"Philippes middagen" - Robbert Welagen
Ik weet niet waar de angorakat vandaan komt. Waarschijnlijk uit de schaduwzijde van het balkon. Of hij is tussen de balkondeuren door gelopen. Louise pakt de kat op en drukt hem tegen haar jas, ter hoogte van haar borst. Ze loopt langzaam heen en weer over het balkon. Daarna leunt ze met haar heupen tegen de balustrade. Haar ogen dwalen over het donkere gazon onder ons. Ze ziet mij niet achter het raam van het huis staan dat aan de andere kant van de tuinen ligt.
Louise van der Hagen. Die naam heb ik twaalf jaar niet meer uitgesproken. Toch herken ik haar onmiddellijk. Ik schrik ervan en mijn hart klopt in mijn keel. Maar ik hervind mijn kalmte en kijk met mijn gezicht tegen het glas gedrukt nog eens goed. Ze is het echt. Haar gezicht is smaller geworden en ze straalt een vermoeide elegantie uit. Misschien omdat het leven waarvan ze droomde al achter haar ligt.
Ik heb haar gekend als de verloofde van Philippe Crozat. In de zomer van twaalf jaar geleden kruisten zij een paar dagen mijn leven. Een paar dagen maar. Toch hebben zij een onuitwisbare indruk op me achtergelaten. Dat was gemakkelijk, want ik kende als vijftienjarige maar weinig mensen. Net als nu overigens.
Als Louise met haar ogen even over de gevel van dit huis dwaalt doe ik een stap achteruit en verdwijn in de schemering van de kamer. Ik weet niet waarom ik dit doe. Mijn beweging is een reflex. Maar ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en meteen ga ik weer bij het raam staan. Ze heeft me niet opgemerkt en aait de angorakat over zijn kop terwijl ze afwezig uitkijkt over de tuinen.
Aan het plafond van de kamer achter Louise hangt een kroonluchter. Op de vloer zie ik twee vormen staan die vanuit de verte doen denken aan koffers. Tegen de muur een bank in Lodewijk de Vijftiende stijl. Voor de rest is de kamer leeg.
Ze woont vast niet meer hier in de stad. Iedereen trok weg. Maar ik ben gebleven. Ik ben altijd hier. En nu sta ik een paar minuten naar haar te kijken. Het lijken er meer. Waarschijnlijk omdat er een andere tijd bij betrokken wordt. De parallelle tijd van het geheugen.
Ik woonde die zomer van twaalf jaar geleden in een huis achter tennisbaan De Mathilde, met mijn moeder. Op De Mathilde leerde ik Philippe kennen. Louise, Philippe, die tennisbaan, dat huis en mijn moeder zijn allemaal met elkaar verbonden. Ze vormen verschillende vlekken op dezelfde foto. Ik heb die foto vaak bestudeerd, maar nooit heb ik begrepen waar ik nu precies naar keek.
Soms duiken mensen vanuit het niets opnieuw op. Ja, Louise is één van die mensen. Zou ze zich mij nog herinneren?
Ze laat de angorakat voorover vallen. Hij landt op zijn poten en loopt het donker weer in. De jas van Louise waait open en ze houdt hem dicht door haar rechterhand op haar borst te leggen. Ze wekt de indruk ergens op te wachten. Is dat niet de reden waarom mensen in het donker op een balkon staan? Omdat ze ergens op wachten.
Philippes middagen - Robbert Welagen Hardcover, 128 Pagina's, Nijgh & Van Ditmar ISBN10: 9038890702, ISBN13: 9789038890708
|