman voltooid, Onze oom, en het is voorstelbaar dat hij voor de beschrijving van de onvruchtbare majoor Anthony in een land waar de noodtoestand heerst vanwege opstandige rebellen en terroristen in ‘de noordelijke provincies’, gebruik heeft gemaakt van zijn recente visites aan oorlogsgebieden. Alleen valt de Grunberg-lezer hierbij niet van de ene verbazing in de andere, en krijgt hij, niettegenstaande de kwantiteit, minder dan hij kon verwachten.

De majoor is een typische antiheld, geen groot denker, een uitvoerder van bevelen, hij wil overal goed doen maar slaagt er slechts in te falen. Hij neemt het meisje Lina mee naar huis, dat onder zijn verantwoordelijkheid wees is geworden, om zijn vrouw Paloma eindelijk het kind te kunnen geven dat zij wenste. Maar Paloma wil geen geroofd kind van een ander.

Hij wil de 145 manschappen die in de noordelijke ‘buitenposten’ klem zitten tussen vijandelijke elementen, met een konvooi gaan bevoorraden.

Een humanitaire missie, om de beschaving te brengen, denkt de naïeveling. Zijn superieuren lachen hem uit, en sturen hem weg in de regen, de barre bergen in, met een flutkonvooi zonder luchtsteun, lijkzakken of dokter.

Dat is vragen om falen.

Al snel stuit het armzalige troepje op bermbommen en rijdt een hinderlaag in. Wáár de majoor ook een operatie begint, binnenshuis of buiten, hij oogst uitsluitend vernedering en snelt zijn dood tegemoet.

In de verte doet de chaos die een losgeslagen individu op oorlogsterrein omringt, denken aan Het behouden huis (1951) van W.F. Hermans.

Maar die sublieme en inktzwarte novelle is beduidend wranger, desolater en indringender dan de sentimentele tragikomedie van Grunberg, over een kind dat officieel is doodverklaard (Lina staat met haar ouders op een dodenlijst), dat door een wanhopige sukkel van een majoor naar zijn huis wordt gebracht en daar in haar pyjamaatje aldoor zingt (‘Als je bang bent, moet je zingen’, had haar moeder ooit geadviseerd), om na allerlei omzwervingen een nieuw bestaan op te bouwen als bikkelharde wapenhandelaarster. Alleen met geweld kun je overleven, is de inmiddels sleets klinkende slotsom die we uit haar wedervaren kunnen trekken.

Grunbergs enorme talent om scènes te schetsen die tegelijk bizar en ontroerend zijn, laat hem in Onze oom in de steek. De majoor is een aandoenlijke strijder – de missie gaat voor het leven, gevoelens zijn onprofessioneel –, maar de conversaties tussen de onttakelde man en het kleine meisje halen het niet bij wat Grunberg met dezelfde gegevens heeft laten zien in de romans Gstaad 95-98 (2002, met Lepeltier en Olga) en Tirza (2006, met Hofmeester en Kaisa), terwijl de schuilkelderscène in De asielzoeker (2003) de ongehoorde gruwel scherper toonde dan majoor Anthony die op het slagveld de afgerukte lichaamsdelen van gesneuvelde kameraden in plastic zakjes loopt te proppen.

Waar zit hem dat verschil in?

‘Hoop stroomde uit hem weg’, staat er al op pagina 20, en misschien komt het door die capitulatie waarmee Onze oom aanvangt, dat het daaropvolgende verwoede gevecht tegen het noodlot een voorspelbaar verloop krijgt, en een schijngevecht wordt – een als gevecht vermomde nederlaag.

Als de majoor door een volkstribunaal is veroordeeld en uit het boek verdwijnt, vervalt Grunberg bovendien in de retoriek van de driestuiverroman. Lina bezoekt het huis waar ze ooit woonde, en waar nu een vreemde man is ingetrokken.

‘Ik woon hier, meneer. Samen met mijn ouders. Weet u waar mijn papa en mama zijn?’

Later krijgt ze een kind, Karl. ‘Ik ben jou dode mama,’ fluistert ze dan, ‘en jij bent mijn levende zoontje.’ En dan gaat het kind nog dood ook. Zul je altijd zien.

In zekere zin bewijst Onze oom dat Arnon Grunberg een alleskunner is: zo veelzijdig namelijk dat hij ook een behoorlijk vervelende roman in huis blijkt te hebben.

Lees hier een fragment uit Onze Oom.



Recensie: Lange dagen - Pia de Jong

Door Edith Koenders voor de Volkskrant

Bij de eerste zin van Lange dagen, de debuutroman van Pia de Jong, krijg je het gevoel een jeugdboek in handen te hebben: ‘De winter waarin ik veertien werd veranderde onze speelkamer langzaamaan in een kapiteinshut.’

Aan het woord is Eva, die terugblikt op een survivaltocht met haar ouders, broer Steven en oud-klasgenoot Axel door Fins Lapland. Waarschijnlijk speelt het verhaal zich af in de jaren ’70 of ’80, toen er nog geen mobiele telefoons bestonden – en al hadden die bestaan, Eva’s vader is zo’n rechtlijnig, gefrustreerd type dat terugverlangt naar moeder natuur en die hulpmiddelen vast verworpen had.

Lange dagen is schematisch van opzet. Vader is een tiran, moeder een volgzame sloof, broer een levensmoeë puber, vriendin Madeleine alles wat Eva niet is, frivool en zelfbewust en Axel is weer de tegenpool van Steven, stoer en sterk.

De schrijfster laat weinig aan de verbeelding over; ze benoemt gevoelens en gedachten en stopt weetjes in haar tekst als ‘Travemunde, een havenstad in Duitsland’ en ‘qua-tre-mains, dat is Frans’.

Er doen zich ongeloofwaardige gebeurtenissen voor. Voor ze de wildernis ingaan, wordt Eva bijna verkracht door een Duitser. Axel slaat hem neer en Eva klopt haar kleren af alsof ze slechts gestruikeld is. Pas meer dan een week, vele ontberingen en honderd bladzijden later vraagt ze aan Axel: ‘Wat heb je met hem gedaan?’ Wilde De Jong er op de valreep nog een misdaadverhaal van maken?

Woeste natuur en een gezin met pubers op overlevingstocht kunnen ingrediënten zijn voor een subtiel emotioneel spel en prachtige natuurbeschrijvingen, maar die zijn in Lange dagen geen van beide te vinden.



