BOEKENNIEUWS.COM
HET LAATSTE NIEUWS OVER NEDERLANDSE BOEKEN EN SCHRIJVERS


 

Abonneer je op de RSS-feed    via: Email / RSS

"Paradiso" - Kees van Beijnum

Enkele minuten voor de afgesproken tijd parkeerde hij zijn auto in haar straat. Niet voor haar deur, maar een meter of twintig verder. De warme zon bescheen zijn nek en de zijkant van zijn gezicht. Buitenwijk in juli. De postbode deed zijn ronde in korte broek. Hij stapte uit en liep met toegeknepen ogen langs de rijtjeshuizen, opgetrokken uit gele baksteen, met zwarte dakpannen en kozijnen van kunststof. De ramen stonden overal wagenwijd open. In het opblaasbadje van haar buren dreef een strandbal.

Een maand of zes geleden had hij haar op deze plek afgezet, tijdens een ijskoude nacht zonder sterren. Met een hand aan de kraag van haar jas was ze naar haar deur gefladderd, als in een zwart-witfilm van Melville, een vrouw met een geheim in een verlaten straat. Hij keek haar na, voor het eerst oog in oog met haar wereld. Haar straat, haar huis, de auto van haar vriend de architect; de beelden waren even afschrikwekkend als aantrekkelijk. Zij ging naar binnen en hij reed langzaam in de stilte weg. Terugreis in februari, buitentemperatuur twee graden onder nul, de radio afgestemd op de nostalgiezender.

Waakzaam door de aanblik van de zwarte Saab duwde hij haar deur open, die als afgesproken op een kier stond. Hij stapte over de drempel en ging, langzaam, onwillig al bijna, op zoek naar haar. Bij de trap stonden een stuk of wat dozen, volgestouwd met cd's en boeken. Het plafond was opvallend laag, waardoor hij onwillekeurig zijn hoofd boog. In de lijst van een ovale spiegel staken uitnodigingen en geboortekaartjes. Hij luisterde aandachtig, maar in heel het huis was geen zuchtje te horen. Hij droeg een linnen broek en opengewerkte instappers van zacht leer. Vanuit de hal kon hij de kleine woonkamer in kijken, met zicht op de leuning van een bank en een lage glazen tafel waarop verfrommelde servetten lagen. Hij zag wijnglazen met een donker bodempje, een schoteltje met olijfpitten. In het achtertuintje was een terras met een zitje van vergrijsd hardhout en een ligbed met een kussen en een tijdschrift erop. Dat tuintje kende hij als iets groots uit haar verhalen. In gedachten zag hij zijn eigen huis met de balkenplafonds en de verfijnde Italiaanse meubelen, de roodborstjes in de vensterbank. Zijn ramen boden uitzicht op de weilanden, de vaart en de rietkragen. Hij riep haar naam. Boven hem weerklonken voetstappen. 'Mart?' Ze zweeg, ze leek te wachten. Haar stem bezat niet alleen een plezierig, muzikaal geluid, maar meer, een belofte waar hij niet buiten kon.

In de badkamer drukte ze hem een schroevendraaier in handen. Op slippers liep ze in en uit, met blote benen en aandoenlijke concentratielijntjes bij haar ogen, gedreven, overtuigd van zichzelf. Naast de kraan stond een vaas van blauw glas, met stukken zeep daarin. Haar vlugge handen vulden plastic tassen met flesjes, tubes, potjes, borstels, kammen, leren etuis en fluwelen tasjes. In de spiegel keek hij naar haar. Plukjes haar dansten op haar gebruinde voorhoofd. Ze zag er fris uit, haar lichaam soepel, begeerlijk, zelfs onder deze omstandigheden had ze iets onaantastbaars over zich, iets verwends, als een kind in de business class van het vliegtuig. Voorzichtig kuste hij haar schouder. Vandaag stelde zij een daad, in het wisselende getij van kansen. Er was iets voorbij, maar wat? Hij voelde zich als in een droom, een lange, trage val in de diepte. Ze boog zich voorover om de inhoud van een spiegelkastje te controleren en even streek haar fijne haar langs zijn arm.

'Wil je iets drinken?' Hij schudde zijn hoofd. Geen vragen, geen verklaringen. Een onvermogen om te praten, om vrij te ademen in de even alledaagse als vervreemdende aanwezigheid van haar onbekende leven. Achter hem onder een houten handdoekenrek ontdekte hij een zwart Hilfigerhemd.
Hij draaide de schroeven van de houder van haar elektrische tandenborstel los terwijl zij plastic tassen bleef vullen. Buiten vanaf de straat klonken kinderstemmen. Dit huis, dacht hij, deze muren, gangen, vloeren, stemmen en geuren, lichamen die langs elkaar schoven, stapeltjes schoon wasgoed op de trap, briefjes met 'niet vergeten: vuilnis!' Hij probeerde paal en perk te stellen aan zijn verbeelding en keek naar haar, hoe ze de badkamer verliet en even later weer binnenstapte, als een mysterie.
'Staat je auto voor de deur?' vroeg ze.
'Nee, op de hoek. Ik zag de Saab.'
'Hij is vandaag met de motor naar kantoor. Stuur de bodyguards maar weg.'

