"Dwars door Soedan" - Gerbert van der Aa
De reis boven op de vrachtwagen, van Wadi Halfa naar Khartoum, bevalt boven verwachting goed. In het rulle zand van de Soedanese woestijn gaat de wagen niet veel harder dan veertig kilometer per uur. Op de lading, zakken bakmeel, is het prima toeven.
De wind heeft precies de juiste kracht, niet te hard, maar ook niet te zacht. Het landschap is droog, geen enkele begroeiing. Af en toe passeren we wat lage heuvels, die bezaaid liggen met zwart geblakerde keien. Twee dagen en twee nachten gaat de 1000 kilometer lange tocht duren, zo is mij verteld.
Ineens komt de vrachtwagen tot stilstand. ‘We zitten vast’, zegt Salah, een van de twee jongens die als leerling meereizen met de vrachtwagen. Allebei zijn ze een jaar of achttien. Ze willen later chauffeur worden, maar voordat het zover is moeten ze ervaring opdoen als hulpje. Bij vastlopen in het zand, lekke banden, of andere problemen, komen ze in actie. Terwijl de chauffeur achter het stuur blijft zitten, scheppen de twee tieners zand weg. Daarna pakken ze stalen platen, die ze onder de wielen leggen. Na een kwartier zwoegen, rijden we weer.
Inmiddels is het bijna donker, waardoor de temperatuur flink begint te dalen. Salah en de meeste andere passagiers hebben zichzelf in een warme deken gewikkeld en zijn languit op de lading gaan liggen. Ik besluit hun voorbeeld te volgen en haal de slaapzak uit mijn rugzak. Achter op de vrachtwagen vind ik een mooi plekje waar ik languit kan liggen. Als het meezit kan ik vannacht zelfs slapen. Ik leg me zoveel mogelijk klem tussen de zakken meel, zodat ik bij een onverhoedse manoeuvre niet per ongeluk naar beneden val.
Salah vraagt of ik lekker lig. Volgens hem hoef ik niet bang te zijn om naar beneden te vallen. ‘Mij is het nog nooit gebeurd’, zegt hij. In de weinige gevallen dat er wel eens iemand van een vrachtwagen valt, loopt het volgens hem bijna altijd goed af. De vrachtwagens rijden nooit hard door de woestijn en het zand is zacht, zodat je zacht terecht komt. ‘Maak je maar geen zorgen’, zegt Salah. ‘Het komt allemaal goed.’
Als snel val ik in slaap, om een paar uur later weer wakker te worden. De vrachtwagen ploegt nog steeds door het zand. Ik wordt opgeschrikt door een harde knal, gevolgd door een bonkend geluid dat onder de bus vandaan komt. Een lekke band, zo wordt duidelijk. Ik klim naar beneden om even mijn benen te strekken, waarna ik naast de vrachtwagen in het zand ga zitten. Een scherpe kei heeft ervoor gezorgd dat de band finaal aan flarden is. Ik vermoed dat het wel even gaat duren voordat die verwisseld is.
‘Dat wordt werken’, zegt Salah. Samen met zijn collega-hulpje klimt hij boven op de vrachtwagen, waar het reservewiel is vastgesjord. Met een zaklamp in de mond licht hij zichzelf bij. Als het wiel los is waarschuwen de jongens dat we beneden even moeten oppassen, waarna ze het loodzware wiel naar beneden gooien. De reserveband blijkt niet in al te beste toestand, zo zie ik. Ogenschijnlijk heeft hij ook een keer last gehad van een flinke kei. Over de scheur is met naald en garen een stukje rubber genaaid.
Met de demontage van het wiel wil het niet erg lukken. Een van de moeren blijkt met geen mogelijkheid los te krijgen. Dus kiest de ‘crew’ voor een noodoplossing: een enorme hamer. Salah zet op de moer een beitel, waarna zijn collega er met de moker zo hard mogelijk een klap opgeeft. ‘Dat werkt altijd’, weet Salah. Tot mijn verwondering heeft hij gelijk. Na een paar klappen komt de moer in beweging. Even later is het wiel vervangen en rijden we weer verder.
Dwars door Soedan - Gerbert van der Aa Paperback, 240 Pagina's, Nieuw Amsterdam ISBN10: 9046802620, ISBN13: 9789046802625
|