Recensie: Vallende stilte - Gerrit Kouwenaar

Door Piet Gerbrandy voor De Volkskrant

Vallende stilte, is dat een stilte die invalt, een zwijgen dat intreedt, of gaat het om een stilte die, na langdurig geheerst te hebben, ten val komt? En als dat laatste het geval is, is het resultaat dan geluid, of juist een nog diepere stilte dan tevoren?

Ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag stelde Gerrit Kouwenaar onder de titel Vallende stilte een bloemlezing uit eigen werk samen, de vrucht van zestig jaar schrijven, dat in toenemende mate bepaald werd door existentiële paradoxen.

‘Het wemelt stilstand’, zegt de dichter, die meende dat doodmaken van alle maken wel het volmaakste is, en in wiens idioom een woord als ‘onteigenen’, overeenkomstig de twee betekenissen van het voorvoegsel ‘-ont’ (denk aan ‘ontdoen’ en ‘ontstaan’), zowel verwijst naar verlies als naar vereenzelviging. Als geen ander heeft Kouwenaar gepoogd wereld en taal te laten samenvallen in gedichten die de onmogelijkheid van die poging telkens opnieuw laten zien.

Aan de hand van deze bloemlezing, waarin het zwaartepunt is komen te liggen op de laatste twintig jaar, kan men Kouwenaars ontwikkeling volgen van zoekende, politiek geëngageerde Vijftiger naar koel en zakelijk opererende taaltheoreticus in de jaren zestig en zeventig, die in het decennium daarna zijn klassieke, welluidende vorm vindt en sinds Een geur van verbrande veren (1991) is uitgegroeid tot een van de meest lyrische dichters van ons taalgebied.

In Vallende stilte staat niet één slecht gedicht, het overgrote deel van de bundel is van een niveau waarvoor men niet anders dan het diepste ontzag kan hebben. Dit kan het dus opleveren wanneer je je leven wijdt aan het formuleren van wat zich niet in taal laat vangen.

Wat moet men citeren uit een boek dat louter sterke strofen bevat? Misschien behelzen deze drie regels de kern van het gehele oeuvre: Hoe besterft men de tijd, erft men/ het steenrijk gedicht, de nachtegaal slaat/ met stalen nagels de taal dicht Dood opleggen aan tijd, woorden zo sterk maken als steen, de taal begraven in nachtelijk zingen. Steeds weer ‘waait stof in de klok’, maar Kouwenaars werk zal beklijven.


donderdag 25 september 2008
Recensie: Boogschutters - Maria Stahlie

Door Karin Overmars voor Het Parool

Boogschutters van Maria Stahlie opent met een wanhoopsbrief die hoofdpersoon Alex Wigman schrijft aan zijn getrouwde minnares Françoise. Zij is sinds kort bij hem weg. Aan het geëxalteerde proza te oordelen - 'Ik ben verloren, Françoise, onomkeerbaar verloren!' - zouden we wel eens met een schrijver van doen kunnen hebben, en jawel, dat hebben we: Alex Wigman schrijft romans en dat doet hij op zijn boerderij in de Bourgogne.

Hoewel de relatie met Françoise puur seksueel was en Alex haar bovendien zelf heeft weggejaagd, tilt hij erg zwaar aan de breuk. Hij ziet er een keerpunt in. Daarom besluit hij zich op papier, in de brief dus, volledig aan Françoise uit te leveren; hij zal de hele mens Alex Wigman verklaren en van voetnoten voorzien, en misschien - 'Ik smeek je, Françoise, ik smeek het je!' - komt zij dan terug.

Parallel aan de brief loopt de eigenlijke roman, die is geschreven in de derde persoon en waarin we dus met enige afstand naar Alex kijken. Hij moet onverhoeds naar Nederland rijden omdat zijn stervende ex-schoonmoeder hem iets belangrijks wil zeggen. Aangekomen bij haar sterfbed is zij al niet meer aanspreekbaar. Ook hierin ziet Alex een keerpunt. Alex is een beetje de man van de keerpunten.

Toch raakt de lezer geïntrigeerd: wat is dat toch met die Alex? Gevoel voor drama kan hem niet worden ontzegd, maar daar is hij schrijver voor, en bovendien is dankzij het laatste keerpunt een geweldig romanidee in hem neergedaald. Terug in de Bourgogne gaat hij verwoed aan het werk. Niet voor lang, want het is zomervakantie en daar komt zijn ex-vrouw Vera aangereden, met in haar kielzog een stoet familieleden die Alex allemaal van zijn werk zullen houden. Dat levert een paar mooie scènes op, waarin de gekwelde schrijver halsbrekende toeren uithaalt om de indringers te ontvluchten.

Hier raken we aan de kern van de roman. Alex wordt het nauw gedreven door de mensen van wie hij het meeste houdt - hoewel, hoe diep gaat zijn liefde eigenlijk? Zijn dierbaren lopen hem voor de voeten, zijn minnares was hem tot last, zijn kinderen - in het bijzonder puberdochter Lisette - hengelen naar zijn aandacht, maar Alex geeft niet thuis, gepreoccupeerd als hij is met zijn brief, zijn roman en zijn reeks keerpunten. Alex Wigman is een grote egoïst, en dat besef dringt pas goed door als hij een door Lisette geschreven verhaal leest. Wat weet hij eigenlijk van haar? En van de anderen? Boogschutters, de titel zegt het al, gaat over het onvermogen de ander werkelijk te raken.

Eén zin blijft Alex tegen het einde steeds herhalen: 'Hij die leeft zoals het hem het beste uitkomt, zal niet sterven zoals het hem het beste uitkomt.' Maar wat je zou verwachten, namelijk dat deze egoïst zijn leven betert, gebeurt niet. Hij is eigenlijk best over zichzelf te spreken. Maakt niet ieder mens fouten? Is het leven niet voor iedereen een dwaaltocht? Alex vindt van wel. Bovendien, en dat is een beetje pijnlijk, brengt hij die slappe smoesjes als een diep en dapper inzicht - hij voelt zich een gelouterd man.

In een roman als Boogschutters die zo ambitieus is opgezet en waarin zo veel overhoop wordt gehaald, is dit einde een zwaktebod: joh, iedereen maakt fouten. Daarmee kunnen we het doen.


woensdag 24 september 2008
Boekpresentatie Suezkade door Jan Siebelink

In de Zuilenzaal van Felix Meritis in Amsterdam presenteerde De Bezige Bij vanmiddag Suezkade, de nieuwe roman van Jan Siebelink.

Van het nieuwe boek zijn maar meteen 100.000 exemplaren gedrukt. Van zijn vorige roman, het met de AKO-prijs beloonde Knielen op een Bed Violen, werden in de eerste drie jaar al meer van 500.000 boeken verkocht. Het is nu aan de 47ste druk toe.

