Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

archief

Iets met een testament

Er zijn van die boeken die iets met je doen. Ze nemen je mee naar de meest ondoordringbare krochten van de menselijke psyche, slaan je hard in het gezicht, gooien een emmer ijskoud water in je gezicht en laten je verbluft achter. Boeken die terecht de term “mindfuck” krijgen toebedeeld, “psychedelisch” en “zo goed als onleesbaar”. The Crying of Lot 49 van Thomas Pynchon past perfect in deze omschrijving. Normaal gesproken is het de bedoeling dan nu uit te leggen waar het boek over gaat, bij The Crying of Lot 49 is dat wat lastiger. Niet zozeer vanwege het geringe aantal pagina’s (127) of omdat er weinig in gebeurt. Nee, er gebeurt wel wat (vrij veel zelfs), alleen is het erg lastig uit te leggen wát er nu allemaal gebeurt. Desalniettemin, een poging: een vrouw, Oedipa Maas, krijgt te horen dat een ex-geliefde van haar is overleden en een testament heeft achtergelaten. Aan haar de taak om zijn laatste wensen te kunnen duiden, waarop ze vertrekt naar Californië. Tot zover is er niet zoveel aan de hand en is het nog prima te volgen. Maar dan. Ja, dat is een goeie, maar dan? Zo goed het plot in eerste instantie nog te volgen is, zo krijgt Oedipa ineens te maken met een motel, diens merkwaardige baas en zonodig nog merkwaardigere gasten en komt ze achter een heus complot dat zich afspeelt in het postsysteem van Amerika. Inderdaad, dit is uiteindelijk waar Pynchon zijn roman om zal draaien: een uit de hand gelopen rivaliteit tussen twee verschillende postbedrijven, waarvan er eentje ondergronds is gegaan. Tenminste, tot Oedipa zelf aan haar geestelijke stabiliteit begint te twijfelen en zich afvraagt of het een grap is, of dat ze wellicht hallucineert, gezien ze overal tekens ziet van het desbetreffende postbedrijf. En dan lopen er verder nog wat figuren rond die in de loop van het verhaal plotseling een andere persoonlijkheid blijken te hebben of proberen samen te werken met Oedipa, om vervolgens in haar waanzin meegesleurd te worden. Op zich zou dit alles het boek niet eens lastig hoeven te maken. Immers, andere romans als Fear and Loathing in Las Vegas nemen de lezer eveneens mee in een ontspoorde wereld die alleen maar meer ontspoord. Wat The Crying of Lot 49 dan ook zo ondoorgrondelijk maakt, is de stijl waarin het is geschreven. Want hoewel Pynchon zonder problemen met eenvoudige, duidelijke zinnen overweg kan, schakelt hij net zo gemakkelijk over op het meer complexe werk. Neem bijvoorbeeld de openingszin: ‘One summer afternoon Mrs Oedipa came home from a Tupperware party whose hostess had put perhaps too much kirsch in the fondue to find that she, Oedipa, had been named executor, or she supposed executrix, of the estate of one Pierce Inverarity, a California real estate mogul who had once lost two million dollars in his spare time but still had assets numerous and tangled enough to make the job of sorting it all out more than honorary.’ Tel daarbij de bizarre personages en minstens evenzo bizarre gebeurtenissen op en je hebt een korte roman waar je erg je best voor moet doen. De lezer die erin slaagt zich door de merkwaardige wereld van Oedipa te worstelen, zal worden beloont met een boek dat nog lang in het hoofd zal blijven rondspoken. Het zal zijn lezerspubliek verdelen in liefhebbers en haters, waarschijnlijk zou dit niet eens tegen de wil van Pynchon zijn geweest.  
Geschreven door Vincent op 2013-04-10 16:27:24.