Hij verplaatste zijn auto en daarna laadden ze de dozen en tassen in. Het handgeschilderde familieservies, een cadeau van haar ouders voor haar vijfendertigste verjaardag, hadden ze samen kopje voor kopje, bord voor bord, in kranten gewikkeld, een gewijd moment. Het ritselen van het papier als de zachte streken van een hark over gras had een kalmerende uitwerking op hem gehad. Haar schilderijtjes en ingelijste foto's legde hij tussen handdoeken op de achterbank. Een briesje streelde zijn bezwete lijf. Zij stapte als eerste in. Op hakken nu. Haar blote nek. Hij nam zich voor om iets voor haar te kopen, iets moois. De zon scheen recht in zijn ogen toen hij over het dak de straat in keek. Een vader kwam aanfietsen met een hoogblond meisje in een kinderzitje. Het leven kende overzichtelijke, argeloze momenten. Aan de overkant van de straat, half verborgen in een heg, blonk een voetbal. Hij stapte in en ging naast haar zitten. Ze sliep het liefst op haar buik, wist hij. Met haar vuistje dicht bij haar gezicht.

De lucht was helder en warm, het park druk, te druk naar zijn zin, maar Karin wuifde zijn bezwaren laconiek weg en vond een bankje op een stil stuk. Ze dronken Siciliaanse wijn en aten de lekkernijen van de traiteur die zij in een mandje had meegebracht. Vogels vlogen af en aan, ritselden naast hen in de struiken. Hij meende dat ze even van hem wegkeek, alsof ze iets voor hem verborgen hield. Een bankje in het park, een laantje voor verliefden. Het zou ook de volmaakte achtergrond kunnen zijn als ze het uit wilde maken.

Later belandden ze onder een enorme kastanje met roestachtige vlekjes in de bladeren. Het rumoer van stemmen zweefde boven het water van de vijver. Als jongetje van zes was hij hier zijn ouders kwijtgeraakt. Zij hadden de hele middag zitten drinken en roken en kletsen met vrienden terwijl hij in steeds grotere kringen het park had verkend. Bij de tennisbaan was hij op zoek naar verdwaalde ballen in de struiken lang blijven hangen. Plotseling waren zijn ouders en hun vrienden verdwenen, allemaal. Pas 's avonds laat had hij zijn vader teruggevonden, slapend in het gras, zonder zijn moeder, en met zijn lange, donkere haar als een gordijn over zijn gezicht gedrapeerd.

Toen hij hem eindelijk wakker had gekregen, waren ze samen met de bus naar huis gegaan.
Hij boog zich naar haar toe om haar te kussen, maar op dat moment zag hij Tijmen voorbijfietsen. Hij wendde zijn hoofd af, alert en betrapt. Niet dat Tijmen veel kwaad kon uitrichten, daarvoor was hij al te lang en te ver uit zijn leven verdwenen.

Het was Karins aanwezigheid die de reactie van een dief bij hem opriep. In de tijd dat hij nog aan de universiteit verbonden was had Tijmen zijn databank met internationale publicaties en onderzoeksresultaten opgezet, zijn koffie gehaald en zijn kilometerstanden bijgehouden. Dat waren de jaren dat hijzelf als een kampioen in het licht op het podium stapte.
Drinkend van de lauw geworden wijn, zaten ze als hippies in het gras en keken omhoog naar de lege zomerhemel. 'O bomen/ staande gestorven/ trieste trieste bomen,' citeerde hij.
Snel, zonder dat zij het merkte, voelde hij of het gras achter hem vochtig was en trok haar omlaag. Er zat een snoever in hem, eentje die zich niet snel klein liet krijgen. Ze pakte zijn hand en vlijde zich naast hem neer. Ergens in de verte klonk een gitaar. Met zachte stem vertelde ze hem over de weekends in het buitenhuis van haar ouders en over de tamme eekhoorns die 's ochtends vroeg op haar af kwamen huppelen.

Haar ouders, haar jeugd in Noord-Brabant, haar oudere zuster die tenniskampioen bij de junioren was geweest en nu in Toronto woonde, het was een avond voor verhalen. In dat buitenhuis was een plee die je met een emmer water moest doorspoelen. Ze klom in appelbomen. Terwijl hij naar haar keek, kon hij haar zien, dat meisje, blootsvoets steun zoekend op zware, gebogen takken.

Paradiso - Kees van Beijnum
Paperback, 292 Pagina's, De Bezige Bij
ISBN10: 9023427580, ISBN13: 9789023427582

 

Fragmenten

Mooi hè? Vertrouw nooit flapteksten! Op deze pagina vindt u fragmenten uit recent verschenen Nederlandse boeken.


Eerder:


(ADVERTENTIE)


B© Copyright 2007, 2008. Alle rechten voorbehouden.
Boekennieuws.com wordt onderhouden door en is een initiatief van Ramon Stoppelenburg
www.watkanikvoorubetekenen.nl
Hosting door Linkgidshosting.nl