De hoofdpersoon in Suezkade is de zesentwintigjarige Marc Cordesius, leraar Frans aan het gymnasium.

Vanaf de eerste dag wordt hij getroffen door Najoua, in wie hij een zielsverwant herkent. Vanwege zijn innemende verschijning krijgt Marc direct het vertrouwen van de rector en na verloop van tijd verwerft hij een eigen lokaal, een haast paradijselijke enclave - maar voor hoe lang?

Suezkade is een roman over een geestdriftig maar precair docentschap en een fatale liefde.

Boekennieuws.com was erbij en klikte even rond:



Derek de Lint las een fragment voor uit de roman...


Ronald Plasterk (Onderwijs, Cultuur) noemde de 70-jarige Siebelink, wiens leven na Knielen op een Bed Violen door de enorme populariteit een gekkenhuis werd, een 'soort popster'. Zeldzame taferelen speelden zich af tijdens Siebelinks tournee door Nederland. De bewindsman heeft de nieuwe tekst op vakantie in Suriname al gelezen. Hij vindt het een "prachtig boek, allemaal reuze spannend en mooi."

"Het gaat ook over onderwijs. Siebelink is daar kritisch over. Ik weet niet of het kritisch genoeg is. Het speelt zich af in de lerarenkamer, maar er zijn nu zulke grote scholengemeenschappen, dat de lerarenkamer daar niet eens meer een rol speelt", klaagde de minister.

"We hebben een poëtische minister. Ik denk dat het allemaal in een ander vaarwater gaat komen", stelde het feestvarken Siebelink op zijn flitsende knalrode lakschoenen.



Cabaretier Diederik van Vleuten, die de feestrede hield, was ook zwaar onder de indruk van het nieuwe boek. "Wie hierbij zijn ogen drooghoudt, heeft niets van het leven begrepen", sms'te hij de auteur meteen nadat hij het uit had.


dinsdag 23 september 2008
Mijn jaar met Volkert

Wie is Volkert van der G.? Schrijver Johan Faber verdiepte zich een jaar in de man die op 6 mei 2002 Pim Fortuyn vermoordde, en schreef een boek over hem. ‘Een gewone man die iets ongewoons had gedaan – zo leek het.'

Op een doordeweekse dag in januari 2007 ging bij mij thuis de telefoon. ‘Ja, met Volkert’, sprak een stem aan de andere kant van de lijn. Die stem was het eerste dat me opviel: Volkert had een knauwend, kennelijk Zeeuws accent.

In die periode wist ik nog niet veel over ‘Volkert van der G.’. Hij had gestudeerd in Wageningen, hij had jarenlang procedures gevoerd tegen milieuvergunningen en op 6 mei 2002 was hij naar Hilversum gereden en had hij Pim Fortuyn doodgeschoten, dat was eigenlijk alles. Van zijn stem had ik me, tot dat moment, nog geen voorstelling gemaakt.

Volkert kwam meteen ter zake – hij belde om te reageren op de brief die ik hem had geschreven, de brief waarin ik mijn idee voor een boek over hem had uiteengezet. Ik wilde hem interviewen, of op zijn minst kennismaken. Na wat inleidende frasen over en weer stelde mijn beoogde hoofdpersoon de voor de hand liggende vraag: waarom?

Lees verder


zaterdag 20 september 2008
Willeke van Ammelrooy schrijft een autobiografie

Willeke van Ammelrooy gaat samen met een schrijfster een boek schrijven over haar carrière, dat vertelde ze vrijdag aan RTL Boulevard.

Over de loopbaan van de actrice werd al eerder een documentaire gemaakt door de dochter van Willeke. Naar aanleiding daarvan werd ze benadert door de schrijfster of ze haar carrière ook in een boek wilde vastleggen.

Met de gezondheid van Willeke gaat het ondertussen beter. Bij de actrice werd eerder dit jaar kanker geconstateerd. Gisteren was Willeke in het ziekenhuis voor weer een onderzoek. De chemokuur die ze eerder deze maand had is goed gegaan. De dokter vond gisteren dat het goed gaat met haar en dat het allemaal voorspoedig geneest.

Willeke is nu dus druk met een eigen boek. Of haar ziekte er ook in voor komt weet ze nog niet.
(bron: RTL Shownieuws)


donderdag 18 september 2008
Ararat van Frank Westerman op shortlist Britse literatuurprijs

Het is de eerste keer dat een Nederlands auteur voor deze onderscheiding in aanmerking komt. ‘Totaal innemend’, motiveert de jury haar keuze voor Ararat, een boek over geologie en mythologie aan de hand van deze 5165 meter hoge vulkaan in Turkije, waarop volgens de bijbel de ark van Noach is vastgelopen.

De prijs, waaraan een geldbedrag van £3000 verbonden is, gedenkt de schrijvende bergbeklimmers Peter Boardman en Joe Tasker die in 1982 zijn omgekomen op de Mount Everest. De winnaar wordt bekendgemaakt op 22 november.

Ararat, dat eind augustus in het Engels verscheen, oogst lovende kritieken. ‘Als er dit jaar één buitenlands boek het waard was vertaald te worden, dan Ararat’, schreef The Times. Deze week is op de Nederlandse ambassade te Berlijn ook de Duitse vertaling van Ararat gepresenteerd.

Frank Westerman (1964) is auteur van onder meer De Graanrepubliek, het meervoudig bekroonde Ingenieurs van de Ziel en El Negro en ik, dat is onderscheiden met de Gouden Uil Literatuurprijs. Zijn werk verschijnt in een tiental talen.
(bron: Boek.be)



De genomineerden voor de AKO Literatuurprijs 2008

Op 17 september 2008 is in het VARA/NPS-televisieprogramma Pauw & Witteman bekendgemaakt welke schrijvers genomineerd zijn voor de AKO Literatuurprijs 2008.



De zogenaamde Toplijst bestaat uit de volgende zes titels:
Machiel Bosman met Elisabeth de Flines, Tomas Lieske met Dünya, Doeschka Meijsing met Over de liefde, Bianca Stigter met De ontsproten Picasso, Chris de Stoop met Het complot van België en Leon de Winter met Het recht op terugkeer.


woensdag 17 september 2008
Herstel: Anna Enquist stopt niet met schrijven

Anna Enquist, pseudoniem van Christa Widlund-Broer, zet een punt achter haar schrijverschap. Dat zegt zij in een interview in het oktobernummer van het feministisch maandblad Opzij, meldde een woordvoerder van de redactie dinsdag.

Frappant bericht. Dus even bellen met de Arbeiderspers, haar uitgever. Daar zijn ze met verstomming geslagen. 'En u gaat ervan uit dat dat bericht van het ANP op Nu.nl klopt?' Daar mag je in principe van uitgaan, ja. De Arbeiderspers heeft Enquist al per mail om een reactie gevraagd, maar kan haar niet bereiken.

Als ik haar thuis bel, rond kwart voor zes, is er meer geluk. Net voor ze naar de opera vertrekt, komt ze even aan de lijn. Het valt volledig uit de lucht. Ze heeft nooit van stoppen gesproken, zegt ze. 'Het lijkt er sterk op dat ze bij Opzij sensatie willen maken. Het was een lang interview, en ik heb hooguit gezegd dat ik nu even geen idee heb wat ik hierna moet gaan schrijven.'

Maar dat is de normale reactie van een schrijfster die net haar hele ziel in een boek heeft gestopt? 'Inderdaad. Van een officiële stopzetting van mijn schrijverschap is geen sprake.'

Zo bent u ook weer mee.

Op 10 oktober verschijnt Enquists nieuwe roman Contrapunt, een ode aan haar overleden dochter Margit.


maandag 15 september 2008
WPG schenkt boeken aan Suriname

Duizenden boeken, zowel klassieke als moderne titels, romans en gedichtenbundels, uit de fondsen van uitgeverijen Querido, Querido Kind, Nijgh & Van Ditmar, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Archipel, De Arbeiderspers, Balans en De Bezige Bij zijn deze week aangekomen in Suriname.

De literaire uitgeverijen van WPG Uitgevers in Nederland hebben een grote schenking gedaan van enkele duizenden boeken aan de gerenoveerde bibliotheek van Cultureel Centrum Suriname (CCS) in Paramaribo.

De CCS stelt zich ten doel de culturele belangen van de Surinaamse bevolking te dienen op het gebied van documentatie, informatie, educatie, recreatie en vorming. De bibliotheek, van start gegaan in 1949, beschikt over een informatie- en documentatiecentrum, een leeszaal, een studiezaal en twee bibliotheekbussen. Het netwerk van de ccs bibliotheek omvat eveneens zeven filialen, gevestigd in vijf districten van Suriname.
De laatste uitbreiding en renovatie van de bibliotheek van het ccs vond inmiddels meer dan dertig jaar geleden plaats. In opdracht en met steun van de Nederlandse ambassade is het hoofdgebouw van de bibliotheek, gelegen in het centrum van Paramaribo, gerenoveerd, worden de langverwachte internetfaciliteiten (digitale bibliotheek) tot stand gebracht, en wordt binnenkort gestart met een bibliotheekschool.

Een van de speerpunten van deze onderneming is uiteraard vernieuwing van de verouderde bibliotheekcollectie. Het ccs hoopt van harte dat ook andere Nederlandse uitgeverijen een bijdrage willen leveren.

De nieuw in te richten bibliotheek, die uiteindelijk een omvang van 55.000 boeken hoopt te krijgen in 2010, zal bij de opening in oktober, dankzij bovenaangegeven uitgeverijen, o.a. voorzien zijn van klassiekers als Nescio, Elsschot, Hugo Claus en Frank Martinus Arion, van moderne titels van Arnon Grunberg, Doeschka Meijsing en Anna Enquist, en vertaalde werken van Roddy Doyle, Paulo Coelho en Philip Roth.


donderdag 11 september 2008
Lemniscaat voelt zich genaaid door Bol.com

Lemniscaat, een kleine onafhankelijke uitgeverij van kinderliteratuur en non-fictie, bindt de strijd aan met zijn grootste klant: Bol.com. Lemniscaat zegt door de online boekeverkoper te worden gechanteerd. Bol.com ontkent dat hiervan sprake is, maar zette wel 590 van de 680 titels van Lemniscaat op ‘niet leverbaar’.

Waar het allemaal om gaat?
Korting. Bol.com dwingt kleine uitgevers tot veel te hoge kortingen, verklaart Lemniscaat in een persbericht. En als je niet zwicht, haalt Bol.com je aanbod van zijn website.

Vechtend rollen de twee over straat. Het is David tegen Goliath, want Bol.com is veel groter dan Lemniscaat én de grootste klant van die uitgeverij. ‘Maar zwichten voor chantage is niet aantrekkelijk: gaat het vandaag nog om zo’n 5 procent extra marge, morgen staan ze wellicht weer op de stoep,’ vertelt Jean Christophe Boele van Hensbroek van Lemniscaat aan Marketingfacts. De uitgever wil dat hellend vlak niet betreden en biedt geen extra korting.

Bol.com is hierover verbaasd. Inmiddels is het bedrijf groot genoeg om onder de condities van een grote boekenwinkel te mogen inkopen. ‘Dat is nu eenmaal hoe ondernemen werkt,’ sneert Bol.com directeur Ropers in datzelfde artikel op Martketingfacts. Hij vindt dat Bol.com meer inkoopvoordeel zou moeten krijgen, net als de grote boekhandels. ‘Andere partijen doen in ruil voor extra korting iets voor ons. Bol niet,’ pareert Leminscaat in het NRC.

En zo buitelen de partijen over elkaar. Bol.com is natuurlijk een grote speler, Lemniscaat een kleine jongen. Maar de kleine David trekt op een slimme manier alle registers van de media open, om Goliath op de knieeën te dwingen. Slim, want Bol.com zal door alle aandacht wel met een nieuw voorstel moeten gaan komen. Chapeau voor Leminscaat!

p.s. Het hele verhaal werd door Marketingfacts op heldere wijze weergegeven. Hier kunt u het gekissebis de hoor en wederhoor nog eens rustig nalezen. Een aanrader.
(van Bizz.nl)



Recensie: Die Zomer - Wanda Reisel

Door Arie Storm voor Het Parool

Het creëren van sfeer en het oproepen van een overtuigend decor zijn al vanaf haar debuut (Jacobi's tocht, 1986) sterke punten van Wanda Reisel. Er volgden nog de nodige stemmige titels, waaronder haar eerste roman, Het blauwe uur, en Witte liefde (2004). De laatste roman werd bekroond met de Anna Bijns Prijs (ik had toen zelf zitting in die jury, maar dit terzijde).

Hoewel het in haar proza lang niet altijd rozengeur en maneschijn is, zijn het toch boeken die het vermogen hebben je gelukkig te maken. Juist door die sfeer en dat decor. Je bent er als lezer in zekere zin even écht, in die wereld die wordt opgeroepen; misschien gaat het er niet altijd even prettig aan toe, maar je krijgt er toch een leven bij.

Die kracht van Reisel zit weer helemaal in Die zomer, haar nu net verschenen roman. De titel verwijst naar de zomer van 1970. Alleen al van het uitspreken van het jaartal 1970 word ik op de een of andere manier gelukkig. Dat is waarschijnlijk nostalgie of romantisering, maar Reisel is wel de schrijfster die dit gevoel kan aanwakkeren. En dat doet ze volledig in Die zomer.

Hoofdpersoon Dana Davidson, een meisje van zeventien, wordt onder andere effectief getypeerd door haar muzikale smaak: 'Ze draait Janis Joplin (...) en ze houdt van de
Beatles én de Stones, wat volgens bepaalde types niet mag, van The Doors en Pink Floyd en Led Zeppelin en stiekem draait ze wel eens Françoise Hardy en France Gall, waar anderen van moeten kotsen.'

Het vierde hoofdstuk, getiteld Huis aan het park, vormt wat betreft het specifiek oproepen van die tijd een hoogtepunt. Dana keert na een mislukt avontuur in Parijs terug naar haar ouderlijk huis, 'dat met aristocratisch geduld op haar komst stond te wachten'. Het is een groot herenhuis aan het Vondelpark, in Oud-Zuid. Er is niemand thuis en met Dana maken we een schitterende dwaaltocht door huis en tuin en vervolgens park. Heerlijk!

Maar ook in deze roman van Reisel is het niet één en al geluk wat de klok slaat. Terwijl verder iedereen in dit boek zich tamelijk onbekommerd lijkt onder te dompelen in die 'summer of love', houdt Dana enige afstand. Ze doet wel mee, maar met mate. Er sluipt ongemerkt de nodige tragiek in haar leven. Is het leven inderdaad wel één groot feest of zit het toch anders in elkaar? Ergens in deze roman staat een zin die begint met de opmerking dat een warme golf alles overspoelde, maar die constatering wordt direct gevolgd door een relativerend beeld: 'Een olieachtig glanzende, perfecte zeepbel dreef langs.' Ja, misschien waren die jaren zeventig inderdaad wel één gigantische zeepbel.

Er is ook een enorme sociale druk om mee te doen, ervaart Dana: 'Ze moest meedoen aan de ongeschreven wetten, ze kon het zich niet permitteren aan de kant te blijven staan kijken, ook al woonde zij, een heuse joodse prinses, in een paleis aan het park van deze magische stad...'

Dana is, en daar blijkt de vaardigheid van Reisel uit, voor deze roman de ideale hoofdpersoon: enerzijds maakt ze deel uit van de gebeurtenissen - ze is erbij betrokken - anderzijds houdt ze voortdurend een zekere afstand. En in die positie verkeert ook de lezer. Door de precieze beelden die Reisel aanbiedt, lijk je op te gaan in die tijd, maar tegelijkertijd kijk je er met een zekere verbazing naar. Het verleden blijft toch altijd een vreemd land, zoals L.P. Hartley eens schreef; ze doen de dingen daar anders. In de jaren zeventig deden de mensen de dingen werkelijk anders en Reisel laat dat door de ogen van die een tikkeltje afstandelijke hoofdpersoon fraai zien.

Rode draad in de roman, die het verder niet echt moet hebben van een adembenemende plot, is de vraag wanneer en door wie Dana zich zal laten ontmaagden. Dat lijkt een triviale kwestie in een wereld die van de onbekommerde seks aan elkaar hangt, maar in Die zomer voert die vraag via enkele omwegen (idealistische vriendjes, oversekste docenten) naar een enigmatisch slothoofdstuk.

Dana zoekt het erotische geluk uiteindelijk heel erg dicht bij huis in een onmogelijke, incestueuze liefde. Dat levert een ontroerend slot op. Het is alsof Reisel wil zeggen dat het verleden wellicht dichtbij en tastbaar lijkt te zijn, maar dat het onmogelijk en zelfs bijna verboden is er helemaal in op te gaan. Zoiets. Waarmee dit boek veel méér is dan een nostalgische trip; al moet ik toegeven dat ik geregeld het gevoel had er (weer) werkelijk te zijn, daar, in die zomer, in 1970. Dat is prachtig, maar je voelt je er inderdaad ook enigszins ongemakkelijk onder.


woensdag 10 september 2008
Paul Verhoeven presenteert zijn boek over Jezus

Filmregisseur Paul Verhoeven heeft gisteren bij uitgeverij Meulenhoff in Amsterdam zijn boek Jezus van Nazeret gepresenteerd. Het boek is het resultaat van een twintig jaar lange zoektocht naar de historische Jezus. Hierin schrijft hij bijvoorbeeld ook zijn bevinding dat Maria verkracht is.

Verhoeven, die van kindsbeen af gefascineerd is door Jezus, wilde aanvankelijk een film maken over 'm maken. In 1986 werd hij toegelaten tot het Jesus Seminar in Californië, een hoog aangeslagen wetenschappelijke denktank van hoogleraren in theologie, exegese, bijbelgeschiedenis, linguïstiek en filosofie. Als enige leek mocht Verhoeven aanschuiven bij dit exclusieve gezelschap, dat zich toelegt op het afpellen van alle kerkelijke en mythische lagen van de Christus-figuur om uiteindelijk uit te komen bij de 'echte Jezus van vlees en bloed'.

In Jezus van Nazaret laat Verhoeven hypotheses de revue passeren die gelovigen al gauw blasfemisch in de oren klinken, maar vanuit filmisch oogpunt zeer interessant zijn. Zo overweegt de maker van Turks Fruit, Spetters en Basic Instinct de mogelijkheid dat Jezus werd verwekt door een Romeinse soldaat die Maria verkrachtte. "In een aantal joodse bronnen wordt de naam van de soldaat genoemd die Jezus heeft verwekt: Pantera. Of daar enige historische betekenis aan moet worden gehecht valt te betwijfelen, maar die naam werd in die tijd wél gebruikt. Een jaar of veertig geleden is er in Duitsland een grafsteen gevonden van een Romeinse soldaat, hij was een boogschutter en hij heette Pantera."
(bron: RKK)


maandag 8 september 2008
Het meest geflopte boek van 2007

Door Lorianne van Gelder voor De Pers

Elk succesvol bedrijf kent een flop. Voor een van de grootste uitgeverijen van Nederland, Ambo Anthos, was dat David Mulders Hexum. Uitgever Wanda Gloude, op de opening van het boekenseizoen Manuscripta: ‘Buitenlandse schrijvers gooien we er wel meteen uit.’

Wat was de literaire schade?
‘We hadden gehoopt op 6.000 verkochte exemplaren. Het werden er maar 2.000. Dat was toch wel een commerciële tegenvaller.’

Kan Mulder niet schrijven?
‘Nee, daar lag het niet aan. Misschien was het de titel, Hexum, niet iedereen weet wat dat betekent. Of we hebben de marketing niet goed gevoerd.’

Dus toen is de schrijver maar uit het bestand gegooid.
‘Helemaal niet. Het is jammer dat dit boek geen kaskraker was, maar we blijven wel investeren in Mulder. Buitenlandse schrijvers gooien we er sneller uit. We zijn toch een commercieel bedrijf. De concurrentie in het boekenvak is keihard geworden.’

Wat houdt jullie dan aan de top?
‘Bestsellers. Dit jaar was dat de thriller Blauw water van Simone van der Vlugt, net genomineerd voor de NS publieksprijs.’

Ah. Liever een spannend boek dan literair geneuzel.
‘Thrillers zijn toegankelijker dan romans, ja. Ze verkopen beter.’


zondag 7 september 2008
Voor 'Manuscripta-beleving' moet je wel heel wat doen

Door Diana Chin-a-fat voor het AD

Manuscripta maakt van het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam-West een literair dorp. Een dorp dat twee dagen onderdak biedt aan 225 uitgeverijen en meer dan 200 auteurs.

Harry Mulisch, wiens roman Twee vrouwen volgende maand centraal staat in de actie Nederland Leest, was er. En A.F.Th (van der Heijden), Kader Abdolah, Kluun, Hugo Brandt Corstius en wie al niet.

Er waren signeersessies, lezingen, interviews, sneak previews (onder meer van Suezkade, de nieuwe roman van Jan Siebelink die eind deze maand verschijnt) en workshops, zoals het ludieke Versier een vrouw met kabeljauw. Ruim vijfduizend boekenliefhebbers kwamen af op de tweede editie van de boekenbeurs.



De zondag van Manuscripta, wanneer de lezer welkom is (de maandag is voor het boekenvak en de media), luidt het begin in van het boekenseizoen. Het punt vanwaar er jacht kan worden gemaakt op alle boeken die net uit zijn of op het punt staan uit te komen.

Die jacht werd ietwat bemoeilijkt door literaire gadgets, heel veel literaire gadgets. Van pen tot fortune cookie, van gum tot gratis proefmonsterboek. Je zou bijna vergeten dat dit festival om boeken draait.

In de wandelgangen hoorde je dan ook meer dan eens twee vragen stellen. Is Manuscripta er vooral om mensen die werken in het boekenvak te informeren? En: Is Manuscripta er om nieuwe lezers te enthousiasmeren?

Met het werven van nieuwe lezers, waar de uitgeverijenbranche zo op gebrand is, zouden de lezers die er al zijn bijna worden vergeten. Laat Manuscripta vooral voor hen een feestje zijn vol leuke stands, acties en benaderbare auteurs, zó vol dat je soms niet weet waar te beginnen.

De manifestatie bood ook kookboekdemonstraties, een graphic novel-faculteit en een gesprek over de zogenoemde embedded journalistiek. Bovendien konden de bezoekers een blik werpen in het het binnenkort te openen kindermuseum Het Huis van Aristoteles op het Westergasterrein.

Voor een beetje 'Manuscripta-beleving' moest je dus wel wat doen. Door de drukte - het leek op sommige plekken wel de uitverkoop - neigde je ernaar de allerleukste plekken over te slaan. Maar met een beetje assertiviteit, een grote tas voor alle 'cadeautjes' en een goede planning kan de boekenliefhebber het op Manuscripta prima uithouden.



Publieksdag Manuscripta druk bezocht

Manuscripta 2008 zorgde voor een bruisende start van het nieuwe boekenseizoen. Tot de ruim 5.000 bezoekers behoorden de fine fleur van de literatuur en de top van de kinder-en jeugdliteratuur.

De tweede editie van Manuscripta werd uitgebreid met kookboekdemonstraties, een graphic novel-faculteit, discussies over uitgaven van embedded journalism en de voorbezichtiging van het binnenkort te openen kindermuseum Het Huis van Aristoteles.

Een van de hoogtepunten van de dag was de bekendmaking van de zes genomineerde titels voor de NS Publieksprijs 2008.

Veel belangstelling was er voor het te verschijnen boek van Jan Siebelink, Suezkade. De tweede dag van Manuscripta, morgen, is gereserveerd voor de mensen uit de boekenbranche.



Strijd om NS Publieksprijs barst los

Boeken in diverse genres dingen mee naar de NS Publieksprijs 2008. De CPNB maakte vandaag de zes genomineerde titels bekend.

De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek nomineerde De boodschapper en de Koran van Kader Abdolah, De overgave van Arthur Japin, Eindeloos bewustzijn van Pim van Lommel, Echte mannen eten geen kaas van Maria Mosterd, Blauw water van Simone van der Vlugt en Het recht op terugkeer van Leon de Winter.

V.l.n.r. Simone van der Vlugt, Kader Abdolah, Maria Mosterd, Arthur Japin en Pim van Lommel. Leon de Winter bevindt zich momenteel in de Verenigde Staten en kon niet aanwezig zijn. 

Stemmen via vele websites
Met deze 22ste editie van de NS Publieksprijs kan het publiek niet alleen stemmen via www.nspublieksprijs.nl maar ook via de websites van boekwinkels en bibliotheken. Zo zullen de ketens AKO, Bijenkorf, Bol.com, Bruna, Selexyz en V&D hun klanten oproepen te stemmen.

De boeken zijn gekozen uit de bestverkochte Nederlandstalige uitgaven tussen juni vorig jaar en juni dit jaar. Alle Nederlanders vanaf 18 jaar kunnen tot en met 23 oktober een stem uitbrengen. Samen met een driehonderd leden tellende jury bepalen zij wie er wint.

De Publieksprijs bestaat uit een sculptuur, 7500 euro en een jaar lang eersteklas reizen met de trein. De winnaar wordt 28 oktober bekendgemaakt. Vorig jaar won Joris Luyendijk met het boek Het zijn net mensen.

De CPNB spreekt van een opvallende diversiteit aan genres. Dit jaar dingen literaire werken, een thriller, een populair-wetenschappelijke bestseller en een autobiografie mee naar de prijs.

De genomineerden werden vanochtend bekendgemaakt tijdens Manuscripta, het evenement dat geldt als de opening van het nieuwe boekenseizoen, in Amsterdam.


zaterdag 6 september 2008
Ophef over jury Gouden Uil

In Vlaanderen is ophef ontstaan over de nieuwe juryvoorzitter van de Vlaamse literatuurprijs Gouden Uil. Voorzitter Guy Mortier, directeur van weekblad Humo, heeft ooit gezegd dat 's werelds beste boek een kookboek is.

Hij wil als juryvoorzitter bovendien niet te veel ingezonden boeken lezen. Hij vond het voldoende om de laatste vijf geselecteerde boeken door te nemen, maar moest dat na kritiek uitbreiden tot de laatste twintig.

"De Gouden Uil vloog al eerder laag, maar is nu finaal naar de kloten", reageerde de Gentse schrijver Erwin Mortier zaterdag in de Vlaamse krant De Morgen.

De Vlaamse Auteursvereniging heeft ook geen goed woord over voor de jury. Vier van de vijf juryleden werken voor Humo of boekenuitgeverij De Standaard. Dat zou de schijn van partijdigheid wekken.
(ANP)


vrijdag 5 september 2008
Debuutroman Ernst Jansz wordt opnieuw uitgegeven

Gideons droom, de debuutroman van Ernst Jansz, wordt na 25 jaar opnieuw uitgegeven. Het boek komt begin volgend jaar uit.

De 60-jarige oprichter en zanger van Doe Maar zei dit deze week in het KRO-radioprogramma Theater van het Sentiment. Jansz is ook bezig met een vervolg op Molenbergstraat, het boek waarin hij de eerste twintig jaar van zijn leven in zijn geboortestad Amsterdam beschrijft.

Zijn nieuwste boek begint eind jaren zestig. Dat is de periode waarin hij met de muziekband CCC Inc. vanuit Amsterdam verhuisde naar Neerkant.

Gideons droom werd door de critici niet overdreven enthousiast ontvangen, weet Jansz zich nog te herinneren. Toch lijkt het hem een leuk idee om het boek 25 jaar na dato opnieuw uit te geven en met wat achtergrondinformatie aan te vullen.

Hij laat het verhaal in Gideons Droom intact, maar laat het wel voorafgaan door een voorwoord waarin hij vertelt hoe het boek tot stand is gekomen.
(via Omroep Brabant)



Wanda Reisel over haar nieuwe roman Die Zomer

Wanda Reisel werd geboren in Willemstad, Curacao, in 1955. In 1960 verhuisde het gezin naar Nederland en in 1974 ging zij geschiedenis studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1986 debuteerde zij met de novellenbundel Jacobi's tocht en haar eerste roman, Het blauwe uur, in 1988. Vanaf die tijd publiceert Wanda Reisel met grote regelmaat romans, toneelstukken en verhalen. Deze week verschijnt van haar Die Zomer, goed voor een paar vragen aan de auteur.



Uw nieuwe roman heet Die Zomer. Welke zomer wordt daarmee bedoeld?
Het verhaal speelt zich af in de zomer van 1970, die het breukvlak markeert van de jaren zestig naar de jaren zeventig. Het hippietijdperk is dan op zijn hoogtepunt, en Amsterdam is overgeleverd aan langharige, hasjrokende Damslapers.

Die zomer is een bijzondere, zelfs cruciale periode voor Dana, mijn zeventienjarige hoofdpersoon: ze beseft dat ze een grens over moet en dat ze dat alleen moet doen. Liefde en seks dwingen haar die zomer op deze weg, die ook een inwijding is.

Hoe herinnert u zich die zommer van 1970?
De luchtvaartmaatschappijen KLM en Pan Am adverteerden destijds met de slogan 'Amsterdam, Magic City'- en daarmee is het belangrijkste wel gezegd. Het was de tijd van de flowerpower, massa's mensen dromden samen in het Vondelpark om hun vrijheid te belijden. In Amsterdam gebeurde 'het', en de stad had dan ook een enorme aantrekkingskracht op vrijbuiters, die elders in Europa niet gedoogd werden.

Hoe houdt Dana, die met haar ouders aan het Vondelpark woont, zich in dat nieuwe tijdperk staande?
Ik laat haar in de roman zeggen dat ze zich de dochter van een circusdirecteur voelt, met de sleutels van de leeuwenkooi op zak: ze voelt zich bevoorrecht dat ze onderdeel mag uitmaken van wat er in haar stad, of bijna: in haar eigen achtertuin, gebeurt. Tegelijk houdt ze enige afstand, staat het haar tegen om deel uit te maken van een beweging. Dat is eigenlijk waar de roman over gaat: over overgave, en het verzet daartegen. Dana ontdekt haar eigen identiteit en verzet zich tegen de groepsdwang. Ze is niet spontaan en naïef genoeg om een meeloper te zijn - en dat maakt haar in diepste wezen eenzaam.

Ze verzet zich tegen de overgave, maar tegelijkertijd houdt ze er een tamelijk losse seksuele moraal op na. Hoe is dat met elkaar te rijmen?
De seksuele revolutie is in volle gang als Dana op de middelbare school zit, in die zin is ze echt een kind van haar tijd, maar ze voelt ook een afstand ten opzicht van die tijd. Ze houdt de controle, maar kan zich niet onttrekken aan de veranderingen die haar lichaam ondergaat, en aan het effect dat dat op anderen heeft. Ze experimenteert, heel schuchter aanvankelijk, en wordt zich steeds sterker bewust van haar eigen seksualiteit. Die zomer is dan ook mijn meest sensuele boek tot nu toe - maar al het bloot is, zoals dat later is gaan heten, functioneel.

Die Zomer - Wanda Reisel



Recensie: Het avontuur van Iks & Ei - Remco Campert

Door Daniëlle Serdijn voor De Volkskrant

Schrijven is onderzoeken, moet Remco Campert gedacht hebben toen hij aan Het avontuur van Iks & Ei begon. In deze novelle laat de schrijver zien hoe hij vanuit een schematische voorstelling bepaalde keuzes maakt. Of liever, keuzes juist niet maakt, maar eindeloos lang uitstelt, en al doende een onuitputtelijk reservoir van mogelijkheden aanboort.

Het avontuur van Iks & Ei is daarmee in de eerste plaats een verhaal over de techniek van het schrijven waarin plaats is voor onderzoek en, zij het in wat lichtere mate, voor het experiment.

Dat het boekje is opgedragen aan de nagedachtenis van Bert Schierbeek hoeft dan ook niet te verbazen.

Iks en Ei zijn twee vrienden, die samen een kamer bewonen.

Niet alleen door deze overeenkomst doen ze nogal denken aan Wim T. Schippers en Paul Haenen in hun rol van Bert en Ernie. Ook in hun soms absurde en tegelijkertijd eenvoudige beslommeringen roepen ze herinneringen op aan de vrienden uit Sesamstraat.

Iks probeert rond te komen van de straathandel, maar met weinig succes. Ei werkt op kantoor, waar hij de papierversnipperaar bedient. Hun enige ambitie bestaat uit het beleven van een avontuur. En heel soms gaan ze naar de bioscoop, met de eeneiige tweeling Zus en Zo. Met kenmerkende karigheid schrijft Campert, na de introductie van de personages en hun ruimte: ‘Dit is het begin’, zegt Iks’. En een paar regels verder: ‘Ei twijfelt. Is dit het begin? Zo gauw al?’ En daarmee is de toon gezet.

Tot aan het einde van deze minimalistische geschiedenis zullen de twee elkaar tegenspreken, elkaars ideeën ter discussie stellen en nauwelijks aan een avontuur toekomen. Dat is slechts bijzaak. Het gaat om de weg er naar toe, om het hoe, niet om het wat. ‘Waar zouden ze ooit moeten komen?’, vragen Iks en Ei zich af, en het is zonneklaar dat Campert het zelf niet weet.

Typerend voor Campert is het alleszins, zo’n ontkleed en onopgesmukt geraamte als verhaal te presenteren. Het past zonder meer in z’n oeuvre.

Daarin hoort het thuis.



Recensie: De lijfbard van Knut de Verschrikkelijke - Nanne Tepper

Door Arjan Peters voor De Volkskrant

Tepper is terug. Om te laten zien dat hij nog steeds de weg kwijt is. Tussen 1995 en 2002 publiceerde Nanne Tepper (Hoogezand, 1962) drie boeken waarin woede en sensibiliteit knap samen gingen. Voor De eeuwige jachtvelden kreeg hij de Anton Wachterprijs, De vaders van de gedachte werd genomineerd voor de Libris Prijs.

Na jaren bundelt hij nu de stukjes die nog over waren.

Met een oubollige woordgrap in de ondertitel – ‘Atonale schertsen’-, en een titel die onverschrokkenheid moet verbeelden maar veeleer geforceerd aandoet – De lijfbard van Knut de Verschrikkelijke –, doorbreekt Tepper de publicatiestilte, maar dan wel op zo’n manier dat zijn impasse erdoor wordt beklemtoond in plaats van opgeheven.

Zonder zelf nog met iets voor de dag te komen, wil hij ons op hoge toon wijzen op het wezen van het schrijverschap en de kunst, op zijn inspiratiebronnen (voor wat het leven betreft: de jeugd, voor de letteren: Vladimir Nabokov) en vooral op wat zijn ergernis opwekt.

Dat is nogal wat. Critici deugen niet, van de aanblik van NRC Handelsblad-recensente Elsbeth Etty krijgt hij de slappe lach, ooit bewonderde schrijvers vallen steeds vaker tegen, met Nietzsche is ook iets mis, de Voorzienigheid die soms jonge mensen de dood injaagt moet het ontgelden, leesgrage bejaarden met rugzakjes, het Fonds voor de Letteren (heeft hem vast een werkbeurs geweigerd), en de volle maan krijgt ook de volle laag.

Het valt niet mee om een schrijversblokkade te hebben.

Tussen de bedrijven door probeert Tepper medelijden te wekken, door erop te wijzen dat het hem waarachtig niet mee heeft gezeten: zijn vriendin was ziek, en hij voelde zich zelf ook niet lekker. Vervelend voor hem, maar geen reden zich aan te stellen als de Lijdende Artiest: ‘Hoe kan iemand die in de baarmoeder reeds bejaard was – en daar al naar een stok zocht, om op te leunen, om mee te slaan – zijn leven wijden aan een van de meest uitputtende bezigheden die de mens bedacht heeft om de tijd te doden: het scheppen?'

Tepper hengst op een deur die niet open wil. Tragisch genoeg is het zijn eigen deur.


woensdag 3 september 2008
Recensie: Ik weet nu alles weer - Kees 't Hart

Dat voor Kees 't Hart kunstmatigheid een grote rol moet spelen in de literatuur is vaker opgemerkt. Het is ook een bekende gedachte bij meerdere dichters.

Speelt in een roman het verhaal een belangrijke rol, de poëzie moet het toch vooral hebben van de werking van bijzonder, kunstmatig taalgebruik. Maar in zijn laatste bundel wil 't Hart meer. In Ik weet nu alles weer zoekt hij een ongegeneerde vermenging van het verhevene en banale.

Lees verder bij 8Weekly.



De Gelukzoeker wordt verfilmd

Het boek De Gelukzoeker van Marcel van Engelen wordt verfilmd. Scenarioschrijfster Eveline Verwoerd gaat het verhaal vertalen tot een bioscoopfilm, samen met regisseur Michiel van Jaarsveld, bekend van de tv-serie Stellenbosch.

De Gelukzoeker is het waargebeurde verhaal van de jonge Senegalees Amadou die vijf jaar als illegaal in Amsterdam leefde. Hij zwierf angstig door de stad, werkte als bordenwasser in een restaurant en werd opgenomen in een milieu van hippe dertigers. Door middel van een bijzonder baantje wist hij tenslotte en kleine 150.000 euro te verdienen en als rijk man terug te keren naar West-Afrika.

Marcel van Engelen: "De stroom Afrikanen die koste wat kost naar Europa willen, is een belangrijk thema van deze tijd. Dat kun je het beste laten zien met een persoonlijk verhaal. Ik ben er erg blij mee dat het straks ook in de bioscoop is te zien."


Laatste berichten:


(ADVERTENTIE)
Stiltekamer

Archief:

februari 2007 - maart 2007 - april 2007 - mei 2007 - juni 2007 - juli 2007 - augustus 2007 - september 2007 - oktober 2007 - november 2007 - december 2007 - januari 2008 - februari 2008 - maart 2008 - april 2008 - mei 2008 - juni 2008 - juli 2008 - augustus 2008 - september 2008 - oktober 2008 - november 2008 - Voorpagina


Schrijvers:

Boekensites:


Lifeloggers:


B© Copyright 2007, 2008. Alle rechten voorbehouden.
Boekennieuws.com wordt onderhouden door en is een initiatief van Ramon Stoppelenburg
www.watkanikvoorubetekenen.nl
Hosting door Linkgidshosting.nl